vlaams instituut
voor wetenschappelijk
en technologisch
aspectenonderzoek
BIJLAGE
GENETISCH
GEWIJZIGD
VOEDSEL I N
VLAANDEREN.
G E N E T I S C H G E W I J Z I G D
V O E D S E L I N V L A A N D E R E N.
R E T R O S P E C T I E V E T R E NDA N ALYS E
VA N H E T M AAT S C H A P P E L I J K D E BAT.
R A P P ORT N R. 1 B IS
S O C I A LE K A ART
2
2
Page 3
4
2 > rapport 1 bis
3
3
Page 4
5
INHOUDSTAFEL
1. TECHNOLOGIE ONDERZOEKERS & ONTWIKKELAARS
1. 1. Onderzoeksinstituten
-VIB Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie
-Vito Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek
-STV Innovatie & Arbeid
1. 2. Universiteiten & Hogescholen
1. 2. 1. KaHO
CBOK -Chemisch en Biochemisch Onderzoekscentrum
1. 2.2. KULAK
-IRC -Interdisciplinair Onderzoekscentrum
1. 2.3. VUB
Faculteit Biologische Wetenschappen :
-IMDO
-Afdeling Plantengenetica
-Labo voor Celgenetica
-Afdeling Genetische Virologie
Faculteit Geneeskunde :
-Eenheid Menselijke Ecologie
> sociale kaart 3
4
4
Page 5
6
4 > rapport 1 bis
1. 2. 4. KU Leuven
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen :
Departement Levensmiddelen en Microbiële Technologie
-Labo voor Levensmiddelentechnologie
-Labo voor Levenmiddelen microbiologie
-Labo voor Industriële Microbiologie en Biochemie
-Labo voor Levensmiddelenchemie
Departement Toegepaste Plantwetenschappen
-Labo voor Fytopathologie en Plantbescherming
-Centrum voor Microbiële en Plantengenetica
-Labo voor Plantenteelt
-Labo voor Tropische Plantenteelt
Departement Agrotechniek & -economie
-Centrum vooor Landbouw-en Milieueconomie
-CABME -Centrum voor Agrarische, bio-en milieu-ethiek
Department Dierproductie
-LoGT Labo voor Gentechnologie
Faculteit Rechten :
-CIR -Centrum voor Intellectuele Rechten
Faculteit Wetenschappen :
Departement Biologie
-Labo voor Plantenfysiologie
Faculteit Diergeneeskunde :
-Labo voor Dierlijke genetica
Faculteit Politieke & Sociale Wetenschappen :
-CDO -Centrum voor Duurzame Ontwikkeling
Faculteit Letteren & Wijsbegeerte :
-Afdeling Milieufilosofie en bio-ethiek
Faculteit Rechten :
-Centrum voor Milieurecht
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen :
Vakgroep Landbouweconomie
-Afdeling Landbouweconomie, landbouwpolitiek en Rurale milieu-economie
-Agro-marketing
-Landbouweconomie voor Ontwikkelingslanden
Vakgroep Plantaardige Productie
-Afdeling Plantenteelt en -veredeling
-Tuinbouwplantenteelt en plantenbiotechnologie
-Herbologie
-Tropische en subtropische landbouw en etnobotanie
Vakgroep Gewasbescherming
-Afdeling Agrozoölogie
-Afdeling Fytopathologie
Vakgroep Biochemie
-Labo voor Microbiële Ecologie en Technologie
-Labo voor Industriële Microbiologie
> sociale kaart 5
6
6
Page 7
8
6 > rapport 1 bis
Vakgroep Levensmiddelentechnologie en voeding
-Labo voor Levensmiddelentechnologie en -proceskunde
-Labo Levensmiddelenchemie & -analyse
Vakgroep Organische Chemie
-Aroma
-Synthetische Organische Chemie en Natuurproducten
Vakgroep Dierproductie
-Prebiotica in de Varkensvoeding
Vakgroep Moleculaire Biotechnologie
-Toegepaste Moleculaire Genetica
-Immunologie en biotechnologie van de dierlijke cel
-IPBO Instituut voor Plantenbiotechnologie voor Ontwikkelingslanden
1. 2.6. UA
Faculteit Wetenschappen :
Departement Biologie
-Labo voor Plantenbiochemie en -fysiologie
-Labo voor Plantenmorfologie
Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen :
Vakgroep Milieu, Technologie en Technologiemanagement
-STEM
1. 3. Industrie
1. 3. 1. Biotechnologische koepels
-BelgoBiotech
-EuropaBio
-Belgian Biotechnologies Association
-GIMV e. a.
1. 3. 2. Chemische en Pharmaceutische koepels
7
7
Page 8
9
-AVGI -Geneesmiddelenindustrie
-Fedichem Federatie Chemische Industrie
-Phytofar
-Bioplus
2. TECHNOLOGIE REGULATOREN
2. 1. Federale Overheid
Ministerie voor Economische Zaken
Ministerie voor Middenstand en Landbouw
Ministerie voor Volksgezondheid
-WIV/ SBB
-Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek
Ministerie voor Buitenlandse Zaken
-DGIS
2.2. Vlaamse Gemeenschap
Departement WIM
-Administratie Wetenschap en Technologie
-Administratie Technologie en Innovatie
-IWT
Departement Volksgezondheid
Departement Economie en Landbouw
-Administratie Economie
-Administratie Land-en Tuinbouw
Departement LIN
-AMINAL-
Instituut voor Natuurbehoud
> sociale kaart 7
8
8
Page 9
10
8 > rapport 1 bis
3. TECHNOLOGIE GEBRUIKERS
3. 1. Voedings-& distributie-industrie
-BELGAPOM
-FEVIA
-VLAM
-SUBEL-
VBT
-VDV
-FEDIS
-NAREDI
-FEDAGRIM
-FRANA
3. 2. Landbouworganisaties
-ABS Algemeen Boerensyndicaat
-AVBS
-Belgische Boerenbond
-BFO Belgische Fruittelers Organisatie
-CAG Centrum voor Agrarische Geschiedenis
-CBB
-Tabakssyndicaat
-VAC Vlaams Agrarisch Centrum
-VILT Vlaams Informatiecentrum Land-en Tuinbouw
-VRV Vlaamse Rundvee Vereniging
9
9
Page 10
11
4. TECHNOLOGIE COMMENTATOREN
4. 1. Bio-landbouw
-Biogarantie vzw
-BLIK vzw
-Ecocert
-BELBIOR
-BIOFORUM
-PCBT Proefcentrum Biologische Land-en Tuinbouw
-BLIVO
-PROBILA
-Nog bio-landbouw
4.2. Groene Economie
-Triodos bank
-Ethibel
-Imagine
4. 4. Verbruikersorganisaties
-OIVO
-Test-Aankoop
-Platform Veilig Voedsel
-DG Sanco
-Verbruikersateljee
-Nice
> sociale kaart 9
10
10
Page 11
12
10 > rapport 1 bis
4.5. Vormingsorganisaties
-Elcker-ik
-BGJG
-SVV
-KAV
4.6. Vakbonden
-ABVV
-ACLVB
-ACV
-ACW
-Nog werknemersorganisaties
4. 7. Derde wereldbeweging
-11. 11. 11
-VODO
-COPROGRAM
-Broederlijk Delen
-Damiaanactie
-ATOL-
Fair Trade Organisation
-Solidariteitsfonds
-OXFAM
-KWIA
-WERVEL-
Vredeseilanden
-Nog derdewereldorganisaties
11
11
Page 12
13
4.8. Milieu-en Natuurbeweging
-Bond Beter Leefmilieu
-Greenpeace België
-JNM
-VELT
-Forum Natuur en Landbouw
-Nature et Progrès
-PAN
-Vita Vitalis
-Nog milieubeweging
4.9. Vredesbeweging
-For mother earth
-Pax Christi e. a.
> sociale kaart 11
12
12
Page 13
14
12 > rapport 1 bis
V IB
Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie
Contact:
VIB
Rijvisschestraat 120 B-9052 Gent Belgium
tel: + 32 9 244 66 11 fax: + 32 9 244 66 10 info@ vib. be http: / / www. vib. be
Werking:
VIB heeft 3 kernactiviteiten:
-ondersteunen en verder ontwikkelen van strategisch fundamenteel onderzoek
-een actief patent en licentiebeleid voeren, opdat nieuwe ontdekkingen een start kunnen zijn tot
industriële activiteit
-wetenschappelijke informatie verstrekken over al wat te maken heeft met life sciences
VIB heeft 3 grote doelstellingen:
-onderzoek van academische kwaliteit
-het valoriseren van de onderzoeksresultaten, bijv. door licenties voor ontdekkingen te verkopen of zelf
mee bedrijven op te starten
-het stimuleren van goed gestructureerde publieke dialoog over biotechnologie
Het onlangs opgerichte en aan het Vlaams Parlement verbonden VIWTA vervult momenteel de belangrijkste
opdrachten verbonden met deze laatste doelstelling.
Details organisatie:
VIB is een biotech onderzoeksinsitituut opgericht op 5 april 1995, door de Vlaamse Regering, officieel op
het initiatief van minister Luc Van den Brande. Biotechnologie werd gezien als een sleuteltechnologie voor
1. T E C H N O L O G I E O N D E R Z O E K E R S & O N T W I K K E L A A RS
13
13
Page 14
15
Vlaanderen en de autoriteiten ondersteunen de aanwezigheid van Vlaanderen op dit terrein door de oprich-
ting en mede-financiering van de VIB.
VIB is een onderzoeksinstituut dat meer dan 720 onderzoekers en technici bundelt die zich bezig houden
met gentechnologie onderzoek op verscheidene terreinen, zoals menselijke gezondheid en plantengenetica.
VIB overkoepelt 9 universitaire onderzoeksteams. Het instituut is een nauwe samenwerking tussen het VIB
hoofdkwartier in Zwijnaarde ( Gent) en de Vlaamse Universiteiten Antwerpen ( UA) , Brussel ( VUB) , Gent
( RUG) and Leuven ( KULeuven) .
Activiteiten omtrent GGO s:
Het VIB beheert een Technology Assessment Onderzoeksluik waarin 7 onderzoeksprojecten door diverse
Vlaamse Universiteiten worden uitgevoerd over maatschappelijke aspecten van biotechnologie. De coördi-
natie berust bij René Custers ( zie voor details het jaarverslag) .
Het VIB organiseert wetenschapscommunicatie over biotechnologie via de uitgave van brochures, boeken,
het inrichten van tentoonstellingen, het deelnemen aan informatie-en debatavonden. Deze opdracht wordt
gecoördineerd door Dr. Ann Van Gysel ( zie voor details het jaarverslag) .
VIB heeft als onderzoeksinstituut banden met universiteiten en biotech onderzoekers.
VIB heeft vanuit het licentiebeleid banden met vele biotech bedrijven. Sommigen daarvan zijn onderge-
bracht in VIB eigen gebouwen, in Flanders Biotechnology Valley in Zwijnaarde.
VIB heeft vanuit z n korte historie als debatcentrum voor biotechnologie en de daartoe ontplooide initiatie-
ven contacten opgebouwd met organisaties en mensen die belangen, zorgen of interesse hebben voor bio-
technologie en meer specifiek omtrent menselijke en plantengenetica.
> sociale kaart 13
14
14
Page 15
16
14 > rapport 1 bis
V i to
Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek
Contact:
Vito
Boeretang 200 B 2400 MOL België
Tel. : + 32 14 33 55 11 Fax: + 32 14 33 55 99 vito@ vito. be
Vito -Milieutoxicologie Greet Schoeters
Tel. : + 32 14 33 52 00 Fax: + 32 14 58 26 57 greet. schoeters@ vito. be
Werking:
Vito is een onafhankelijke onderzoeksinstelling die ten behoeve van overheid, industrie en KMO s duurzame
technologische ontwikkeling stimuleert met gespecialiseerde diensten en met R& D in de domeinen energie,
leefmilieu en materialen. In alle projecten staan in principe het vrijwaren van het leefmilieu en het bevorde-
ren van het duurzaam gebruik van energie en grondstoffen centraal, omdat Vito vindt dat iedereen -ook zij
die na ons komen -recht heeft op een gezonde leefomgeving.
Een van de onderzoeksdomeinen van het VITO is Milieutoxicologie. In het onderzoeksdomein
Milieutoxicologie onderzoekt Vito de risico s van chemische producten en van milieuvervuiling voor de
mens, de planten en de dieren. De studies in dit domein zijn gebaseerd op de nieuwste moleculaire en tech-
nologische ontwikkelingen, onder meer in-vitrotechnologie, maar omvatten ook standaardtests die onder
strikte kwaliteitsvoorwaarden ( Good laboratory practices of GLP) worden uitgevoerd.
Milieutoxicologie bestaat uit 3 projectgroepen:
-Productevaluatie
-Milieu en gezondheid
-Biotechnologie
15
15
Page 16
17
Details organisatie:
Focus op projectgroep Biotechnologie.
De projectgroep Biotechnologie steunt bedrijven en overheden bij het ontwikkelen van nieuwe producten en
technologieën door onderzoek te voeren naar de impact op de mens en het milieu. Vito biedt gespeciali-
seerde kennis in ecotoxicologie, fysiologie, biochemie, celbiologie en moleculaire biologie, die de basis vor-
men voor tal van oplossingen bij productontwikkeling en veiligheidsstudies. Gespecialiseerde technieken,
zoals celkweek, Polymerase chain reacties ( PCR) , flow cytometrie en celsortering ( FACS) , luminometrie en
fluorometrie, worden hierbij ingeschakeld.
Deze groep deed onder meer biotech-onderzoek op het terrein van gezondheidszorg, in-vitroscreening,
humane celstructuren, kwaliteitsbewaking van water en voedingsindustrie. Dit laatste betrof:
-Biologische detectiesystemen voor specifieke schadelijke stofgroepen worden geconstrueerd, gevalideerd
en praktische toepassingen worden uitgewerkt. Enkele voorbeelden zijn de detectie van dioxine in zuivel-
producten en de detectie van genotoxische stoffen in voedingswaren.
-De komeettest kan gebruikt worden om na te gaan of voedingswaren zoals kruiden, groenten, kippen-
vlees, enz. al dan niet radioactief bestraald zijn.
Bijlage VITO
Detectie van bestraalde voedingswaren met behulp van de komeettest
Voedingswaren worden vaak bestraald met hoge dosissen ioniserende stralen om ze te vrijwaren van conta-
minatie, waardoor de houdbaarheid verhoogd wordt. Het bestralen van voedsel is in sommige landen ver-
boden, in andere toegestaan, maar dient steeds controleerbaar te zijn. In het verleden werden verschillende
technieken toegepast om na te gaan of voedingswaren al dan niet bestraald werden. Deze technieken zijn
echter arbeidsintensief en duur en komen daarom niet in aanmerking voor routineonderzoek. Met de intro-
ductie van de zogenaamde komeettest, weliswaar voor heel andere doeleinden, werd ook de detectie van
bestraalde voedingswaren in de meeste gevallen mogelijk. In de komeettest wordt DNA na denaturatie aan
> sociale kaart 15
16
16
Page 17
18
16 > rapport 1 bis
een gelelektroforese onderworpen zodat " DNA-kometen" ontstaan. De lengte en de inhoud van de komeet-
staart geeft de graad van DNA-beschadiging weer. De komeettest is dus in de eerste plaats nuttig voor de
detectie van DNA-beschadigende stoffen of voor doeleinden van genetische biomonitoring. Aangezien ioni-
serende straling DNA-beschadigend is en hoge dosissen tot zeer belangrijke DNA-schade leidt, volstaat het
om de komeettest toe te passen voor de detectie van bestraalde voedingswaren. Hier zal immers zeer ern-
stige DNA-schade optreden, terwijl dat in niet-bestraalde voedingswaren veel minder het geval is. Het is
dus heel eenvoudig het onderscheid te maken tussen bestraald en niet-bestraald voedsel. Vito toonde aan
dat de komeettest inderdaad nuttig kan zijn voor de detectie van bestraling van onder meer diverse kruiden
( b. v. koriander, paprika en komijnzaad) , kip, kikkerbilletjes, Aangezien de komeettest een snelle en goed-
kope test is, is er ongetwijfeld ook voor stralingsdetectie een toekomst voor deze test weggelegd. Alleen
voedingswaren die vooraf gekookt worden ( b. v. garnalen) kunnen niet met de komeettest bestudeerd wor-
den aangezien koken het DNA vernietigt.
STV Innovatie en Arbeid
De STV-Innovatie en Arbeid verricht praktijk-en beleidsgericht onderzoek voor de Vlaamse werkgeversorga-
nisaties en vakbonden, ze verspreidt de resultaten in fabrieken, kantoren en instellingen. STV is in de eerste
plaats een onderzoeksinstelling maar gebruikt de resultaten van haar onderzoeken ook voor vorming. Men
beschikt over een informatie-en documentatiecentrum.
Het brede onderzoeksdomein van STV heet Innovatie en Arbeid . Binnen dit domein wordt onderzoek ver-
richt over thema s zoals: teamwerk, opleidingsstrategieën, informatietechnologie en nieuwe telecom-toe-
passingen, integrale kwaliteitszorg, organisatiestress, netwerken, toeleveren en uitbesteden, efficiënte pro-
ductvernieuwing, overheidsadministratie en zakelijke dienstverlening.
STV
Wetstraat 34-36 1040 Brussel tel 02/ 209.01. 11 fax 02/ 217. 70.08
stv@ serv. be www. serv. be
17
17
Page 18
19
C B OK Katholieke Hogeschool Sint-Lieven
Chemisch en Biochemisch Onderzoekscentrum, Gent
Contact:
CBOK, biotechnologie groep KaHo Sint Lieven
Campus Rabot, Gebroeders Desmetstraat 1, B-9000 GENT
Tel: + 32 ( 0) 9 265 86 13 Fax: + 32 ( 0) 9 225 62 69
e-mail : guido. aerts@ kahosl. be ( hoofd afddeling biochemie)
e-mail : annemie. debuck@ kahosl. be ( enzymtechnologie)
e-mail : joris. hoozee@ kahosl. be ( fermentatietechnologie)
web: www. cbok. be
Werking:
Het CBOK ( Chemisch en Biochemisch Onderzoekscentrum KaHo, v. z. w. ) is het researchbedrijf van het
Departement Industrieel Ingenieur van de Katholieke Hogeschool Sint-Lieven op campus Rabot te Gent en
verricht taken van maatschappelijke dienstverlening en projectmatig wetenschappelijk onderzoek op het
gebied van chemische, biochemische en microbiologische analyse en op het gebied van werktuigbouwkunde.
Het CBOK legt zich toe op het stimuleren van de wetenschappelijke ontwikkeling van zijn medewerkers en
op het ontwikkelen van de ondernemingsgeest bij het superviserende academisch personeel.
Details organisatie:
Het campusbedrijf begon in 1991 als een eenmanslaboratorium voor brouwtechnologie en biochemische
analyse en groeide al snel uit tot een middelgroot onderzoekscentrum voor toegepaste wetenschappen en
technologie.
Vandaag coördineert het bedrijf alle toegepaste onderzoeksactiviteiten in de hiervoor genoemde afdelingen
van de hogeschool. De voornaamste doelstellingen van het CBOK. zijn het bevorderen van nieuwe onder-
> sociale kaart 17
18
18
Page 19
20
18 > rapport 1 bis
zoeksprojecten en het aanbieden van accommodatie en logistiek. Verder heeft de vzw tot doel het coördine-
ren en beheren van alle activiteiten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling alsook van alle economi-
sche activiteiten. Het CBOK vormt een industriële omgeving binnenin de hogeschool, wat aan het onderwij-
zend personeel en de onderzoeksteams de mogelijkheid geeft om de meest geavanceerde kennis en toepas-
singen in hun specifieke gebied te ontwikkelen en te handhaven en in de praktijk om te zetten.
R& D
Binnen CBOK is er een afdeling Biotechnologie die werkt op onderzoeksprojecten in volgende domeinen:
-Brouwerij
-Fermentatietechnologie
-Vleestechnologie
-Microbiologie
-Enzymtechnologie :
o Isolatie en karakterisatie van NSP s
o Karakterisatie van industriële NSP-ase ( glycanase) preparaten
o Optimalisatie van enzymcocktails i. f. v. de substraten
o Onderzoek naar de efficiëntie van NSP-asen tijdens het productieproces in de zetmeelindustrie
o Evaluatie van fytase activiteiten in industriële preparaten, in voeder-additieven ( supplementen)
en in voeders
o Optimale methodiek voor bepaling van de lipoxygenase activiteit in plantaardig materiaal ( o. a. granen)
o Onderzoek naar een efficiënte remming van oxygenasen tijdens de processing van levensmiddelen
( o. a. bier)
o Evaluatie van off-flavours en textuurveranderingen, met inbegrip van remediëring
19
19
Page 20
21
I RC Kulak
Interdisciplinary Research Centre KULAK, Kortrijk
Contact:
IRC KULAK ( K. U. LEUVEN CAMPUS KORTRIJK )
Sabbelaan 53 8500 KORTRIJK
Voorzitter: Prof. Dr. Hans Deckmyn
Tel: 32 56 24 64 22 Fax: 32 56 24 69 97
E-mail: Hans. Deckmyn@ kulak. ac. be Secretariaat: Sigrid Vanryckeghem
Tel: 32 56 24 64 13 Fax: 32 56 24 69 97
E-mail: Sigrid. Vanryckeghem@ kulak. ac. be
web : http: / / www. kulak. ac. be/ irc
Werking:
Het Interdisciplinair Research Centrum ( IRC) groepeert binnen de KULAK het onderzoek in het domein van
de fysische, biologische en medische wetenschappen.
Het belangrijkste doel van het IRC is up-to-date onderzoek uit te voeren. Door de jaren heen hebben ze een
deskundigheid opgebouwd in bepaalde domeinen, vooral op het gebied van fundamentele natuurweten-
schappen. Voornamelijk toegespitst op topics die relevant zijn voor de industrie en de gezondheidszorg.
IRC ook nauw betrokken bij het onderwijs. Het IRC biedt niet alleen een opleiding aan doctoraatsstuden-
ten, maar ook studenten uit de kandidaturen maken regelmatig gebruik van de labo-infrastructuur. Zo
kunnen ze vroeg in hun wetenschappelijke carrière kennis te maken met onderzoek op hoog niveau.
Door middel van uitgebreide samenwerkingscontracten die ze afgesloten hebben met talrijke instituten en
bedrijven werd eveneens een waardevol netwerk van wetenschappelijke dienstverlening uitgebouwd.
Het Incubatie en Innovatie Centrum op de KULAK-campus, een modern hoogtechnologisch gebouw vol
labs voor de academie, haar spin-offs e. a. geïnteresseerden, dat vrij recent werd opgericht, wordt o. a. aan
het IRC ter beschikking gesteld.
> sociale kaart 19
20
20
Page 21
22
20 > rapport 1 bis
Details organisatie:
Werken zoals zovele academische onderzoekscentra maar zijdelings met biotechnologie, en dan nog amper
met het oog op plantenbiotechnologie of landbouw.
Algemeen :
Endocrinology, secreting systems, diabetology
Mathematics ( general subjects)
Biochemistry, Metabolism ( general subjects)
Biotechnology
Lopende Onderzoekstopics :
Topic 1 Onderzoek naar de mechanismen van verzadiging en eetlustremming
Topic 2 Schorpioenen leren ons over ontsteking en pijn
Topic 3 Tussen bloeden en stollen: een delicaat evenwicht
Topic 4 Ultrakleine ijzeroxidedeeltjes voor biotechnologisch en biomedisch gebruik
Topic 5 Studie van de hitteweerstandigheid van enzymen door genetische manipulatie
Topic 6 Alpha-lactalbumine: een eiwit ontstaan tijdens de evolutionaire ontwikkeling van de zoogdie-
ren
Topic 7 De biologie van paddestoelenkweek
Topic 8 Lithotripsie of het einde van een steentijdperk
Topic 9 Niet-destructieve kwaliteitscontrole van hoogwaardige producten door geluidstrillingen optisch
te meten
Topic 10 Luisteren naar het " geluid" van metalen platen
21
21
Page 22
23
I N D UST R I Ë L E M I C R O B I O L O G I E , F E R M E NTAT I E -
T E C H N O L O G I E & D O W NST R E A M P R O C E S S I N G ( I M D O) V UB
Vakgroep Toegepaste Biologische Wetenschappen Faculteit Wetenschappen, Brussel
Contact:
Industrial Microbiology, Fermentation Technology and Downstream Processing
Faculteit Wetenschappen
Vrije Universiteit Brussel
Pleinlaan, 2 1050 BRUSSEL
Tel. : + 32 ( 0) 2 6293245 Fax : + 32 ( 0) 2 6293248
e-mail : ldvuyst@ vub. ac. be ( diensthoofd)
e-mail : Conny. Stockmans@ vub. ac. be ( secretariaat)
web: http: / / imol. vub. ac. be/ IMDO/
Werking:
Details organisatie:
Kernwoorden: microbial processes , industrial microbiology , microbial biotechnology , environmental micro-
biology , bioprocess engineering , biochemical technology , food microbiology , exopolysaccharides , bacte-
riocins , lactic acid bacteria , food industry , modellisation , biochemical processes , downstream processing
, fermentation technology
ENVIRONMENTAL BIOTECHNOLOGY
o. a. onderzoek bepaalde proteïnen in resistentie tegen vervuiling zware metalen
FUNCTIONAL FOODS
o. a. Recombinant Dairy Starters
o. a. gg bacteriën fermentaties laten veroorzaken die melkkwaliteit verhogen.
> sociale kaart 21
22
22
Page 23
24
22 > rapport 1 bis
A F D E L I N G P L A N T E N G E N E T ICA V UB
Vakgroep Toegepaste Biologische Wetenschappen, Brussel
Contact:
Afdeling Plantengenetica
Faculteit Wetenschappen
Vrije Universiteit Brussel
Pleinlaan, 2 1050 BRUSSEL
Tel. : + 32 2 359 02 51 Fax : + 32 2 358 45 47
e-mail: Geert. Angenon@ vub. ac. be ( diensthoofd)
23
23
Page 24
25
L A B O V O O R C E L G E N E T ICA V UB
Vakgroep Biologie Faculteit Wetenschappen, Brussel
Contact:
Laboratory of Cell Genetics
Pleinlaan 2 1050 Brussels
Prof. Dr. M. Kirsch-Volders ( diensthoofd)
tel. 32 2-629 34 23 fax. 32 2-629 27 59
Email: mkirschv@ vub. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen :
-Genotoxicity and cell survival in relation to cancer risk ( Prof. Dr. M. Kirsch-Volders)
-Genes and development ( Prof. Dr. L. Leyns)
-Animal Physiology and insects ( Prof. Dr. ir. G. Smagghe)
> sociale kaart 23
24
24
Page 25
26
24 > rapport 1 bis
A F D E L I N G G E N E T I S C H E V I R O L O G IE
Vakgroep Biologie, Brussel
Contact:
Afdeling Genetische Virologie
Vakgroep Biologie, Faculteit Wetenschappen, VUB
Pleinlaan 2 1050 Brussels
Tel: + 32 2 358.21. 94 Fax: + 32 2 359.02.31
Diensthoofd: Prof. Dr. Jean-Pierre Hernalsteens
Contactpersoon Genetica: Dr. Henri De Greve hdegreve@ vub. ac. be
Secretariaat : Mrs. Francine Deboeck : fdeboeck@ vub. ac. be
Werking:
Details organisatie:
Kernwoorden: Agrobacterium tumefaciens, Petunia hybrida, Arabidopsis thaliana, transgenic plants, random
gene fusions, gene tagging, leaf development, transposable elements, Escherichia coli, Salmonella typhimu-
rium, Salmonella enteritidis, fimbriae, virulence genes, vaccines.
25
25
Page 26
27
C H IS V UB
Chemische Ingenieurstechnieken en Industriële Scheikunde Vakgroep Scheikunde, Brussel
Contact:
CHIS
Vakgroep Scheikunde, Faculteit Wetenschappen
Vrije Universiteit Brussel
Pleinlaan, 2 1050 BRUSSELS
Werking:
Details organisatie:
Groep rond dhr. H Verelst ( e-mail : hverelst@ vub. ac. be ; gsm: 0495/ 267382)
Tel: + 32 2 6293249
Fax: + 32 2 6293248
Kernwoorden: treatment of waste , environmental research , chemical waste , waste water , tipping sites ,
packaging , pollutants
Groep rond dhr. Gino Baron ( e-mail : gvbaron@ vub. ac. be)
Tel. : + 32 ( 0) 2 6293246
Fax : + 32 ( 0) 2 6293248
Kernwoorden: bioreactors , fungi , pollutants , packaging , modelling , mass spectrometry , gasification ,
gas separation , gas cleaning , fluidisation , environmental research , energy , combustion , chemical waste
, chemical engineering , catalysis , biomass , adsorption , recycling of waste , waste water , zeolites , zeolite
, treatment of waste , tipping sites , separation
> sociale kaart 25
26
26
Page 27
28
26 > rapport 1 bis
M E KO V UB
Eenheid Menselijke Ecologie Faculteit Geneeskunde & Farmacie, Brussel
Contact:
Eenheid Menselijke Ecologie
Sociaal Medische Wetenschappen
Faculteit Geneeskunde, VUB
Campus Jette -VUB
Laarbeeklaan 103 1090 Jette
Tel: 02 477 42 88 Fax: 02 477 49 64
e-mail: gronsse@ meko. vub. ac. be ( secretariaat)
e-mail : lhens@ vub. ac. be ( dhr. Luc Hens, diensthoofd)
Werking:
Het onderzoek van de Vakgroep Menselijke Ecologie richt zich vooral op interdisciplinaire instrumenten voor
milieubeheer. In het verleden lag het accent vooral op milieueffectrapportage ( MER) , milieuzorgsystemen
( MZS) en levenscyclusanalyse ( LCA) . De laatste jaren is de focus van het onderzoek verschoven naar milieu
& gezondheid en verschillende aspecten van duurzame ontwikkeling.
De Vakgroep Menselijke Ecologie is ook actief op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Er lopen
samenwerkingsprojecten met o. a. Vietnam, Bolivia, Ghana en andere landen in de West-Afrikaanse regio.
De Vakgroep neemt ook deel in verschillende internationale onderwijs-en onderzoeksnetwerken
27
27
Page 28
29
Bijlage MEKO artikel Luc Hens
' EERLIJK VOEDSEL' ALS ALTERNATIEF
Luc Hens ( NoordZuid Cahier, maart 2000)
Tegen de achtergrond van een toenemende kritiek op GMO-ontwikkelingen onderzoekt deze bijdrage moge-
lijke alternatieven.
In een eerste deel wordt de houding van verschillende kerndoelgroepen tegenover de GMO-evolutie
beschreven. Hieruit komt een beeld naar voren dat vooral gekenmerkt is door grote heterogeniteit. Het
positieve beeld dat de GMO-industrie en haar wetenschappers ophangt, wordt sterk gesteund door de over-
heid. Sociale wetenschappers laten een meer kritisch geluid horen en milieu-en ontwikkelings-NGO' s evolu-
eren naar een steeds meer uitgesproken afwijzende houding. Dit beeld vindt men ook terug in ontwikke-
lingslanden. Brazilië wordt als voorbeeld naar voren gehaald. Men wordt daar geconfronteerd met een snel
evoluerende GMO-industrie, een zelfverzekerde en stimulerende overheid, indicaties van risicodelokalisatie
en een niet geïnformeerde en weifelende bevolking.
In de " weg vooruit" houdt deze bijdrage een pleidooi voor meer en indringende educatie die niet alleen
basisinformatie levert, maar ook leidt tot betrokkenheid, kennis en actie. Daar wordt ingegaan op de vraag
in welke mate " eerlijk voedsel" een constructief antwoord is op de GMO-kritiek. " Eerlijk voedsel" houdt
zowel componenten in van sociale als van milieukwaliteit en wordt geflankeerd door beleidsbegrippen als
chemische hygiëne en het voorzichtigheidsbeginsel. Daarnaast zal een beweging naar " eerlijk voedsel" ook
meer democratische initiatieven en een ethiek van het ' samen delen' en het ' genoeg' noodzaken.
GMO' s en duurzame ontwikkeling
Er worden door NGO' s en basisbewegingen nogal wat vragen gesteld bij het uiterst positieve beeld dat de
recombinant-DNA-industrie, de wetenschappers die in deze sector werken en de vaak sterk flankerende
overheid ophangen over de mogelijkheden om met deze nieuwe methoden honger te bestrijden, milieupro-
blemen op te lossen of betere geneesmiddelen te maken. De argumenten die worden aangehaald zijn ver-
schillend van aard, inhoud en overtuigingskracht:
> sociale kaart 27
28
28
Page 29
30
28 > rapport 1 bis
-aangetoonde en aantoonbare risico s van GMO-ontwikkelingen neemt men niet ernstig; de klassieke risi-
coanalyse is gekenmerkt door te grote wetenschappelijke onzekerheid en voldoet daardoor steeds minder;
-men stelt het maatschappelijk belang van deze nieuwe ontwikkeling, ook in een kennismaatschappij,
steeds vaker in vraag. Dit heeft wel eens te maken met de ( gedeeltelijk) valse argumenten die de verdedi-
gers van de technologie hanteren: GMO' s gaan regionale voedseltekorten niet oplossen en dragen evenmin
wezenlijk bij tot voedselzekerheid; GMO' s worden niet gebruikt om de hoge pesticidendruk op de ecosyste-
men te verlichten, maar maken integendeel deel uit van systemen die de totale pesticidenlast verhogen,
enzovoort.
Maar veel meer nog heeft de kritische maatschappelijke houding te maken met de vraag hoe deze ontwik-
kelingen wel constructief kunnen bijdragen tot duurzame ontwikkeling. Een kernprobleem voor de geloof-
waardigheid van GMO-ontwikkelingen is dat het antwoord op deze vraag steeds vager en minder duidelijk
wordt.
Daardoor komt de vraag naar de alternatieven op de voorgrond. Hoe zet men in een globaliserende context,
waarvan de nieuwe GMO-technieken deel uitmaken, een landbouwsysteem op de sporen dat meer aandacht
opbrengt voor de mens, de aarde, de volgende generaties, de gezondheid, de levenskwaliteit? Deze bijdra-
ge analyseert geselecteerde elementen van de mogelijke antwoorden op deze vraag. Men gaat eerst na
welke de basiskenmerken en de problemen zijn van de ontwikkeling waarvoor men alternatieven moet bie-
den. Aan de hand van enkele voorbeelden, wordt vervolgens nagegaan langs welke lijnen de ombuigsyste-
men zich aandienen.
Een opgedrongen ontwikkeling
Naarmate de discussie over de GMO-toepassingen vordert, vraagt men zich af wie de belanghebbenden bij
deze ontwikkelingen zijn.
De boeren zijn geen vragende partij, want de nieuwe technologie vergroot de afhankelijkheid van de toele-
veringssector. Steeds meer landen zien hun landbouwsector evolueren in een richting die het milieu niet of
alvast minder aantast, die sociaal rechtvaardiger is en die vooral door meer diversificatie van functies is
gekenmerkt. GMO' s zoals zaden met het terminatorgen hebben daarin geen essentiële plaats.
29
29
Page 30
31
De consumenten zijn geen vragende partij, want zij zijn de miskende risico s in de agro-industrie grondig
beu. Op hormonen in vlees en gekke koeien reageren ze door minder vlees te kopen. Dioxines en PCB' s in
eieren en kippen beantwoordt men door schuivend stemgedrag. Hoewel de consumentengroep van biolo-
gisch geteelde groenten beperkt is, neemt ze snel toe. Niemand vraagt naar zo goed als smaakloze Flaor
Sawr tomaten, zelfs wanneer die langer houdbaar zijn. Weinig consumenten wachten op zaad met meer
olie, of op melk met recombinant bovine groeihormoon ( bovine somatotropine) . Deze producten hebben
geen voordeel voor de gezondheid en beantwoorden evenmin aan een sociale nood. De vraag naar " eerlijk"
kwalitatief hoogstaand voedsel, dat zowel een biologisch als maatschappelijk correct aspect heeft, neemt
toe. Er zijn geen consumentenorganisaties waargenomen die een oplossing bepleiten waarvan genetisch
gewijzigd voedsel een wezenlijk onderdeel uitmaakt.
De verdedigers van de milieubelangen komen van een kale reis terug. Tien jaar geleden nog hoopten ze dat
GMO' s belangrijke milieuproblemen zouden kunnen terugdringen of oplossen. Nu stellen ze vast dat trans-
gene Bt aardappelen het foute antwoord bieden op de pestcontrole van de coloradokever en dat het intel-
lectueel nochtans aantrekkelijke mechanisme voorzien in de biodiversiteitsconventie, niet werkt. Bij milieu-
organisaties groeit de scepsis en begint het aanvoelen te overwegen dat het gebruik van GMO' s zonder
maatschappelijke en milieucorrecties naar een " armageddon van de biotechnologie" ( Knear, 1999) leidt.
Wetenschappers, als groep, nemen een veel meer hybride houding aan. Zij die zich met hun onderzoek in
de nieuwe ontwikkelingen hebben ingeschreven zijn de best gedocumenteerde en sterkste verdedigers van
deze ontwikkeling. Nochtans is bij herhaling gebleken dat wanneer deze reductionisten hun technologische
laboratoriumomgeving verlaten om zich op het terrein van de maatschappelijke discussie te begeven, zij
meteen ook hun objectiviteit achterwege laten. Niet zelden laten ze zich dan verleiden tot uitspraken die
alleen maar aantonen dat het enthousiasme voor de nieuwe technieken slechtziend tot blind maakt voor de
eventuele gevaren, en zelfs kan stimuleren tot geheimhouding. Het paradigma dat ze zo succesvol in hun
laboratorium hanteren, is ontoereikend voor een opbouwende maatschappelijke discussie. Daarnaast is er
de toenemende kritiek van vooral onderzoekers uit de sociale wetenschappen. Vooral wanneer het gaat
over toepassingen van GMO' s ( en veel minder over fundamenteel genetisch onderzoek) stelt men binnen
het veld van de wetenschap een groeiende diversiteit aan opinies en een verminderde consensus vast.
> sociale kaart 29
30
30
Page 31
32
30 > rapport 1 bis
De industrie die investeert in de ontwikkeling van deze GMO' s is, alvast in het openbaar, evenwel een één-
duidig positieve mening toegedaan. GMO' s zijn niets anders dan een actuele benadering van selectieme-
chanismen in de landbouw die we nu meer dan 5000 jaar toepassen; mogelijke risico s zijn naar best vermo-
gen onder controle; de nieuwe toepassingen komen als geroepen om grote maatschappelijke problemen het
hoofd te bieden; de vrijemarkteconomie biedt deze nieuwe dienst aan tot algehele voldoening van consu-
menten, werknemers en aandeelhouders. Maar tegelijk werkt deze industrie in grote stilte en met geheim-
houding aan veruit de meeste ontwikkelingen. Ze weigert informatie over GMO' s op de labels van de pro
ducten die ze slijt en gooit belangrijke sommen aan tegen grootschalige propaganda die een politiek en
sociaal aanvaardbaar klimaat voor de ontwikkelingen en de producten moet garanderen. De kern van deze
activiteit is geconcentreerd in een beperkt aantal bedrijven die zowel de genetisch veranderde planten als
dieren controleren. Dit roept niet onmiddellijk het beeld van een open, maar eerder van een totalitair
gecontroleerde markt op.
De GMO-industrie wordt in geïndustrialiseerde landen sterk geflankeerd door een overheid die in deze ont-
wikkelingen vooral een sterke component van de kennismaatschappij ziet. Dit geldt ondermeer voor de
Europese Unie. Het onderzoeksgeld dat de Unie ter beschikking stelt moet het de lidstaten mogelijk maken
hun marktpositie te verbeteren ten opzichte van de sterke competitie uit Noord-Amerika en ook steeds meer
uit Azië en Australië. In Vlaanderen is het beleid erop gericht om de recombinant DNA-industrie, als belang-
rijke component van de derde industriële revolutie, geen strobreed in de weg te leggen. Toelatingen voor
proeven worden vlot verschaft, controle op laboratoria en op veldproeven is minimaal tot afwezig, deelna-
me aan de internationale discussie diplomatisch-terughoudend, de stimulering van een maatschappelijke
discussie niet bestaande.
Het maatschappelijk plaatje rond de GMO' s vindt men terug op dezelfde kwalitatieve manier, maar geken-
merkt door een grotere variatie in ontwikkelingslanden. In landen als Argentinië en Mexico neemt het are-
aal van met GMO' s bebouwde gronden snel toe. Voor China schat men dat tijdens de eerste jaren van de
21ste eeuw een derde van het basisvoedsel rijst genetisch gewijzigd zal zijn. Dit zijn evenwel slechts de
resultaten van een ( deels) lokale onderzoeksactiviteit. Gedurende de periode van juni 1996 tot september
31
31
Page 32
33
1999 stonden de Braziliaanse autoriteiten meer dan 600 veldproeven met transgene organismen toe.
Hoewel de Braziliaanse overheid ervan uitgaat over een uitstekend controlesysteem op deze activiteiten te
beschikken willen waarnemers daaraan twijfelen. Een beperkte toelatingsraad met alleen reductionistische
wetenschappers uit de fundamenteel wetenschappelijke disciplines, garandeert wellicht niet de gewenste
reikwijdte en diepgang om gemiddeld 200 veldproeven per jaar grondig te beoordelen en te controleren.
Bovendien weerspiegelt dit cijfer ook een herlokalisatie van veldproeven vanuit landen waar de nodige ver-
gunningen steeds moeilijker te bekomen zijn. Bij dit cijfer moet men ook de niet toegelaten veldproeven
rekenen, waarvan vooral in het noorden van Brazilië het bestaan werd aangetoond. Hun aantal wordt min-
stens evengroot als dit van de toegestane proeven geschat ( Lemos de Freitas, 1999) .
Deze snelle evolutie en het optimisme van de overheid die meent de zaak onder controle te hebben
contrasteren fel met de reële situatie bij de bevolking. In 1998 voerde het " National Technical Biosafety
Committee CTNBio" een pilootstudie uit om te peilen naar de perceptie van de GMO-biotechnologie bij
het brede publiek in drie belangrijke steden in het zuiden. Hieruit bleek ondermeer dat:
-47% van de stedelingen nog nooit had gehoord over biotechnologie;
-slechts 3% geloofde dat het toezicht van de Braziliaanse overheid op de biotechnologische ontwikkelingen
efficiënt is.
Deze resultaten zijn symptomatisch voor een land waar de GMO-industrie sterk opzet, de overheid van meer
zelfvertrouwen blijk geeft dan ze objectief kan onderbouwen, de milieu-en ontwikkelingsorganisaties
uiterst kritisch tot negatief staan tegenover de ontwikkelingen en de wetenschappers een steeds grotere
diversiteit in mening vertonen.
De weg vooruit. Een pleidooi voor " eerlijk voedsel"
Blijkbaar hebben de meeste maatschappelijke groepen niet alleen niet gevraagd om de huidige GMO-evolu-
tie, maar groeit de diversiteit in opinies en worden, naarmate het debat voortduurt, vooral de negatieve
kanten van deze ontwikkeling duidelijker. Daardoor klinkt de vraag naar mogelijke alternatieven steeds lui-
der. Hoe kunnen we begrippen als duurzaam omgaan met de aarde, respect opbrengen voor biodiversiteit,
> sociale kaart 31
32
32
Page 33
34
32 > rapport 1 bis
een maatschappelijk wenselijke evolutie voor buren en consumenten, inbouwen in de voedselproductie van
de toekomst ?
Omtrent GMO' s lijkt een belangrijke educatieve demarche essentieel. Zeker in ontwikkelingslanden die zich
in deze nieuwe technologische evolutie inschrijven is er een manifest gebrek aan zelfs de meest elementaire
basisinformatie. Deze basiskennis moet bijdragen tot een bewustwording van de problematiek. In vele geïn-
dustrialiseerde landen als België komt dit proces op gang. Zo vroegen in augustus 1999 Oxfam, Velt, Wervel
en de Vogelbescherming aandacht voor veldproeven van GMO' s in Vlaanderen. " De Standaard" ( Van
Dooren, 1999) opende een discussieforum over de problematiek, nadat een maand eerder Le Monde
Diplomatique ( Dufour, 1999) in een hoofdartikel aandacht vroeg voor GMO' s onder de titel " Les savants
fous de l agro-alimentaire" .
Met deze bewustmakingsactiviteiten maakt men de weg vrij voor meer doelgerichte acties. In landen als
Groot-Brittannië, IJsland, Nederland en Duitsland waar de GMO-discussie reeds verder gevorderd is, heeft
men de eerste GMO-vrije winkel-en distributieketens zien ontstaan. De Zuid-Braziliaanse deelstaat Minas
Gerais verklaarde zich GMO-vrij. Dit betekent niet alleen dat er geen GMO-veldproeven gebeuren maar ook
dat nergens GMO-voedsel te koop is.
Het is evenwel de vraag of deze spontane, gedecentraliseerde acties in de beste Ghandiaanse traditie, die
door de NGO' s wordt gehuldigd, zullen volstaan om het tij te doen keren in een GMO-wereld die gedreven
wordt door te veel belovende vooruitzichten om ondanks wetenschappelijke onzekerheid over de risico s en
verregaande verschillen in meningen van deskundigen, zich naar het voorzichtigheidsprincipe te schikken.
Het lijkt de moeite om naast de kritische houding tegenover de toepassing van GMO' s bij de voedselproduc-
tie ook een pleidooi te ontwikkelen voor " eerlijk voedsel" .
" Eerlijk voedsel" vindt niet alleen zijn oorsprong in de negatieve ervaringen van consumenten met hormo-
nen behandelde koeien, antibiotica etende varkens, kippen gekweekt in onwaardige omstandigheden, met
zware metalen verontreinigde mosselen, gekke koeien en met dioxine en PCB' s gecontamineerde eieren en
33
33
Page 34
35
mayonaise. " Eerlijk voedsel" heeft vooral een positieve conotatie die zich zowel in een wetenschappelijk als
een maatschappelijke context situeert. Wetenschappelijk betekent het een voedselproductie die meer reke
ning houdt met milieuvereisten: de gronden niet uitput of overbevraagt, lage inputs van water, energie,
pesticiden en meststoffen, zonder voedingsvreemde contaminanten, gekweekt met waardebesef ten aan-
zien van plant en dier. Bij " eerlijk voedsel" zijn dit belangrijke ijkmaten van de kwaliteitsbeoordeling naast
de traditioneel gebruikte parameters. Het is interessant te noteren dat in vele ontwikkelingslanden deze
kwaliteitscriteria nog aanwezig zijn, zij het dat ze met de snel om zich heen grijpende aanleg van bijvoor-
beeld crutaceeënboerderijen en niet-seizoengebonden ananasoogsten snel dreigen te verdwijnen.
" Eerlijk voedsel" heeft ook een sociale dimensie. Het gaat over voedselproductie die een duurzame land-
bouw op lange termijn garandeert, over een redelijk inkomen voor de landbouwer, over een distributieketen
die zo kort mogelijk is en betrouwbaar tegen de achtergrond van de vermelde kwaliteitskenmerken, over
het beantwoorden aan de vraag van een geïnformeerde en bewuste consument.
" Eerlijk voedsel" past ook in een kader van flankerende maatregelen, die niet alleen hierop van toepassing
zijn. " Chemische hygiëne" is er één van. In snel tempo voegen we artificiële, door de mens gemaakte stof-
fen aan het milieu toe. In België beschikken we over meer dan 400 verschillende toegelaten stoffen om een
paar duizend combinaties van commerciële pesticiden op de markt aan te bieden. Dit is evident veel meer
dan men nodig heeft om efficiënt pesten te bestrijden, het milieu en de gezondheid te vrijwaren. Vooral
sinds de Tweede Wereldoorlog laten we in een hoog tempo nieuwe scheikundige stoffen in het milieu vrij,
waarvan zeer vele een beperkt tot vrijwel onbestaand maatschappelijk nut hebben. Het is aantoonbaar dat
we door een meer restrictieve houding een belangrijk voordeel voor gezondheid en milieu kunnen realise-
ren. Het instellen van een " chemische hygiëne" kan wellicht in evenveel gezondheidsvoordeel uitmonden
als het invoeren van de " microbiële hygiëne" nu meer dan 100 jaar geleden.
Een tweede flankerende maatregel betreft het vestigen van beleidsbeslissingen op het " voorzichtigheids-
principe" . Wanneer het gaat over GMO' s bevindt men zich in een discussie die gekenmerkt wordt door
grote wetenschappelijke onzekerheid bij het voorspellen van zowel de ecologische als de maatschappelijke
> sociale kaart 33
34
34
Page 35
36
34 > rapport 1 bis
risico s. Bovendien is het een ontwikkeling die dreigt ernstige en onomkeerbare schade aan het milieu toe
te brengen. Daardoor voldoet men aan alle voorwaarden om het voorzichtigheidsprincipe toe te passen
wat, vrij vertaald, inhoudt dat men handelt overeenkomstig de slechtst denkbare situatie. Deze houding
wordt sterk tegengewerkt door de propaganda van de GMO-industrie daarin bijgestaan door de weten-
schappers die in de toepassing van deze technologie betrokken zijn.
Besluit
Biotechnologie is een nieuwe stap in de industrialisering van de landbouw en de voedselproductie. Het is
vooral een stap die vanuit de GMO-industrie en de onmiddellijk betrokken wetenschappers, daarbij geflan-
keerd door een stimulerende overheid aantrekkelijker en risicolozer wordt voorgesteld dan hij in werkelijk-
heid is. Deze werkelijkheid is ondermeer gekenmerkt door onvolledig begrepen, maar bestaande risico s,
een niet bestaand maatschappelijk afwegingskader en een groeiend GMO misbruik in ontwikkelingslanden.
Het verdient aanbeveling om na te gaan in welke mate het concept " eerlijke voeding" geen alternatief
biedt voor de huidige " agro-industrie" . Dit concept verwijst naar kwalitatief hoogstaand voedsel, geprodu-
ceerd en verdeeld met respect voor mens en milieu in Noord en Zuid. Deze evolutie kan worden begeleid
door een overheid die, eerder dan zich aangetrokken te voelen tot biotechnologische avonturen van een
futuristische, globale kennismaatschappij, zich laat leiden door principes als chemische hygiëne en het
voorzichtigheidsbeginsel.
Een dergelijke evolutie vereist wellicht echter méér. Men moet de bereidheid hebben om de GMO-kennis in
handen van een tiental bedrijven en de daarmee gepaard gaande gecentraliseerde en gecommandeerde
economie te vervangen door een wijd gamma van gedecentraliseerde, democratische en economische initia-
tieven. Men moet de bereidheid hebben om de ethiek van de competitie te vervangen door de ethiek van
het samen delen. En men moet de bereidheid hebben om het kwaliteitsarme altijd meer, te vervangen door
een kwaliteitsvolle maatschappij en wereldbeeld van het voldoende.
35
35
Page 36
37
Referenties
ABRATES ( 1999) . Posição de Sector Sementeiro Frente aos Organismos
Geneticamente Modificados ( OGMs) . XI Congresso Brasiliero de Sementes.
http: / / www. mct. gov. br/ ctnbiotec/ midia/ midia02. htm ( 26 Oct 1999) .
Dufour F. ( 1999) . Les savants fous de l agro-alimentaire. Le Monde Diplomatique, Juillet 1999.
Knear B. ( 1999) . Farmageddon. Food and the Culture of Biotechnology. New Society Publishers, Gabriola
Island, Canada.
Lemos de Freitas J. F. ( 1999) . Genetically modified organisms in the Brazilian context. Paper Human Ecology
course. Human Ecology Department, VUB, Brussels, Belgium.
Tripp R. ( 1999) . The debate on Genetically Modified Organisms: relevance for the South Overseas
Development Institute, London, UK.
http: / / www. oneworld. org/ odi/ index. htm ( 09 Nov 1999) .
Van Dooren P. ( 1999) . Gentechnologen moeten dringend het plein op. De Standaard, 10, 19 aug 1999.
> sociale kaart 35
36
36
Page 37
38
36 > rapport 1 bis
FAC ULT E I T LA N D B O U W K U N D I G E E N
TO E G EPAST E B I O L O G I S C H E W E T E N S C H A P P EN K U L E U V EN
Contact:
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen
K. U. LEUVEN
Kasteelpark Arenberg 20 B 3001 Leuven
tel: 016/ 32 16 21, 016/ 32 16 19, 016/ 32 10 10 fax: 016/ 32 19 99
website: www. agr. kuleuven. ac. be
Werking:
Binnen de faculteit Landbouwkundige en toegepaste biologische wetenschappen van de K. U. Leuven wordt
ten dele gewerkt rond biotechnologie .
Een groot deel van het academisch onderzoek omtrent biotechnologie in Vlaanderen vindt plaats aan de
KUL.
Onderwijs
De faculteit Landbouwkundige en toegepaste biologische wetenschappen verzorgt de academische oplei-
ding van bio-ingenieurs. Na twee gemeenschappelijke kandidaturen kiest de student voor één van de hier-
onder opgesomde diplomarichtingen:
bio-ingenieur in de landbouwkunde
bio-ingenieur in het land-en bosbeheer
bio-ingenieur in de milieutechnologie
bio-ingenieur in de scheikunde
bio-ingenieur in de cel-en genbiotechnologie
37
37
Page 38
39
Hoewel deze laatste diplomarichting zich specifiek richt op biotechnologie, genieten ook de studenten van
de andere vier diplomarichtingen een basisopleiding in dit domein. Immers, in het derde jaar ( eerste inge-
nieursjaar) volgen alle studenten het vak algemene genetica met bijhorend practicum. Daarnaast worden
in verschillende diplomarichtingen, nog één of meerdere vakken gedoceerd, die verband houden met de
specialisatierichting en met genetica.
Voorbeelden hiervan zijn o. a.
In-vitroteelt en behandeling van planten en plantenweefsels ( major fytotechnie)
Toegepaste genetica van de huisdieren ( major veeteelt)
Microbiële genetica ( major industriële microbiologie)
De faculteit is medeorganisator van de voortgezette opleiding ' aanvullende opleiding in de cellulaire bio-
technologie' ( 3e cyclusonderwijs) .
> sociale kaart 37
38
38
Page 39
40
38 > rapport 1 bis
D EPART E M E N T L E V E N S M I D D E L E N
E N M I C R O B I Ë L E T E C H N O L O G IE K U L E U V EN
Faculteit andbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen, euven
Contact:
Departement Levensmiddelen en microbiële technologie
K. U. LEUVEN
Kasteelpark Arenberg 23
3001 HEVERLEE
Werking:
Details organisatie:
LABO VOOR LEVENSMIDDELENTECHNOLOGIE
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen
Dpartement Levensmiddelen en microbiële technologie
K. U. LEUVEN
Kasteelpark Arenberg 23
3001 HEVERLEE
Tel. : + 32 ( 0) 16 321572
Fax : + 32 ( 0) 16 321960
e-mail : marc. hendrickx@ agr. kuleuven. ac. be ( diensthoofd, prof)
Kernwoorden: high electric field pulses , high pressure , thermal processing , cooling , food preservation ,
food processing , food related enzymes , food quality
39
39
Page 40
41
LABO VOOR LEVENSMIDDELENMICROBIOLOGIE
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen
Dpartement Levensmiddelen en microbiële technologie
Kasteelpark Arenberg 23
B-3001 HEVERLEE
Tel. : + 32 16 321578 of + 32 16 321585 Fax : + 32 16 321960
e-mail : chris. michiels@ agr. kuleuven. ac ( diensthoofd, prof)
Kernwoorden: food safety , foor preservation , microbial inactivation , resistance mechanisms , stress res-
ponse , food spoilage
LABO VOOR INDUSTRIELE MICROBIOLOGIE & BIOCHEMIE
Kasteelpark Arenberg 23
3001 HEVERLEE
Tel. : + 32 16 321585 Fax : + 32 ( 0) 16 321997
e-mail : Kristel. Bernaerts@ cit. kuleuven. ac. be
Kernwoorden: bioprocess control , environmental biotechnology , mathematical modelling , food fermenta-
tion , bioreactorslogy , biodegradation
LABO VOOR LEVENSMIDDELENCHEMIE
Kasteelpark Arenberg 23
3001 HEVERLEE
Tel: + 32 16 321581 of + 32 16 321634 Fax: + 32 16 321997
e-mail : Jan. Delcour@ agr. kuleuven. ac. be ( diensthoofd, prof)
detail : van de 4 opgesomde labs binnen dit departement, is deze waarschijnlijk het minst actief
met biotechnologie.
> sociale kaart 39
40
40
Page 41
42
40 > rapport 1 bis
D EPART E M E N T TO E G EPAST E
P L A N T W E T E N S C H A P P EN KU L E U V EN
Faculteit andbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen, euven
Contact:
Departement Toegepaste plantwetenschappen
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen
Katholieke Universiteit Leuven
Kasteelpark Arenberg 30
B-3001 Heverlee
Verdere onderverdeling is bondig gehouden. KUL-site biedt zelf heel goede fiches met onderzoeksactivitei-
ten binnen dit departement, dus die links zijn hier overgenomen. Zie onder.
Werking:
Details organisatie:
Labo voor Fytopathologie en Plantbescherming
Willem De Croylaan 42
B-3001 Heverlee
Tel: + 32 16-322379 Fax: + 32 16-322976
e-mail : Willy. Peumans@ agr. kuleuven. ac. be ( prof)
e-mail: Lut. Ooms@ agr. kuleuven. ac. be ( secretaresse)
web : http: / / www. agr. kuleuven. ac. be/ dtp/ fyt/ labolpf. htm
Groep rond prof. Willy Peumans en dr. ir. Els Van Damme ( fiche)
41
41
Page 42
43
Centrum voor Microbiële en Plantengenetica
Kasteelpark Arenberg 20
B-3001 Heverlee
Tel: + + 32 ( 0) 16 32. 16.31 Fax: + + 32 ( 0) 16 32. 19.66
e-mail: anita. vermassen@ agr. kuleuven. ac. be ( secretaresse)
web : http: / / www. agr. kuleuven. ac. be/ dtp/ cmpg/ CMPG. html
detail: o. a. Jos Vanderleyden schreef mee aan ggo advies van VRWB ; deeltijds prof Willem Broekaert werkt
bij CropDesign
Groep rond prof. Jos Vanderleyden en prof. August Van Gool ( fiche)
Groep rond prof. Bruno Cammue en prof. Willem Broekaert ( fiche)
Groep rond prof. René De Mot ( fiche)
Labo voor Plantenteelt
de Croylaan 42
B-3001 Heverlee
Tel: + 32 16 322661 of + 32 16 322446
Fax: + 32 16 322966
e-mail: Maurice. DeProft@ agr. kuleuven. ac. be ( diensthoofd, prof)
e-mail: Maria. Gysemberg@ agr. kuleuven. ac. be ( secretaresse)
Labo voor Tropische Plantenteelt
Kasteelpark Arenberg 13
B-3001 Heverlee
Tel : + 32 16 321420 of + 32 16 321421
Fax: + 32 16 321993
e-mail : Rony. Swennen@ agr. kuleuven. ac. be ( diensthoofd, prof)
e-mail : Dirk. DeWaele@ agr. kuleuven. ac. be ( prof)
e-mail : Edwige. Andre@ agr. kuleuven. ac. be ( secretaresse)
> sociale kaart 41
42
42
Page 43
44
42 > rapport 1 bis
web : http: / / www. agr. kuleuven. ac. be/ dtp/ tro/ home. htm
detail : o. a. bezig met ontwikkeling van gg bananen die landbouw in derde wereld ten goede moeten komen
Groep rond prof. Rony Swennen ( fiche)
Fruitteeltcentrum KULWillem
de Croylaan 42/ 2
B 3001 Leuven
Tel : + 32 ( 0) 16/ 32.24. 46
Fax: + 32 ( 0) 16/ 32.29.66
e-mail : Paula. Bosmans@ agr. kuleuven. ac. be ( secretariaat)
e-mail: Johan. Keulemans@ agr. kuleuven. ac. be ( diensthoofd, prof)
web : http: / / www. agr. kuleuven. ac. be/ dtp/ fruit/ fruhomen. htm
kernwoorden : apple , biotechnology , breeding , disease resistance , fruit tree , genetic transformation ,
haploid induction , self-incompatibility
Groep rond prof. Johan Keulemans ( fiche)
43
43
Page 44
45
C E N T R U M V O O R L A N D B O U W
E N M I L I E U ECO N O M IE KU L E U V EN
Faculteit andbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen KUL
Contact:
Centrum voor Landbouw en Milieueconomie
Departement Agrotechniek en economie
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen, KULWillem
De Croylaan 42 3001 Leuven
Tel: + 32 16 321616 of + 32 16 321614 Fax : + 32 16 321996
e-mail : Eric. Tollens@ agr. kuleuven. ac. be ( diensthoofd, prof)
( deskundigheid: " agricultural and food marketing, agricultural economics in developing countries" )
e-mail : Erik. Mathijs@ agr. kuleuven. ac. be ( prof)
( deskundigheid: " sustainable agriculture and natural resource economics, agricultural and food policy" )
web : http: / / www. agr. kuleuven. ac. be/ aee/ clo/ clohomen. htm
o. a. Noël Devisch van de Belgische Boerenbond is deeltijds prof binnen deze groep landbouweconomie
Werking:
Groep rond prof. Eric Tollens ( fiche)
Details organisatie:
Departement Agrotechniek en -economie is onderverdeeld in volgende labs:
-agrarische bouwkunde
-landbouwwerktuigkunde
-statistiek en proeftechniek
> sociale kaart 43
44
44
Page 45
46
44 > rapport 1 bis
-naoogsttechnologie
-landbouw-en milieueconomie
Eric Tollens heeft deskundigheid in landbouw en economie, en plaats van biotechnologische landbouw
daarin.
Erik Tollens is promotor van een VIB-Onderzoeksproject in het Technology Assessment luik. Het gaat om een
toekomstmodelering van de economische impact van biotechnologie in de landbouw: Micro-en macro-eco-
nomische analyse van de economische voordelen en kosten van biotechnologische toepassingen.
Onderzoeker is Matti Demont.
45
45
Page 46
47
CA B ME KU L E U V EN
Centrum voor Agrarische, bio-en milieu-ethiek, euven
Contact:
CABME
Afdeling binnen Interfacultair Centrum Wetenschap, Techniek en Ethiek
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen, KULKasteelpark
Arenberg 30 B-3001 Heverlee
Tel: + 32 16 329665 Fax: + 32 16 321994
e-mail : Eddy. Decuypere@ agr. kuleuven. ac. be ( diensthoofd, prof, immunologie van huisdieren )
e-mail : Raoul. Weiler@ agr. kuleuven. ac. be ( prof ; gsm: 075351694)
e-mail : Jo. DeTavernier@ theo. kuleuven. ac. be ( prof, moraaltheoloog)
Web: http: / / www. kuleuven. ac. be/ cabme
Werking:
Dit Centrum houdt zich onder andere bezig met de vraag: mag alles wat kan in de biotechnologie en dit
vanuit een Christelijke, ethische invalshoek.
" De ontwikkeling van de ( bio) techniek, de evolutie van de voedsel-voorziening en de grenzen van de ecolo-
gische draagkracht van de aarde plaatsen ons voor nieuwe maatschappelijke vragen. Het Centrum wil aan
de hand van wetenschappelijke, ethische en filosofische reflectie deze uitdagingen analyseren, oorzaken
aanduiden en inhaken op het maatschappelijk debat. Hierbij ligt de nadruk in hoofdzaak op het onderzoek
naar de relatie tussen mens, dier en milieu met het oog op een milieu-en diervriendelijker samenleving, een
sociaal rechtvaardige en ecologisch duurzame toekomst. Het Centrum wil daarom functioneren als een
interdisciplinair vormings-en informatiecentrum voor allen die bekommerd zijn om ecologisch-ethische pro-
blemen en voor wie verder wil denken over aspecten van een ingenieursethiek. "
> sociale kaart 45
46
46
Page 47
48
46 > rapport 1 bis
Details organisatie:
" Op vraag van oud-rector Dillemans wordt door de Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische
Wetenschappen en binnen de structuur van het Overlegcentrum voor Christelijke Ethiek ( K. U. Leuven) in 1996-97 een
nieuw centrum opgericht: het Centrum voor Agrarische Bio-en Milieu-Ethiek, kortweg het CABME. Het centrum ver-
voegt reeds bestaande centra zoals het Centrum voor Bio-medische Ethiek en Recht, het Centrum voor Economie en
Recht en de interfacultaire werkgroep Mens en Ethiek. Het CABME krijgt een interdisciplinaire dimensie zodat de
ethisch-filosofische reflectie voldoende toegepast is en aansluiting vindt bij een positief-wetenschappelijke en empi-
rische benadering. Daarom wordt het CABME gehuisvest in de Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische
Wetenschappen. "
Activiteiten omtrent GGO s:
" Vanuit het Cabme wordt op heden intensief gewerkt aan drie lopende onderzoeksprojecten: over de intensieve vee-
houderij als moreel probleem, over de maatschappelijke en ethische discussie over genetische modificatie bij plant en
dier en over xenotransplantatie en ethische criteria. " Zie bijlage.
Met enige regelmaat lezingen omtrent landbouw & ethiek : o. a. lezing door ir. Jacques Van Outryve, landbouwjour-
nalist, op donderdag 16 maart 2000 om 11. 30u. in aula G01, Celestijnenlaan 200, Heverlee : De Europese WTO-dis-
cussie omtrent plantenbiotechnologie
Raoul Weiler is co-auteur van MIRA-T rapport, thema ggo s.
Banden met:
Ook bij CABME: landbouwjournalist Jacques van Outryve, die is o. a. lid van Belgische Boerenbond en CD& V
CABME geeft op website zelfs een link naar dierenrechtenorganisatie GAIA.
47
47
Page 48
49
Bijlage CABME
GENETISCHE MODIFICATIE BIJ PLANT EN DIER
Gelet op de noodzaak van meer voedselzekerheid in de hoofdzakelijk zuidelijk gelegen landen in ontwikke-
ling en de trend van meer voedselveiligheid en van specifieke voedingsgewoontes ( bio-producten, specifieke
kwaliteit, gemakvoeding, nieuwe voedingsmiddelen en voedingsingrediënten - novel food , nieuwe voeder-
middelen - novel feed ) en hernieuwbare grondstoffen in de vooral noordelijk gelegen geïndustrialiseerde
en welvarende landen enerzijds en de absolute noodzaak van een meer duurzame landbouw-en voedsel-
productie anderzijds wordt nagegaan in hoeverre nieuwe technologieën zoals biotechnologie en meer
bepaald genetische wijziging of modificatie van planten en dieren al dan niet een maatschappelijke bijdrage
kunnen leveren.
Genetische modificatie is een discipline van de biotechnologie die vanuit verschillende oogpunten maat-
schappelijk omstreden is. De argumenten zijn velerlei en van zeer uiteenlopende aard. Zij kunnen comple-
mentair, echter ook tegenstrijdig zijn op het vlak van voedselveiligheid, milieu en biodiversiteit, economi-
sche afhankelijkheid, eerlijke handel, landbouwproductiemethode, gebruik van hernieuwbare grondstoffen,
recht op vrije keuze van producent en consument, bescherming van uitvindingen ( octrooirecht) enzovoort.
Op al deze fronten zijn bovendien verschillende actiegroepen ( NGO s) actief. Zij richten zich vaak op slechts
een enkel deelaspect van de problematiek.
Ook het beleid en de wetgeving terzake kent bijgevolg zeer verschillende invalshoeken, is versnipperd en
kan ook tegenstrijdig zijn. Bovendien zijn alle beleidsniveau s ( regionaal, nationaal, Europees en internatio-
naal) bij de problematiek betrokken en is de opdeling van bevoegdheden van de bestaande ( internationale)
instellingen en overeenkomsten ( protocols) niet van dien aard om meer duidelijkheid in het debat te bren-
gen en een gestroomlijnd beleid te voeren. De bestaande instellingen en protocols zijn in het leven geroe-
pen toen van een dergelijke moderne en veelomvattende problematiek nog geen sprake was. Vandaar die
versnippering. Op verschillende internationale en nationale fora spelen zich dezelfde discussies af door
andere vertegenwoordigers en met vaak andere argumenten. Terwijl de internationale gemeenschap zich dit
bewust wordt en het debat probeert te stroomlijnen staat de wetenschap niet stil en vindt het bedrijfsleven,
dat geen of veel minder hinder ondervindt van versnippering, steeds nieuwe en meer verfijnde toepassingen
uit waarvoor het toelating wenst te bekomen om hen uit te testen en op de markt te brengen. De kloof tus-
> sociale kaart 47
48
48
Page 49
50
48 > rapport 1 bis
sen bedrijfsleven, landbouw-en voedselproducenten, overheid en maatschappij is dan ook zo groot gewor-
den dat een sereen debat niet tot stand ( meer) komt door gebrek aan overzicht, duidelijke definities en
afbakening van een problematiek die betrekking heeft op een technologie die steeds dieper ingrijpt in het
leven zelf.
De bedoeling van de studie is dan ook om op wetenschappelijk gefundeerde wijze de verschillende ethische
bekommernissen te inventariseren en hun invloed op de verschillende beleidsniveau s te kwantificeren.
Aan de grondslag van de sociale, economische en ecologische bekommernissen met het oog op duurzame
ontwikkeling liggen immers meerdere en zeer verschillende bio-ethische opties.
Indachtig dat genetische modificatie ook een van de belangrijkste discussiepunten is in de onderhandelin-
gen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie ( WTO -SPS-akkoord en TRIPS) waar meer dan 130 landen
aan deelnemen, zowel uit Noord als uit Zuid, met verschillende bekommernissen en prioriteiten ( voedselze-
kerheid versus voedselveiligheid ) en verschillende voedingstrends en -gewoontes ( voedsel om te overle-
ven versus voedsel als bron van geluk en gezondheid ) wil de studie de problematiek dan ook in haar
wereldcontext plaatsen. De regionale gevoeligheden en culturele verschillen, maar ook de verschillen in pri-
oriteit, wegen immers sterk op het politieke debat dat vandaag wordt gevoerd. Meteen moet de studie een
wetenschappelijk gefundeerde evaluatie kunnen maken van de slaagkansen van deze nieuwe technologie
waarbij duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de verschillende toepassingen ervan. De toets-
steen is het concept van duurzame ontwikkeling dat wereldwijd ingang heeft gevonden en waaraan ook
de toekomstige landbouwproductie en de voedselprocessing zal moeten voldoen. Hierbij worden ook in het
kader van duurzame ontwikkeling toepassingen bekeken in de non-voedingssector: landbouwgewassen
( bio-productie) die worden gebruikt als of verwerkt tot hernieuwbare ( energie) grondstoffen of voor de pro-
ductie van bio-chemicals.
Bij de toepassing van de bedoelde nieuwe technologie op landbouwhuisdieren gaat het onder meer om de
aanmaak van specifieke producten voor de farmacie of organen met het oog op xenotransplantatie. Het
gebruik van deze technieken op dieren moet ook afgewogen worden tegenover biotechnologische ontwik-
kelingen in de menselijke geneeskunde die dezelfde toepassingen als doelstelling hebben.
Voor meer informatie: Jacques. VanOutryve@ agr. kuleuven. ac. be
Promotor: Johan. DeTavernier@ agr. kuleuven. ac. be
49
49
Page 50
51
L A B O RATO R I U M
V O O R G E N T E C H N O L O G I E ( L O G T) KU L E U V EN
Departement Dierproductie Faculteit andbouwkundige
en Toegepaste BiologischeWetenschappen, euven
Contact:
Labo voor Gentechnologie
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen, KULKasteelpark
Arenberg 20
B-3001 Leuven
tel. 016/ 32 96 67
fax. 016/ 32 19 65
e-mail : Guido. Volckaert@ agr. kuleuven. ac. be ( diensthoofd)
web : http: / / www. agr. kuleuven. ac. be/ dp/ logt
Werking:
Kernwoorden : plant molecular biology , transgenic plants , antifungal proteins , biotechnology , genetically
engineered microorganisms , nitrogen fixation , microbial genetics
Details organisatie:
" Onderzoek van het Laboratorium voor Gentechnologie ( LoGT) gebeurt in het domein van de gen-en
genoomexploratie. Het is gericht enerzijds naar de ontwikkeling en optimalisatie van methodologie voor de
studie van genen en genomen, anderzijds naar toepassing ervan bij structuur-functieanalyse, eiwit-eiwitin-
teracties, exploratie van genetische diversiteit en variatie, en DNA-vaccinatie. Basistechnieken zijn onder-
meer DNA-klonering, sequentie-analyse, gerichte mutagenese, expressie-en expositiesystemen, en bio-
informatische analyse. Doelwitorganismen hierbij zijn zowel van microbiële, plantaardige als dierlijke aard.
Het genoomonderzoek het LoGT steunt op drie decennia expertise in DNA-sequentie-analyse en ruim twee
> sociale kaart 49
50
50
Page 51
52
50 > rapport 1 bis
decennia in kloneringstechnologie. Het LoGT stond mee aan de wieg ( in 1988) van het allereerste genoom-
project, een EU-initiatief voor de opheldering van de struktuur van chromosoom 3 van bakkersgist, waar-
mee tevens de weg geëffend werd ( en industriële interesse en geloofwaardigheid gewekt) voor verdere
grootschalige genoomsequencing. Het LoGT was een majeure partner in diverse van de daaropvolgende
internationale projecten ( -verdere afwerking van het totale 16 chromosomen-tellende gistgenoom,
Schizosaccharomyces pombe, Leishmania major, Arabidopsis thaliana of zandraket, enz. -) . Met de beëindi-
ging van laatstgenoemd project zal in november-december e. k. het eerste volledige plantengenoom bekend
zijn.
Gradueel verlegde het LoGT hierbij zijn accent van de systematische sequencing, met steeds snellere en
grootschaliger analysemogelijkheden ( automatisatie en robotisatie) , naar specialisatie op problematische
gebieden, met name die gebieden waar niemand, inclusief de grote sequencing-centra, blijf mee wisten.
Onze expertise is hiermee uniek geworden, en steeds weer worden wij, vanuit centra wereldwijd, aange-
zocht voor het oplossen van deze probleemgebieden. Het zijn zeer vaak gebieden waar complexe herhalin-
gen liggen, of waar het enzyme dat bij sequentie-analyse gebruikt wordt, niet doorheen geraakt.
Voorbeelden hiervan kregen we van Washington University, Cold Spring Harbor Laboratory, TIGR, CPRO-
Wageningen, GATC-Konstanz, enz. Als de genoomsequenties van gist en zandraket nagenoeg " gap" -loos
zijn, d. w. z. geen openingen meer bevatten die met de standaardtechnieken niet oplosbaar blijken, is dit
hoofdzakelijk aan het Laboratorium voor Gentechnologie van de K. U. Leuven te danken.
Naast genoomsequencing spitst ander onderzoekswerk van het laboratorium zich toe op de functionele ont-
rafeling van de gensequenties die in genoomprojecten geïdentificeerd worden, op het maken van tempera-
tuur-gevoelige genproducten ( " moleculaire schakelaars" ) , op de karakterisatie van het tarwegenoom en de
moleculaire diversiteit van tarwevarieteiten en andere planten, op DNA vaccinatie van kalkoenen, enz. "
51
51
Page 52
53
Bijlage oGT
" Het Arabidopsis thaliana genoom volledig in sequentie gebracht" :
115,4 miljoen baseparen in de vijf DNA' s ( in vijf chromosomen) zijn in volgorde gebracht. Deze verwezenlij-
king werd vorige week internationaal bekend gemaakt in persconferenties en in het vaktijdschrift Nature.
Aan dit reuzenproject namen 6 internationale ( gelegenheids) consortia deel, 3 Amerikaanse, 2 Europese en
een Japans. Twee Vlaamse laboratoria hoorden hierbij: het Laboratorium voor Plantengenetica van de
R. U. G. en het Laboratorium voor Gentechnologie ( LoGT) van de K. U. Leuven. Samen zorgden zij voor 1, 5 tot
2 % van het totaal van de sequenties, hetgeen, alle verhoudingen qua aantal laboratoria en omvang van de
deelnemende landen in acht genomen, een zeer ruim aandeel is.
Bijzonder aan deze realisatie is het feit dat we nu voor het eerst beschikken over een continue genoomse-
quentie van een multicellulair organisme, want eerdere meldingen van de genoomsequenties van multicellu-
laire wezens ( een aaltje, de fruitvlieg, de mens) zaten nog vol " gaten" en zijn nog steeds eerder ruwe
proefdrukken dan afgewerkte ketens. Het is het Laboratorium voor Gentechnologie geweest, dat met zijn
bijzondere expertise in het ontrafelen van " problematische" DNA-gebieden, gezorgd heeft voor deze finale
afwerking. Het betrof meer dan twintig dergelijke gaten die dienden ingevuld te worden, en meer dan
zestig gebieden waar rechtstreekse verificatie op het genoom nodig was om tegenstrijdige resultaten uit te
klaren.
Met deze afgewerkte sequentie ligt niet alleen de weg open naar de functionele analyse van de meer dan
25.000 genen van dit organisme, maar kunnen nu ook basisaspecten van genoom-en chromosoomopbouw
en -regulatie nader onderzocht worden.
Arabidopsis thaliana is een wijdverspreid onkruid, zandraket genoemd, dat een gemeenschappelijke voorou-
der heeft met het meer bekende herderstasje. In vergelijking met andere planten heeft het een klein
genoom. Voor onderzoeksdoeleinden is dit een nuttige eigenschap, evenals zijn snelle groei en kleine
omvang. Dit genoom zal zonder twijfel de leidraad zijn in het genoomonderzoek van andere planten, waar-
onder in eerste instantie de talrijke landbouwgewassen.
> sociale kaart 51
52
52
Page 53
54
52 > rapport 1 bis
C IR KU L E U V E N , KU B R U S S EL
Centrum voor Intellectuele Rechten Faculteit Rechten, euven, Brussel
Contact:
Centre for Intellectual Property Rights
Huis " Eygen Heerd"
Minderbroederstraat 5, 3000 Leuven
Tel. : ( + 32) 16 32 37 32 Fax. : ( + 32) 16 -32 37 30
e-mail : frank. gotzen@ law. kuleuven. ac. be of frank. gotzen@ kubrussel. ac. be ( directeur CIR)
e-mail : willy. geysen@ rec. kuleuven. ac. be ( voorzitter CIR)
e-mail : geertrui. vanoverwalle@ law. kuleuven. ac. be ( expert octrooien en biotechnologie)
web : http: / / www. law. kuleuven. ac. be/ cir/ index. html
Werking:
Dit Centrum streeft ernaar, betere inzichten te krijgen in nieuwe en evoluerende deelgebieden in het uitge-
breide domein van de intellectuele rechten ( bv. biotechnologische vindingen) en in de algemene problema-
tiek van onder andere het octrooirecht en het merkenrecht.
-Stimuleren van wetenschappelijk onderzoek
-Reeks boeken gepubliceerd, o. a. ook over octrooi en biotechnologie
-Conferenties organiseren
-Consultancy voor bedrijfjes over patentwetgeving
Details organisatie:
Opgericht in 1988, door rechtenfaculteiten van KUL en Katholieke Universiteit Brussel ( KUB) . " This Centre
was founded in response to an increasing need felt by scientists, lawyers, technologists and companies. The
object was, and still is, to gain a profound knowledge in patent, trade mark, design and copyright law.
53
53
Page 54
55
More in particular the CIR wishes to gain a better insight into new and evolving areas of intellectual proper-
ty law ( such as the protection of software, semi-conductor products and biotechnological inventions, stan-
dardisation and technology transfers) and the general problems of patents, trade marks, designs and copy-
right. "
O. a. erg interessant op de site: FAQ s over Wat is een octrooi?
Activiteiten omtrent GGO s:
O. a. enkele boeken :
-Octrooieerbaarheid van plantenbiotechnologische uitvindingen -Patentability of Plant Biotechnological
Inventions, G. VAN OVERWALLE, 1996.
-Octrooirecht, ethiek en biotechnologie -Patent Law, Ethics and Biotechnology -Droits des brevets, éthique
et biotechnologie, G. VAN OVERWALLE ( ed. ) , 1998.
-Octrooirecht en geneesmiddelen, G. VAN OVERWALLE ( ed. ) , 2000.
O. a. enkele congressen :
Octrooirecht, Ethiek en Biotechnologie -Patent Law, Ethics and Biotechnology -Droit des Brevets, Ethique
et Biotechnologie ( Brussels -29 April 1997)
> sociale kaart 53
54
54
Page 55
56
54 > rapport 1 bis
A F D E L I N G FYS I O L O G I E VA N P L A N T E N
E N M I C R O -O R G A N I S M EN KU L E U V EN
Departement Biologie Faculteit Wetenschappen, euven
Contact:
Afdeling Fysiologie van Planten en Micro-organismen
Departement Biologie, Faculteit Wetenchappen, KULKasteelpark
Arenberg 31 B-3001 Heverlee
Tel : + 32 16 321507 of + 32 16 321500 Fax : + 32 16 321979
e-mail : Jan. Geuns@ bio. kuleuven. ac. be ( diensthoofd labo plantenfysiologie)
e-mail Johan. Thevelein@ bio. kuleuven. ac. be ( diensthoofd labo celbiologie)
web : http: / / cwisdb. cc. kuleuven. ac. be/ onderzoek/ T/ groep221813. htm
Werking:
Kernwoorden : genetic engineering , inulin , yeast , signal transduction , organogenesis , nutrient-sensing ,
growth control , fructans
Onderverdeeld in :
-labo plantenfysiologie
-labo moleculaire celbiologie
labo ontwikkelingsbiologie ( niet zo relevant)
55
55
Page 56
57
L A B O V O O R D I E R L I J K E G E N E T ICA R UG G E NT
Faculteit Diergeneeskunde, Gent
Contact:
Labo voor Dierlijke genetica
Vakgroep diervoeding, dierlijke genetica, veeuitbating en ethologie
Faculteit Diergeneeskunde
Hoofd van de onderzoekseenheid : Prof. Dr. A. Van Zeveren; Prof. Dr. L. Peelman
Adres : Heidestraat 19, 9820 Merelbeke
Tel. : + 32 ( 0) 9/ 264. 78.00 ; 264. 78.03 Fax. : + 32 ( 0) 9/ 264. 78. 49
Email: Alex. Vanzeveren@ rug. ac. be ; Luc. Peelman@ rug. ac. be
URL: http: / / allserv. rug. ac. be/ ~ mavpouck/
O. a. bezig met kwalitateitscontrole rundvlees via DNA-merkers.
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Identificatie van huisdieren en ouderschapscontrole met behulp van DNA merkers en klassieke bloed-
merkersystemen.
Erfelijke aandoeningen bij landbouw-en gezelschapsdieren
Erfelijke grondslag van productiekenmerken bij landbouwhuisdieren
Trefwoorden : moleculaire genetica, genenmapping, DNA, veeteelt, selectie
Perspectieven
Kandidaatgenen voor vlees-en karkaskwaliteit bij varkens
Kandidaatgenen voor vlees-en karkaskwaliteit bij runderen
Relatie tussen geboortegewicht, geboorteproblemen en jeugdgroei bij vleesvee
SNPs en DNA chips
> sociale kaart 55
56
56
Page 57
58
56 > rapport 1 bis
C DO R UG
Centrum voor Duurzame Ontwikkeling Faculteit Pol & Soc, Gent
Contact:
Hoofd van de onderzoekseenheid: Bernard Mazijn
Poel 16, B-9000 Gent
Tel: 09/ 264.82. 10
Fax: 09/ 264.83.90
e-mail: cdo@ rug. ac. be
Website: http: / / cdonet. rug. ac. be/
Misschien niet direct actief omtrent biotechnologie, maar wel omtrent derde wereld en duurzame ontwikke-
ling.
Werking:
Het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling heeft tot doel op een multidisciplinaire wijze duurzame ontwik-
keling als beleidskader verder uit te bouwen. De werking is gericht op onderzoek naar en ondersteuning van
rationele besluitvorming en doelmatigheid van beleidsinstrumenten, in functie van langetermijndoelstellin-
gen, in een geïntegreerd perspectief met maximale aandacht voor participatie en communicatie.
In de multidisciplinaire aanpak dienen ondermeer volgende vijf hoofdlijnen aanwezig te zijn : ecologische,
sociale, economische, institutionele en ethische facetten.
De belangrijkste onderzoekslijnen zijn:
Duurzame ontwikkeling op elk beleidsniveau, met bijzondere aandacht voor indicatoren
Milieugebruiksruimte, voorraadbeheer en grondstoffen
Product-en procesevaluatie
Mobiliteit en verkeersveiligheid
Ontwikkelingssamenwerking en duurzame ontwikkeling in de Derde Wereld
57
57
Page 58
59
A F D E L I N G M I L I E U F I L O S O F I E E N B I O -E T H I EK R UG
Fac. etteren en Wijsbegeerte, Gent
Contact:
Afdeling Milieufilosofie en Bio-Ethiek
Fac. Letteren en Wijsbegeerte
Universiteit Gent
Blandijnberg 2 9000 GENT
Tel. : + 32 ( 0) 9 2643982 Fax : + 32 ( 0) 9 2644187
e-mail : Hugo. VanDenEnden@ rug. ac. be ( bio-ethiek)
e-mail : Sigrid. Sterckx@ rug. ac. be ( experte patent en biotechnologie)
e-mail : Johan. Braeckman@ rug. ac. be ( bio-ethiek ; o. a. boek over klonen )
e-mail : Danny. DeWaele@ rug. ac. be ( bio-ethiek ; o. a. onderzoeksprojecten over ggo s & ethiek)
e-mail : Paul. Gimeno@ rug. ac. be ( milieufilosofie)
Werking:
Kernwoorden : agricultural products , environmental philosophy , environmental ethics , octrooiwetgeving
Details organisatie:
o. a. ook prof. Koen Raes daaraan verbonden, ondervoorzitter Vlaamse Gezondheisraad, waar één van de 5
ggo-adviezen is geformuleerd.
Activiteiten omtrent GGO s: Sigrid Sterckx actief als panellid in tal van biotechnologie debatten.
Van haar ook publicaties omtrent Biotechnologie, octrooien en ethiek . Waele staan online op
http: / / aivwww. rug. ac. be/ Onderzoeksbeleid/ techno2002/ NL/ LW/ I-LW01V08. htm
> sociale kaart 57
58
58
Page 59
60
58 > rapport 1 bis
C E N T R U M V O O R M I L I E U R E C HT R UG
Faculteit Rechten, Gent
Contact :
Centrum voor Milieurecht
Faculteit Rechten
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. Dr. L. LAVRYSEN
Adres: Universiteitstraat 4, B-9000 Gent, België
Tel. : + 32-( 0) 9-264.69.27 Fax: + 32-( 0) 9-264.69.90
Email: Luc. Lavrysen@ rug. ac. be
URL: http: / / www. law. rug. ac. be/ burger/ web_ vakgroep/ Milieurecht/ Home/ Index. htm
Biotechnologie en milieu, biotechnologie en toekomstige aansprakelijkheid bij milieuschade : misschien heb-
ben zij hierover wat te melden.
Werking:
Onderzoeksdomeinen
De instrumenten van het milieubeleid en de systematisering en codificatie van het milieurecht
Aansprakelijkheid voor milieuschade
Juridische aspecten van de bodemsanering
De ontwikkeling van het nationaal en Europees milieurecht
Juridische aspecten van het natuurbehoud en de landschapszorg
Juridische aspecten van de ruimtelijke ordening en stedenbouw en het grondbeleid
Zelfregulering in het milieurecht
Organisatie van opleidingsprogramma' s en studiedagen
Analyse van de rechtspraak inzake leefmilieu
59
59
Page 60
61
Perspectieven
Het voortzetten van het wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot het milieurecht en de algemene
milieuproblematiek en meer in het bijzonder over:
De instrumenten van het milieubeleid en de systematisering en codificatie van het milieurecht
Aansprakelijkheid voor milieuschade
Juridische aspecten van de bodemsanering
De ontwikkeling van het nationaal en Europees milieurecht
Juridische aspecten van het natuurbehoud en de landschapszorg
Juridische aspecten van de ruimtelijke ordening en stedenbouw en het grondbeleid
Zelfregulering in het milieurecht
Organisatie van opleidingsprogramma' s en studiedagen
Analyse van de rechtspraak inzake leefmilieu
> sociale kaart 59
60
60
Page 61
62
60 > rapport 1 bis
FAC ULT E I T L A N D B O U W K U N D I G E E N
TO E G EPAST E B I O L O G I S C H E W E T E N S C H A P P E N R UG
Contact:
Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen
Universiteit Gent
Blandijn 2 9000 Gent
Naast de KUL is vooral de RUG op academisch niveau actief met biotechnologie. RUG heeft ook banden met
het VIB, niet ver ervandaan gevestigd.
Werking:
Details organisatie:
Binnen de faculteit zijn volgende vakgroepen relevant :
Vakgroep Landbouweconomie
Vakgroep Plantaardige productie
Vakgroep Gewasbescherming
Vakgroep Biochemische en microbiële technologie
Vakgroep Levensmiddelentechnologie en Voeding
Vakgroep Toegepaste Ecologie en Milieubiologie
Vakgroep Dierlijke Productie
Vakgroep Moleculaire Biotechnologie
De interessantste afdelingen van die afdeling staan in de komende pagina s geficheerd.
61
61
Page 62
63
A F D E L I N G L A N D B O U W ECO N O M I E ,
L A N D B O U W P O L I T I E K E N R U R A L E M I L I E U-
ECO N O M I E VA K G R O E P L A N D B O U W ECO N O M I E R UG
Contact:
Landbouweconomie, Landbouwpolitiek en Rurale Milieu-economie
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. L. Martens, Prof. G. Van Huylenbroeck
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 59 25 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 46
Email: Laurent. Martens@ rug. ac. be, Guido. Vanhuylenbroeck@ rug. ac. be ( profs)
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Het onderzoek op het gebied van de algemene landbouweconomie, landbouwpolitiek en rurale milieuecono-
mie bestudeert vooral de relaties en interactie tussen het landbouwbedrijf en de externe omgeving. Hierbij
wordt aandacht besteed aan de invloed van het beleid, met in de eerste plaats het Europees landbouwbe-
leid, de bedrijfseconomische en structurele gevolgen van de regelgeving op het vlak van milieu en ruimte-
lijke ordening, de mogelijkheden tot diversificatie in de landbouwsector, het plattelandsbeleid en platte-
landsontwikkeling. Verder wordt aandacht besteed aan de financierings-en opvolgingsproblematiek in
land-en tuinbouw, de agrarische bedrijfseconomie en aan de mogelijkheden tot herstructurering van de
land-en tuinbouwsector. Hierbij wordt gebruik gemaakt van econometrische en operationele onder-
zoekstechnieken ( logit/ probit analyse, LP, multicriteria-analyse, . . . ) , maar ook van kwalitatieve onderzoeks-
methoden. Naast het onderzoek met betrekking tot de Belgische problematiek, worden ook een aantal bui-
tenlandse doctorandi in hun onderzoek begeleid. Het betreft meestal onderzoek naar de relatie tussen het
gevoerde ( landbouw) beleid en de ontwikkeling van de agrarische sector in hun land.
> sociale kaart 61
62
62
Page 63
64
62 > rapport 1 bis
Perspectieven
Bovenvermeld onderzoek krijgt verder gestalte waarbij meer en meer aandacht wordt besteed aan moge-
lijkheden om de landbouw te vergoeden voor zijn bijdrage aan landschap en rurale ontwikkeling, aan de
invloed van transactiekosten en aan de multifunctionaliteit van landbouw.
Dit wordt o. m. geconcretiseerd in een aantal projecten betreffende landschaps-en plattelandsbeheer, biolo-
gische landbouw, reductie van het pesticidengebruik, diversificatie en nieuwe commercialisatiemogelijkhe-
den, de ontwikkeling van de tuinbouw, enz.
63
63
Page 64
65
A F D E L I N G AG R O -M A R K E T I NG R UG
Vakgroep Landbouweconomie, Gent
Contact:
Agro-marketing
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. J. Viaene
Adres: Coupure links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 59 44
Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 46
Email: Jacques. Viaene@ rug. ac. be, Wim. Verbeke@ rug. ac. be, Xavier. Gellynck@ rug. ac. be
Interessante kijk op ontwikkeling landbouw en voedingsindustrie.
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Het agro-marketing onderzoek handelt over diverse marketingproblemen in de land-en tuinbouw en dit
zowel in België, de Europese Unie als andere landen. Het onderzoeksdomein omvat een drietal richtingen,
namelijk prijsanalyse, consumentengedrag en agri-business structuren. Verder is er ook onderzoek in de
landbouweconomie en -sociologie.
De prijsanalyse is toegespitst op de opbouw van vraag-en aanbodmodellen met het doel de prijsontwikke-
lingen voor landbouwproducten en voedingsmiddelen te verklaren en te voorspellen. Vooral voor varkens,
braadkip en eieren worden de onderscheiden prijspatronen onderzocht en verklaard om op die basis de ver-
wachte prijs op korte termijn te bepalen.
Uitgaande van uitgebreid vraagonderzoek op basis van enerzijds consumentenenquêtes en anderzijds
secundaire gegevens is naderhand meer specifiek gewerkt op de recente ontwikkelingen in de consumptie
en het consumentengedrag tegenover landbouwproducten en voedingsmiddelen. Beslissingsprocessen van
> sociale kaart 63
64
64
Page 65
66
64 > rapport 1 bis
consumenten en invloedsfactoren hierop worden onderzocht. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan
de impact van informatie en communicatie op de houding en het gedrag van consumenten. Het onderzoek
over agri-business structuren omvat een viertal domeinen. Een eerste domein is onderzoek naar de ontwik-
keling van de voedingsnijverheid tegen de achtergrond van de Europese eenheidsmarkt. Ten tweede wordt
de ketenbenadering van producent tot consument toegepast voor onderzoek naar een verhoging van de
efficiëntie van handelskanalen en verbetering van de informatiedoorstroming. Ten derde wordt werk gele-
verd over de rechtstreekse verkoop van land-en tuinbouwproducten vanaf producent tot consument. Ten
vierde wordt de efficiëntie van communicatie voor land-en tuinbouwproducten onderzocht. Op het vlak van
landbouweconomie en -sociologie sluiten de onderwerpen goed aan bij de huidige problematiek in de
Vlaamse landbouw: economie van dierziektebestrijding, gevolgen van GATT/ WHO, landbouw en milieu en
toekomst van de Vlaamse landbouw.
Perspectieven
Toekomstig onderzoek is hoofdzakelijk geconcentreerd op een voortzetting en verdere uitbouw van de
onderzoeksdomeinen die heden reeds als prioriteiten naar voor geschoven worden. Een aantal ontwikkelin-
gen krijgen evenwel speciale aandacht. De accenten die in de toekomst sterker benadrukt zullen worden,
hebben betrekking op een aantal nieuwe dimensies waarmee de landbouw en de agribusiness geconfron-
teerd worden. Het betreft vooral ontwikkelingen langs de vraagzijde ( afnemers en consumenten) die in toe-
nemende mate het uitzicht en de werking van agro-voedingsketens gaan bepalen. Verder gaat de aandacht
gaat in toenemende mate uit naar de agribusiness tegen de achtergrond van de Europese en wereldwijde
dimensie, onder andere via de uitbouw van internationale onderzoeksnetwerken, de impact van het land-
bouwbeleid ( Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en GATT/ WHO) op diverse agribusiness sectoren en het
toenemend belang van de relatie tussen landbouw en milieu en de gerelateerde socio-economische impact.
Activiteiten omtrent GGO s:
Prof. Viaene is promotor van een onderzoek in het Technology Assessment onderzoeksluik van het VIB met
als titel: Consumentenhouding ten aanzien van genetisch gewijzigd voedsel en ontwikkeling van doelge-
richte communicatie. Onderzoekster op het project is Annelies Verdurme
65
65
Page 66
67
A F D E L I N G L A N D B O U W ECO N O M I E
V O O R O N T W I K K E L I N G S L A N D E N R UG
Vakgroep Landbouweconomie, Gent
Contact:
Landbouweconomie Toegepast op de Ontwikkelingslanden
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. L. D' Haese
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 61 80 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 46
Email: Luc. Dhaese@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Het onderzoeksterrein van de landbouweconomie toegepast op de ontwikkelingslanden richt zich vooral op
Centraal-Afrika en Zuidelijk Afrika ( Burundi, Rwanda, Zaïre, Zuid-Afrika en Zambia) . Daarbij worden de land-
bouwproductiesystemen onderzocht en wordt er vooral gewerkt op de relatie tussen deze productiesyste-
men en de nutritionele situatie van de bevolking. Verder wordt gewerkt aan de optimalisatie van de produc-
tiesystemen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van lineaire programmeringsmodellen met meervoudige doel-
stellingen en de analyse van de risicofactor voor de bedrijven.
Recentelijk werden de onderzoeksprogramma' s in Zuidelijk Afrika verder uitgebouwd. Naast universitaire
samenwerking voor het ontwikkelen van nieuwe cursussen en curricula, richt het onderzoek zich vooral op
de socio-economische rol die landbouw kan hebben in ontwikkeling. Onder andere wordt geanalyseerd hoe
commercialisatie van één afzonderlijke teelt ( oa. mango, suikerriet, wol) het inkomen van gezinnen kan ver-
hogen. Ook wordt er gekeken naar de rol van landbouw in ontwikkeling van een dorp of streek. Een lopend
onderzoeksprogramma bijvoorbeeld richt zich op de analyse van socio-economische mogelijkheden van
schapenhouderij voor wolproductie, voor ontwikkeling van een dorpsgemeenschap in Zuid-Afrika. Er wordt
tevens veel aandacht geschonken aan de rol van landbouw voor het verbeteren van de voedingstoestand op
> sociale kaart 65
66
66
Page 67
68
66 > rapport 1 bis
gezins-, dorps-of streeksniveau, waarbij getracht wordt strategieën te ontwikkelen voor het bekomen van
een voedselzekere toestand van de bevolking.
Perspectieven
Onderzoek in het kader van de Interuniversitaire samenwerking met betrekking tot de ontwikkelings-
landen.
Onderzoek met betrekking tot de studie van landbouwsystemen in de derde wereld met speciale aan-
dacht voor kleinschalige landbouw in Sub-Sahara Afrika om tot zinvolle strategieën te komen ter verbete-
ring van de situatie in een ruraal milieu.
67
67
Page 68
69
A F D . P L A N T E N T E ELT & P L A N T E N V E R E D E L I NG R UG
Vakgroep Plantaardige Productie, Gent
Contact:
Plantenteelt en Plantenveredeling
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. dr. ir. D. Reheul
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 60 96 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 24
Email: dirk. reheul@ rug. ac. be ( diensthoofd, prof)
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Het onderzoek spitst zich toe op volgende domeinen:
1. Plantenveredeling : veredeling van mais ( Zea mays L. ) en veldbonen ( Vicia faba L. ) ; maatschappelijke
acceptatie van transgene plantenrassen
2. Vruchtwisselingsystemen: wisselbouw versus monoculturen
3. Fytotechnisch en ecologisch onderzoek aan grasland en groenvoedergewassen
4. Bedrijfssystemenonderzoek: beheerslandbouw, akkerranden, beheer en management van extensief gras-
land
5. Restoratie van gedegradeerde aride steppen in Zuid-Tunesië
Ecologische imperatieven zijn prioritair doorheen alle onderzoek, zowel op macro-als op microniveau. De
integratie van verschillende studiedomeinen onder één noemer is de voornaamste krachtlijn doorheen de
onderzoeksthema' s en dit alles in functie van het ontwikkelen van duurzame landbouwsystemen.
> sociale kaart 67
68
68
Page 69
70
68 > rapport 1 bis
Perspectieven
-De afdeling streeft ernaar om de bestaande onderzoeksthema' s te versterken en nog meer dan voorheen
te integreren, letterlijk tot het opbouwen van onderzoek aan geïntegreerde landbouwsystemen ( openlucht
tuinbouw inbegrepen) , inclusief ecologische ( biologische) landbouw. Daarbij hoort het overstijgen van de
huidige agronomische inzichten en het verbreden van land-en tuinbouwkundige activiteiten. Streefdoel :
duurzame landbouwsystemen.
-Octrooien
-Kwekersrecht van grasrassen.
Activiteiten omtrent GGO s:
Prof. Dirk Reheul is externe expert en adviseur voor de Bioveiligheidsraad.
Vakgroep Plantaardige Productie : Lydia Bollemé, co-auteur MIRA-T 2001 ; Isabelle Degrieck, co-auteur
MIRA-T 2000
69
69
Page 70
71
T U I N B O U W P L A N T E N T E ELT EN
P L A N T E N B I O T E C H N O L O G IE R UG
Vakgroep Plantaardige productie, Gent
Contact:
Tuinbouwplantenteelt en Plantenbiotechnologie
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. P. Debergh
Adres: Coupure links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 60 70 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 25
Email: Pierre. Debergh@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Het laboratorium heeft zich de voorbije vijfentwintig jaar ontwikkeld tot één van de
leidinggevende centra in de wereld in het domein van de in vitro cultuur van planten. Het onderzoek heeft
hoofdzakelijk betrekking op het beter begrijpen van de verschillende processen die zich afspelen in een
weefselteeltsysteem, ten einde beter te kunnen ingrijpen in de verschillende processen die het systeem stu-
ren. Biotechnologisch onderzoek in dit verband behelst micropropagatie, in vitro bevruchting en genetische
transformatie. Daarnaast specialiseert het onderzoek zich in de fysiologie van sierplanten en groentegewas-
sen.
Krachtlijnen in dit onderzoek zijn in hoge mate multidisciplinair, onder andere:
Genetische en epigenetische mechanismen in fysiologische plantprocessen: bloemkleur, bloeiregulatie,
" essential derived varieties" , . . .
Ontwikkeling van technieken voor de detectie van DNA-methylatieverschillen tussen clonale individuen en
plantorganen ( azalea, bamboe, Spathiphyllum) .
> sociale kaart 69
70
70
Page 71
72
70 > rapport 1 bis
Fysiologie van in vitro vermeerderde planten tijdens de afhardingsfase ( artichok, ananas, Prunus) .
Emissie van vluchtige componenten bij planten onder stress.
In vitro veredeling ( ovulen-, antheren-en pollencultuur) .
Plantenhormonen: hormonale werking van biociden.
Groei-en bloeiregulatie van siergewassen d. m. v. licht en temperatuur als alternatief voor
chemische groeiregulatoren.
Optimalisatie van cyropreservatie en in stand houden van de genenbank bij azalea.
Perspectieven
Dezelfde onderzoeksthema' s blijven centraal staan. Naast de reeds uitgebouwde analytische technieken
zullen de diverse onderzoeksthemata eveneens biotechnologisch benaderd worden ( micro-injectie, cryopre-
servatie, DNA-methylatie-detectie) .
Banden met:
CLO ( gezamenlijk artikel met dhr. E. Van Bockstaele & M. De Loose, die eigenlijk ook bij de RUG horen)
71
71
Page 72
73
H E R B O L O G I E -
C E N T R U M V O O R O N K R U I D O N D E R Z O EK R UG
Vakgroep Plantaardige productie, Gent
Contact:
Herbologie -Centrum voor Onkruidonderzoek
tuinbouwgewassen. Recent werd een nieuw " multi-crop" veldscreeningssysteem voor een betrouwbare
beoordeling van adjuvants voor herbiciden ontwikkeld.
Herbicideresistentie bij onkruiden. Bij onkruiden in graangewassen en in
boomkwekerijgewassen werden biotypen met resistentie t. a. v. herbiciden die uiteenlopende werkingswijzen
( remmers van het enzym ACCase, fotosysteem I en fotosysteem II) vertegenwoordigen, gedetecteerd en
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. R. Bulcke
Adres: Coupure links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 60 98 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 24
Email: robert. bulcke@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Om de hoofddoelstelling van de onderzoekseenheid, namelijk de " Ontwikkeling van een efficiënter, econo-
mischer en milieuvriendelijker onkruidbeheersing in land-en
tuinbouwgewassen" te realiseren, worden volgende prioriteiten voorzien:
Ontwikkeling van economisch en ecologisch aanvaardbare onkruidbestrijdingstechnieken in land-en
gekarakteriseerd. In veldproeven werden systemen voor de beheersing van herbicideresistente Alopecurus
myosuroides ontwikkeld.
Gedrag van herbiciden in de bodem en in tuinbouwsubstraten. In langdurige proeven in fruitaanplantin-
gen werd voor het eerst versnelde afbraak bij het herbicide isoxaben vastgesteld. In substraten typisch voor
de containercultuur van sierplanten werd de mobiliteit van dit herbicide bepaald.
> sociale kaart 71
72
72
Page 73
74
72 > rapport 1 bis
Perspectieven
-Bij de ontwikkeling van een efficiënter en milieuvriendelijker onkruidbestrijding in land-en tuinbouw staat
de reductie van het gebruik van scheikundige onkruidbestrijdingsmiddelen in land-en tuinbouwgewassen
centraal: dosisverlaging; gebruik van herbiciden met zeer hoge biologische activiteit; introductie van herbi-
cideresistente rassen ( transgene en andere) ; niet-chemische technieken ( mulching met plantaardige vezels) .
-Resistentie ten aanzien van herbiciden bij onkruiden. De studie van resistentie ten aanzien van herbiciden
werkzaam door remming van het enzym ACCase staat hierbij centraal. In fruitaanplantingen en maïs wor-
den diverse systemen voor resistentiemanagement vergeleken onder veldomstandigheden.
-Biologisch en chemisch onderzoek naar het gedrag ( verblijfs-en werkingsduur; mobiliteit) in de bodem
van herbiciden werkzaam resp. door remming van HPPD en PROTOX: invloed van bodemtextuur; pH, toedie-
ningstiijdstip en plaatsing van het herbicide.
In modelsystemen in fruitaanplantingen en maïs worden de factoren die leiden tot opbouw en afbouw van
het verschijnsel " versnelde afbraak" van bepaalde herbiciden bestudeerd.
73
73
Page 74
75
A F D E L I N G T R O P I S C H E E N S U B T R O P I S C H E
L A N D B O U W E N E T N O B OTA N IE R UG
Vakgroep Plantaardige productie, Gent
Contact :
Tropische en subtropische landbouw en etnobotanie
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. Dr. ir. Patrick Van Damme
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 60 87 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 41
Email: patrick. vandamme@ rug. ac. be
URL: http: / / allserv. rug. ac. be/ ~ xschelde/
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Onderzoek naar teeltsystemen, teelttechnieken en aangepaste variëteiten en soorten, in tropen en sub-
tropen ( Afrika, Azië en Zuid-Amerika) . Fundamenteel en toegepast onderzoek over stressfysiologie ( zout,
droogte) . Bijzondere aandacht voor semi-ariede gebieden. Etnobotanisch onderzoek met bijzondere aan-
dacht voor voedselplanten en medicinale planten. Nieuwe teeltontwikkeling ( domesticatie, specifieke teelt-
problemen, . . . )
Onderwijs, onderzoek en dienstverlening ook rond plattelandsontwikkeling, vegetatiebeheer, milieu, en pro-
jectontwikkeling voor ontwikkelingslanden in samenwerking met NGO' s en ( inter) nationale onderzoeks-,
ontwikkelings-en op productie gerichte instellingen.
Projecten ( uitgevoerd en lopende) in Namibië, Marokko, Togo, Senegal, Benin, Middellandse Zeegebied, Sri
Lanka, Ecuador, Bolivië, Cuba en Filipijnen.
> sociale kaart 73
74
74
Page 75
76
74 > rapport 1 bis
Perspectieven
Verdere ontwikkeling van de prioritaire onderzoeksgebieden. Consolidatie van onderzoeksprojecten in het
buitenland ( Ecuador, Bolivia, Marokko, Middellandse Zeegebied) , en verhoogde samenwerking met NGO' s,
inclusief koepels van NGO' s en ontwikkelingsintervenianten in binnen-en buitenland. Structurele samen-
werking opzetten en verstevigen met grotere onderzoeksgroepen in binnen-en buitenland met het oog op
een blijvende, intense samenwerking. Dienstverlening voor NGO' s, bilaterale-en UN-organisaties.
75
75
Page 76
77
A F D E L I N G AG R O Z O Ö L O G IE R UG
Vakgroep Gewasbescherming, Gent
Contact:
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. L. Tirry, Prof. P. De Clercq
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 61 52 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 39
Email: Luc. Tirry@ rug. ac. be / Patrick. Declercq@ rug. ac. be
URL: http: / / allserv. rug. ac. be/ ~ padclerc/ ( Podisus Online)
URL: http: / / allserv. rug. ac. be/ ~ padclerc/ FAIR/ ( Artificial diets for natural enemies)
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Het onderzoek spitst zich toe op de geïntegreerde bestrijding van insecten, mijten en nematoden.
Volgende items worden bestudeerd:
Geïntegreerde bestrijding van insecten en mijten in kasgroenten
Geleide bestrijding ( waarschuwingssystemen) in de vollegrondsgroenteteelt
Biologische bestrijding van insecten en mijten
Ontwikkeling van kweekmethoden en kunstmatige voedingsbodems voor roofinsecten
Kwaliteitscontrole van gekweekte nuttige insecten en mijten
Toxicologie en werkingswijze van nieuwe selectieve insecticiden en acariciden
Uittesten van neveneffecten van pesticiden op nuttige organismen ( ecotoxicologie)
Evaluatie van hulpstoffen bij insecticiden en acariciden
Fysiologisch onderzoek naar ecdyson en ecdyson-agonisten bij insecten
Geïntegreerde bestrijding van plantenparasitaire nematoden in akkerbouwgewassen,
vollegrondsgroenten en boomkwekerij
> sociale kaart 75
76
76
Page 77
78
76 > rapport 1 bis
Perspectieven
In de toekomst zal het onderzoek zich blijven toespitsen op de geïntegreerde en biologische bestrijding van
insecten, mijten en nematoden. Nieuwe bestrijdingstechnieken ( bv. entomopathogene schimmels, insect-
resistente transgene planten, semiochemicaliën) zullen geëvalueerd worden op hun bruikbaarheid binnen
geïntegreerde bestrijdingsprogramma' s.
77
77
Page 78
79
A F D E L I N G P H YTOPAT H O L O G IE R UG
Vakgroep Gewasbescherming, Gent
Contact:
Fytopathologie
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. Monica Höfte
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 60 18
Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 38
Email: Monica. Hofte@ rug. ac. be
URL: http: / / allserv. rug. ac. be/ ~ kraudena/ labwebpage/ labowebpage. htm
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Het onderzoek is divers, maar is toch vooral toegespitst op de geïntegreerde bestrijding van plantpathoge-
ne micro-organismen, met de nadruk op resistentiemechanismen in de plant en biologische bestrijding.
Volgende items worden in dit verband bestudeerd:
Bestrijding van Botrytis cinerea in tomaat via geïnduceerde resistentie met behulp van fluorescerende
pseudomonaden
Artificiële hypersensitiviteitsreactie: ontwerp en gebruik bij de ontwikkeling van ziekteresistentie in
Brassica napus L.
Biologische bestrijding van Pythium myriotylum in cocoyam
Ontwikkelen van een biotoets voor de screening van rozencultivars en rozenspecies op resistentie tegen
echte meeldauw en sterroetdauw
Mechanismen betrokken bij de biologische bestrijding van na-oogst ziekten ( postharvest diseases)
Rol van plantenhormonen ( waaronder salicylzuur en abscisinezuur) in de ziekteafweer in tomaat tegen
> sociale kaart 77
78
78
Page 79
80
78 > rapport 1 bis
necrotrofe en biotrofe pathogenen
Bestrijding van Verticillium verwelking bij bloemkool en aardbei met behulp van Brassica-oogstresten
en antagonistische micro-organismen
Het gebruik van synthetische en biologische adjuvants voor de bestrijding van plantpathogene micro-
organismen
Recent werd er ook onderzoek opgestart naar de screening van rijstvariëteiten op ziekteresistentie
tegen de belangrijkste rijstpathogenen waaronder Magnaporthe grisea.
Daarnaast wordt er nog onderzoek verricht over de volgende onderwerpen:
Afbraak van chloorhoudende herbiciden via rhizoremediatie
Ontwikkeling van een transformatie systeem voor plant pathogenen die tot de Oomyceten behoren
zoals Pythium en Phytophthora.
Perspectieven
Thema s belangrijk voor het debat over GGO s zijn de geïnduceerde resistentie in planten, de rol van plan-
tenhormonen in de ziekteafweer en de biologische bestrijding van plantenziekten.
Onderzoek in verband met rijstpathogenen en in verband met adjuvants zal verder worden uitgebreid.
79
79
Page 80
81
L A B O V O O R M I C R O B I Ë L E
ECO L O G I E E N T E C H N O L O G IE R UG
Vakgroep Biochemische en microbiële technologie, Gent
Contact:
Laboratorium voor Microbiële Ecologie en Technologie
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. dr. ir. Willy Verstraete
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 59 76 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 48
Email: Willy. Verstraete@ rug. ac. be URL: http: / / welcome. to/ labmet
Werking:
kernwoorden: LabMET, moleculair-genetisch vingerafdrukken, milieubiotechnologie, plant-en bodem-micro-
biologie, gastro-intestinale microbiologie en hygiëne
Onderzoeksdomeinen
I. FUNDAMENTEEL ONDERZOEK
Binnen het meer fundamenteel gerichte onderzoek kunnen twee onderzoeksdomeinen onderscheiden wor-
den. Een eerste project onderzoekt de rol die uitwisseling van genetisch materiaal tussen micro-organismen
in het milieu speelt in de evolutie en verspreiding van genen die coderen voor afbraak van vervuilende stof-
fen in het milieu. Het werk is toegespitst op moeilijk afbreekbare gechloreerde herbiciden en verwante ver-
bindingen. Een tweede onderzoeksdomein is de karakterisering van gemengde microbiële gemeenschappen
met behulp van snelle en betrouwbare ' fingerprint' methodes. Zowel metabolische als moleculair-geneti-
sche vingerafdrukken zoals denaturerende gradiënt gel electroforese ( DGGE) van ribosomaal RNA genen,
geven een idee van verschuivingen in de microbiële biodiversiteit in bodem, water, fecaal materiaal, etc.
zonder dat de cellen moeten gekweekt worden.
> sociale kaart 79
80
80
Page 81
82
80 > rapport 1 bis
II. TOEGEPAST ONDERZOEK
Verschillende onderwerpen worden bestudeerd , meestal in nauwe samenwerking met industriële partners
zoals Aquafin, Avecom, Biotim, Electrabel, Epas, Messer, Organic Waste Systems, Sidmar, Silt, Soils, Procter
& Gamble.
Perspectieven
De gemeenschappelijke noemer van de activiteiten is en blijft de studie van biotechnologische processen
van gemengde microbiële culturen. De drie grote onderzoeksdomeinen blijven belangrijk binnen het labora-
torium, maar er zal meer nadruk gelegd worden on de gastrointestinale microbiologie. Ook het belang van
de moleculaire analyses van microbiële gemeenschappen binnen de drie domeinen zal verder toenemen.
Activiteiten omtrent GGO s:
Toegepast Onderzoek :
A. Milieubiotechnologie
A. 1. Biodegradatie van moeilijk afbreekbare chemicaliën: Er wordt gewerkt aan versnelde biologische
afbraak van verbindingen zoals nieuwe sekwestranten ( EDDS) en stoffen met oestrogene werking, zoals
residu' s van alkylfenoxy-ethoxylaten, PCB' s en analogen, afbraakproducten van pesticiden. Deze pseudo-
oestrogene stoffen vormen een bedreiging voor het reproductief stelsel van hogere dieren en de mens. De
afbraak van het intermediair nonylfenol wordt onderzocht.
A. 2. Productie van drink-en proceswater: Recent onderzoek wijst uit dat door middel van ferro ijzer en ook
ferraat ijzer ionen een mogelijke ontsmetting van potentieel schadelijke micro-organismen kan worden
bekomen. Ook andere desinfectantia die niet schadelijk zijn voor de verbruiker worden onderzocht, om
aldus te worden ingezet in de aanmaak van drinkwater of proceswater. Er wordt verwacht dat er zich in de
komende jaren een groeiend tekort aan water zal voordoen. Daarom worden nieuwe technologieën ontwik-
keld om gezuiverd afvalwater te hergebruiken.
81
81
Page 82
83
A. 3. Behandeling van vaste afvalstoffen: De verzameling en verwerking van GFT biedt een aantal uitdagin-
gen. Vooreerst is er de ontwikkeling van geur in de opslagbakken. Tevens zijn er bij de verwerking diverse
aspecten vatbaar voor optimalisatie. Er is onderzoek lopend naar methodes om de putrefactie tijdens de
ophaling te beperken door een chemisch-biologisch droogproces. Thermofiele droge anaërobe omzetting
van organisch afval, het DRANCO proces, werd ontwikkeld aan dit laboratorium en bijkomende nieuwe pro-
cessen worden op punt gesteld Bijvoorbeeld wordt onderzocht of door middel van anaërobe voorbehande-
ling kan worden bijgedragen tot de minimale emissie van dioxines bij het navolgend verbranden van dit vuil.
A. 4. Biologische afvalwaterzuivering: Bij de aërobe biologische afvalwaterzuivering wordt veel ongewenst
spuislib geproduceerd. Er wordt onderzocht in welke mate deze nevenstroom kan worden beperkt: door
middel van membraantechnieken, en door het openbreken van de cellen met behulp van ozon. Een actief
slib systeem is één van de meest gebruikte technologieën om afvalwater aëroob te behandelen. Toch zijn er
nog tal van problemen die onopgelost zijn, zoals de problematiek van licht slib, veroorzaakt door ongeba-
lanceerde groei van verschillende micro-organismen, nl. de filamenteuze bacteriën. Onderzoek is gericht op
het sturen van de microbiële gemeenschap ( o. a. door toedienen van basisnutriënten, zoals in Nutriflok, ont-
wikkeld aan het laboratorium) en het volgen van de slibbezinking m. b. v. een on-line sensor, settlometer. Het
on-line meten van de toxiciteit van influenten is zeer belangrijk ten einde ernstige verstoringen van de
microbiële omzettingsprocessen te voorkomen. Sensoren zoals RODTOX en NITROX ( in samenwerking met
Prof. Van Rolleghem ( BIOMATH) ) werden ontwikkeld aan het laboratorium. In anaërobe biologische afvalwa-
terzuivering is granulatie van het slib het grootste probleem dat nog niet volledig beheerst wordt.
Onderzoek naar optimale korrelvorming wordt verder gezet, met speciale interesse in het toevoegen van
additieven om dit proces te verbeteren.
A. 5. Luchtzuivering: Voor het meten van de microbiologische kwaliteit van de lucht zijn diverse methodes
beschikbaar. Voor het opsporen van complexe chemische verontreinigingen is een FOX apparaat in gebruik;
dit laatste laat toe geurpatronen snel en betrouwbaar te meten. Ten aanzien van de uitstoot van SO2 gas-
sen bestaat er een biologische methode met name het uitwassen van de zwavel dioxyde en het navolgend
reduceren ervan tot sulfide met een finale terugwinning van dit laatste als zwavelpoeder. Er wordt zowel op
> sociale kaart 81
82
82
Page 83
84
82 > rapport 1 bis
labo-als op pilootschaal onderzoek gedaan naar de technische en economische haalbaarheid van dit procé-
dé.
A. 6. Behandeling van bodems en sedimenten: Het gemeenschappelijk thema is het ontwerp van technieken
die de aanwezige polluenten niet langer bio-beschikbaar maken. Hierbij wordt vooral gebruik gemaakt van
natuurlijke producten zoals eiwitten en hoogwaardige compost. Specifiek wordt gewerkt aan de sanering
van met TNT vervuilde gronden alsook aan de ontwikkeling van een bio-liner voor het afdichten van bagger-
slib-storten.
A. 7. Opsporen en remediëren van biologische corrosie van staal en beton: Micro-organismen kunnen wor-
den aansprakelijk gesteld voor belangrijke schade aangericht aan metaal en beton constructies onder
bepaalde voorwaarden. Er wordt onderzocht hoe die processen verlopen en hoe ze kunnen voorkomen wor-
den op basis van een betere kennis van de causale organismen.
B. Plant-en bodem-microbiologie
B. 1. Onderzoek naar verwijdering van pesticiden. Het is noodzakelijk om de pesticiden te bestuderen in het
kader van de relevante Europese Wetgeving. Hierbij wordt vooral nagegaan wat de effecten van de bestrij-
dingsmiddelen zijn op niet-doelsoorten in de bodem. Ook wordt gezocht naar methodes om pesticiden
gericht te neutraliseren onder meer door het binden op de bodemhumus. Het concept van rhizoremediatie is
hierbij van betekenis.
B. 2. Gezien de nieuwe interesse in de aanmaak van hoogwaardige gft-compost wordt bijzondere aandacht
besteed aan het produceren en opwaarderen van gft-compost.
Banden met:
Aquafin, Avecom, Biotim, Electrabel, Epas, Messer, Organic Waste Systems, Sidmar, Silt, Soils, Procter &
Gamble
83
83
Page 84
85
L A B O V O O R I N D UST R I Ë L E
M I C R O B I O L O G I E E N B I O KATALYSE R UG
Vakgroep Biochemische en microbiële technologie, Gent
Contact:
Industriële Microbiologie en Biokatalyse
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. dr. ir. E. Vandamme
Adres: Coupure links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 60 27 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 31
Email: Erick. Vandamme@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
In het Laboratorium voor Industriële Microbiologie en Biokatalyse spitst het onderzoek zich toe op fermen-
tatieprocessen voor fijnchemicaliën en speciale enzymen: zowel de microbiologie, biochemie, moleculaire
genetica, recombinant DNA-technologie als fermentatietechnologie komen aan bod.
Screening naar nieuwe nuttige micro-organismen ( bacteriën, gisten, schimmels) , het ophelderen van biosyn-
thesewegen van primaire en secundaire metabolieten en bioactieve peptiden, de studie van metabolische
regulatiemechanismen, de isolatie en klonering van genen, parameterstudie van fermentatieprocessen met
mutant-en recombinant-stammen, bioproduct-en enzymzuivering en karakterisering worden er courant uit-
gevoerd.
Recente onderzoeksprojecten behelzen:
Productie en karakterisering van gist-exopolysachariden ( EPS) .
Productie en karakterisering van Gluconobacter dextraan dextrinase.
Metabolische " engineering" en karakterisering van recombinant DNA -E. coli stammen.
Ongewone enzymen en pathways voor de gerichte modificatie van koolwaterstoffen en vetzuren.
> sociale kaart 83
84
84
Page 85
86
84 > rapport 1 bis
Screening, karakterisering en toepassing van nieuwe microbiële thermostabiele amylasen.
Microbiële/ Enzymatische hydrolyse van specifieke plantenpolysachariden.
Studie van enzymen die microbiële exopolysachariden hydrolyseren tot zeldzame suikers ( bv. L-fucose) :
screening, productie en karakterisering.
Microbiële synthese van osmolieten.
Microbiële/ Enzymatische in vitro co-enzymregeneratie.
Synthese en hydrolyse van enantiopure epoxiden via biokatalyse.
Enzymatische modificatie van fosfolipiden.
Alle voorgenoemde processen hebben betrekking op nuttige producten, die de chemie of de landbouw niet
of niet zo efficiënt kan opleveren, of die een nieuwe nuttige functie vervullen op het gebied van de voeding
van mens of dier, de farmacie, de chemie en de technologie; ze worden bereid via een gecontroleerd /
gestuurd fermentatieproces, vertrekkend van hernieuwbare grondstoffen uit de agro-en agro-industriële
sector ( ' groene chemie' ) .
Perspectieven
De industriële microbiologie bestrijkt het onderzoek naar en de toepassing van ( potentieel) industriële pro-
cessen, gesteund op de metabolische activiteit van nuttige bacteriën, gisten en schimmels. Historische voor-
beelden zijn bier, wijn en penicilline. Heden kan een brede waaier van nuttige producten met toepassing in
de voeding, veevoeding, gezondheidszorg, milieu-en fijnchemie via industriële fermentatieprocessen aan-
gemaakt worden op basis van hernieuwbare agrosubstraten zoals zetmeel, suikers, melasse, enz. Geregeld
worden nog nieuwe microbiële metabolieten of bio-activiteiten opgespoord via ` intelligente screening'
( ingenieuze selectie) procedures, die nieuwe nuttige micro-organismen en onvermoede -maar uiterst nutti-
ge -stoffen opleveren: bijvoorbeeld biopesticiden, antiwormmiddelen, biosmaakstoffen, biokleurstoffen,
bioplastics, enzymremmers, nieuwe antibiotica en farmaca, industriële enzymen, vitamines, speciale suikers,
D-of L-aminozuren, enz. Ontwikkeling van dergelijke fermentatieprocessen is gesteund op geïntegreerde
kennis van microbiologie, biochemie, genetica, recombinant DNA-technieken en bioprocestechnologie.
85
85
Page 86
87
In de biokatalyse streeft men ernaar chemische reacties met behulp van ( vooral) microbiële enzymen als
biokatalysatoren uit te voeren: deze reacties zijn zeer specifiek, milieu-en energievriendelijk en verlopen
meestal met een hoger rendement dan de overeenkomstige organische chemische synthese.
Vooral voor de synthese van hoogwaardige ( chirale) fijnchemicaliën lijkt de biokatalyse veelbelovend. De
vereiste enzymen, al of niet in geïmmobiliseerde ( cel) vorm, worden dan weer uitsluitend via hogergenoem-
de fermentatieprocessen geproduceerd.
> sociale kaart 85
86
86
Page 87
88
86 > rapport 1 bis
L A B O RATO R I U M V O O R L E V E N S M I D D E L E N-
T E C H N O L O G I E E N -P R O C E S K U N DE R UG
Vakgroep evensmiddelentechnologie en Voeding , Gent
Contact :
Laboratorium voor Levensmiddelentechnologie en -proceskunde
Hoofd van de onderzoekseenheid : Prof. dr. ir. Koen Dewettinck
Adres : Coupure Links, 653, B-9000 Gent
Tel. : 09 264 61 65
Fax. : 09 264 62 18
Email : koen. dewettinck@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
De onderzoeksgroep stelt zich als doel de fenomenen te bestuderen die optreden bij de omzetting van land-
bouwgrondstoffen tot levensmiddelen. Levensmiddelentechnologie legt hierbij de nadruk op het product en
behandelt zowel micro-als macroscopische verschijnselen. Levensmiddelenproceskunde staat voor de kwanti-
tatieve studie van eenheidsoperaties aangewend bij de productie van levensmiddelen.
Betreffende Levensmiddelentechnologie wordt het onderzoek zowel gefocusseerd op multicomponent-modelsy-
stemen als op reële systemen met een ingewikkelde structuur. Meer specifiek worden vooral de volgende
aspecten bestudeerd: componentinteracties en microstructuurvorming, de kinetiek van fasetransities zoals vet-
kristallisatie en eiwitdenaturatie, het effect van eenheidsoperaties op de microstructuurvorming en de relatie
microstructuur-productkwaliteit.
Wat betreft Levensmiddelenproceskunde staat de wisselwerking tussen het proces en het bioproduct met zijn
fysische, chemische en biochemische eigenschappen centraal. Meer specifiek worden voornamelijk volgende
processen bestudeerd: ( i) luchtdrogen ingesloten het functionaliseren van poeders in een wervelbed ( micro-
incapsulatie en agglomeratie) , ( ii) continue warmtebehandeling van vloeibare producten met uiteenlopende
87
87
Page 88
89
viscositeit ingesloten de aseptische afvulling, ( iii) technologie van oliën en vetten, ( iv) homogenisatie en ( v)
hoge isostatische druk.
De fondsenwerving voor het onderzoek gebeurt op verschillende niveaus: RUG ( BOF) , IWT ( STWW) , FWO-
Vlaanderen, DWTC, EC.
Perspectieven
Op vlak van Levensmiddelentechnologie zal verder getracht worden de microstructurele opbouw van voedings-
middelen te ontrafelen. Twee deeldomeinen zullen hierbij verder ontwikkeld worden: ( i) de functionaliteit van
eiwitten en koolhydraten inclusief de interacties tussen beide in éénfasige en meerfasige systemen; ( ii) het
kristallisatiegedrag van vetten welke aan de basis ligt van microstructurele en texturele eigenschappen van
( vetrijke) producten. Tevens zal aandacht worden besteed aan de opzuivering en aanrijking van nutritioneel
hoogwaardige ( minor) componenten zoals melkvetglobule-membraancomponenten.
Op vlak van Levensmiddelenproceskunde zullen inspanningen geleverd worden inzake het toepassen van
Computational Fluid Dynamics bij het modelleren van eenheidsoperaties zoals wervelbedsystemen. Verder zal
getracht worden de invloed van éénheidsoperaties op de detecteerbaarheid van Genetisch Gemodificeerde
Organismen ( GGO' s) te achterhalen.
> sociale kaart 87
88
88
Page 89
90
88 > rapport 1 bis
L A B O RATO R I U M V O O R L E V E N S M I D D E L E N-
C H E M I E E N -A N ALYSE R UG
Vakgroep evensmiddelentechnologie en Voeding, Gent
Contact:
Laboratorium voor Levensmiddelenchemie en Analyse
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. Dr. ir. A. Huyghebaert
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent
Tel. : 09 264 6162 Fax. : 09 264 62 18
Email: andre. huyghebaert@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Een eerste belangrijk domein is gesitueerd in het onderzoek naar de samenstelling van het levensmiddel, de
landbouwgrondstof of het tussenproduct. Niet enkel de kwantificering van de major componenten ( water,
eiwit, vet, koolhydraten en as) is hierbij van belang, maar ook de samenstelling van elk van deze fracties. In dit
verband kan bijvoorbeeld verwezen worden naar de aminozuur-, peptide-en eiwitsamenstelling, het vetzuur-
patroon, de mono-en disaccharidesamenstelling ed. Verder is de analyse van de minorcomponenten van groot
belang. Deze zijn onder meer de vitaminen, de onverzeepbare fractie van lipiden ( sterolen o. a. ) , contaminanten
en additieven. Het is dan ook evident dat er voortdurend inspanningen worden geleverd om de gebruikte ana-
lyse methodieken te verfijnen en gevoeliger te maken.
Een tweede onderzoekspijler richt zich tot het bestuderen en kwantificeren van de chemische, biochemische en
fysicochemische processen gedurende de omzetting van landbouwgrondstoffen in levensmiddelen. Hierbij wor-
den enkele voorbeelden ter illustratie gegeven : oxidatie-en hydrolyse processen, bruinkleuringsreacties, aroma
vorming ed. Onder deze pijler dient ook het onderzoek naar de functionaliteit van levensmiddeleningrediënten
gesitueerd worden.
89
89
Page 90
91
Voortspruitend uit bovengenoemde onderzoeksdomeinen, kunnen de resultaten gebruikt worden in afgeleid
toegepast onderzoek. Enerzijds wordt namelijk het onderzoek naar de nutritionele waarde van levensmiddelen
ondersteund. Hierbij is het logisch dat de onderzoeksgroep deelneemt aan het samenstellen van de NUBEL voe-
dingsmiddelentabel.
Verder kunnen de data toegepast worden in beoordelen van de voedselveiligheid. Hierbij kan de analyse van
enkele belangrijke voorbeelden illustrief vermeld worden : mycotoxinen, transvetzuren, migratieresidu' s uit ver-
pakkingsmaterialen, PAKS, ed.
Een derde belangrijk afgeleid onderzoek is de sensoriële analyse van levensmiddelen, waarbij de aanwezigheid
van smaakcomponenten enerzijds maar tevens de structuur van het levensmiddel belangrijk is.
De fondsenwerving voor het onderzoek gebeurt op verschillende niveaus : RUG, IWT, DWTC, EC, FWO-Vlaanderen
Perspectieven
Het is vanzelfsprekend dat de analytiek naar verschillende levensmiddelencomponenten verder zal worden uit-
gebreid. Enerzijds zal de bestaande chromatografische analyse verder uitgebouwd worden. Daarnaast zal even-
wel ook ruime aandacht besteed worden aan het toepassen van immunologische technieken en andere biosen-
soren. Deze laatste technieken dienen gezien te worden in verband met het toenemende belang van de snelle
analyse methodes. Het is evident dat mogelijks nieuwe analyse methodieken op hun bruikbaarheid zullen geë-
valueerd worden.
Naast een verdere uitbouw van de bestaande onderzoeksdomeinen, wordt tevens geopteerd om de onder-
zoeksresultaten toe te passen om een antwoord te formuleren op het het steeds belangrijker wordende
authenticiteits vraagstuk. Hierbij kan gedacht worden aan nieuwe technieken zoals DNA en proteïne analyse.
In het kader van de voedselveiligheid wordt een doorgedreven kwantitatieve interpretatie van de analyse data
van steeds groter belang te worden in het bepalen van het risico dat verbonden is aan de aanwezigheid van
ongewenste chemicaliën in levensmiddelen. Het spreekt dan ook voor zich dat de nodige inspanningen zullen
worden geleverd om ook deze vorm van toegepast onderzoek verder uit te bouwen. Dit zal onder meer gebeu-
ren door bijzondere aandacht te besteden aan de analytiek van allergenen in levensmiddelen.
Andere aandachtpunten situeren zich op het onderzoek naar chemische indicatoren voor voedselhoudbaarheid
en de applicatie van technologieën om de chemische houdbaarheid van levensmiddelen te verbeteren.
> sociale kaart 89
90
90
Page 91
92
90 > rapport 1 bis
A F D E L I N G A R O MA R UG
Vakgroep Organische Chemie , Gent
Contact:
Aroma
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. dr. ir. N. De Kimpe
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 59 64
Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 43
E-mail: Jan. Demyttenaere@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
In het laboratorium van aroma' s wordt vooral onderzoek verricht naar de microbiële productie van natuur-
lijke aromachemicaliën, de zgn. " bioflavours" . Daarnaast worden alle aspecten van geur, aroma en flavour
van essentiële oliën, voedingsmiddelen en dranken onderzocht.
Het eerste grote thema van dit onderzoek behelst:
de microbiële productie van natuurlijke flavours m. b. v. micro-organismen, bv. de productie van Maillard
flavours door bacteriën,
productie van " blue cheese flavours" ( natuurlijk roquefort aroma) door schimmels a. d. h. van de bio-
conversie van vetzuren tot methylketonen door Penicillium roquefortii en Aspergillus niger,
bioconversie van terpenen door schimmels als bron van nieuwe aromachemicaliën: bv. biotransformatie
van linalool tot linalooloxiden en van van limoneen tot alpha-terpineol.
Het tweede luik behelst de analyse van flavours:
analyse van essentiële oliën,
91
91
Page 92
93
analyse van de vluchtige flavour verbindingen en aroma' s in spirits ( jenever, whisky, brandy) ,
gebruik van Solid Phase Micro-extraction voor analyse van flavours in wijn.
Gezien de groeiende bezorgdheid van consumenten voor de veiligheid van voedingsmiddelen en de toene-
mende interesse in natuurlijke aroma' s ter vervanging van synthetische, is het belangrijkste onderzoeksthe-
ma nog steeds de microbiële productie van natuurlijke flavours. Naast fundamenteel wetenschappelijk
onderzoek is ook dienstverlening voor industriële partners, voornamelijk in de voedingssector, een belang-
rijke taak binnen de onderzoeksgroep. Problemen worden opgelost i. v. m. geurafwijkingen ( off-flavours) , de
aromasamenstelling van alcoholische dranken zoals jenever, whisky e. a. spirits wordt geanalyseerd en de
invloed van procesparameters op de kwaliteit ervan wordt bestudeerd.
Perspectieven
Vele processen waarbij voedingsmiddelen gemanipuleerd worden, zoals vroegtijdige oogst, langdurige opslag,
fysische behandelingen ( koken, bakken) , bereiding in de microgolf, enz. . . kunnen een verlies van aroma en
vluchtige geurstoffen teweegbrengen. Deze natuurlijke flavours dienen vervolgens weer toegevoegd te worden
aan de voedingsmiddelen. De flavour markt is omvangrijk en bedraagt bijna 25% van de totale markt van voe-
dingsadditieven. In de jaren 90 bedroeg de omzet in de VS 675 miljoen US$ en in Europa 376 miljoen US$ . Die
groeiende markt voor het toedienen van aroma' s aan voedingswaren vereist nieuwe strategieën voor de berei-
ding van die aromachemicaliën. Aangezien de consument steeds meer ' natuurlijke flavours' wil in plaats van
' synthetische aroma' s' en de vraag naar natuurlijke voedingsproducten ook constant toeneemt, wordt ook
steeds meer onderzoek verricht naar de productie van natuurlijke aromachemicaliën. Zo zijn in de VS meer dan
65% van de commerciële voedingsaroma' s gemerkt als ' natuurlijk' en deze trend zet zich nog voort. In
Duitsland zijn zelfs reeds meer dan 70% van alle voedingsflavours van natuurlijke oorsprong.
De bereiding van natuurlijke flavours en aroma' s door micro-organismen is een onderzoeksterrein dat nog rela-
tief jong is maar zeer sterk aan belang wint. Dit valt ook af te leiden uit het stijgend aantal publicaties rond dit
thema. De microbiële productie van zgn. " bioflavours" is nog steeds het belangrijkste onderzoeksthema aan
het laboratorium voor aroma' s en verwacht wordt dat dit onderzoek alleen maar verder zal uitgebreid worden.
> sociale kaart 91
92
92
Page 93
94
92 > rapport 1 bis
De dienstverlening naar de voedingssector toe sluit nauw aan bij het bovenvermeld fundamenteel onder-
zoek en zal ook nog toenemen. Typische probleemstellingen zijn het opsporen en identificeren van afwijken-
de geuren in voedingsstalen ( off-flavours) , bepaling van de kwaliteit van alcoholische dranken ( spirits, wijn)
en soft drinks, en het meten van de invloed van verpakking op de organoleptische kwaliteit van voedings-
waren.
93
93
Page 94
95
SY N T H E T I S C H E O R G A N I S C H E
C H E M I E E N NAT U U R P R O D U C T EN R UG
Vakgroep Organische Chemie, Gent
Contact:
Synthetische Organische Chemie en Natuurproducten
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. N. De Kimpe
Adres: Coupure Links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 59 51 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 43
Email: norbert. dekimpe@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
De onderzoeksgroep beoogt de ontwikkeling van nieuwe synthesen van fysiologisch actieve verbindingen
met de nadruk op daaraan verbonden agrochemische of farmaceutische toepassingen. De voornaamste
interesse gaat uit naar stikstofverbindingen en heterocyclische verbindingen aangezien deze omnipresent
zijn in de huidige gebruikte agrochemicaliën en farmaca. Voorname doelstellingen situeren zich op het vlak
van de
fungiciden, herbiciden, insecticiden, acaraciden, plantengroeiregulatoren, insect-antifeedants, insect-repel-
lents, aromaverbindingen van brood en rijst, encapsulaties van aromaverbindingen, biotransformaties van
natuurlijke grondstoffen tot aromacomponenten, ontrafelen van vormingsmechanismen van aromaverbin-
dingen, alkaloïden van planten en dieren, feromonen, pyranonaftochinon antibiotica, natuurlijk voorkomen-
de coumarinen, niet-proteïnogene aminozuren en organofosforverbindingen. De talrijke nieuwe syntheti-
sche verbindingen worden gescreend naar agrochemische activiteiten. Bovendien worden veelvuldige struc-
tuurbepalingen verricht van fysiologisch actieve natuurproducten, geïsoleerd uit medicinale planten.
> sociale kaart 93
94
94
Page 95
96
94 > rapport 1 bis
Perspectieven
Door de doelgerichte synthese van agrochemicaliën, natuurproducten en aromaverbindingen komt een heel gamma
potentieel fysiologisch actieve verbindingen binnen het bereik, zodanig dat een inschakeling in het toegepast weten-
schappelijk onderzoek mogelijk wordt. Het toekomstperspectief richt zich naar de ontwikkeling van zogenaamde
` leads' in het agrochemisch onderzoek, een fundamentele schakel in de ontwikkeling van nieuwe, betrouwbare en vei-
lige agrochemicaliën.
95
95
Page 96
97
O N D E R Z O E K OV E R P R E B I O T ICA
I N D E VA R K E NSV O E D I NG R UG
Vakgroep Dierproductie, Gent
Contact:
Onderzoek over prebiotica in de varkensvoeding
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. Dr. J. Decuypere
Adres: Proefhoevestraat 10, B-9090 Melle, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 90 02 Fax: + 32 ( 0) 9 264 90 99
Email: jaak. decuypere@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Onder druk van de consument en milieu-gebonden factoren wordt, met het oog op een duurzame dierlijke
productie, gezocht naar welzijn-en groeibevorderende middelen die de klassiek gebruikte nutritionele anti-
biotica ( chemische groeibevorderaars) kunnen vervangen. Daarom wordt momenteel onderzoek verricht
over het gebruik van zogenaamde biologische groeibevorderaars, met name de probiotica, enzymen en niet-
verteerbare oligosacchariden ( NDO' s) . De laatste categorie was voornamelijk het onderwerp van opzoekin-
gen in verband met humane voeding. Deze stoffen worden prebiotica of ook nog BRM' s ( biological response
modifiers) genoemd. In tegenstelling met het onderzoek in verband met de humane voeding waar het gun-
stig aspect van NDO' s gerelateerd wordt aan effecten ter hoogte van de dikke darm, zijn wij van oordeel
dat bij gebruik van deze stoffen in de varkensvoeding voornamelijk het aspect van hun invloed op de pro-
cessen in de dunne darm moet onderzocht worden.
Het uit te voeren onderzoeksproject berust op een aantal concepten die gedurende de vele jaren van onder-
zoek in verband met het werkingsmechanisme van darm-actieve additieven in de varkensvoeding aan de
Vakgroep voor Dierlijke Productie tot stand zijn gekomen. Deze concepten houden rechtstreeks verband met
> sociale kaart 95
96
96
Page 97
98
96 > rapport 1 bis
resp. de microbiële flora van het verteringsstelsel bij varkens, de rol van voedingsvezel als een volwaardig
nutriënt, de groeibevordering door antimicrobiële additieven en de darmflora als immunomodulator.
Het onderzoek stelt zich tot doel het verwerven van een betere kennis en inzicht hoe deze concepten met
elkaar verweven en geïntegreerd zijn. Een eerste stap daarbij is met bepaalde NDO' s ( BRM' s) in de voeding
op directe wijze of door manipulatie van de microflora strategieën te ontwikkelen in verband met antigeen
presentatie ter hoogte van de dunne darmmucosa en daaruit voortvloeiende cytokines reactie, zodat een
optimale interactie tussen de flora en gastheer gecreëerd wordt, met als gevolg een uitstekende gezondheid
( conditie) en betere productieprestaties. Er wordt tevens getracht de diversiteit van de darmflora beter te
bepalen, door gebruik te maken van de nieuwere moleculair-genetische technieken ( 16S rDNA en TGGE) , en
de resultaten te vergelijken met de klassieke teltechnieken. In dit project wordt eveneens veel aandacht
besteed aan de functionaliteit van de mucosa in de dunne darm, dit door bepalen van mitotische en apop-
totische index, en door bepaling van de belangrijkheid van sommige celtypes in het darmepitheel ( intra-epi-
theliale lymfocyten, slijmvormende cellen) .
Perspectieven
Als het toevoegen van NDO' s aan het voeder van biggen en vleesvarkens inderdaad bijdraagt tot een betere
gezondheid, minder uitval ten gevolge van diarree of groeistilstand, en een betere voederconversie, dan kan
het gebruik van nutritionele antibiotica afgebouwd en uitgesloten worden. Studies uitgevoerd in Japan zijn
in dit verband hoopgevend. Verder is het noodzakelijk dat de bruikbaarheid van de verschillende NDO' s ver-
der onderzocht wordt met betrekking tot de verbetering van de varkenshouderij voor wat betreft de gevoe-
lige belasting van het milieu. Men kan verwachten dat, door het voederen van NDO' s, er een verschuiving
optreedt in de N-excretie van het dier, met name de N-uitscheiding met de faeces verhoogt ten nadele van
de urinaire excretie wat veel minder milieubelastend is: verminderde ammoniak-emissie en tragere minerali-
satie. Van sommige NDO' s ( oligofructose, inuline) is bekend dat zij de absorptie van bepaalde mineralen
( calcium, magnesium, ijzer) uit de darm stimuleren, waardoor de excretie van deze elementen naar het
milieu vermindert. In de vakliteratuur zijn de beschikbare resultaten in verband met het gebruik in de var-
kensvoeding schaars en ook niet altijd in overeenstemming met elkaar, wat een verder onderzoek over het
gebruik van NDO' s onder Europese omstandigheden zeker kan verantwoorden.
97
97
Page 98
99
TO E G EPAST E M O L E C U L A I R E G E N E T ICA R UG
Vakgroep Moleculaire Biotechnologie, Gent
Contact:
Toegepaste Moleculaire Genetica
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. G. Gheysen
Adres: Coupure links 653, B-9000 Gent, België
Tel: + 32 ( 0) 9 264 58 88 Fax: + 32 ( 0) 9 264 62 24
Email: lighe@ gengenp. rug. ac. be
URL: http: / / biochema. rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
1. Sedentaire plantenparasitaire nematoden zijn economisch belangrijk omdat ze opbrengst en kwaliteits-
verliezen veroorzaken in vele landbouwgewassen. Deze parasieten hebben een zeer intieme relatie met hun
gastheerplant. Ze dwingen de plantenwortels om specifieke voedingscellen te vormen, die noodzakelijk zijn
voor de ontwikkeling en reproductie van de nematoden.
Ons onderzoek heeft als voornaamste doel om de moleculaire signalen te ontrafelen die door de nematode
geproduceerd worden en de veranderingen in de wortelcellen veroorzaken en om de ontwikkeling van de
voedingscellen beter te begrijpen. Tot voor kort lag de nadruk op het identificeren van plantengenen die
geïnduceerd worden in de vroege stadia van de nematodeninfectie,
nu komen specifiek de volgende deelaspecten meer aan bod:
Gedetailleerd onderzoek van de relatie tussen celcyclus regulatie en de inductie van voedingscellen,
aangezien DNA synthese en mitose betrokken zijn bij de ontwikkeling van voedingscellen.
De analyse van secreties uit de nematode faryngeale klieren en hun rol in het infectieproces.
De ontwikkeling van strategieën voor de productie van planten die resistent zijn tegen nematodeninfecties.
> sociale kaart 97
98
98
Page 99
100
98 > rapport 1 bis
2. Een ander onderzoeksluik in deze eenheid gebruikt DNA-analyse technieken voor genotypische karakteri-
satie van species en populaties en voor de ontwikkeling van moleculaire merkers in plantenveredeling.
3. Tevens loopt er een project voor de ontwikkeling van genetische transformatie bij bamboe.
Perspectieven
1. Verschillende strategieën worden ontwikkeld om de nematodensignalen of de plantenceldifferentiatie te
blokkeren en aldus de infectie te stoppen. Een aantal plantengenen die geïnduceerd zijn in de nematode
voedingscellen werden reeds geïdentificeerd en gekarakteriseerd. Het specifiek uitschakelen van deze genen
in de voedingscellen zou kunnen leiden tot het blokkeren van de ontwikkeling van deze cellen. Een reeks
plantenpromotoren met hoge specificiteit voor de voedingscellen is nu voorhanden, en wordt enerzijds ver-
der gekarakteriseerd, en anderzijds gebruikt in strategieën voor de productie van nematodenresistente
planten.
2. DNA-technologie is een efficiënte manier om genotypes te karakteriseren en eigenschappen te volgen in
een veredelingsprogramma. De technologie is universeel en kan dus om op het even welk species toegepast
worden. Veredeling via kruising is momenteel niet mogelijk bij bamboe, genetische modificatie is een alter-
natieve manier om positieve eigenschappen in een bamboesoort te introduceren.
99
99
Page 100
101
I M M U N O L O G I E & B I O T E C H N O L O G I E
VA N D E D I E R L I J K E C EL R UG
Vakgroep Moleculaire Biotechnologie, Gent
Contact:
Immunologie & biotechnologie van de dierlijke cel
Hoofd van de onderzoekseenheid: Daisy Vanrompay
Adres: Coupure Links 653, 9000 Gent
Tel. : 09/ 2645968 Fax. : 09/ 2646219
Email: Daisy. Vanrompay@ rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen
Het onderzoek richt zich voornamelijk op Chlamydphila psittaci infecties bij pluimvee. Chlamydophila psitta-
ci is een obligaat intracellulaire bacterie die een ademhalingsinfectie veroorzaakt bij pluimvee en in het bij-
zonder bij kalkoenen en eenden. Chlamydiosis is een zoönose, met andere woorden ook de mens kan geïn-
fecteerd worden door contact met besmet pluimvee. Chlamydophila psittaci infecties veroorzaken aanzien-
lijke economische verliezen in de kalkoensector te wijten aan sterfte van zieke dieren, eilegdaling, afkeuring
van karkassen aa n d e slachtlijn en meerkosten ten gevolge van antibioticum gebruik. Het onderzoek richt
zicht voornamelijk op de ontwikkeling van moleculaire diagnostische technieken en op de ontwikkeling van
een Chlamydophila psittaci DNA vaccin. Verder worden de cellulaire en moleculaire interactiemechanismen
tussen de bacterie en de gastheercel onderzocht.
> sociale kaart 99
100
100
Page 101
102
100 > rapport 1 bis
I NST I T U U T V O O R P L A N T E N B I O T E C H N O L O G I E
V O O R O N T W I K K E L I N G S L A N D EN R UG
Vakgroep Moleculaire Biotechnologie, Gent
Contact:
Instituut voor Plantenbiotechnologie voor Ontwikkelingslanden ( IPBO)
Hoofd van de onderzoekseenheid: Prof. Dr. Dominique Van Der Straeten
Adres: K. L. Ledeganckstraat 35 9000 Gent
Tel. : 09 / 264 51 85 Fax. : 09 / 264 53 33
Email: dostr@ gengenp. rug. ac. be
e-mail : Godelieve. Gheysen@ rug. ac. be
Web : http: / / www. ipbo. rug. ac. be
Werking:
Onderzoeksdomeinen :
1 . Technologie transfer : partners uit derde wereldlanden in contact brengen met hooggekwalificeerde insti-
tuten en laboratoria op vlak van biotechnologie. Technologie transfer laat derde wereldlanden toe op ter-
mijn een onafhankelijke en competitieve positie te verwerven op het vlak van biotechnologisch onderzoek.
Door op deze manier in aanraking te komen met de derde wereldproblematiek kunnen hooggekwalificeerde
westerse partners gestimuleerd worden om hierin meer te investeren.
2. Training en opleiding van doctoraatstudenten en postdocs
3. Onderzoek : focus op het verhogen van de nutritionele waarde van voedingsgewassen
101
101
Page 102
103
Perspectieven
Het uitbouwen van een onderzoeksgroep met als centraal thema het verhogen van nutritionele waarde van
gewassen, relevant voor de ontwikkelingslanden.
Details organisatie:
Op 13 juni 2000 werd het Instituut voor Plantenbiotechnologie voor Ontwikkelingslanden ( IPBO) opgericht
onder impuls van Em. Prof. Marc Van Montagu.
> sociale kaart 101
102
102
Page 103
104
102 > rapport 1 bis
P L A N T E N B I O C H E M I E E N -FYS I O L O G IE UA
Departement Biologie Faculteit Wetenschappen, Antwerpen
Contact :
Laboratory of Plant Biochemistry and Plant Physiology
University of Antwerp ( UIA)
Department of Biology
Universiteitsplein 1
B-2610 Antwerpen
Tel. : + 32( 0) 3 820 22 66 Fax. : + 32( 0) 3 820 22 71
General email: bify@ uia. ua. ac. be
web : http: / / www. uia. ac. be/ bio/ bify/
Diensthoofd Biochemie: Harry Van Onckelen
tel. 03-820 22 67
e-mail hvo@ uia. ua. ac. be
Diensthoofd Plantenfysiologie: R. Caubergs
tel 03 218 04 21
e-mail: caubergs@ ruca. ua. ac. be
Werking:
Biochemie :
Het onderzoek structureert zich rond de rol van plantenhormonen bij ontwikkelings-processen van hogere
planten met volgende deelaspecten:
plantengroeiregulatoren in normale -, mutant -en genetisch gemodificeerde planten.
103
103
Page 104
105
rol van plantenhormonen bij plant-microob interacties.
rol van plantenhormonen bij het doorlopen van de celcyclus.
Plantenfysiologie :
Op moleculair, cellulair en organismaal niveau worden de reacties bestudeerd van planten op hun
omgeving. Daarbij ligt de nadruk op de reacties en verdediging tegen stresscondities, zowel van biotische
( pathogenen) als abiotische ( ozon, temperatuur stress, UV) oorsprong. Antioxidatieve mechanismen worden
bestudeerd waarin o. a. ascorbinezuur ( vitamine C) en actieve zuurstofradicalen een rol spelen. ,
ecosysteemonderzoek en paleobiologie
Activiteiten omtrent GGO s:
Prof. R. Caubergs is hoofdredacteur van het tijdschrift MENS ( Milieu-Educatie, Natuur & Samenleving,
www. 2mens. com) . Hierin verschijnen regelmatig bijdragen over biotechnologie.
> sociale kaart 103
104
104
Page 105
106
104 > rapport 1 bis
L A B O V O O R P L A N T E N M O R F O L O G IE UA
Departement Biologie Faculteit Wetenschappen, Antwerpen
Contact:
Plantenmorfologie
Lab of Plant Physiology and Morphology ( C0.24)
University of Antwerp ( UIA)
Department of Biology
Universiteitsplein 1 B 2610 Wilrijk ( Antwerpen) Belgium
Tel: + 32-( 0) 3-820.22.58 Fax: + 32-( 0) 3-820.22. 71
General E-mail: fymo@ uia. ua. ac. be
Diensthoofd: J-P. Verbelen
tel. 03-820 22 77
e-mail: verbelen@ uia. ua. ac. be
< http: / / www. uia. ac. be/ bio/ fymo/ >
Werking:
Onderzoeksdomeinen
De reaktie van de plantencel op planteigen en externe prikkels.
De ontwikkeling van zowel hele planten als protoplasten en geïsoleerde cellen wordt celbiologisch bena-
derd: van DNA duplicatie over cytoskelet-modelering tot apoplastarchitectuur.
Technieken: electronen-, licht-en confocale miocroscopie, micro-injectie, flow-cytometrie, in vitro cultuur.
105
105
Page 106
107
ST EM UA
Studiecentrum voor Technologie, Energie en Milieu
Vakgroep Milieu, technologieen Technologiemanagement, Antwerpen
Contact:
STEM _ Studiecentrum voor Technologie, Energie & Milieu
Vakgroep Milieu, Technologie en Technologiemanagement
Aviel Verbruggen ( voorzitter)
Linda Teunkens ( secretariaat; linda. teunkens@ ua. ac. be)
Kleine Kauwenberg 12 B_ 2000 Antwerpen
tel. : + 32_ 3_ 220. 49.00 fax. : + 32_ 3_ 220. 49.01
http: / / extranet. ufsia. ac. be/ MTT/ STEM/ index. htm
Werking:
Universitair onderzoekscentrum dat wetenschappelijke kennis ten dienste stelt van duurzame ontwikkeling.
Binnen het centrum zijn er twee onderzoeksgroepen, die elk op een ander aspect van duurzame ontwikke-
ling werken.
Eén meer economisch georiënteerde onderzoeksgroep legt zich toe op cijfermatige analyses omtrent ener-
gieverbruik, vervuilende emissies, klimaatverandering enz. en formuleert van daaruit aanbevelingen voor
beleid. Duurzame ontwikkeling vanuit het oogpunt van al dan niet hernieuwbare hulpbronnen van de aarde.
Een andere eerder sociaalwetenschappelijke onderzoeksgroep legt zich toe op sociologische analyses
omtrent beleidsprocessen, moderne technologieën en ermee samenhangende milieu-& gezondheidsrisico s.
Duurzame ontwikkeling vanuit het oogpunt van voorzorgsbeginsel en participatieve democratie.
> sociale kaart 105
106
106
Page 107
108
106 > rapport 1 bis
Details:
Opgericht in 1990.
Aanvankelijk louter gespecialiseerd in de economische modellering van o. a. energieverbruik en afvalproductie.
Binnen STEM is sinds 1999 een Technology Assessment cluster gegroeid. Binnen deze cluster hebben enkele
mensen, vnl. Lieve Goorden en Joke Vandenabeele, gewerkt op onderzoeksprojecten met betrekking tot
participatie aan besluitvorming over biotechnologie en ggo s.
Activiteiten omtrent GGO s:
Recent afgewerkt: een projecttekst in het kader van het maatschappelijk programma van de VIB, over het
biotechnologiedebat in Vlaanderen. Enkele workshops in het kader van dit project.
Enkele publicaties over biotechnologie en debat.
Banden met:
Betreffende GGO s o. a. met VIB als recent opdrachtgever. Door projectonderzoek, interviews, professionele
historie van enkele medewerkers contacten met het grootste deel van de professioneel betrokkenen bij de
biotechnologieproblematiek in Vlaanderen.
107
107
Page 108
109
B E L G O B I O T E CH
Contact:
BelgoBiotech
Dirk CARREZ
Secretaris-generaal
Maria Louizasquare 49 B 1000 Brussel
tel. 02 238.97.88 fax 02 231. 13.01
belgobiotech@ fedichem. be
http: / / www. belgobiotech. be
Werking:
De voornaamste opdrachten van BelgoBiotech zijn:
de wetgeving, reglementen en normen op het gebied van de biotechnologie opvolgen;
het verlenen van de gewenste informatie aan bedrijven en het verspreiden van gegevens over de sector;
de standpunten van de sector bij de overheid en het publiek bekendmaken.
Het actieterrein van BelgoBiotech ligt voornamelijk in de volgende gebieden:
veiligheid;
bescherming van het leefmilieu;
juridische bescherming van biotechnologische uitvindingen;
het op de markt brengen van biotechnologische producten;
wetenschappelijke informatie.
> sociale kaart 107
108
108
Page 109
110
108 > rapport 1 bis
Details organisatie:
BelgoBiotech werd in 1992 opgericht als beroepssectie binnen Fedichem ( ( Federatie van de Chemische
Industrie van België, http: / / www. fedichem. be ) en groepeert zowel ondernemingen die lid zijn van Fedichem
als geassocieerde leden die biotechnologische technieken aanwenden.
BelgoBiotech werkt in nauwe multidisciplinaire samenwerking met de departementen van Fedichem en met
haar andere professionele en regionale secties, alsook met andere beroeps-en wetenschappelijke organisa-
ties op Europees, federaal en regionaal niveau. Zo is BelgoBiotech onder andere lid van EuropaBio.
Thema s en standpunten:
De biotechnologie industrie erkent dat van haar verwacht wordt dat zij via dialoog ijvert voor een beter
begrip van de ethische vragen die met de moderne biotechnologie verband houden. Deze vragen gaan
zowel over culturele en religieuze aspecten, als over de invloed op het milieu en gezondheid, en het effici-
ënt functioneren van de wet-en regelgeving. Daarom heeft BelgoBiotech een ethische code opgemaakt,
volledig gebaseerd op de ethische grondbeginselen gedefinieerd door EuropaBio, waarop haar leden inge-
schreven hebben.
Activiteiten omtrent GGO s:
Koepelorganisatie voor Belgische Biotechnologiebedrijven.
R& D, in-en uitvoer en verkoop.
Samen met Fedichem uitgever van lespakket Biotechnologie ( aanwezig op STEM)
Samen met AVGI auteur van commentaar bij nakende omzetting EU-biotechnologierichtlijn ( zie bijlage bij
AVGI)
In de persoon van Dirk Carrez allomtegenwoordig : lector MIRA-T rapport 2001, hoofdstuk ggo s ; stemge-
rechtigd lid van FRDO aldus meegeschreven aan meerdere van hun biotechnologie adviezen, actief in
publieksdebatten over GGO s, denkt mee na over een goede debatvoorwaarden.
109
109
Page 110
111
Officieel vertegenwoordigd:
Subsector Fedichem
Federale Raad Duurzame Ontwikkeling
Banden met:
Europabio en andere beroeps-en wetenschappelijke organisaties op Europees, federaal en regionaal
niveau.
Ruimere chemische industrie ( via Fedichem) .
Biotech-bedrijven ( aangesloten bij BelgoBiotech) .
Leden
Aventis CropScience Warcoing www. cropscience. aventis. com
Aveve Group www. aveve. be
Beldem ( Puratos) www. beldem. com
Biosource Europe www. biosource. com
Biotech Tools
Citrique Belge www. roche-vitamins. com
CropDesign www. cropdesign. com
Cerestar www. cerestar. com< / A<
Eurogenetics www. eurogenetics. be
Eurogentec www. eurogentec. com
Galactic www. lactic. com
Genencor International www. genencor. com
GSK Biologicals www. gsk. com
Innogenetics www. innogenetics. com
Janssen Pharmaceutica www. janssenpharmaceutica. be
Monsanto Europe www. monsanto. com
> sociale kaart 109
110
110
Page 111
112
110 > rapport 1 bis
Novo Nordisk Pharma www. novonordisk. com
Serono www. serono. com
Solvay Peptisyntha www. peptisyntha. com
Syngenta www. syngenta. com
UCB Bioproducts www. ucb-bioproducts. com
Warcoing www. cosucra. com
Bijlage 1 BelgoBiotech
Ethische code
Hoe meer kennis, hoe meer twijfel Goethe
Deze ethische code is volledig gebaseerd op de ethische grondbeginselen gedefinieerd door EuropaBio. De
code vormt de basis van de relaties die BelgoBiotech onderhoudt met de consumenten, patiënten en land-
bouwers, politici en wetgevers, de media en ook alle organisaties die meer willen weten over de ethische
waarden die onze industrie als uitgangspunt neemt. Alle leden van BelgoBiotech verbinden zich er dan ook
toe deze ethische code te respecteren.
Algemene principes
Wij verbinden ons ertoe de mogelijkheden die de biotechnologie biedt te gebruiken voor de verbetering
van de kwaliteit van het leven.
Wij geven voorrang aan gezondheid, veiligheid en bescherming van het leefmilieu bij onderzoek en ont-
wikkeling, fabricage en distributie van onze producten en diensten.
Wij ontwikkelen en gebruiken biotechnologie met absoluut respect voor de menselijke waardigheid en
de mensenrechten.
Wij verstrekken op een evenwichtige manier informatie over biotechnologie en de producten en dien-
sten die eruit resulteren. Hierbij gaat de aandacht zowel naar de voordelen als naar de risico' s.
Wij gaan de dialoog aan met eenieder die vragen heeft over ethische en maatschappelijke gevolgen van
111
111
Page 112
113
biotechnologie.
Wij behandelen dieren met respect en beperken waar mogelijk het gebruik van proefdieren in onder-
zoekswerk. Overdreven leed van dieren gebruikt bij onderzoek en/ of bij onze andere activiteiten wordt ver-
meden en over het welzijn van de dieren wordt zorgvuldig gewaakt.
Wij steunen het behoud van de biologische diversiteit.
Wij verzetten ons tegen het gebruik van biotechnologie voor de aanmaak van wapentuig en ontwikkelen
noch produceren biologische wapens.
Wij steunen uitwisseling van biotechnologische kennis tussen geïndustrialiseerde landen en ontwikke-
lingslanden. De culturele eigenheid van elk land moet daarbij worden gerespecteerd.
Gezondheidszorg
Zowel bij onderzoek en ontwikkeling als bij de behandeling van patiënten respecteren wij de ethische
gedragscode van het medisch corps dat diagnoses stelt en ziekten behandelt, dat onze producten voor-
schrijft, verstrekt en gebruikt, of gebruikmaakt van onze diensten.
Wij steunen de bescherming van de vertrouwelijkheid van medische informatie, inclusief de genetische
informatie.
Wij verzetten ons tegen het gebruik of het openbaar maken van medische informatie, tenzij de betrok-
kene zijn toestemming heeft gegeven, na terdege te zijn geïnformeerd. Dit verzet geldt ook voor gebruik of
publicatie van medische informatie die tot intolerantie of stigmatisering zou kunnen leiden. Binnen het
domein van onze verantwoordelijkheid gaan wij na of alle individuen die deelnemen aan onderzoek, geneti-
sche tests of een medische behandeling ondergaan, hiertoe eerst hun toestemming geven, na terdege te
zijn geïnformeerd. Wanneer de betrokkenen hun toestemming niet kunnen geven, verkrijgt men deze via
hun wettelijke vertegenwoordigers, in overeenstemming met de vigerende wettelijke regeling.
Wij gebruiken noch steunen het gebruik van kloontechnieken om menselijke wezens te reproduceren.
Wij zijn gekant tegen het gebruik van kiembaan-gentherapie bij de mens.
Wij zijn voorstander van de toegankelijkheid van adviesorganen voor genetische tests.
Landbouw, voedsel en leefmilieu
> sociale kaart 111
112
112
Page 113
114
112 > rapport 1 bis
Wij steunen kwaliteitsverbetering van landbouw-en voedselproducten, met de bedoeling het voedselte-
kort in de wereld te verhelpen en mens en dier een betere voeding te geven.
Wij bevorderen een efficiënte, milieuvriendelijke landbouw en steunen de biotechnologische ontwikke-
ling, die landbouwers méér kansen biedt op verbetering en bescherming van hun oogsten en op een beter
gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
Wij steunen heldere informatie over biotechnologische producten zodat de consument bewust kan
beslissen wat hij wel en niet wil.
Wij staan achter de ontwikkeling van biologische zuivering van afvalstoffen en minder milieubelastende
processen in de industrie en openbare nutsbedrijven dank zij de moderne biotechnologie.
Bijlage 2 BelgoBiotech
12/ 04/ 2002
De biotechnologie industrie veroordeelt met klem de vernieling van GGO proefvelden in België
BelgoBiotech, de beroepssectie binnen Fedichem die de belangrijkste Belgische biotechnologiebedrijven
vertegenwoordigt, heeft met verbijstering kennis genomen van de vernieling van een GGO-proefveld in
Vlaanderen.
De proefvelden zijn nochtans toegelaten binnen een wettelijk kader en volgens gekende en transparante
procedures, zowel op Europees als op nationaal niveau.
Veldproeven hebben juist als doel om in de experimentele fase wetenschappelijk correcte antwoorden te
leveren op gerechtvaardigde vragen betreffende GGO s. Voor allen die gehecht zijn aan een wetenschappe-
lijke en transparante aanpak binnen een Rechtstaat is de vernieling van deze proefvelden dan ook totaal
ontoelaatbaar.
Daarbij moet vermeld worden dat de Adviesraad voor Bioveiligheid -zich baserend op de adviezen van een
wetenschappelijk comité, dat onafhankelijk is van de industrie -een gunstig maar voorwaardelijk advies
heeft gegeven voor alle dossiers betreffende experimentele GGO-proefvelden, en dit volledig conform de
wetgeving en de Europese richtlijnen.
De overheid heeft eveneens nagegaan of deze projecten in geen enkel geval schade kunnen berokkenen
113
113
Page 114
115
aan " bio-landbouwers" , en de burgemeesters van deze gemeenten werden hierover ingelicht.
De Dienst Bioveiligheid en Biotechnologie die het secretariaat verzekert van de Raad heeft alle informatie
over deze projecten verspreid op zijn website vanaf de aanvang van de procedure.
Alle waarnemers zijn van oordeel dat deze daad van milieuvandalisme de derde in twee jaar tijd ! totaal
in strijd is met het correct toepassen van het voorzorgsprincipe, dat als eerste stap juist een wetenschappe-
lijke evaluatie omvat.
Inlichtingen:
Dirk Carrez tel 02/ 238.98. 47 e-mail: dcarrez@ fedichem. be
> sociale kaart 113
114
114
Page 115
116
114 > rapport 1 bis
E U R OPA B IO
European Association for Bioindustries
Contact:
EuropaBio
Avenue de l' Armée 6
1040 Brussels Belgium
Tel : ( + 32.2) 735.03. 13 Fax : ( + 32.2) 735. 49.60
E-mail : mail@ europabio. org
http: / / www. europabio. org
Werking:
EuropaBio' s missie is het promoten en innoveren van de de biotechnologie-industrie in Europa. Werkt als lob-
bygroep in op de politieke instituties van de EU. Ze gaan de dialoog aan met de Europese instituties en probe-
ren zo bij te dragen aan het opstellen van wetgeving die coherent is voor de bioindustrie. EuropaBio zorgt voor
een stabiele biotech-informatiestroom naar het Europees Parlement, de Europese Commissie en Raad van
Ministers. EuropaBio' s eerste focus is de EU, maar vanwege het globale karakter van de industrie, vertegen-
woordigen ze hun leden ( bedrijven) ook in wereldwijde fora.
Details organisatie:
EuropaBio vertegenwoordigt zo n 40 leden/ bedrijven die wereldwijd actief zijn, alsook 18 nationale biotechno-
logy koepelorganisaties en enkele wetenschappelijke instellingen. Via die koepels vertegenwoordigt EuropaBio
in totaal zo n 1000 ondernemingen die betrokken zijn in onderzoek, ontwikkelen, testen, aanmaken of commer-
cialiseren van biotech-toepassingen. De ondernemingen die lid zijn van EuropaBio zijn actief op volgende ter-
reinen: menselijke geneeskunde, diergeneeskunde, diagnostiek, bio-informatica, chemicaliën, gewasbescher-
115
115
Page 116
117
ming, landbouw, voedsel en milieu producten. Het belangrijkste wat al die leden gemeenschappelijk hebben is
het gebruik van de techniek biotechnologie in onderzoek, ontwikkeling of productie.
EuropaBio s raad van bestuur is opgemaakt uit vertegenwoordigers van de leden. Verder zijn er bestuurlijke
raden voor de belangrijkste segmenten van EuropaBio: industrie, geneeskunde en landbouw.
De kernactiviteit van EuropaBio vindt plaats in de werkgroepen. Hieronder een lijst:
European Parliament 626 working group
Agri-Food Sub Board
Biosafety Protocol working group
Codex Alimentarius working group
Coordination working group
Emerging Enterprise WG
Ethics working group
FFTL Food Feed Traceability Labelling ( PBU) working group
Forum for European Biotechnology Coordination ( FEBC)
Gene therapy working group
Healthcare Sub Board working goup
Industrial Biotechnology Sub Board working group
Intellectual Property working group
Liability working group
National Associations Council
Orphan drugs working group
Plant Biotechnology Unit ( PBU)
SME Project
TAG Technical Advisory Group ( PBU)
> sociale kaart 115
116
116
Page 117
118
116 > rapport 1 bis
Thema s en standpunten:
Algemeen:
-EuropaBio steunt louter verantwoord gebruik van biotechnologie, om zeker te zijn dat z n potentieel ten volle
gebruikt wordt ten voordele van mensen en hun omgeving
-EuropaBio staat achter een open, geïnformeerde dialoog met alle stakeholders over ethische, sociale en eco-
nomische aspecten van biotechnologie en z n toepassingen
-EuropaBio wil vrije en open markten en het verwijderen van hindernissen voor competitie met andere wereld-
regio s
Kernboodschappen, Ethische code, Recent nieuws en standpunten: zie bijlage.
Activiteiten omtrent GGO s:
Europese koepelorganisatie van biotechnologie bedrijven en organisaties.
R& D, in-en uitvoer, handel.
Banden met:
-Biotech-bedrijven ( leden) en nationale biotech-organisaties.
-EU-instituties.
-via de verschillende nationale organisaties ook in continue dialoog met beleidsmakers en stakeholders op
nationaal niveau.
-specifieke aandacht voor regering van EU-lidstaten die zich voorbereiden op EU-voorzitterschap
Bijlage 1 EuropaBio -Key messages
BENEFITS OF BIOTECHNOLOGY
Biotechnology is one of the most exciting new sectors to emerge in recent years, offering new ways to treat
and prevent disease and holding the promise of better and cleaner industrial processes as well as enabling a
more sustainable agriculture to emerge.
In human health, the benefits of biotechnology are evident and the prospects are bright. Solutions for diseases
117
117
Page 118
119
which so far have been incurable will in great part be due to the revolution that biotechnology brings.
In agriculture, biotechnology offers considerably higher yields and provides alternatives to the use of pestici-
des. Genetically modified fruit and vegetables can offer higher nutritional value, better taste, longer conserva-
tion, all to the benefit of the consumer.
To fight malnutrition in large parts of the developing world and to feed an ever-growing population, biotechno-
logy offers a safe, abundant and high quality food supply through a sustainable use of the world' s resources.
Biotechnology is bringing cleaner and greener processes to the manufacture of detergents and the cleaning up
of environmental waste. Other biotech applications hold the promise of one day replacing carbon fuels with
bio-fuels made from biomass.
New products and new applications emerge every day in biotechnology and we are confident that our sector
has a major contribution to make in finding new solutions to old problems.
ETHICAL BEHAVIOUR
EuropaBio' s Core Ethical Values Charter is a pledge of responsible behaviour.
We believe that the swift and steady development of science and technology calls for rapid identification and
clarification of the ethical aspects of this development.
We want to anticipate and explore the impact of change and to discuss its effects with the scientific communi-
ty, the public and their elected representatives.
The Advisory Group on Ethics ( AGE) composed of outstanding independent scholars and researchers provides
us with critical advice.
SAFETY
The well-being of humans and animals, and the quality of our environment are the major concerns of any civili-
sed society. They are fully shared by all of EuropaBio' s member companies.
We support authorisation procedures for genetically modified organisms based on rigorous and science-based
safety assessments that are coherent, transparent and predictable.
We believe that both the scientific community and the industry should invest enough time and energy to work
together with the public on addressing their concerns.
> sociale kaart 117
118
118
Page 119
120
118 > rapport 1 bis
EUROPE CAN TAKE THE LEAD
Scientific, technological and entrepreneurial skills are there and equity can be attracted: the future for
European biotechnology will be bright if public acceptance can be won and if the regulatory framework provi-
des a stable, coherent, transparent and predictable environment which fosters its development.
Bijlage 2 EuropaBio
OCTOBER 1998 ETHICAL VALUES
EuropaBio, the European Association for BioIndustries, represents 40 companies operating world wide and 13
national associations ( speaking on behalf of several hundred small and medium-sized enterprises) involved in
the research, development, testing, manufacturing, marketing, sales and distribution of biotechnology pro-
ducts and services in the fields of healthcare, agriculture, food and the environment.
The biotechnology industry recognises its responsibility to encourage, through dialogue, better mutual under-
standing of ethical concerns. These concerns include any cultural or religious aspects, related to biotechnology,
possible environmental impact, and the adequacy of regulations. These Core Ethical Values are addressed to
consumers, patients, the agricultural community, politicians, legislators, the media, organisations and others
who wish to know about the key ethical values that underpin our work. All members of EuropaBio share these
Core Ethical Values. Since biotechnology is innovative and rapidly developing, these Core Ethical Values may be
modified over time to address new issues and new insights that arise in the future.
General principles
We are committed to realising the potential of biotechnology to improve the quality of human life.
We give priority to health, safety, and environmental protection when undertaking the research, develop-
ment, manufacture and distribution of our products and services.
We develop and use biotechnology with full respect for human dignity and human rights.
We communicate and share information about biotechnology and its derived products and services in a
balanced manner, stating both benefits and risks.
We engage in a dialogue with those concerned about ethical and societal implications of biotechnology.
119
119
Page 120
121
We treat animals in a respectful manner and, when at all possible, we limit their use in research. Any dis-
proportionate suffering to animals involved in our research and/ or other parts of our work is avoided and the
highest standards of well-being are maintained.
We support the conservation of biological diversity.
We oppose the use of biotechnology to make any weapons and will not develop or produce biological wea-
pons.
Healthcare
We respect the codes of ethics of the healthcare professionals who diagnose and treat disease, and who
prescribe, dispense, and use our products or make use of our services whether in research, development or
patient care.
We support the protection of the confidentiality of medical information, which includes genetic information.
We oppose the use or disclosure of medical information, without informed consent, or any use or disclosure
which could lead to allow intolerance or stigmatisation.
We ensure, within our responsibilities, that the informed consent of all individuals participating in our rese-
arch programmes, taking genetic tests or undergoing medical treatment is obtained.
When individuals are unable to give their consent, it is obtained from their legal representatives according
to current legislative requirements.
We do not use or support the use of cloning technologies to reproduce human beings.
We do not support human germ line gene therapy.
We support the accessibility of counselling for genetic testing.
Agriculture, Food and Environment
We support improvements in the quality of food and agricultural products, in order to enhance the world' s
food supply and thereby human and animal nutrition.
We promote efficient and sustainable agriculture and support new biotechnological developments, which
offer additional opportunities for farmers to protect or improve their crops and to use natural resources more
effectively.
> sociale kaart 119
120
120
Page 121
122
120 > rapport 1 bis
We support transparent product information to promote informed consumer choice.
We support the development of bioremediation and cleaner industrial and municipal processes through bio-
technology.
All members of EuropaBio voluntarily adhere to these Core Ethical Values. Member companies shall not
represent any position as being that of EuropaBio unless that position has been approved by the Board of
EuropaBio.
Member companies also recognise EuropaBio' s responsibility to consider deviations by its members from these
Core Ethical Values and to recommend appropriate responses after a reasonable due process
Bijlage 3 EuropaBio
Joint press release by Ministry of Flanders and EuropaBio
Biotechnology is more than drugs and crops
Brussels, 17 April 2002. In this EU Green Week ( 15-19 April 2002) attention is turned to environmental protec-
tion and sustainable development. Industry can make an important contribution to achieving these goals.
That is why the Ministry of Flanders is holding a major conference next month on the Industrial Applications of
Biotechnology. EuropaBio is proud to be a main sponsor of this event.
From May 16 17 in Antwerp, Belgium, the Ministry of Flanders will run the first ever conference on industrial
biotech coined white biotech by the industry to demonstrate how biotech can create greener and cleaner
industrial processes, leaving a smaller environmental footprint behind. The event brings together industry,
scientists and policy makers.
Industrial biotech uses microorganisms like moulds, yeasts or bacteria to produce efficient and eco-friendly
products such as enzymes. " For example, washing powders that use enzymes remove stains using less energy
and water, while biofuels, like ethanol, have great potential to replace fossil fuels, " says Hugo Schepens,
121
121
Page 122
123
Secretary General of EuropaBio, the European Association of Bioindustries who are co-sponsoring the event.
Last year, the OECD Task Force on Biotechnology for Sustainable Industrial Development demonstrated that
clean process biotechnologies have already been introduced in many industrial sectors when they examined
more than 20 case studies.
These include: chemicals and pharmaceuticals, pulp and paper, textiles and leather, food and feed, metals and
minerals, and energy.
The Antwerp event aims to encourage policy and decision makers to play a positive role in promoting the res-
ponsible use of efficient biotechnologies in building environmentally sustainable processes and industries. The
conference is being organised by the Ministry of Flanders, together with industry and science partners from
Europe and the US.
As part of Europe s contribution to sustainable development the European Commission also intends to develop
an action plan to promote clean technologies that can boost economies and protect the environment.
Bijlage 4 EuropaBio
STATEMENT
Parliament to vote on two GM Regulations this week
Brussels, 1st July 2002 During the plenary vote in Strasbourg this week, MEPs are due to vote on two propo-
sed Regulations GM food and feed ( Scheele report) and GM labelling and traceability ( Trakatellis report)
If the majority of MEPs vote with the hard line greens, the new rules could eliminate consumer choice, reduce
options for sustainable agriculture in Europe, and disrupt trade with third countries. These are the issues at
stake.
> sociale kaart 121
122
122
Page 123
124
122 > rapport 1 bis
Yes to realistic allowances for traces of GM found in home-grown crops ( Adventitious presence)
Guaranteeing 100% purity of agricultural commodities is practically impossible. Traditional purity thresholds are
established to account for the unavoidable presence ( adventitious presence) of different foreign materials. GM
material, too, can be unintentionally present in small levels in non GM crops. If a product has more than 1%
GM material, the European Commission s proposal requires it to be labelled. This is a very restrictive threshold
compared to existing purity requirements. For example, thresholds of 5% have been agreed for non-organic
material in products that may be still labelled as organic. Yet, some MEPs wish to lower the threshold to 0.5%
or less, which would be incompatible with agricultural practices in the EU and around the world. Legislators
must consider an allowance that can be realistically achieved.
No to zero tolerance
Hardliners want zero tolerance for traces of GM present in imported crops. All commercially grown GM crops
outside Europe have received a clean bill of health on environmental and public health grounds. The EU s de
facto moratorium on GM crops means that very few have been approved in Europe. Yet the EU is dependent
on imports in many sectors. For example the EU imported 4.8 million tonnes of corn gluten feed and 14.3 mil-
lion tonnes of soyabeans in 1999/ 2000. The EU s soyabean self sufficiency is estimated by the European
Commission to vary between 6 and 10% . Legislation should permit the presence of trace amounts of GM pro-
ducts from the EU s trading partners, as long as the health and environmental safety of the GM has been
approved by the exporting country using a regulatory system that meets EU standards. The legislation must
also recognise that small traces of approved GMs will occur in seeds for cultivation and provide a legal recog-
nition for thresholds.
Yes to labelling of derived products based on detectability
Industry supports labelling that provides consumers with choice and can be verified by testing. Today, all
foods and food ingredients that contain GM material must be labelled. Now, the European Commission wants
to extend this labelling to all products derived from GMOs even if they do not contain GM material any more.
This would mean the labelling of products like sugar and oils where it is impossible to detect whether these
come from GM crops, traditional crops or organic crops. Such products are physically and chemically identical.
123
123
Page 124
125
Some MEPs also wish to label meat, milk, and eggs from animals fed GM grain. However, if labelling claims
cannot be proven or controlled through independent analysis, consumer choice is not guaranteed. Industry
supports labelling based on the presence of detectable GM material.
Yes to tracing GM foods for safety, no to paper trails
Tracing products is a key part of food safety standards and is a well established practice in the EU. Community
legislation already insists on product traceability: no company can put food or feed on the market without
being able to recall it immediately. Additional and incremental traceability requirements imposed only on GM
foods or feed have no basis in protection of health or the environment and do not add anything to the safety
of the final product that is not already covered by the new European food law.
GMs sustainable credentials
The introduction of GM technology is a strategically important technology which offers eco-friendly farming
practices and higher incomes for farmers through improved plant varieties, less crop losses and less spraying.
A recent analysis , by Dr. Phipps from the University of Reading, estimated that if 50% of the maize, oil seed
rape, sugar beet and cotton grown in the EU were GM varieties, there would be a reduction of 7.5 million ha
sprayed, saving 20.5 million litres of diesel and approximately 73,000 tonnes less carbon dioxide released into
the atmosphere.
GM technology is the fastest growing technology ever adopted by farmers: 5.5 million farmers around the
world are now growing many different types of crops and varieties of crops that have built-in resistance to
pests, insects and weed killer. In the developing world, the FAO, OECD, UNDP all agree that GM technologies
are important for agricultural development. GM can boost incomes as it reduces crop losses in a more environ-
mentally sustainable way.
In last year s Eurobarometer, 85.8% of Europeans thought that GM should be allowed if scientifically proven to
be harmless. The European Commission, after 15 years of research stated that because of the more stringent
rules for GM, GM is as least as safe as conventional products.
> sociale kaart 123
124
124
Page 125
126
124 > rapport 1 bis
EuropaBio urges MEPs to support amendments that permit the continued development of appropriate GM
crops in order to meet the common goal of sustainable agricultural production in Europe.
Strasbourg contacts:
Simon Barber, Director Plant Biotechnology Unit, EuropaBio
Mobile: + 32 476 44 24 20
Bernd Halling, Public Affairs Manager, EuropaBio
Mobile: + 32 476 84 79 53
Brussels contact:
Adeline Farrelly, Communications Manager, EuropaBio
Tel: + 32 2 739 1174 ( Direct) Mobile: + 32 475 93 17 24
e-mail: a. farrelly@ europabio. org website: http: / / www. europabio. org
Bijlage 5 EuropaBio
Press release
European Parliament Vote is a Disappointment for Green Biotechnology
Brussels, 3rd July 2002 During the plenary vote in Strasbourg today, MEPs confirmed the unimplementable
positions of the Environment Committee on two proposed Regulations GM Food and Feed ( Scheele report)
and GM Labelling and Traceability ( Trakatellis report) .
The majority of MEPs followed the position of the PSE rapporteur Mrs Scheele and the Green Party on
Food/ Feed and Traceability/ Labelling that will discriminate against the new technology, reduce consumer choi-
ce, disrupt trade with third countries, while adding nothing to safety.
Simon Barber, of EuropaBio considers that " The arbitrary reduction to a 0.5% threshold instead of 1% as pro-
posed by the Commission is unrealistic. " Cross pollination in the farming environment and some mixing in the
125
125
Page 126
127
storage, distribution and processing stages will be inevitable, so these low levels are impossible to achieve.
Parliament further failed to recognise that " adventitiously present" trace levels of GM products assessed as
safe by European Scientific Committees, and approved and commercialised in third countries, might be adventi-
tiously present in seed and commodity in the EU. Because of the de facto moratorium, the approval process in
the EU has stopped, while the rest of the world evaluates, authorises, and cultivates new products that are
bringing significant environmental and economic benefits.
Parliament also decided to add another layer of red tape by voting for amendments that undermines the " one
door one key" approach proposed by the Commission. Such a procedure would provide excellence in safety
assessment and a uniform and transparent Community procedure for all applications a regulatory base that
would provide a higher level of confidence for European citizens.
The plenary supported the Commission s proposal to label GM derived products that are identical to their non-
GM counterparts. Since no DNA or novel protein of GMO origin is present in these groups of products, no
scientific verification is possible and the system will be open to fraud.
" The ability of Green Biotech to contribute to the goal of Europe becoming the world' s most competitive kno-
wedge-based economy, as set out in the " Life Sciences and Biotechnology Action Plan" is now in question. It is
crucial that the Council of Ministers act to ensure that there is a future for green biotechnology in Europe. "
said Barber.
Strasbourg contacts:
Simon Barber, Director Plant Biotechnology Unit, EuropaBio
Mobile: + 32 476 44 24 20
Bernd Halling, Public Affairs Manager, EuropaBio
Mobile: + 32 476 84 79 53
> sociale kaart 125
126
126
Page 127
128
126 > rapport 1 bis
B B A B E L G I A N B I O T E C H N O L O G I E S A S S O C IAT I ON
Contact:
BBA
Alain Scarco, voorzitter ( UCB Bioproducts)
Jean-Claude Havaux, ondervoorzitter ( Zentech)
Paul J. Appermont, ondervoorzitter ( Innogenetics)
Jacques Viseur, Secretaris-Generaal
Louizalaan 490 B9 B 1050 Brussels
Tel. : + 32 2 646 05 64 Fax. : + 32 2 640 37 59
http: / / www. bba-bio. be
Werking:
BBA is een vzw die biotechnologische krachten en expertise in België bindt, om biotechnologische ontwikkeling
te promoten en actief z n leden in België en buitenland te vertegenwoordigen.
BBA helpt de aangesloten bedrijven, onderzoeksinstellingen en laboratoria hun competetiviteit te versterken
door ze toegang te geven tot de meest recente informatie en door ondersteunende acties ten voordele van
onderzoek en investering in België.
Deze associatie is ook actief voor een coherente en biotechnologie-ondersteunende wetgeving.
Uitgave nieuwsbrief en jaarlijks rapport Biotech in Belgium . Organiseren van congressen.
127
127
Page 128
129
Kaartje met links naar aangesloten leden:
Onderverdeeld in een aantal werkgroepen:
Competitiveness and European policies for biotech
Ethical issues
Intellectual property rights ( IPR)
Job opportunities and research fellowship
Regulatory issues
Thema s en standpunten:
BBA is voorstander van een beter begrip en ruimere aanvaarding van de voordelen van biotechnologische toe-
pasingen door het publiek.
Banden met:
Aangesloten bedrijven
Universitaire Laboratoria -EuropaBio -FEDICHEM -IWT -VIB -Overheid België ( o. a. WIV-SBB is aangesloten)
en EU
> sociale kaart 127
128
128
Page 129
130
128 > rapport 1 bis
Bijlage -BBA
Proceedings of the first " Belgian-Danish Forum for Innovation in Biotechnology"
Brussels -29 May 2002
The first " Belgian-Danish Forum for Innovation in Biotechnology" has been organised in Brussels, in connection
with H. M. Queen Margrethe II and H. R. H. Prince Henrik of Denmark' s official visit to Belgium 28 30 May 2002
hosted by H. M. King Albert II and H. M. Queen Paola of Belgium.
Belgium and Denmark are both small countries within the European Union, who in comparison to their sizes
have substantial activities within the biotechnology sector.
28 Danish Companies and 106 Belgian Companies and Institutions participated in the meeting.
Keynote lectures were been given in the morning session of the first day ( 29 May 2002) , presenting the recent
developments in the biotech sector in both countries and the european policies for Life Sciences and
Biotechnology.
More than 250 " one-to-one" business meetings have been organized in the afternoon, with possibilities for
companies to make presentations in four thematic work-groups: healthcare/ pharma; agrofood, environment,
and financing biotech.
The second day ( 30 May 2002) has been devoted to the organization of visits of companies and Biotechnology
Research Centers.
Finally the meeting has ended with the speeches of H. R. H. Prince Henrik of Denmark' s and Belgian Minister of
Economy, Charles Picqué who stressed the importance of the biotech sector to a knowledge based economy in
Europe and the commitment of Belgium and Denmark in strengthening mutual links and cooperation in this
sector, in the perspective of the future European Research Area and the 6th E. U. Framework Programme.
Nog meer industrie
GIMV Biotech Fonds Vlaanderen
De GIMV is sinds haar introductie op de beurs van Brussel op 26 juni 1997 een portefeuillemaatschappij onder
toezicht van de Beurscommissie en de Commissie voor Bank-en Financiewezen. Ze is een onafhankelijke,
marktconforme investeringsmaatschappij die wil inspelen op de opportuniteiten die zich voordoen in de markt
van het risicodragend kapitaal. Ze gaat hierbij uit van een langetermijnperspectief.
129
129
Page 130
131
Ze ligt aan de basis van tegemoetkomingen inzake groeikapitaal, venture capital, Biotech Fonds Vlaanderen en
Buy-outs.
Het Biotech Fonds heeft als doel de biotechnologie te stimuleren door risicokapitaal te voorzien voor reeds
bestaande, beginnende of zich in Vlaanderen relocaliserende biotechnologiebedrijven. Het soort projecten dat
in aanmerking komt voor financiering:
-de opbouw van een nieuwe biotechnologie onderneming in Vlaanderen
-ontwikkeling van biotechnologische producten door Vlaamse ondernemingen
-het aantrekken van buitenlandse biotechnologiebedrijven die zich activiteiten willen ontplooien in Vlaanderen
met o. a. de Europese markt op het oog
Het fonds profileert zich als een finaciële partner ( minderheidsparticipatie) , direct of indirect onder syndicaat
van andere voorzieners van risicokapitaal.
GIMV -Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen<
Karel Oomstraat 37 2018 Antwerpen
tel 03/ 290 21 00 -fax : 03/ 290 21 05
E-Mail : AlainP@ gimv. be
internet : http: / / www. gimv. be
BMB Benelux Merkenbureau
Organisatie voor bescherming van industriële eigendommen, opgericht ten gevolge van ontstaan Benelux.
BMB
Postbus 90404
NL-2509 LK DEn Haag
Bordewijklaan 15 NL-2591 XR Den Haag
tel. : + 31/ 70/ 349 11 11 fax : + 31/ 70/ 347 57 08
e-mail : info@ bmb-bbm. org
http: / / www. bmb-bbm. org
> sociale kaart 129
130
130
Page 131
132
130 > rapport 1 bis
B B A B E L G I A N B I O T E C H N O L O G I E S A S S O C IAT I ON
Contact :
BBA
Alain Scarco, voorzitter ( UCB Bioproducts)
Jean-Claude Havaux, ondervoorzitter ( Zentech)
Paul J. Appermont, ondervoorzitter ( Innogenetics)
Jacques Viseur, Secretaris-Generaal
Louizalaan 490 B9 B 1050 Brussels
Tel. : + 32 2 646 05 64 Fax. : + 32 2 640 37 59
http: / / www. bba-bio. be
Werking :
BBA is een vzw die biotechnologische krachten en expertise in België bindt, om biotechnologische ontwik-
keling te promoten en actief z n leden in België en buitenland te vertegenwoordigen.
BBA helpt de aangesloten bedrijven, onderzoeksinstellingen en laboratoria hun competetiviteit te verster-
ken door ze toegang te geven tot de meest recente informatie en door ondersteunende acties ten voordele
van onderzoek en investering in België.
Deze associatie is ook actief voor een coherente en biotechnologie-ondersteunende wetgeving.
Uitgave nieuwsbrief en jaarlijks rapport Biotech in Belgium . Organiseren van congressen.
131
131
Page 132
133
Kaartje met links naar aangesloten leden:
> sociale kaart 131
K A ART J E T E K R I J G E N.
132
132
Page 133
134
132 > rapport 1 bis
AV GI
Algemeen Verbond van de Geneesmiddelenindustrie
Contact:
AVGI
Walter Peeters
Maria-Louizasquare 49 B 1000 Brussel
Tel: 02/ 238.99. 76 Fax: 02/ 321. 11. 64
info@ agim-avgi. be
http: / / www. agim-avbi. be
Vaak zijn het dezelfde bedrijven die in andere afdelingen met biotechnologische gewasveredeling en chemi-
sche bestrijdingsmiddelen bezig zijn. Het lijkt daarom aangewezen om naar de biotech-standpunten van deze
vertegenwoordigende organisaties te peilen. De ideeën van deze bedrijven en organisaties ivm bijv. Europese
octrooiwetgeving zijn toepasbaar op zowel vindingen betreffende geneesmiddelen als vindingen betreffende
genetisch gemodificeerde gewassen.
Werking:
Als vertegenwoordiger van de farmaceutische industrie in België verstrekt de Belgische Vereniging van de
Geneesmiddelenindustrie Afdeling Diergeneeskunde, informatie over deze sector en licht zij de standpunten
van de farmaceutische bedrijven toe.
Als beroepsorganisatie van de farmaceutische industrie treedt de AVGI op als officiële vertegenwoordiger van
de sector op alle overleg-en dialoogniveaus met de overheid.
De AVGI groepeert momenteel 142 ondernemingen ( o. a. AstraZeneca, Aventis, Bayer, GlaxoSmithKline,
Innogenetics, Janssens Pharmaceutica, Novartis, Pfizer, Pharmacia. . . ) . Deze ondernemingen onder AVGI heb-
ben gemeenschappelijk dat ze zich bezig houden met de ontwikkeling, in-en uitvoer en verkoop van
133
133
Page 134
135
-geneesmiddelen voor humaan gebruik
-geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik
-in vitro diagnostiek
Details organisatie:
De AVGI werd in 1966 opgericht binnen de Federatie van de Chemische Industrie van België ( Fedichem zie
elders) als specifieke vertegenwoordigingsstructuur van de farmaceutische industrie in België.
Als dusdanig verstrekt de vzw AVGI informatie over de geneesmiddelenindustrie in België en over het genees-
middel. Zij belicht zowel de economische inbreng van de sector als de bijdrage van het geneesmiddel tot de
volksgezondheid. Door haar informatie tracht zij ook een beter inzicht te verschaffen in de moeilijkheden waar-
mee de farmaceutische industrie kampt en in de oplossingen die de sector voorstelt.
Thema s en standpunten:
O. a. officieel standpunt AVGI betreffende EU-richtlijn betreffende octrooiwetgeving op biotechnologische vin-
dingen. ( Volledig standpunt zie bijlage)
Activiteiten omtrent GGO s:
Koepel voor bedrijven actief in R& D en verhandelen van zowel biotech-geneesmiddelen als genetisch gemodifi-
ceerde gewassen.
Ondersteunen van biotechnologie in al z n toepassingen.
Officieel vertegenwoordigd:
Fedichem en VBO Europese koepelorganisaties chemie en pharmaceutica
Banden met:
Fedichem en BelgoBiotech Chemische industrie, pharmaceutische industrie
zowel Belgisch als internationaal.
Patiëntenorganisaties Drukkingsgroep bij Vlaamse, Belgische en Europese overheid.
> sociale kaart 133
134
134
Page 135
136
134 > rapport 1 bis
Bijlage 1 AVGI
De andere verenigingen van de farmaceutische industrie in België
Naast de overkoepelende vereniging AVGI bestaan er in België verschillende verenigingen en samenwerkings-
verbanden van farmaceutische bedrijven. Deze worden ter volledigheid kort beschreven.
Pharaxbel ( http: / / www. pharaxbel. be) groepeert 10 farmaceutische bedrijven die in België een industriële vesti-
ging hebben, aan onderzoek doen, nieuwe innovatieve geneesmiddelen ontwikkelen, ze produceren en vanuit
België een belangrijke export realiseren. Zij vertegenwoordigen om en bij de 70% van de tewerkstelling in de
farmaceutische industrie in België. Het betreft hier o. a. weerom AstraZeneca, GlaxoSmithKline, Bayer, Pfizer en
Pharmacia. . . maar daarnaast ook Alcon, Baxter en Solvay deze laatsten geen lid van de AVGI.
Vereniging van Internationale Laboratoria voor Onderzoek en Industrie van Medicamenten ( LIM) . Deze groepe-
ring telt een dertigtal internationale farmaceutische onderzoeksbedrijven. Als toekomstgerichte denktank
binnen de AVGI startte de LIM in 1997 de actie " De patiënt staat centraal" . Bedoeling van de campagne was
een aanzet te geven tot een breed maatschappelijk debat over de toekomst van de gezondheidszorg. Begin
1999 organiseerde de LIM vervolgens een topontmoeting van de voornaamste actoren en de beste vakspecia-
listen uit de gezondheidszorg: de Belgian Health Summit.
Het Centrum voor Interfarmaceutische diensten in België ( CIB) . Deze vzw zag het licht op initiatief van meerde-
re farmaceutische bedrijven die vaststelden dat ze geconfronteerd werden met gelijkaardige marketing-en
managementproblemen. Zij besloten zich te verenigen en een reflectie-en actiecentrum op te richten. Het doel
van het CIB is het voorstellen van nuttige diensten met een goede prijs-kwaliteitsverhouding, het verkrijgen
van betrouwbare diensten en het laten respecteren van de ethische regels van de farmaceutische industrie
door de dienstenleveranciers. Het CIB telt een tachtigtal leden.
Centraal Medisch Fichensysteem ( CMF) . Het CMF groepeert 61 bedrijven. De leden zijn fabrikanten, invoerders
of concessiehouders van farmaceutische producten, en in het algemeen alle natuurlijke of rechtspersonen van
wie de activiteit in het medisch-farmaceutisch domein valt en die in het kader van het maatschappelijk doel
aan het CMF of aan zijn leden diensten verleend hebben of dit zouden kunnen doen. Het CMF heeft als doel de
135
135
Page 136
137
studie, de vorming en de ontwikkeling van fichensystemen in het medisch-farmaceutisch domein in België en
het Groothertogdom Luxemburg.
Bijlage 2 -AVGI
Vernieuwde AVGI houdt zich klaar voor de uitdagingen van de 21ste eeuw
Brussel, 28 juni 2002 Tijdens een Algemene Vergadering kozen de leden van de AVGI ( Algemene Vereniging
van de Geneesmiddelenindustrie) voor een duidelijke missie van de vereniging met helder geformuleerde objec-
tieven en voor een wijziging van de ledenstructuur. Tegelijkertijd verkozen ze een nieuwe Raad van Bestuur en
een nieuwe Voorzitter en een nieuwe Ondervoorzitter. "
De missie van de AVGI luidt als volgt: " Het bevorderen van betere gezondheidszorg door therapeutische inno-
vatie in het domein van de geneesmiddelen voor humaan gebruik. "
Onder therapeutische innovatie verstaat de AVGI alle inspanningen die farmaceutische researchbedrijven doen
om ziekten te voorkomen en/ of te genezen, om het lijden veroorzaakt door een ziekte te verminderen en om de
levensduur te verlengen, en dit steeds met het welzijn van de patiënt voor ogen.
Het is de rol van de AVGI om een gunstig bedrijfsklimaat te creëren om de researchbedrijven aan te moedigen.
De AVGI verdedigt ook het belang van patenten en aanvullende beschermingscertificaten voor nieuwe molecu-
len, producten, toedieningsvormen, ontwikkelingsmethodes enz. Zonder de bescherming door patenten is er
immers geen innovatie mogelijk.
Geneesmiddelen voor humaan gebruik kunnen zowel geneesmiddelen zijn die enkel op voorschrift verkrijgbaar
zijn als vrij verkrijgbare geneesmiddelen en vaccins. De vernieuwde AVGI geeft de prioriteit aan humane
geneesmiddelen, zonder echter het innovatieve potentieel van producenten van diergeneesmiddelen of in vitro
diagnostica in vraag te stellen.
Om deze missie te kunnen realiseren heeft de vernieuwde AVGI vier langetermijnobjectieven geformuleerd:
-het belang van therapeutische innovatie van geneesmiddelen bij alle partners in de gezondheidszorg ( over-
heid, patiënten, mutualiteiten, . . . ) benadrukken;
-een gunstig bedrijfsklimaat voor innovatie creëren;
> sociale kaart 135
136
136
Page 137
138
136 > rapport 1 bis
-de impact op de beleidsmakers versterken;
-het imago van de farmaceutische researchindustrie verbeteren;
en dit door het stellen van de volgende prioriteiten:
-het opzetten van samenwerkingsverbanden met de partners in de gezondheidszorg;
-het leveren van een actieve bijdrage in discussies om het gezondheidszorgsysteem te verbeteren ( o. a. op het
vlak van budgetten) ;
-het creëren van een kader waarin de toegevoegde waarde van geneesmiddelen voor humaan gebruik geëvalu-
eerd kan worden;
-het aantonen van de toegevoegde waarde van de researchbedrijven;
-het promoten van farmaceutisch Onderzoek en Ontwikkeling in het algemeen en in België in het bijzonder;
-het ondernemen van de nodige actie om de strategische positie tegenover andere segmenten te kunnen
handhaven ( biotech-en generiekenbedrijven) ;
-het ontwikkelen van een aanpak om de beroepsethiek te versterken.
Een andere verandering in de vernieuwde AVGI situeert zich op het niveau van de ledenstructuur. Waar de AVGI
tot nu toe enkel werkende leden kende, bestaan er vanaf nu twee soorten leden: werkende leden en toetreden-
de leden. Tot de werkende leden kunnen de humane geneesmiddelenbedrijven behoren die een vestiging heb-
ben in België en die actief zijn in preklinisch en klinisch onderzoek en die 10% van hun omzet herinvesteren in
Onderzoek en Ontwikkeling. Als toetredend lid kunnen de andere geneesmiddelenbedrijven toegelaten worden
die bv. actief zijn in het domein van diergeneesmiddelen of in vitro diagnostica.
Naar aanleiding van deze hervormingen werden een nieuwe Raad van Bestuur die op haar beurt een nieuwe
Voorzitter en een nieuwe Ondervoorzitter verkozen heeft.
De AVGI heeft het genoegen hen aan u voor te stellen: dhr. Luc Vermeesch ( UCB Pharma) , Voorzitter en dhr.
Peter Guenter ( Sanofi-Synthélabo) , Ondervoorzitter.
137
137
Page 138
139
De leden van de nieuwe Raad van Bestuur :
Dhr. Gaëtan Crucke ( AHP Pharma)
Dhr. Guido Hoogewijs ( AstraZeneca)
Dhr. Luc Bosmans ( Aventis Pharma)
Dhr. Stefan Oelrich ( Bayer)
Dhr. Gordon Coutts ( Eli Lilly Benelux)
Dhr. Frank Pieters ( GlaxoSmithKline)
Dhr. Marc Van Steenbergen ( Janssen-Cilag)
Dhr. Luk Herten ( Norgine)
Dhr. Stephan Korte ( Novartis Pharma)
Dhr. Özer Baysal ( Pfizer)
Dhr. Luc Vierstraete ( Roche)
Dhr. Peter Guenter ( Sanofi-Synthélabo)
Dhr. Axel Cruls ( Servier)
Dhr. Paul De Souter ( Therabel Pharma)
Dhr. Luc Vermeesch ( UCB Pharma)
Informatie:
Tel. : 02 238 99 76 e-mail : info@ agim-avgi. be -site : www. agim-avgi. be
Bijlage 3 AVGI
Omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn 98/ 44/ EG betreffende de
rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen
Op de politieke agenda van de federale regering staat momenteel een wetsvoorstel over de omzetting van de
richtlijn 98/ 44/ EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechtsbescherming van biotechnolo-
gische uitvindingen. De bedoeling van de richtlijn is het nationale octrooirecht op sommige specifieke punten
aan te passen of aan te vullen en dit op een wijze die uniform is in alle lidstaten van de Europese Unie
zodat biotechnologische uitvindingen van octrooibescherming kunnen genieten zoals andere uitvindingen.
> sociale kaart 137
138
138
Page 139
140
138 > rapport 1 bis
BelgoBiotech , de sectie biotechnologie binnen Fediche, en AVGI, de Algemene Vereniging van de
Geneesmiddelenindustrie, zouden als vertegenwoordigers van de biotechnologische en farmaceutische
industrie -en rechtstreeks betrokken partijen in deze discussie -volgende punten willen benadrukken:
1 1. . Octrooien zijn een zeer belangrijk instrument, niet enkel voor de industrie maar voor de hele maatschap-
pij. De stand van de techniek zoals we die vandaag kennen, zou nooit bereikt zijn mochten er geen octrooi-
en geweest zijn. Hoe kan men van iemand
verwachten dat hij tijd, geld en moeite investeert om te proberen de stand van de techniek te verbeteren als
een ander die deze investering niet gedaan heeft, de resultaten van de investering de uitvinding -probleem-
loos kan kopiëren. Via het octrooi maakt de uitvinder zijn uitvinding kenbaar zodat derden er kennis van kun-
nen nemen maar krijgt hij tegelijkertijd de mogelijkheid om gedurende een beperkte tijd te verhinderen dat
derden zijn uitvinding voor een commerciële toepassing gebruiken zonder zijn toestemming.
2 2. . Octrooien worden veelal foutief voorgesteld als een positief recht, als een toelating om iets te doen. Dit
is niet juist: octrooien zijn een negatief recht. Men kan enkel tijdelijk verhinderen dat derden de uitvinding
voor commerciële doeleinden ( gebruik voor
experimentele doeleinden is toegelaten) gebruiken. Het is niet omdat men een octrooi bezit, dat men de uitvin-
ding daarom mag gebruiken. De overheid kan steeds, ondanks het octrooi, de toepassing van een uitvinding
om allerlei redenen, o. m. ethische redenen, verbieden.
3. Sommigen beweren dat het wetsvoorstel zal moeten gestemd worden zonder dat er een publiek debat heeft
plaats gevonden. Niets is minder waar ! Het wetsvoorstel betreft de omzetting van een Europese richtlijn, tot
stand gekomen na een debat dat 10 jaar heeft geduurd! Het eerste voorstel dateert immers van 1988 en werd
door het Europees Parlement verworpen. Vervolgens werd een nieuw voorstel ingediend dat uiteindelijk na
lange discussies binnen het Europees Parlement en de Raad van Ministers, en waar alle partijen ruim de kans
hebben gehad hun argumenten naar voren te brengen -is uitgemond in de richtlijn 98/ 44/ EG. Men hoeft er
maar de verslagen en de stapels ingediende amendementen op na te lezen om zich ervan te vergewissen hoe
geanimeerd het debat is geweest.
139
139
Page 140
141
Het komt er nu op aan deze richtlijn die op een democratische wijze tot stand gekomen is in het nationale
recht om te zetten. Het Europees verdrag zegt duidelijk dat de lidstaten bij een richtlijn de keuze hebben
omtrent de wijze waarop ze de richtlijn in hun nationale recht opnemen maar niet wat betreft het te bereiken
resultaat. Als België een wet aanneemt die op meerdere punten afwijkt van de richtlijn wat blijkbaar de
bedoeling is van de huidige minister van Economische Zaken dan komt ze niet tegemoet aan haar Europese
verplichtingen. Ze doet immers precies het tegenovergestelde van wat de bedoeling is van een richtlijn: ervoor
zorgen dat we komen tot een geharmoniseerde wetgeving binnen alle lidstaten.
4. Ook al neemt België uiteindelijk een wet aan die afwijkt van de tekst van de richtlijn, dan nog zullen de
Belgische rechtbanken het bestaan van de richtlijn niet kunnen ontkennen. Ze moeten de nationale wet inter-
preteren in het licht van de tekst en de finaliteit van de richtlijn. Het gemeenschapsrecht waartoe de richtlijn
behoort primeert boven het nationale recht: de rechtbanken zullen dus voorrang moeten geven aan de richt-
lijn boven de nationale wet.
Meer nog, de meeste octrooien die in België van toepassing zijn, worden verleend door het Europees octrooi-
bureau te München krachtens het Europees octrooiverdrag van 1973. Het Europees octrooibureau heeft de arti-
kelen 2 tot en met 6 van de richtlijn onverkort en ongewijzigd opgenomen in zijn reglement ( regel 23ter tot
23sexies) als " un moyen complémentaire d interprétation" . Het zal dus de bepalingen van de richtlijn toepas-
sen, ook voor de octrooien die in België van toepassing zullen zijn, ongeacht de afwijkende bepalingen in de
Belgische wet.
Wil men de naleving van de afwijkende bepalingen van de Belgische wet afdwingen, dan zal men achteraf voor
een Belgische rechtbank een vordering moeten indienen om het octrooi, voor wat zijn toepassing in België
betreft, nietig te laten verklaren. Maar ook hier zal de nationale rechtbank de voorrang van het internationaal
verdrag op de Belgische wet moeten constateren. Het creëren van een niet-conforme wet zal dus enkel leiden
tot onnodige juridische problemen voor de Belgische rechtsonderhorigen.
> sociale kaart 139
140
140
Page 141
142
140 > rapport 1 bis
5. Last but not least is er de ethische dimensie. Deze is uiteraard belangrijk. Mag er in herinnering gebracht
worden dat het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek in zijn advies n ° 5 van 9 februari 1998 inzake de juridische
bescherming van biotechnologische
uitvindingen gesteld heeft " dat het niet a priori onethisch is om een octrooi te verlenen van uitvindingen die
gebruik maken van biologisch materiaal met inbegrip van elementen van menselijke oorsprong" ?
In verband met deze ethische dimensie zijn er twee thema s die in het bijzonder voor discussie zorgen, nl. de
problematiek omtrent de " informed consent" en de mogelijke octrooiering van sequenties of partiële sequen-
ties van menselijke genen.
De " informed consent" betreft het feit dat een uitvinding kan tot stand komen op basis van biologisch materi-
aal afkomstig van een persoon en de vraag of deze persoon erin toegestemd heeft dat het biologisch materiaal
dat hij afstaat de basis kan vormen voor een uitvinding waarop een octrooi zal genomen worden.
Het is evident dat men niet zomaar bij een persoon biologisch materiaal kan wegnemen zonder diens toestem-
ming. Maar de problematiek is veel ruimer dan dit en vergt een genuanceerde aanpak. De vraag stelt zich of de
octrooiwetgeving de meest geëigende plaats is om deze problematiek te regelen. Wij willen er de nadruk op
leggen dat de industrie hierbij op dezelfde lijn zit als het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek dat in punt 2 van
zijn advies n ° 12 van 10 januari 2000 inzake de juridische bescherming van biotechnologische uitvindingen,
schrijft: " In de mate het zinvol is om wettelijke regelingen uit te werken vindt het Raadgevend Comité dat ele-
menten zoals vermeld in het vroegere amendement 76 van het Europees Parlement en de overwegingen 26, 27
en 56 van de richtlijn, beter worden opgenomen in een algemene wetgeving die de beschermingregelt van
patiënten en proefpersonen" .
Vaak wordt gesuggereerd dat de richtlijn onduidelijk is wat betreft de mogelijkheid uitvindingen gebaseerd op
gensequenties te octrooieren, waarbij wordt verwezen naar artikel 5 van de richtlijn. Dit is echter onterecht. In
verband met de mogelijke octrooiering van sequenties of partiële sequenties van genen ( en de daarachter lig-
gende problematiek van het onderscheid tussen uitvinding en ontdekking) , is de richtlijn meer dan duidelijk ( en
141
141
Page 142
143
het werd op 3 juli jl. nog eens verduidelijkt door de Europese Commissie zelf: zie
http: / / www. europa. eu. int/ comm/ internal_ market/ en/ intprop/ indprop/ 2k-39. htm) : " Het menselijk lichaam in de
verschillende stadia van zijn vorming en zijn ontwikkeling, alsmede de loutere ontdekking van één van de delen
ervan, met inbegrip van een sequentie of een partiële sequentie van een gen, zijn niet octrooieerbaar" ( art. 5,
1. ) . Voor sequenties van menselijke genen op zich kunnen dus geen octrooien verkregen worden.
Daarentegen, " een deel van het menselijk lichaam dat werd geïsoleerd of dat anderszins door een technische
werkwijze werd verkregen, met inbegrip van een sequentie of een partiële sequentie van een gen, is vatbaar
voor octrooiering, zelfs indien de structuur van dat deel identiek is aan die van een natuurlijk deel" ( art. 5, 2. ) .
Dit wil zeggen dat als een gen uit zijn natuurlijke omgeving gehaald werd via een technische ingreep waardoor
het beschikbaar wordt voor een specifieke industriële toepassing, het wel vatbaar wordt voor octrooiering. Dit
is niet meer dan het toepassen op biotechnologie van principes die voor andere technologieën al lang van toe-
passing zijn. Uiteraard moet ook voldaan zijn aan de andere voorwaarden om een octrooi te kunnen bekomen,
nl. de uitvinding moet nieuw zijn, moet inventief zijn ( de uitvinderswerkzaamheid) , en moet leiden tot een
industriële toepassing. Over dit laatste zegt de richtlijn dat een octrooi enkel kan verleend worden indien de
octrooiaanvraag expliciet de functie en de industriële toepassing van het gen vermeldt.
In functie van het bovenstaande vragen wij de Belgische overheid dan ook dat zij de richtlijn ongewijzigd in
Belgisch recht omzet.
Dirk Carrez, secretaris-generaal van Belgo-Biotech.
Herman Van Eeckhout, directeur bij de AVGI.
> sociale kaart 141
142
142
Page 143
144
142 > rapport 1 bis
F E D I C H EM
Federatie van de Chemische Industrie van België
Contact :
Fedichem
Maria-Louizasquare 49 1000 Brussel
Tel: 02/ 238.97. 11 Fax: 02/ 231. 13.01
info@ fedichem. be
http: / / www. fedichem. be
Werking:
Fedichem vertegenwoordigt en verdedigt de chemische sector van ons land. De chemiesector omvat in
België de volgende activiteiten:
-organische en anorganische basischemie en meststoffen
-parachemie: verven, vernissen, drukinkten, stopverven, houtbeschermingsmiddelen; geneesmiddelen voor
mens en dier; vetten en oliën, zepen, detergenten, cosmetica, parfumerie-, toilet-en hygiëneproducten;
diverse producten voor de industrie en de land-en tuinbouw
-kunststof-en rubberverwerking en -productie
-biotechnologie
-recuperatie, behandeling en recyclage van afval
-chemisch ingenieurswezen
-laboratoria voor onderzoek, testen en analyse.
Fedichem onderhoudt een constante dialoog met alle geledingen van de maatschappij en betoont een aan-
houdende belangstelling voor al de gewettigde bezorgdheden die deze uitdrukt, om de chemische nijver-
heid beter te doen aanvaarden en haar nut te doen erkennen.
143
143
Page 144
145
Details organisatie:
Fedichem groepeert in totaal ongeveer 800 ondernemingen, onderverdeeld in een 15-tal beroepssecties.
Deze secties nemen de vertegenwoordiging waar van die beroepsbelangen die eigen zijn aan hun industrie-
tak.
De subsectoren zijn:
ABA Algemene Belgische Aërosol Vereniging
ABIFOSBelgische Vereniging van de Fosfaatmeststoffenindustrie
AVGI Algemene Vereniging van de Geneesmiddelenindustrie
BelgoBiotech
BelgoChlor
Bioplus Belgische Vereniging van de Industrie van de Biociden
BKCH Belgische Kamer van Chemiehandel
BVR Belgische Vereniging van de Rubberindustrie
BVSI Belgische Vereniging van de Stikstofproductenindustrie
DETIC Belgisch-Luxemburgse Vereniging van de Producenten en Verdelers van zepen,
cosmetica, wasmiddelen, onderhoudsproducten, hygiëne-en toiletartikelen,
kleefstoffen en aanverwante producten
Fechiplast Vereniging van Kunststofverwerkers
Sectie Producenten en Invoerders van Kunststoffen
Gelatines
IMOB Industrie van Minerale Oliën van België
IVP Industrie van Verven, Vernissen, Stopverf, Drukinkten en Kunstverven
Pers-, Vloeibare en
Opgeloste Gassen
Phytofar Belgische Vereniging van de Industrie van Fytosanitaire Producten
PROBOISBelgische Vereniging van Producenten en Invoerders van Houtbeschermingsmiddelen
> sociale kaart 143
144
144
Page 145
146
144 > rapport 1 bis
Thema s en standpunten:
Algemeen:
" Chemie is het leven zelf! " want
-maakt het leven makkelijker
-beheerst de risico s
-ondersteunt de duurzame ontwikkeling
-past Responsible Care toe : dit zegt dat de ondernemingen zich permanent inspannen om hun prestaties
te verbeteren op het vlak van veiligheid, gezondheid en leefmilieu.
Specifiek omtrent GGO s:
O. a. in commentaar op Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling wordt een lans gebroken ten voordele van
biotech-industrie en Europese octrooiwetgeving. ( Zie bijlage)
Activiteiten omtrent GGO s:
Koepel van chemische industrie, waar ten dele biotechnologische nijverheid in te vinden valt.
Publicatie lespakket biotechnologie ( aanwezig op STEM)
Vertegenwoordigd in Federale Raad Duurzame Ontwikkeling. In die hoedanigheid ( en in de personen van
Dirk Carrez en Laurence Baudesson) meegeschreven aan en gestemd over FRDO-adviezen omtrent omzet-
ting EU-biotechnologierichtlijn, internationaal landbouwonderzoek ggo s inzake ontwikkelingssamenwer-
king, TRIPs en biodiversiteit.
Officieel vertegenwoordigd:
Fedichem vertegenwoordigt de sector en zijn chemische ondernemingen in tientallen economische,
beroeps of andere verenigingen, zowel op nationaal als internationaal vlak. Zo heeft Fedichem haar aan-
deel in de vertegenwoordiging en de verdediging van de interessen van de sector op Europees vlak, via een
belangrijke en permanente vertegenwoordiging in de bestuursorganen en in de verschillende activiteiten
145
145
Page 146
147
van CEFIC ( European Chemical Industry Council) en het VBO ( Verbond van Belgische Ondernemingen) .
Fedichem is stemgerechtigd lid van de FRDO.
Banden met:
Chemische industrie in België en internationaal
Biotechnologie-industrie, meer bepaald via subsector BelgoBiotech
Subsectoren Phytofar, Bioplus en AVGI
Bijlage FEDICHEM
( fragment van commentaar op ontwerpversie Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling 2000 2004)
Landbouw, mariene milieu, biodiversiteit
Volgens Fedichem biedt de geïntegreerde landbouw, die beroep doet op zowel traditionele als moderne
technieken, de beste garanties voor een rendabele exploitatie, met respect voor consument en leefmilieu.
Biologische landbouw biedt, zeker op wereldschaal, onvoldoende garanties om te voldoen aan de nood aan
gezonde voeding voor iedereen ( 229 237) .
In het actieplan ter bescherming van het mariene milieu wordt gesteld dat conform de OSPARCOM-
Conventie ( 1992, 1998) " de concentraties van kunstmatige stoffen bijna tot nul zouden moeten worden her-
leid" ( 259) : het gaat hier uiteraard niet om " kunstmatige stoffen" , maar om een welomschreven aantal
gevaarlijke stoffen, die soms reeds van nature uit in geringe concentraties in het leefmilieu aanwezig zijn.
In het hoofdstuk Biodiversiteit ( 278-304) wordt het accent gelegd op twee mogelijke gevaren, namelijk
genetisch gemodificeerde organismen ( GGO s) en octrooien op levende wezens. Beide worden daarbij in een
negatief daglicht gesteld, en bovendien bevordert de tekst het " irrationele" debat zoals het momenteel
wordt gevoerd in de media, door verscheidene actiegroepen. Het zou beter en eerlijker zijn tot een publiek
debat op te roepen, gesteund op objectieve wetenschappelijke resultaten.
Zulk debat overstijgt ook duidelijk het nationale niveau, wat niet betekent dat hierin voor ons land geen rol
> sociale kaart 145
146
146
Page 147
148
146 > rapport 1 bis
zou zijn weggelegd: België zou o. m. wetenschappelijk onderzoek in risico-evalutaie ( risk assessment) inzake
welbepaalde GGO s kunnen stimuleren. Ons land heeft immers begin dit jaar mee het " Cartagena
Bioveiligheids-protocol " ondertekend dat, onder druk van de Europese Commissie, gebaseerd is op het
voorzorgsprincipe. In een nota heeft de Europese Commissie echter duidelijk gemaakt dat dit voorzorgsprin-
cipe steunt op een wetenschappelijke risico-evaluatie. Eenzijdig het gebruik van GGO s verbieden zonder
objectieve argumentatie zou immers ook het wetenschappelijk onderzoek in dit domein, waarin ons land
trouwens tot de pioniers behoort, ondermijnen en een hypotheek leggen op de ontwikkeling van een vol-
gende generatie GGO s ( planten met een betere voedingswaarde, met meer vitamines, gewassen die bio-
polymeren aanmaken, . . . ) . De ontwikkeling van deze gewassen is niet alleen voor onze westerse wereld
belangrijk, maar zeer zeker voor de ontwikkelingslanden. Dit laatste wordt onder andere gesteund door de
UN ( Commission on Sustainable Development) .
Ook de juridische bescherming van biotechnologische uitvindingen is niet louter een Belgische uitdaging.
Uit gegevens van het Economisch en Sociaal Comité van de Europese Gemeenschap van 1996 bleek dat
Europa een aanzienlijke achterstand had opgelopen op de VS inzake biotechnologische uitvindingen. Zo
bleek bijvoorbeeld dat de VS 65 % van de octrooien voor biotechnologische uitvindingen in de farmaceuti-
sche sector in handen hadden, de EU slechts 15 % ; de VS telde 1300 biotechnologische ondernemingen
tegen 485 in de EU; bovendien werd in de VS gemiddeld drie keer zo veel geïnvesteerd in biotechnologie
dan in Europa.
Door van " bio-piraterij" te spreken in het kader van de juridische bescherming van biotechnologische uit-
vindingen stelt men deze problematiek in een negatief daglicht, zonder op de essentie in te gaan. Een
octrooi is immers een tijdelijk ( 20jaar) en exclusief verbodsrecht dat verleend wordt voor een uitvinding. De
uitvinding moet bovendien aan een reeks voorwaarden voldoen. Het monopolie dat alzo verleend wordt aan
de uitvinder is dus tijdelijk en van essentieel belang voor de innovatie ( onder andere het ontwikkelen -en
bekostigen -van nieuwe geneesmiddelen) .
Alle landen van de Europese Unie hebben een octrooiregelgeving en zijn aangesloten bij het Europees
Octrooi Verdrag. Binnen dit verdrag is het mogelijk bepaalde biotechnologische uitvindingen te octrooieren.
Om de regels verder te harmoniseren en om duidelijk te stellen aan welke biotechnologische uitvindingen
wel een octrooi kan verleend worden en aan welke niet, heeft de Europese Unie een speciale octrooirichtlijn
147
147
Page 148
149
( 98/ 44/ EG) opgesteld. Daarin staat duidelijk dat onder andere geen octrooien kunnen worden genomen op
planten-en dierenrassen, en op werkwijzen van wezenlijke biologische aard voor de voortbrenging van
planten of dieren.
In paragraaf 281 van het federaal plan wordt zomaar een verband gesuggereerd tussen biotechnologie,
octrooien en een " verhoging van de bio-piraterij" , terwijl geen enkel bewijs wordt aangebracht.
Daarenboven werden de overeenkomsten over Biodiversiteit en TRIPS bestudeerd tijdens de vele jaren dis-
cussie, op Europees niveau, over de Biotechnologie-Richtlijn. Na bijna 10 jaar is dit uiteindelijk uitgemond in
een consensus ( Dir. 98/ 44/ EG) , waarin duidelijk staat dat de geografische oorsprong van een biologisch
plantaardig of dierlijk materiaal, indien gekend, in een octrooiaanvraag moet worden vermeld, zonder ech-
ter een grond voor nietigheid te zijn, alsook dat er een vrije en geïnformeerde toestemming moet zijn van
een donor van biologisch materiaal in het kader van het indienen van een octrooiaanvraag. Deze maatrege-
len bestaan dus reeds, en zijn tegen mogelijke " bio-piraterij" gericht. België moet trouwens nog voor 30
juli 2000 deze Europese richtlijn omzetten in Belgisch recht.
In het TRIPS-verdrag ( 281, 301) verbonden minder geïndustrialiseerde landen zich ertoe om binnen onaf-
zienbare tijd in hun nationaal recht te voorzien in een adequate bescherming voor uitvindingen. Zo komen
zij in aanmerking voor eventuele " technology transfer" en licenties, wat hun ontwikkeling ten goede komt.
> sociale kaart 147
148
148
Page 149
150
148 > rapport 1 bis
P H YTOFAR
Belgische Vereniging van de Industrie van Fytosanitaire Producten
Contact:
Phytofar vzw
Bernard Demaire, voorzitter
Georgette Detiége, woordvoerdster
Maria-Louizasquare 49 B 1000 Brussel
Tel: 02/ 238.97. 72 Fax: 02/ 280.03. 48
phytofar@ fedichem. be
http: / / www. phytofar. be
Werking:
Phytofar is de vereniging van de Belgische industrie van plantenbeschermingsmiddelen. Ze groepeert Phytofar
fabrikanten en formuleerders van gewasbeschermingsmiddelen. " De jongste jaren werden heel wat positieve
resultaten geboekt door de Belgische Vereniging van de Gewasbeschermingsindustrie, dankzij het werk van de
verschillende Stuurgroepen die samen Phytofar vormen. " Standaard bezigheden zijn het informeren, bescher-
men en promoten van de sector. Daarnaast zijn er vaak doelgerichte acties, zoals o. a. :
- Phytofar-Recover : in het kader van de concrete bevordering van goede landbouwpraktijken heeft Phytofar
een initiatief opgestart voor het recupereren van verpakkingen. Er werd een grootscheepse actie gevoerd om
landbouwers en ( groot) handelaars te sensibiliseren voor het belang van deze aanpak. Zo konden in 1998 meer
dan 80% van de lege verpakkingen worden gerecupereerd.
-Proefvelden : vaak woedt er een ware polemiek tussen de voor-en tegenstanders van gewasbeschermings-
middelen. Om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke resultaten met of zonder fytosanitaire producten heeft
Phytofar in de lente en de zomer van 2000 demovelden opgezet. Het basisprincipe van de demonstraties was
eenvoudig: twee identieke, aangrenzende percelen werden bewerkt, het ene met gewasbeschermingsmiddelen,
het andere zonder. Het was niet de bedoeling biologische en klassieke landbouw te vergelijken, maar wel om
149
149
Page 150
151
de doeltreffendheid en noodzaak van gewasbescherming aan te tonen. De gewassen waarmee werd geëxperi-
menteerd: bieten, aardappelen, erwten en tarwe.
Details organisatie:
De ledenlijst van Phytofar:
-AVENTIS Cropscience Benelux
-BASF Crop Protection
-BAYER Crop Protection
-BAYER Garden
-BELCHIM Crop Protection
-BELGAGRI
-CERTIS
-COMPO Benelux N. V.
-DOW AGROSCIENCES
-DUPONT DE NEMOURS
-EDIALUX FORMULEX
-FMC EUROPE
-HERMOO Belgium
-JANSSEN PHARMACEUTICA
-MONSANTO EUROPE
-SCOTTS Belgium
-SYNGENTA CROP PROTECTION
-UCB
Thema s en standpunten:
De gemeenschappelijke doelstelling van de leden van Phytofar is producten leveren die bijdragen tot een land-
bouwproductie van hoge kwaliteit en daarbij de gezondheid van mens en milieu vrijwaren.
> sociale kaart 149
150
150
Page 151
152
150 > rapport 1 bis
Om deze hoofddoelstelling te verwezenlijken, heeft Phytofar een aantal streefdoelen vooropgesteld:
-Het bevorderen van het rationeel gebruik van producten die zowel gewassen als de mens en zijn leefmilieu
beschermen;
-Het zoeken naar gemeenschappelijke oplossingen voor problemen waarmee de sector van gewasbescher-
mingsmiddelen te kampen heeft;
-Het responsabiliseren van de sectoren voor fabricage, transport en opslag, maar ook van de gebruikers van
gewasbeschermsmiddelen;
-Streven naar een zo breed mogelijk overleg met de overheid en de betrokkenen;
-Het informeren van het grote publiek;
-Het verhogen van het inzicht in de toekomstperspectieven voor de sector;
-Het verzamelen, uitwisselen en verspreiden van alle sectorverwante informatie;
-Optreden als woordvoerder van de fytosanitaire industrie
-Het bevorderen van de nationale en internationale harmonisering van de wetgeving, richtlijnen en voorschrif-
ten op het vlak van de activiteiten van de industrie.
Activiteiten omtrent GGO s:
GGO s zijn een onderdeel van de door Phytofar beoogde geïntegreerde bestrijding :
Als ze elk afzonderlijk worden gehanteerd, leveren de moderne technieken voor gewasbescherming geen mira-
kelremedies op. Daarom moeten de verschillende methodes worden gecombineerd binnen een geïntegreerd
systeem voor gewasbescherming. Die combinatie moet beantwoorden aan de noden inzake rendement, rendabi-
liteit, milieubescherming en voedselveiligheid. Ze moet de schade als gevolg van parasieten beperken tot onder
de economisch aanvaardbare schadedrempel, maar tegelijkertijd de ontwikkeling van de natuurlijke vijanden
van de schadelijke organismen aanmoedigen Deze techniek koppelt flexibiliteit aan doeltreffendheid en steunt
op wetenschappelijke kennis en de meest geavanceerde landbouwtechnieken.
151
151
Page 152
153
De geïntegreerde bestrijding combineert op doordachte en beperkte wijze
-Preventie
-Biologische en biotechnologische technieken
-Genetische methodes
-Chemische producten
De geïntegreerde bestrijding, ook ICM ( Integrated Crop Management) genoemd, combineert dus moderne en
traditionele methodes, moedigt de eerbied voor de gebruiker, de gezondheid en het leefmilieu aan en ziet toe
op het waarborgen van een gezonde rendabiliteit. Voorbeelden: een betere rotatie van de teelten, het gebruik
van minder gevoelige variëteiten, betere diagnoses en de follow-up van het advies van waarschuwingscentra.
MIRA-T rapport, hoofdstuk GGO s: Phytofar bij lectoren ( Kristine Gabriel in 2000; Georgette Detiége in 2001)
Officieel vertegenwoordigd:
Subsector van Fedichem
Banden met:
Leden, producenten en verbuikers van bestrijdingsmiddelen.
Fedichem, chemische industrie Belgisch en Internationaal
BelgoBiotech, biotechnologische industrie België
Ministerie Middenstand en Landbouw
MiNa-raad
> sociale kaart 151
152
152
Page 153
154
152 > rapport 1 bis
Bijlage Phytofar
Phytoproducenten promoten duurzame landbouw
Wie zou het niet willen, voedselproductie zonder enige tussenkomst van de mens? Puur natuur.
Mensvriendelijke natuur weliswaar, want de natuur heeft ook zijn giftige trekjes. Alleen in de ' Sprookjes van
1001 nachten' komt vers bereid voedsel zomaar uit de lucht vallen. Voor voldoende, betaalbaar én gevarieerd
voedsel is tussenkomst van de mens noodzakelijk. Of we het nu willen of niet.
Een teelttechniek als een ander
Voedselproductie vergt een combinatie van teelttechnieken: zaaien, bemesten, beschermen, oogsten.
Gewasbescherming is er daar één van. Of het niet zonder kan? Het is het proberen waard, dacht Phytofar, de
federatie van de fytoproducenten. Zij legde demonstratieproeven aan van enkele belangrijke teelten zoals
tarwe, suikerbieten en erwten. Percelen zonder gebruik van gewasbescherming werden vergeleken met perce-
len die behandeld werden met fytoproducten volgens de Code van de Goede Landbouwpraktijk, die door de
Vlaamse overheid gedicteerd wordt. Het resultaat legde de nood aan chemische gewasbescherming bloot.
Onze gewassen moeten het immers opnemen tegen de plaatselijke flora en fauna. Die kennen alleen de natuur-
wet, met name het recht van de sterkste. Gewassen moeten dan ook met de nodige zorg worden omringd om
hun nuttige eigenschappen voor menselijk gebruik te vrijwaren. Bovendien is niet alleen de opbrengst maar
vooral de opbrengstzekerheid een belangrijke factor. De landbouw kan zich geen misoogsten meer veroorloven.
Geïntegreerde gewasbescherming
Laten we mogelijke misverstanden meteen kortwieken. Vandaag impliceert het begrip gewasbescherming heel
wat meer dan louter chemische bestrijding. Gelukkig maar. Enkele decennia geleden kreeg de Zwitser Müller
nog de Nobelprijs voor de Geneeskunde na zijn ontdekking van DDT. Omdat we vandaag kunnen inschatten
wat de impact was van het inmiddels wereldwijd verboden-DDT om mens en milieu, klinkt dit onbegrijpelijk.
Wij oordelen vaak over het verleden met de kennis van vandaag. Vandaag weten we natuurlijk beter, zegt
Eugène De Kimpe van Phytofar. Hij geeft een overzicht van de alternatieve gewasbeschermingsmethodes: teelt-
technische maatregelen, waaronder teeltafwisseling, beredeneerde bemesting, bedrijfshygiëne, mechanische
153
153
Page 154
155
onkruidbestrijding, biologische gewasbescherming, biotechnologische gewasbescherming, geleide gewasbe-
scherming. . . Geen van allen zijn methoden op zichzelf afdoend om de kwaliteit van onze gewassen te garande-
ren. Vandaar dat steeds meer gezocht wordt naar combinaties van technieken waarbij het gebruik van chemi-
sche gewasbescherming vaak het sluitstuk vormt. Dat heet beredeneerde of geïntegreerde gewasbescherming,
een mix van beschikbare moderne technieken om tot een zo duurzaam mogelijke gewasbescherming te komen.
Precisielandbouw gaat nog een stap verder en gaat plaatsspecifieke bemesting en gewasbescherming toepas-
sen aan de hand van opbrengstkaarten. De ontwikkeling van precisielandbouw wordt door de technologische
vooruitgang steeds realistischer. Op haar beurt zal deze techniek het gebruik van chemische beschermingsmid-
delen nog meer rationaliseren.
Onderzoek en Ontwikkeling van Duurzame Landbouw
Op 8 februari 2000 werd door de Belgische industrie van gewasbeschermingsmiddelen het Phytofar Instituut
opgericht ter stimulering van onderzoek en ontwikkeling, innovaties en verwezenlijkingen ten voordele van een
verantwoorde en vooruitstrevende landbouw. Het instituut wil op een wetenschappelijke basis informeren, bij-
dragen tot ontwikkeling van een duurzame landbouw, die zich harmonieus kan integreren in de huidige maat-
schappij. De instelling heeft een Wetenschappelijke Raad die bestaat uit experts op het vlak van landbouwpro-
ductie, ecologie, voedselveiligheid, volksgezondheid, biochemie, biotechnologie, landbouweconomie en bio-
ethiek.
Eén van de initiatieven van het Phytofar Instituut is het uitschrijven van een tweejaarlijkse prijs voor duurzame
landbouw ter waarde van 500.000 fr. Die zal voor het eerst in november van dit jaar worden uitgereikt aan een
persoon of team dat werkzaam is in België. De prijs bekroont een onderzoek, een toepassing, kennis of een ini-
tiatief dat in overeenstemming is met de doelstellingen van het instituut. De kandidaturen moeten ten laatste
op 31 maart binnen zijn. Voor reglement en meer informatie kan u contact opnemen met het secretariaat van
Phytofar.
Preventie en beheer van verpakkingsafval
Phytofar-Recover vzw, voluit de Belgische Vereniging voor de Ophaling van Fytoverpakkingen, verzamelt en
verwerkt sinds de oprichting in 1997 jaarlijks meer dan 80% van alle professionele fytoverpakkingsafval in ons
> sociale kaart 153
154
154
Page 155
156
land. De inzameling gebeurt via specifieke inzamelplaatsen die gelegen zijn bij handelaars van gewasbescher-
mingsmiddelen. Zij beschikken over de nodige vergunningen en containers om het afval te ontvangen. De
betrokken landbouwers en tuinders worden tijdig verwittigd met een oproepingsbrief waarin staat waar en
wanneer zij met hun afval terecht kunnen. Landbouwers ontvangen bij inlevering van hun lege verpakkingen
het verplichte attest waarmee zij kunnen aantonen dat zij aan de wettelijke teruggaveplicht hebben voldaan.
In het najaar van 2000 werd door Phytofar-Recover terzelfder tijd een inzameling gehouden van oude en ver-
vallen fytofarmaceutische producten.
INFO:
* Phytofar, Maria-Louizasquare 49, 1000 Brussel
tel. : 02/ 238.97. 72 fax: 02/ 280.03. 48
e-mail: phytofar@ fedichem. be
* Code van Goede Landbouwpraktijk Bestrijdingsmiddelen, uitgave praktijkboek, Afdeling Land-en Tuinbouwvorming ( ALT) ,
Leuvenseplein 4, 1000 Brussel, tel. : 02/ 553.63.56; fax: 02/ 553.63.56. De volledige versie van de Code is beschikbaar op internet:
www. vlaanderen. be/ landbouw
154 > rapport 1 bis
155
155
Page 156
157
B I O P L US
Belgische Vereniging van de Industrie van de Biociden
Contact:
BIOPLUS
Georgette Detiège, Secretaris-Generaal
Maria-Louizasquare 49 1000 Brussel
Tel: 02/ 238.97. 72 Fax: 02/ 280.03.80
bioplus@ fedichem. be
http: / / www. fedichem. be
Werking:
BIOPLUS is de Belgische vereniging van de industrie van de biociden voor industrieel, professioneel en/ of
privé gebruik. De vereniging stelt zich als doel bij te dragen tot de promotie van de biocidenindustrie in
België evenals het doeltreffend en oordeelkundig gebruik van deze producten, met respect voor de gezond-
heid van mens en milieu. Haar acties, stappen en tussenkomsten zijn gericht op de verdediging van de pro-
fessionele belangen van de sector.
Biociden spelen een bijzonder belangrijke rol in onze samenleving:
-ze beschermen natuurlijke producten ( hout, olie, wol, leder en rubber)
-ze beschermen de gezondheid van mens en dier ( water, sanitaire installaties en materialen, bedrijven in de
landbouw en de voedingsnijverheid)
-ze bestrijden plagen ( schadelijke dieren en insecten -buiten het landbouwkader)
-ze verlengen de levensduur van producten ( bijvoorbeeld : bescherming van verf en papier, beschermen
tegen het lelijk worden van aluminium, plastic en beton, bestrijden van de afzetting van vervuilende orga-
nismen op materialen)
> sociale kaart 155
156
156
Page 157
158
156 > rapport 1 bis
-ze helpen mee bij het instandhouden van het leefmilieu ( bijvoorbeeld : besparing van brandstof in de zee-
vaart door de groei van algen af te remmen, technologieën op basis van water met vermindering van het
gebruik van schadelijke solventen, productbescherming, enz. ) .
Officieel vertegenwoordigd:
Subsector van Fedichem
Banden met:
Fedichem, Phytofar, BelgoBiotech en gelijkaardige internationale organisaties.
157
157
Page 158
159
F E D E R A A L M I N IST E R I E V O O R ECO N O M I S C H E Z A K EN
E N W E T E N S C H A P S B E L E ID
Contact:
http: / / mineco. fgov. be
Werking:
Details organisatie:
o. a. cel consumentenbescherming, cel sociale economie ( ? ) en . . .
Thema s en standpunten:
" De relatie met de Verenigde Staten wordt overschaduwd door talrijke geschillen over onder andere bana-
nen, hormonen en genetisch gemodificeerde organismen"
Activiteiten omtrent GGO s:
1999 werd actief meegewerkt aan de wetenschappelijke en industriegerichte activiteiten van de Belgian
Bioindustries Association ( BBA) , ondermeer voor de animatie van de BBA-werkgroep voor de diagnostiek-
sector en een nieuwe werkgroep " Biotechnologie en Milieu" .
Het colloquium " Biotechnologie: hoop of bezorgdheid" , een initiatief van de Minister van
Economie. De werkdocumenten rond de omzetting, in Belgisch recht, van de Richtlijn 98/ 44/ EG van het
Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische
uitvindingen werd op de site geplaatst. Elke surfende burger kon vrijuit kennis nemen van de tekst van dit
voorontwerp van Wet en kon per e-mail zijn mening sturen naar het Ministerieel Kabinet.
Bij Belgisch EU-voorzitterschap studiedag rond Gemeenschapsoctrooi ( aanwezig op STEM) .
Zie ook: http: / / www. mineco. fgov. be/ Presidency/ Conferences/ patents/ final_ report_ nl. pdf
> sociale kaart 157
2 . T E C H N O L O G I E R E G U LATO R EN
158
158
Page 159
160
158 > rapport 1 bis
F E D E R A A L M I N IST E R I E M I D D E NSTA N D E N L A N D B O UW
Contact:
http: / / cmlag. fgov. be/
Werking:
Op het gebied van de voedselveiligheid: samenwerking tussen de Inspectie van de voedingswaren
( Ministerie van Volksgezondheid) , de Raad voor Bioveiligheid ( Wetenschappelijk Instituut van
Volksgezondheid) , DG4 en DG2. Recent erbij: FAVV.
Details organisatie:
DG4 -Het Bestuur voor de kwaliteit van de grondstoffen en de plantaardige sector ; o. a. controle planten-
producten en bescherming. Ook toelatingen ggo s ( ? )
o. a. CLO Gent, Departement Plantengenetica. Erik Van Bockstaele en Marc De Loose.
Thema s en standpunten:
Algemeen:
" De maatschappelijke belangstelling voor het agro-foodcomplex zal niet meer in de eerste plaats uitgaan
naar het markt-en prijsbeleid of de overschotten, maar naar zaken als voedselveiligheid, milieu, dierenwel-
zijn, plattelandsontwikkeling, biotechnologie en natuur-en landschapsbescherming. Het witboek voedsel-
veiligheid, de nitraatrichtlijn en de discussies over consumer concerns in de WTO zijn een voorbode van
deze ontwikkelingen. Het zijn onderwerpen die de landbouw niet meer geïsoleerd kan oplossen.
Internationale ontwikkelingen zullen in sterke mate de toekomst van het agro-foodcomplex in België bepa-
len, zowel in de primaire productie, de toelevering als de handel. "
Activiteiten omtrent GGO s:
Deelname aan een OESO-conferentie betreffende de evaluatie van de wetenschappelijke en sanitaire aspec-
159
159
Page 160
161
ten van de veiligheid van transgene voedingsmiddelen; ze vond plaats te Edinburgh ( V. K. ) van 28/ 02/ 00 tot
01/ 03/ 00. Het departement ( DG4) heeft aan deze conferentie deelgenomen ( zie: http: / / www. oecd. org/ sub-
ject/ biotech/ edinburgh. htm ) .
Banden met:
Het Bestuur voor het Landbouwbeleid neemt regelmatig deel aan de werkzaamheden van de OESO, op de
eerste plaats via het OESO-Comité voor landbouw en zijn subsidiaire werkgroepen, maar eveneens via de
Gemengde Werkgroep Landbouw-Leefmilieu, en een ad hoc groep inzake voedselveiligheid van genetische
gewijzigde organismen ( ggo s) en biotechnologie ( opgericht om gevolg te geven aan een verzoek van de G-
8, de groep van acht geïndustrialiseerde landen) . ( De OESO groepeert 29 landen binnen een organisatie die
een discussieplatform aanbiedt voor de regeringen van de leden-landen waarbij het economisch en sociaal
beleid centraal staat. Van hieruit worden aanbevelingen geformuleerd om het beleid verder te ontwikkelen
en te vervolmaken. )
Bijlage Landbouwraad
NEDERLAND VERDER MET BIOTECHNOLOGIE
Het Nederlandse kabinet mag van de Tweede Kamer voorzichtig verder met biotechnologie. Dat is de uit-
komst van het debat over het biotechnologiebeleid van 21 januari 2002. Het kabinet heeft de steun van de
Tweede Kamer gekregen door de gedetailleerde motiveringen van de ministers PRONK van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieu ( VROM) en BRINKHORST van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ( LNV) . De
ministers probeerden met hun betogen de indruk weg te nemen dat het kabinet vooral economische motie-
ven heeft om de biotechnologie te stimuleren.
In het debat over de nota Biotechnologie op 21 januari 2002 met de Tweede Kamer kreeg het kabinet nog
de kritiek dat er een tweeslachtige houding was: enerzijds stimuleerden de ministers JORRITSMA van
Economische Zaken ( EZ) en HERMANS van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ( OCW) de ontwikkeling
van biotechnologie, terwijl minister PRONK van VROM aanvragen voor veldproeven met transgeen materiaal
> sociale kaart 159
160
160
Page 161
162
160 > rapport 1 bis
naar de prullenbak verwees. De kritiek op de nota dat het oppervlakkig was en een deugdelijk ethisch toet-
singskader zou ontbreken werd door minister PRONK weerlegd door te stellen dat het toetsingskader geen
uniforme checklist was.
De kritiek op de garantie van het kabinet op een keten zonder genetisch gemanipuleerde organismen ( ggo-
vrij) werd door minister BRINKHORST van LNV eerst genuanceerd door te stellen dat het kabinet de biologi-
sche productie alleen wil steunen als er ook vraag naar is van de consument. Een garantie op een trans-
geenvrije keten, en daarmee de keuzevrijheid voor de consument, kon de regering uiteindelijk niet geven. In
beginsel zei minister BRINKHORST voor het scheiden van transgeen en transgeenvrije veevoer te zijn, maar
een dergelijke scheiding, zeker op korte termijn, achtte hij niet reëel in de praktijk. Een onderzoek naar de
financiële gevolgen van maatregelen om gescheiden ketens in stand te houden wilde de minister wel toe-
zeggen. Het realiseren van gelijke concurrentieverhoudingen zou volgens de minister aan de markt overge-
laten moeten worden.
Belgische Landbouwraad te Den Haag
161
161
Page 162
163
C LO
Centrum voor Landbouw Onderzoek, RUG
Federaal Ministerie voor Middenstand en Landbouw
Contact:
CLO
Herwig Keymeulen, Directeur CLO
Frank Lagaisse, Hoofd Milieu en Veiligheid
Burg. Van Gansberghelaan 96 B-9820 MERELBEKE
BELGIUM
Phone : + 32 9 272 24 00 Fax : + 32 9 272 24 01
CLO Departement Plantengenetica en -veredeling
Erik Van Bockstaele
Caritasstraat 21 B-9090 Melle
Belgium
Tel: + 32 9 272 29 00 Fax: + 32 9 272 29 01
E-mail: dvp@ clo. fgov. be
Werking:
Het CLO -Gent valt onder het Ministerie voor Middenstand en Landbouw. CLO Gent is een multi-discipli-
nair onderzoeksinstituut bestaande uit 7 departementen. De onderzoeksactiviteiten zijn voornamelijk
gericht op de ontwikkeling van duurzame landbouw en vissystemen en op het controleren van de kwaliteit
en veiligheid van alle landbouw-en voedingsproducten. In deze context ondersteund het CLO een vooruit-
ziend landbouwbeleid.
> sociale kaart 161
162
162
Page 163
164
162 > rapport 1 bis
7 departementen, waaronder o. a. een Departement Plantengenetica en veredeling en een Departement
Gewasbescherming. Dit eerste Departement ontwikkelde recent een GGO-detectietechniek die het mogelijk
moet maken om bijv. genetisch gemanipuleerde gewassen te herkennen en traceren.
Details organisatie:
In de details focussen we op het Departement Plantengenetica, onder leiding van Erik van Bockstaele.
-Toegepaste plantenbiotechnologie dat onderzoek implementeert in het het gebruik van moleculaire mer-
kers en genetische modificatie ( Marc De Loose)
-Kweken van voergewassen en groenten met slectie van voergrassen, groene mest gewassen, voerbieten,
chicorei en nog wat andere groenten en zaad productie ( Joos Baert)
-Kweek van sierplanten: azalea, rozen, tuingras en enkele kastplanten ( Gilbert Samyn)
Het onderzoeksprogramma wordt uitgewerkt door meer dan 100 mensen. Er is een nauwe samenwerking
met andere overheidsinstellingen, universiteiten en bedrijven via research scholarships en contracten.
Het Departement Plantengenetica heeft ongeveer 15.000 m2 serres en meer dan 100 hectare cultuurgrond
voor veldproeven, vermenigvuldiging en gewasrotatie.
Thema s en standpunten:
Steunen met hun werking de zorgen van de GGO-sceptici, die als grootste eisen een betere risico-analyse en
de traceerbeerheid van GGO s in de voedselketen lijken te hebben. Het is op het vlak van de traceerbaar-
heid dat het CLO, Departement Plantengenetica recent stappen heeft gezet. Info zie bijlage.
Banden met:
overheidsinstellingen, universiteiten en bedrijven
163
163
Page 164
165
Bijlage 1 CLO
CLO detecteert GGO' s
Dankzij het controlesysteem kunnen niet erkende GGO' s uit de voedselketen geweerd worden
Toen twee onderzoekers aan de Gentse universiteit er in 1984 in slaagden niet-plantaardig DNA over te
brengen in een plant, begon het verhaal van de genetisch gewijzigde organismen ( GGO' s) . Er ontstond een
nieuwe methode om bijvoorbeeld plantenrassen te veredelen. De technologie werd al gauw wereldwijd toe-
gepast. Maar er rezen ook twijfels en achterdocht. Greenpeace profileerde zich als het vlaggenschip van de
strijd tegen de inburgering van GGO' s in de landbouw en de voedingsindustrie. Meer objectief onderzoek
en de vulgarisering ervan is nodig om een antwoord te bieden op vragen die zich stellen. Intussen is het
belangrijk GGO' s te detecteren. En weer werd in Gent de spits afgebeten. Ditmaal door het Departement
voor Plantengenetica en -veredeling van het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek ( CLO) van het
ministerie van Middenstand en Landbouw.
Pro en contra
De biotechnologie en gentechniek bieden ontegensprekelijk belangrijke perspectieven op het vlak van de
geneeskunde, het telen van ziekteresistente gewassen en het beperken van chemische gewasbeschermings-
middelen. Tegen suikerziekte wordt menselijke insuline geproduceerd door transgene bacteriën.
Bodemvervuiling wordt tegengegaan door transgene bodembacteriën. Er is genetisch gewijzigde maïs die
resistent is tegen insecten, gemodificeerd koolzaad en soya die resistent zijn tegen totaalherbiciden ( m. a. w.
alleen het onkruid wordt vernietigd) . Nieuwe genetisch gewijzigde gewassen zijn in aantocht. Bijvoorbeeld
met vitamine A verrijkte rijst, koolzaad met een verlaagd gehalte aan vetzuren, enz.
Sommigen waarschuwen echter voor een keerzijde van de medaille ( verlies aan biodiversiteit, het ontstaan van
' superonkruid' e. a. ) . Vooral in Europa vinden ze een voedingsbodem om GGO' s in vraag te stellen. De bevoeg-
de autoriteiten in de EU hebben ondertussen een strenge nationale en Europese GGO-wetgeving tot stand
gebracht. Die betreft zowel de erkenning van GGO' s, waarvoor een zeer zware procedure geldt, als de controle
op de aanwending. In Europa zijn intussen 18 GGO' s erkend. Belangrijk is echter dat men de aanwezigheid van
GGO' s kan vaststellen en controleren of de ingediende registratiedossiers wel overeenkomen met de realiteit.
> sociale kaart 163
164
164
Page 165
166
164 > rapport 1 bis
Detectie
Op het Departement voor Plantengenetica en -veredeling van het CLO werd onder leiding van. dr. Marc De
Loose een techniek ontwikkeld om het ingebouwde gen te detecteren zonder voorkennis van het GGO-dos-
sier. Het CLO kreeg daarvoor internationale erkenning. Door middel van de universele polymerase kettingre-
actie kan om het even welk DNA-fragment opgespoord en geïdentificeerd worden.
Deze techniek is interessant om na te gaan of een ingediend technisch dossier voor de erkenning van een
GGO correct is. Op die manier kan voorkomen worden dat niet-erkende GGO' s in de voedselketen terechtko-
men. Zo ontdekte het CLO dat het dossier van de Roundup Ready transgene soya van Monsanto, dat in 1994
via Groot-Britannië werd ingediend en sinds 1996 erkend is, niet volledig correct was. Gelukkig heeft nader
onderzoek inmiddels uitgewezen dat de bioveiligheid van deze soya gegarandeerd is. Het detectiesysteem
van het CLO moet in de toekomst dergelijke voorvallen voorkomen.
Bijlage 2 CLO
" Hoe belangrijk vinden we biodiversiteit" ?
Prof. Dr. Erik Van Bockstaete: Kwetsbare gronden komen meer in aanmerking voor biodiversiteit en beheers-
landbouw
Erik Van Bockstaele is departementshoofd van het departement Plantengenetica en -veredeling van het CLO
( Melle) en hoofddocent ' Grondige studie van de Plantenveredeling' aan de Faculteit Landbouw en
Toegepaste Biologische Wetenschappen, Universiteit Gent. Zijn onderzoeksdomein situeert zich in de ver-
edeling en de rasontwikkeling bij grassen, voedergewassen, vollegrondsgroenten en sierplanten en de
inschakeling hierbij van toegepaste plantenbiotechnologie en moleculaire biologie.
Naar elkaar toegroeien
Van Bockstaele onderscheidt enerzijds de gangbare landbouw met een hoge input van gewasbeschermings-
middelen en meststoffen en anderzijds de biologische landbouw met een lage input van die hulpstoffen.
165
165
Page 166
167
Beiden moeten naar elkaar toegroeien zodat we de goede elementen van beide systemen kunnen integre-
ren. Belangrijk daarbij is grondgebondenheid. Op de landbouwkundig waardevolle gronden wordt best
duurzame landbouw beoefend met het oog op productiviteit en kwaliteit. Kwetsbare gronden komen dan
weer meer in aanmerking voor biodiversiteit en beheerslandbouw.
Verscheidenheid
Er is een verscheidenheid van teelten, van rassen, ook in functie van het gebruik. Zoals gezegd is er ook
verscheidenheid in productiesystemen. Daarnaast is er verscheidenheid in verwerking, commercialisatie en
presentatie. Anderzijds wordt binnen de verscheidenheid in de commercialisatie ook uniformiteit gevraagd.
Veel gewassen zijn de laatste 150 jaar verdwenen en er zijn er nieuwe bijgekomen.
Biodiversiteit in de balans
Een stuk biodiversiteit is verloren gegaan omdat de professionele landbouw van kleinschaligheid naar spe-
cialisatie is geëvolueerd. We verliezen ook aan biodiversiteit door de rol van de veredeling, die zich vooral
toespitst op rendabele grote gewassen en minder op kleine gewassen. Gebrek aan biodiversiteit is een risi-
co, maar te grote biodiversiteit eveneens. Er is interactie van de verschillende genotypes in het milieu.
Rassenonderzoek kan toenemen door pre-breeding-onderzoek maar dat neemt tijd in beslag en men is
steeds meer gericht op direct resultaat. Ook het aantal kwekers vermindert, hetgeen de biodiversiteit
belemmert. Octrooiering en integratie, die de teler bindt, vormen eveneens een rem op variatie.
Mogelijkheden voor verhoging biodiversiteit
Er zijn wel mogelijkheden om variatie te ontwikkelen. Men kan meer soorten gaan ontwikkelen omdat men
op zoek moet naar nieuwe eiwitbronnen voor dierlijke voeding. De vruchtwisselingmogelijkheden stijgen
opnieuw en gemengde bedrijvigheid op streekniveau. Men kan meer rassen met verschillende genetische
achtergrond gaan telen op hetzelfde bedrijf. Men kan uiterlijk genetisch diverse rassen gaan kweken omwil-
le van hun eigenschappen ( zoals resistentie) .
Dit kan gestimuleerd worden door rassenbeproeving, het opnemen van rassen met verschillende eigen-
> sociale kaart 165
166
166
Page 167
168
166 > rapport 1 bis
schappen en genetische achtergronden. We kunnen rassen sturen naar duurzaamheid, bijvoorbeeld door de
verhoging van de resistentie, door andere eigenschappen dan enkel de opbrengst te waarderen. De over-
heid zal hier echter een rol moeten spelen als het economisch motief minder speelt.
Duurzame landbouw
Wat de teeltechnieken betreft kan de precisielandbouw hier een belangrijke bijdrage leveren evenals de
beheersing van de input, het gebruik van aangepaste rassen met bijvoorbeeld brede resistenties, efficiënte-
re rassen, snelle bodembedekkers die onkruid beperken, rassen met goede beworteling die de aanwezige
voedingsstoffen beter benutten.
Voor een duurzame plantenteelt kunnen vruchtwisseling en wisselbouw terug aan de orde komen, zij het op
een efficiënte manier. De bodemvruchtbaarheid en -kwaliteit kan behouden worden met vlinderbloemigen
en groenbemesters. Naast gemengde bedrijvigheid op streekniveau is ook een goede verhouding tussen
plantaardige en dierlijke productie een punt. Verder is er de geïntegreerde bestrijding, een aangepaste
gewas-en rassenkeuze en een zuinig gebruik van grondstoffen en energie.
Moleculaire biologie en biotechnologie kunnen een belangrijke bijdrage leveren tot de creatie van geneti-
sche variatie. Ook het inzicht in genetische variatie met de hulp van DNA-merkers is uiterst belangrijk. Ook
genetisch gewijzigde gewassen kunnen de bestaande biodiversiteit en de duurzaamheid verhogen.
Kruisingsbarrières kunnen doorbroken worden naar nieuwe variaties met betere kwaliteiten toe. De ontwik-
keling van biologische rassen stelt terzake meer problemen omwille van de beperkingen op de aan te wen-
den technieken.
Overheid en agrobiodiversiteit
Gezien het privé-onderzoek noodzakelijk gericht is op economisch interessante en dus grote variëteiten
heeft de overheid een belangrijke rol in het ondersteunen van onderzoek ten bate van de agrobiodiversiteit.
Dat geldt zowel voor kleine gewassen als voor biologische gewassen.
167
167
Page 168
169
Daarnaast is er ook de waarde van rassen als cultuur-historisch erfgoed. Heel wat rassen ( fruitbomen, sier-
gewassen) zijn immers verdwenen, dreigen te verdwijnen of zijn verbasterd. De biotechnologie kan hier een
belangrijke bijdrage leveren tot identificatie en rassenzuivering. Maar dit kost geld en is niet winstgevend.
Bijlage 3 CLO
Biotechnologie stimuleert biodiversiteit
Men wil de biodiversiteit behouden, zuiveren en verrijken met behulp van biotechnologie
Biotechnologie is méér dan het ontwikkelen van transgene planten, wat bij een groot deel van het publiek
al dan niet terecht wantrouwen wekt. Er bestaan ook biotechnologische toepassingen die ondubbelzinnig
toegejuicht worden. Denk maar aan de vele levens die de biotechnologie vandaag al redt in de geneeskun-
de. Maar de biotechnologie kan bijvoorbeeld ook -mits de nodige financiering gevonden wordt-het behoud
en de bevordering van de biodiversiteit, een ecologisch doel, dienen. Voor Professor Van Bockstaele was het
onderzoek naar en het instandhouden van biodiversiteit altijd een essentiële taak van het Departement
voor Plantengenetica en -veredeling ( DVP) van het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek ( CLO) te
Merelbeke. Het accent van het onderzoek lag aanvankelijk bij die plantensoorten waarin het Departement
veredelingsactiviteiten uitvoert. Op dit ogenblik werkt een team van vier vorsers met enthousiasme aan
deze opdracht, waarbij het onderzoek wordt uitgebreid naar andere plantensoorten.
Eerst biodiversiteit analyseren
De wetenschappelijke missie van het team bestaat uit twee delen. In de eerste plaats komt het erop aan de
bestaande biodiversiteit te analyseren en in kaart te brengen. Vervolgens moet de biodiversiteit effectief in
stand worden gehouden, bijvoorbeeld door het aanleggen van genenbaken.
Dr. Isabel Roldan-Ruiz: " Wij voeren dus onderzoek uit naar de bestaande biodiversiteit in de natuur. Met de
bedoeling die te behouden of eventueel de oorspronkelijke biodiversiteit te herstellen. Wij houden ons
daarbij ook bezig met soorten die niet belangrijk zijn voor veredeling. Wilde appelsoorten, riet en andere
oeverplanten zijn concrete voorbeelden. Maar we kijken evenzeer naar cultivars die belangrijk zijn voor de
> sociale kaart 167
168
168
Page 169
170
168 > rapport 1 bis
land-en tuinbouw. Op die manier is aan de onderzoeksopdracht ook een economisch motief verbonden.
Waar komt het onderzoek in de praktijk op neer? In feite gaat het om ecologisch gericht onderzoek dat effi-
ciënt gevoerd wordt met een biotechnologisch instrumentarium. Doel is het behouden, het zuiveren en ver-
rijken van de biodiversiteit. Daarvoor worden onder meer de merkertechnieken uit de biotechnologie
gebruikt. Met deze technieken worden de planten geanalyseerd. Daarbij stelt men vast dat vele cultivars in
de vrije natuur zijn terechtgekomen. Indien men de oorspronkelijke biodiversiteit in de natuur wil herstellen,
is het soms nodig ziekteresistente planten te creëren. Het DVP doet dat via traditionele kruising, maar op
basis van een analyse met biotechnologische instrumenten. Dit bevordert de nauwkeurigheid en de snelheid
van het onderzoek.
Biologische diversiteit in de natuur
Ir. Els Coart houdt zich o. a. bezig met onderzoek op wilde appels. Deze uiterst zeldzame soort wordt niet
alleen bedreigd door het verdwijnen van geschikte groeiplaatsen, maar ook door de aanplanting van econo-
misch belangrijkere appelcultivars. De analyse leert dat in de natuur appelbomen te vinden zijn die meer
verwant zijn aan gecultiveerde appelcultivars dan aan hun wilde soortgenoten. In opdracht van de afdeling
' Bos en Groen' van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap doet het DVP onderzoek naar inheemse
wilde appels. Het doel is het bewaren van de natuurlijke biodiversiteit en deze te onderscheiden van gecul-
tiveerd materiaal. De kennis van de natuurlijke diversiteit kan later ook aangewend worden in de veredeling
van sierappels op het DVP.
Een ander onderzoeksthema waar Els Coart zich op toelegt is het opstellen van de migratieroutes van de
inheemse eiken na de laatste ijstijd, zo' n 13.000 jaar geleden. Tijdens de ijstijden werden de planten terug-
gedrongen naar refugia in het zuiden om van daaruit Europa opnieuw te koloniseren van zodra de aarde
terug opwarmde. Het chloroplast-DNA wordt via de moederboom doorgegeven en door studie van chloro-
plast-varianten kan de verspreiding van de eikels over Europa gereconstrueerd worden. Dit onderzoek werd
uitgevoerd in negen Europese landen, zodat een volledig beeld van de migratieroutes kan verkregen wor-
den. Deze informatie geeft niet alleen nieuwe inzichten in de verspreidingsecologie en de populatiedyna-
miek van de eiken maar ze kan ook aangewend worden om de herkomst van onze eikenbossen te bepalen.
Zo weten we nu dat enkel eiken uit Spaanse en Italiaanse refugia op een natuurlijke wijze in België geraakt
169
169
Page 170
171
zijn. Eiken die chloroplast-kenmerken vertonen die typisch zijn voor de Balkan-regio zijn dus met zekerheid
geïmporteerd in onze gebieden.
Ir. Veerle Lamote heeft dan weer onderzoek gedaan op de gele lis, een oeverplant met opvallend gele bloe-
men, die men in verschillende streken in Vlaanderen vindt. Bij het onderzoek bleek dat deze plant in het
IJzerbekken genetisch verschilde van haar zusje in het Demerbekken. Dit is een belangrijke vaststelling met
het oog op de aanplanting van oeverplanten en het herstel van de biodiversiteit. Ook op riet en lisdodde
wordt gelijkaardig onderzoek gedaan. Analyse via biotechnologische instrumenten leidt ook hier tot een
juistere aanpak van de bescherming of het herstel van de oorspronkelijke biodiversiteit. Het samenstellen
en bewaken van genenbanken is daarbij een belangrijk gegeven. Helaas zijn genenbanken zodanig duur dat
het DVP geen exemplaar kan aanleggen voor elke soort waar het onderzoek naar doet.
Genetische bronnen in stand houden
Het bewaren van de genetische bronnen is internationaal een belangrijk gegeven. In de eerste plaats wordt
er gestreefd naar het in stand houden van zoveel mogelijk verschillende soorten. Daarnaast is het conserve-
ren van een zo groot mogelijke genetische diversiteit binnen één soort, vooral voor landbouw-en tuinbouw-
kundig belangrijke gewassen, van zeer groot belang. De beide veredelingsafdelingen van het DVP hebben
hieraan altijd grote aandacht besteed. Immers, de genetische diversiteit bepaalt in grote mate de flexibi-
liteit van een plantensoort om zich aan te passen aan nieuwe levensomstandigheden en vormt de uitgangs-
basis voor elk veredelingsprogramma. De opbouw en het beheer van een genenbank is het middel om gene-
tische erosie binnen een soort te vermijden. Het Departement voor Plantengenetica en -veredeling ( DVP)
heeft dan ook belangrijke genetische bronnen ter beschikking van de voornaamste gewassen waarin wordt
veredeld: azalea, roos, Hibiscus, Bromeliaceae, Begonia, Lolium ( raaigras) , Festuca, voederbiet, prei, selder,
klavers, cichorei, sierappel, haagbeuk.
In de afgelopen jaren is de azaleacollectie uitbreid met zaailingen van verschillende natuurlijke Chinese
Rhododendronpopulaties ( voornamelijk species uit de Tsutsusi-reeks) . Hierdoor beschikt het CLO momenteel
over 600 verschillende genotypen, zowel cultivars als soorten. Bij bromelia wordt de verzameling vernauwd
en meer toegespitst op het genus Vriesia en Neoregelia, waarin verder wordt veredeld. Ondertussen is men
ook actief begonnen met de uitbreiding van de collectie bladbegonia' s met botanische soorten en oude cul-
> sociale kaart 169
170
170
Page 171
172
170 > rapport 1 bis
tivars, die als kruisingspartner voor enkele geselecteerde planten kunnen fungeren.
Voor het uitbreiden van een gazongrascollectie bemonsterde het CLO historische kasteeltuinen op verschil-
lende plaatsen in België. Terwijl in het kader van een ECP project ( European Community Programme) van
IPGRI ( International Plant Genetic Resources Institute) Lolium-planten afkomstig uit 162 verschillende
natuurlijke standplaatsen verspreid over 18 Europese landen ( zogenaamde ecotypes) beproefd werden.
Dezelfde proef werd in 17 andere Europese landen uitgevoerd. In vergelijking met de ecotypes uit de andere
Europese landen behoorden de Belgische ecotypes in de proef te Merelbeke tot de meest groeikrachtige en
wintervaste, maar ook tot de meest roestgevoelige. Voor prei is de afgelopen jaren een collectie opge-
bouwd van 150 verschillende herkomsten waaronder telersrassen, landrassen, handelsvariëteiten en enkele
' wilde' verwanten.
Bij azalea werd met behulp van moleculaire merkers een classificatie en een beschrijving van de diversiteit
opgemaakt vertrekkende van planten behorende tot de sectie Pentanthera ( bladverliezende azalea' s) en de
sectie Tsutsusi ( wintergroene azalea' s, waartoe potazalea' s, Hirado, Kurume en Satsuki-azalea' s behoren) .
Ook laat het onderzoek van verwante species toe de waarschijnlijke voorouders en eventuele nieuwe inte-
ressante genetische bronnen te evalueren.
Bij de roos wordt de mogelijkheid onderzocht om het genetisch potentieel van de snij-en perkrozen uit te
breiden. Van 400 species en cultivars uit de collectie werd het chromosoomgetal bepaald en werd gestart
met het opstellen van genetische verwantschappen. De hieruit bekomen informatie zal leiden tot een meer
gericht en door merkertechnologie ondersteund kruisings-en veredelingsprogramma. Deze informatie zal
ook nuttige toepassingen kennen in de studie en het behoud van inheemse rozensoorten.
Genetische variatie scheppen
Bij kruisingsveredeling wordt getracht via gerichte selectie een gewenste genencombinatie te maken. Soms
is het inkruisen van gewenste kenmerken moeilijk, weinig doelgericht of zelfs onmogelijk door het bestaan
van kruisingsbarrières. Nieuwe technieken als somaklonale variatie, genetische modificatie, ploïdieverede-
ling, soortkruisingen, embryo rescue bieden de mogelijkheid de natuurlijke diversiteit te verruimen en/ of het
171
171
Page 172
173
beschikbare potentieel beter en efficiënter te benutten. Het DVP maakt bij diverse gewassen hiervan handig
gebruik om sneller en/ of efficiënter te veredelen.
Bij vegetatief vermeerderen van planten kan er door een plotse wijziging in het genetisch materiaal een
nieuwigheid ontstaan die op zijn beurt commercieel interessant kan zijn. Een gekend voorbeeld is de azalea
waar diverse kleurvarianten afkomstig van één cultivar, sporten genoemd, op de markt zijn. In natuurlijke
omstandigheden treden dergelijke variaties pas op na 10 tot 20 jaar. Het DVP ontwikkelde voor azalea een
in vitro-scheutregeneratietechniek, waardoor met een veel hogere frequentie en vlugger bloemenkleurvaria-
ties geïnduceerd worden.
> sociale kaart 171
172
172
Page 173
174
172 > rapport 1 bis
F E D E R A A L M I N IST E R I E S O C I A L E Z A K E N,
V O L K S G E Z O N D H E I D E N L E E F M I L I EU
Contact:
Secretariaat-generaal
Rijksadministratief Centrum ( RAC) / Esplanade-gebouw
Pachecolaan 19, bus 5 -1010 Brussel
Wnd. secretaris-generaal: Christiaan Decoster
Telefoon: 02 210 44 60 en 02 210 44 61 Fax: 02 210 44 63
E-mail: secretaris. generaal@ minsoc. fed. be
http: / / minsoc. fgov. be
Werking:
Details organisatie:
Volksgezondheid: www. health. fgov. be
o. a. WIV SBB ; Federaal Agentschap Voedselveiligheid, Eetwareninspectie ; Raadgevend Comité voor
Bio-Ethiek ; Hoge Raad voor Gezondheid. . .
Leefmilieu: www. environment. fgov. be
-Coördinatie van milieubevoegheden
-De atmosfeer en klimaatverandering
-Milieuprojecten gefinancierd door verordening LIFE van EU
-Vaststelling van productnormen op milieugebied: o. a. marktvergunningen voor pestiden en andere producten
-Doorvoer van afvalstoffen
Activiteiten omtrent GGO s:
SBB
Aelvoet en niet toelaten van enkele veldproeven . . .
173
173
Page 174
175
> sociale kaart 173
W IV
W E T E N S C H A P P E L I J K I NST I T U U T V O L K S G E Z O N D H E I D L
Contact:
Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid
( Ook: Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie)
J. Wijtsmanstraat 14 1050 BRUSSEL
fax : 02/ 642.50.01
Werking:
Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid ( WIV) , een wetenschappelijke overheidsinstelling, heeft
enkele doelstellingen:
-( controle op vaccins, )
-de controleopdrachten ( pharmaco-bromatologie) uitvoeren
-wetenschappelijke activiteiten in haar rol als wetenschappelijke ondersteuning voor de overheid wanneer
de overheid geconfronteerd wordt met problemen op het vlak van de volksgezondheid.
Vandaar dat de twee diensten van epidemiologie ( gezondheidsenquête, netwerk van peilpraktijken, hygiëni-
sche risico s in ziekenhuizen ) en de bacteriologie ( hepatitis, griep, AIDS) een essentiële rol spelen in het
toegepast onderzoek. Het register van de Creutzfeldt-Jakob ziekte neemt in dit verband een specifieke
plaats in.
Nieuwe programma s zullen opgesteld worden om tegemoet te komen aan nieuwe of belangrijke proble-
men: bewaking van zoönosen verbonden aan voedingsmiddelen ( menselijke ziekten veroorzaakt door dier-
lijke pathologieën) , exantheemziekten, kankerscreening en controle op allergene sporen.
Op het vlak van biotechnologie en van bioveiligheid volgt het WIV de internationale aanbevelingen die
België onderschreven heeft en een strikte controle verzekeren op de ondernemingen, actief op het vlak van
de genetisch gemodificeerde organismen.
174
174
Page 175
176
174 > rapport 1 bis
Details organisatie:
Sectie Bioveligheid en Biotechnologie
Thema s en standpunten:
Activiteiten omtrent GGO s:
Officieel vertegenwoordigd:
Het WIV probeert haar rol als tussenpersoon bij internationale instanties ( Wereldgezondheidsorganisatie, Centers for
Disease Control, Food and Drug Administration, )
175
175
Page 176
177
S BB
WIV-Sectie Bioveiligheid en Biotechnologie
Contact:
Directeur: Dr. William Moens
wmoens@ sbb. ihe. be
tel. 02 642.52.93 fax. 02 642.52.92
web server: http: / / biosafety. ihe. be
Werking:
Activiteiten omtrent GGO s:
Overheidsdienst voor controle biotechnologie ( veldproeven, op de markt brengen van rpoducten)
Krijgt nieuwe opdracht inzake beoordeling door niet alleen de risico s te onderzoeken, maar ook de impact
van nieuwe vergunningen op duurzame ontwikkeling.
Zal in de toekomst meer aandacht besteden aan publieksinformatie en participatie inzake vergunningen.
o. a. gewezen medewerkster Suzy Renckens ( o. a. MIRA-Thema GGO s meegegeschreven, tal van debatten
SBB gaan vertegenwoordigen)
o. a. Yann Devos, betrokken bij de voorbereiding van nieuwe opdrachten zoals publieksinformatie en partici-
patie en de werkgroep Duurzame Ontwikkeling.
Bijlage SBB
De Standaard, 25/ 10/ 1999.
OPINIE. Gewijzigd voedsel wordt grondig getest Suzy Renckens
De controle op de bioveiligheid van genetisch gewijzigde organismen is strenger dan op de traditionele voe-
dingsmiddelen, zegt Suzy Renckens
Inderdaad, Belgische suiker mag niet gefabriceerd worden met genetisch gewijzigde bieten ( DS 8 oktober) ,
> sociale kaart 175
176
176
Page 177
178
176 > rapport 1 bis
gisteren niet, vandaag niet en wellicht morgen ook nog niet. Dit is evenwel helemaal niet het gevolg van
een ( commercieel geïnspireerde) beslissing van de suikerindustrie in ons land.
Elk gebruik van genetisch gewijzigde organismen ( GGO' s) kan immers pas na expliciete Europese goedkeu-
ring gefundeerd op een veiligheidsevaluatie. Zo ook voor suikerbieten.
De ontwikkeling van nieuwe variëteiten gebeurt stapsgewijs en er liggen een ruim aantal jaren tussen de
eerste proeven in het veld en de uiteindelijke teelt voor commerciële doeleinden. In het geval van genetisch
gewijzigde gewassen is voor elke proef een specifieke toelating vereist en moeten bepaalde voorwaarden
gerespecteerd worden om onder meer verspreiding in het leefmilieu te minimaliseren. De ligging van de
proefvelden is helemaal niet geheim noch vertrouwelijk, maar moet zeer precies ( kadastrale gegevens) wor-
den medegedeeld aan de bevoegde overheid, zodat de Inspectiediensten controles kunnen uitvoeren.
Genetisch gewijzigde gewassen moeten niet enkel voldoen aan kwaliteitskenmerken vereist voor inschrij-
ving op de rassencataloog ( zoals alle nieuwe variëteiten) maar worden eveneens getoetst op hun bioveilig-
heid ( veiligheid voor de menselijke gezondheid en het leefmilieu) overeenkomstig strikte Europese en
Belgische wetgeving.
In het geval van suikerbieten worden er in België veldproeven uitgevoerd ( de eerste in 1989) door vier ver-
schillende biotechbedrijven. In de meeste gevallen betreft het bieten die, door inbreng van een bacterieel
gen, resistent worden gemaakt voor een biologisch afbreekbaar totaalherbicide omdat de huidige methodes
van onkruidcontrole ( veelal mengsels van meerdere chemicaliën) arbeidsintensief zijn en niet afdoend zijn
voor controle van de onkruiden in bietenvelden.
Onder geen enkel beding is gebruik van de geteste bieten in de voeding of veevoeding toegelaten. Hiervoor
moeten deze eerst toegelaten worden op de Europese markt overeenkomstig de Europese richtlijn
90/ 220/ EEG voor doelbewuste introductie van GGO' s in het leefmilieu en gezien toepassing in de voeding
overeenkomstig de Europese ' novel food' verordening 258/ 97.
In het geval van herbicide resistente gewassen is bovendien een expliciete goedkeuring van het herbiciden-
gebruik volgens de richtlijn 91/ 414/ EEG vereist. In alle gevallen moet een stringente risico-inschatting wor-
den uitgevoerd met betrekking tot resp. het leefmilieu en de menselijke gezondheid.
Hiervoor moeten de kennisgevers door middel van wetenschappelijke gegevens aantonen dat het GGO vei-
lig is ( en meestal qua samenstelling niet verschilt van de niet-transgene tegenhanger) . Nadeel van deze uit-
177
177
Page 178
179
gebreide en dikwijls kostelijke analyses is dat deze enkel binnen het bereik liggen van grote kapitaal-
krachtige ondernemingen ( lees multinationals) terwijl het voor een klein bedrijfje een hele opdracht is om
aan alle wettelijke vereisten te voldoen.
In België gebeurt de evaluatie van de bioveiligheid van alle GGO' s ( planten maar ook dieren, micro-organis-
men, vaccins) door de Bioveiligheidsraad die zich laat helpen door onafhankelijke experten uit de academi-
sche wereld.
De Bioveiligheidsraad geeft wetenschappelijk advies aan de bevoegde overheden . Naast de garantie voor
veiligheid legt de wetgeving ook op dat het publiek correct geïnformeerd wordt over het gebruik van
GGO' s. Vandaar de verplichting tot etikettering ( op basis van aanwezigheid van het toegevoegde DNA of
eiwit) . Blijkbaar heeft etikettering echter een omgekeerd effect ( onbekend is onbemind) en verkiezen som-
mige voedselproducenten eerder deze producten te mijden dan wel de consument te moeten informeren.
In sommige gevallen is etikettering zelfs niet mogelijk omdat op geen enkele manier een verschil met het
traditioneel product vast te stellen is.
Jawel, suiker= suiker, zoals insuline= insuline ( het wordt reeds jaren dankzij GGO' s geproduceerd) . De con-
sument heeft inderdaad het recht om te weten dat er een nieuw technisch procédé wordt toegepast om een
bepaald product te bereiden ( eigenlijke boodschap van het GGO-label) , maar de huidige heisa rond GGO-
voedingsmiddelen laat hem niet meer toe ook correct geïnformeerd te zijn. De vermelding ' geproduceerd
met genetisch gewijzigde organismen' schrikt af terwijl de consument in tegenstelling gerustgesteld zou
moeten zijn dat hij te maken heeft met voedingsmiddelen die getest werden alsof het geneesmiddelen
waren. Niet veel producten ondergaan a priori en a posteriori dergelijke grondige controle als momenteel
het geval is voor GGO' s. Mijns inziens zou het minstens even informatief zijn op het etiket te zien staan
welke herbicidencocktails, pesticiden e. d. er werden aangewend op onze traditionele voedingsmiddelen.
( De auteur is Dr. Ir. en werkt als bioveiligheidsexpert bij de Sectie Bioveiligheid en Biotechnologie ( SBB) van
het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid ( WIV) . Ze schrijft in eigen naam. )
> sociale kaart 177
178
178
Page 179
180
178 > rapport 1 bis
R A A D G E V E N D CO M I T É V O O R B I O -E T H I EK
Contact:
R. A. C. ( Rijksadministratief Centrum)
Vesaliusgebouw 4de verdieping
Pachécolaan 19 bus 5 1010 BRUSSELTel.
32-( 0) 2/ 210. 42.34 Fax 32-( 0) 2/ 210. 42.27
Yvon Englert ( voorzitter)
Monique Bosson ( informatieverantwoordelijke)
E. mail : monique. bosson@ health. fgov. be
Werking:
Aan het Comité heeft een dubbele taak toegewezen : een raadgevende en een informatieve taak.
Het Comité moet advies uitbrengen, hetzij op aanvraag, hetzij op eigen initiatief, over de problemen die rij-
zen ten gevolge van het onderzoek of de toepassingen ervan, op het gebied van de biologie, de geneeskun-
de en de gezondheidszorg. Deze problemen moeten betrekking hebben op de mens, op groepen uit de
maatschappij of op de gehele maatschappij. Zij moeten onderzocht worden op hun ethische, sociale en juri-
dische aspecten, meer bepaald betreffende de eerbiediging van de rechten van de mens.
Daarnaast heeft het Comité ook een informatieve taak. Over al de genoemde problemen dient het Comité
de Regering, het Parlement en de Raden van de Gemeenschappen in te lichten. Daartoe stelt het Comité
een jaarverslag op met als inhoud : de adviezen, een overzicht van de problemen die ter studie liggen, een
activiteitenverslag en een overzicht van de jaarverslagen van de lokale ethische comités.
Het Comité kan adviezen uitbrengen op eigen initiatief. Het kan ook advies geven op vraag van de
Voorzitters van de verschillende parlementaire instellingen en van leden van de verschillende betrokken
regeringen en executieven. Een instelling voor wetenschappelijk onderzoek, een instelling voor gezond-
heidszorg, een instelling voor hoger onderwijs of een lokaal ethisch comité ( verbonden aan een instelling
voor gezondheidszorg of aan een universiteit of erkend door een Gemeenschap) , kunnen eveneens het
179
179
Page 180
181
Comité om advies vragen.
Het Comité brengt in principe een advies uit binnen zes maanden na kennisname van de vraag.
Meestal laat het Comité het advies voorbereiden door een beperkte commissie, waarvan de samenstelling
die van het Comité weerspiegelt. Deze beperkte commissies kunnen bovendien een beroep doen op externe
deskundigen.
De adviezen moeten de verschillende uiteengezette standpunten weergeven. Er wordt dus gewerkt met
minderheidsstandpunten. In de meeste adviezen van het comité vallen de standpunten uiteen in drie grote
groepen: een middenweg, een extreem conservatief standpunt en een extreem laisser-faire standpunt.
Het Comité heeft ook een documentatie-en informatiecentrum, waar o. a. een hele reeks relevante weten-
schappelijke tijdschriften te vinden zijn.
Het Comité verzorgt de uitgifte van het tijdschrift " Bioethica Belgica" ( 2 à 3 per jaar) . Dit tijdschrift publi-
ceert alle adviezen in extenso. Daarnaast worden de studiedagen aangekondigd evenals algemene infor-
matieve berichten zoals bijvoorbeeld de werkingsverslagen van het Comité
Tenslotte dient het Comité om de twee jaar een openbare conferentie te organiseren betreffende de ethi-
sche problemen op het vlak van de biowetenschappen en de gezondheid. Die conferenties betroffen :
1997 " Het menselijk embryo in vitro"
1999 " Erfelijkheid: genetische tests en Maatschappij"
2001 " Voorafgaande wilsverklaringen : Uitdrukking van de rechten van de patïent ? "
Details organisatie:
Het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek werd opgericht in 1993.
Voorzitter 2001 2002 is Yvon Englert, hoogleraar aan de Université Libre de Bruxelles.
Voorzitter 2002 2003 wordt Léon Cassiers, hoogleraar-emeritus aan de KUL.
Het Comité bestaat uit 35 effectieve leden, 35 plaatsvervangende leden en 8 leden met raadgevende stem,
aangesteld door de Ministers. Hun mandaat loopt 4 jaar.
> sociale kaart 179
180
180
Page 181
182
180 > rapport 1 bis
Zestien leden worden voorgedragen door de Interuniversitaire Raden, de anderen door de Orde van
Geneesheren ( 6) en de Orde van Advokaten ( 2) ; ze komen voort uit de magistratuur ( 2) of worden aange-
duid door de betrokken Regeringen ( 9) .
Bij de samenstelling werd gezorgd voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende ideolo-
gische en filosofische strekkingen, voor een evenwichtig aantal mannen en vrouwen en voor evenveel
Nederlandstalige en Franstalige leden. Hetzelfde geldt voor de vertegenwoordiging van personen uit weten-
schappelijke en geneeskundige kringen enerzijds en uit filosofische, rechtswetenschappelijke en menswe-
tenschappelijke kringen, anderzijds.
Thema s en standpunten:
In adviezen behandelde thema s allen omtrent biologie en geneeskunde, o. a. euthanasie, IVF, HIV, reproduc-
tief klonen, geslachtskeuze, experimenten op mensen, experimenten op menselijke embryo s. . .
Activiteiten omtrent GGO s:
Relevant voor GGO s in landbouw zijn de adviezen over patenten :
Advies Nr5 09/ 02/ 98 Betreffende de juridische bescherming van biotechnologische uitvindingen
Advies Nr 12 10/ 01/ 00 Inzake de juridische bescherming van biotechnologie uitvindingen
Banden met:
Het Comité onderhoudt nauwe contacten met buitenlandse en internationale organisaties voor bio-ethiek.
O. a. UNESCO, Comité International de Bioéthique; Raad van Europa, op Conferenties des Comités
Nationaux d éthique ; Wereldgezondheidsorganisatie, op verscheidene Toppen van de Nationale Bio-ethi-
sche Commissies. . .
181
181
Page 182
183
F E D E R A A L M I N IST E R I E B U I T E N L A N D S E Z A K E N,
B U I T E N L A N D S E H A N D E L EN
O N T W I K K E L I N G SSA M E N W E R K I NG
Contact:
Tel: 02/ 501. 81. 11
http: / / diplobel. fgov. be
Werking:
Louis Michel minister Buitenlandse Zaken
Annemie Neyts toegevoegd minister Buitenlandse Zaken ( landbouw)
Eddy Boutmans staatssecretaris Ontwikkelingssamenwerking
Details organisatie:
o. a. cel Handel ( ? )
o. a. DGIS en afsplitsingen ( federaal secretariaat Ontwikkelingssamenwerking)
Thema s en standpunten: ( Fragment uit beleidsplan Ontwikkelingssamenwerking)
3. Landbouw en voedselzekerheid
Uitgangssituatie
De landbouw blijft een cruciale sector in de meeste armste landen. De optie voor duurzame ontwikkeling en
basisrechten heeft echter ook consequenties voor de manier van werken in deze sector. Voedselzekerheid
staat centraal. Het recht op voedsel maakt deel uit van het universeel aanvaarde ' Recht op een levensstan-
daard die hoog genoeg is voor gezondheid en welzijn' . Ontwikkelingssamenwerking werkt daartoe op ver-
schillende niveaus.
> sociale kaart 181
182
182
Page 183
184
182 > rapport 1 bis
Beleidsopties
In de eerste plaats levert België steun aan heel concrete programma' s waardoor mensen in ontwikkelings-
landen zelf ondersteund worden in hun strijd voor voedselzekerheid. De inspanningen zijn het duidelijkst
zichtbaar in het programma van het Belgisch Overlevingsfonds, dat de voedselproblematiek in een aantal
Afrikaanse landen op een geïntegreerde manier helpt aan te pakken, in partnerschap met ngo' s, lokale
actoren en multilaterale instellingen.
Dwarsverbindingen:
Binnen het Overlevingsfonds wordt voedselzekerheid gekoppeld aan andere sectoren, zoals gezondheid,
kleine infrastructuur en educatie. De nieuwe wet op het Overlevingsfonds handelt ook uitdrukkelijk over de
versterking van nationale en lokale overheden en groepen om hen in staat te stellen hun eigen verantwoor-
delijkheden op te nemen, én heeft oog voor de voedselproblematiek in verstedelijkte gebieden. De ervarin-
gen opgedaan in het Fonds, dat in zekere zin een ' laboratoriumfunctie' vervult, zullen worden opengetrok-
ken naar de andere geledingen van de samenwerking.
De landbouwsector is bij uitstek gevoelig voor milieuproblemen. De ecologische aspecten zullen dan ook
een prominente plaats in het Belgisch beleid krijgen: erosiebestrijding, herbebossing, diversificatie, alterna-
tieven voor bestrijdingsmiddelen, ondersteuning van biologische teelt, . . . worden opgenomen in de land-
bouwprogramma' s . Speciale aandacht gaat naar de risico' s van biotechnologie en meer in het bijzonder
van genetisch gemanipuleerde organismen. Los van de nog onduidelijke risico' s voor gezondheid en biodi-
versiteit ( voorzorgsprincipe ! ) , is er de weinig doorzichtige en voor kleine boeren nauwelijks toegankelijke
markt. Een groot deel van de ( dure) biotechnologie is in handen van enkele grote multinationale bedrijven
niet toevallig zijn dat vaak ook de producenten van zaden, meststoffen en ziektebestrijders. En ook een
groot deel van de handel in voedselgewassen is in handen van zeer weinig multinationale ondernemingen.
Kleine boeren zijn sterk afhankelijk van deze machtsconcentraties, niet alleen bij de aankoop van de nood-
zakelijke zaden, chemicaliën enz. , maar ook bij de prijsbepaling van hun eindproducten. Anderzijds vormen
ze nauwelijks een partij om enige invloed uit te oefenen -voor de agro-industrie is de kleine boer in het
Zuiden commercieel niet interessant. De Belgische samenwerking zal zich m. n. inspannen om juist die kleine
boeren ter versterken, op lokaal en nationaal vlak ( ondersteunen van vormingsinitiatieven, organisatiever-
183
183
Page 184
185
sterking, ondersteuning van Fair Trade initiatieven) , en internationaal ( agenda EU,
Wereldhandelsorganisatie, . . ) .
In de multilaterale landbouwsamenwerking wordt de steun aan de FAO gericht op institutionele verbetering
van de landbouwproductie. Daarnaast verleent België steun aan een reeks internationale instellingen voor
landbouwonderzoek en aan gerichte programma' s binnen enkele van deze instellingen, m. n. programma' s
die verhoging van de landbouwproductie koppelen aan milieuvriendelijke en basisgerichte technologie.
Voedselzekerheid moet ook een plaats krijgen in een Interdepartementale Werkgroep
Ontwikkelingssamenwerking, waardoor het beleid van de verschillende betrokken ministeries ( Landbouw,
Financiën, Buitenlandse Zaken, . . . ) beter op elkaar afgestemd kan worden. Voedselzekerheid staat m. n.
onder druk van de ontwikkelingen op de wereldmarkt. Voedsel is evenwel niet zomaar handelswaar, maar
vraagt om correcties en bescherming in het internationaal economisch verkeer.
> sociale kaart 183
184
184
Page 185
186
184 > rapport 1 bis
D G IS
Directie-Generaal Internationale Samenwerking
Federaal Ministerie Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Contact:
DGIS
Directie-Generaal Internationale Samenwerking
Karmelietenstraat 15 1000 Brussel
Tel: 02/ 501. 81. 11
http: / / www. dgic. be
leiding: dhr. Eddy Boutmans
Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking
Maria-Theresiastraat 1 in 1000 Brussel
Tel. : 02/ 549.09.20 Fax: 02/ 512.21. 23
E-mail: kabinet@ cabos. fgov. be
Werking:
DGIS is de federale overheidsdienst voor ontwikkelingshulp-en samenwerking, geleid door staatssecretaris
Eddy Boutmans. Binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft DGIS als opdracht de Belgische samen-
werking en ontwikkeling voor te bereiden en te coördineren. Dit gebeurt in overleg met de regeringen van
onze partnerlanden, met internationale organisaties en via universiteiten en Belgische niet-gouvernemente-
le organisaties.
185
185
Page 186
187
Details organisatie:
Algemeen Bestuur Ontwikkelingssamenwerking: de voorganger van DGIS* , het huidige orgaan verantwoor-
delijk voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking. In de periode 1976 1999 nam ABOS de voorbereiding,
de uitvoering en de evaluatie van het grootste deel van de Belgische gouvernementele samenwerking voor
zijn rekening. Een opeenvolging van mislukkingen en werkingsfouten binnen het ABOS zette het Belgisch
parlement er in 1995 toe aan om een onderzoekscommissie op te richten, belast met de analyse van de wer-
king van de Belgische samenwerking. Dit resulteerde in een drastische hervorming waarbij de taken van
ABOS werden verdeeld onder drie directies van het ministerie van Buitenlandse Zaken en een nieuwe exter-
ne instelling, de BTC.
Belgische Technische Coöperatie: een externe organisatie opgericht in het kader van de hervorming van
ABOS tot DGIS, belast met de invoering en de uitvoering van de gouvernementele samenwerking. Site in
aanmaak op www. btcctb. be
Een nieuw wettelijk kader. Met zijn " Wet betreffende de Belgische internationale samenwerking" verleende
België zijn internationaal samenwerkingsbeleid een duidelijk wettelijk kader. De wet werd op 25 mei 1999
door de Kamer van Volksvertegenwoordigers goedgekeurd en verscheen in het Belgisch Staatsblad van 1 juli
1999.
Dit zijn de belangrijkste elementen van deze wet:
de wet introduceert het begrip " internationale samenwerking" en geeft via deze naam duidelijk aan dat
de samenwerking een zaak is tussen partners die op gelijke voet staan;
het doel van de internationale samenwerking wordt gedefinieerd door begrippen als duurzame mense-
lijke ontwikkeling, partnerschap en ontwikkelingsrelevantie;
om de ontwikkelingsrelevantie te definiëren, steunt de wet op de criteria die werden gedefinieerd door
het Comité voor Ontwikkelingshulp van de OESO: relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie, impact en leef-
baarheid;
> sociale kaart 185
186
186
Page 187
188
186 > rapport 1 bis
de wet geeft gestalte aan het geografisch overleg: de wet beperkt de bilaterale samenwerking momen-
teel tot maximum 25 landen ( of regionale organisaties van landen) , geselecteerd op basis van zeven criteria
die de wet voorschrijft; voor elk van deze landen wordt een strategienota uitgewerkt;
ze definieert een sectorale en thematische concentratie: de bilaterale samenwerking is nu beperkt tot
vijf sectoren ( basisgezondheidszorg, vorming en onderwijs, landbouw en voedselveiligheid, basisinfrastruc-
tuur, maatschappijopbouw, inclusief via conflictpreventie) en drie transsectorale thema' s ( gelijke kansen,
leefmilieu, sociale economie) ;
de multilaterale samenwerking en de samenwerking via niet-gouvernementele partners worden verder
eveneens gedetailleerd gedefinieerd.
187
187
Page 188
189
M I N IST E R I E VA N D E V L A A M S E G E M E E N S C H AP
Departement Wetenschap, Innovatie en Media ( WIM)
WIM coördineert het beleid inzake wetenschappelijk onderzoek , het beleid inzake technologie en innovatie,
is belast met de voorbereiding en uitvoering van het media-en filmbeleid , zorgt voor de voorbereiding en
coördinatie van het multimediabeleid van de Vlaamse Gemeenschap.
WIM
North Plaza B
Koning Albert II-laan 7 1210 BRUSSEL
info@ wim. vlaanderen. be
www. innovatie. vlaanderen. be
secretaris-generaal : LEO GUNS
Administratie Wetenschap en Technologie
Activiteiten omtrent biotechnologie: o. a. Freddy Colson in Algemene Vergadering van VIB ;
Monika Sormann ( lector MIRA-Thema GGO s 2001) ; . . . Banden met Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid.
Administratie Wetenschap en Technologie
Boudewijngebouw
Boudewijnlaan 30 1000 BRUSSEL
Tel : 02 553 60 08 Fax : 02 553 60 07
wetenschap. innovatie@ vlaanderen. be
www. innovatie. vlaanderen. be
eerste opdrachthouder : FREDDY COLSON
staflid : Antoon CLARYS
> sociale kaart 187
188
188
Page 189
190
188 > rapport 1 bis
Afdeling Technologie en Innovatie
afdelingshoofd : VEERLE LORIES
-is verantwoordelijk voor de voorbereiding, coördinatie en evaluatie van het beleid inzake technologische
innovatie ;
-volgt de beleidsuitvoering door het IWT Vlaanderen ( Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door
Wetenschap en Technologie in Vlaanderen) op ;
-zorgt voor de monitoring en evaluatie van de uitvoering van de beheersovereenkomsten van de
onderzoeksinstellingen IMEC ( Interuniversitair Micro-Electronica Centrum) , VITO ( Vlaamse Instelling voor
Technologisch Onderzoek) en VIB ( Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie) ;
-coördineert de Vlaamse betrokkenheid in internationale fora die actief zijn op het vlak van onderzoek en
ontwikkeling, zoals EU, OESO en UNESCO ;
-stimuleert de deelname van Vlaamse onderzoekers aan internationale onderzoeksprogramma' s, in het
bijzonder aan het Europese Kaderprogramma voor Onderzoek en Ontwikkeling en aan COST ;
-volgt de ontwikkelingen inzake technologische innovatie op Vlaams, Belgisch en internationaal niveau en
koppelt die informatie aan het beleid ;
-draagt bij tot de voorbereiding en realisatie van het jaarlijkse actieplan voor Wetenschapsinformatie en
Innovatie.
IWT -Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie
Als Vlaamse overheidsinstelling stimuleert en ondersteunt IWT Vlaanderen de technologische innovatie als
" enig loket" voor Vlaanderen. Het IWT werd bij decreet van 23 januari 1991 opgericht. Zijn opdrachten
werden geherpreciseerd in het zogenaamde innovatiedecreet van 18 mei 1999. Hierbij werd tevens de naam
gewijzigd tot IWT Vlaanderen: Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en
Technologie in Vlaanderen.
189
189
Page 190
191
IWT
Paul Lagasse, voorzitter
Monique BAETEMAN, woordvoerdster
Bischoffsheimlaan 25 B 1000 Brussel
Tel. 32-( 0) 2 209 09 00 Fax 32-( 0) 2 223 11 81
Http: / / www. iwt. be
info@ iwt. be
> sociale kaart 189
190
190
Page 191
192
190 > rapport 1 bis
M I N IST E R I E VA N D E V L A A M S E G E M E E N S C H A P
Department Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
Markiesgebouw
Markiesstraat 1 1000 BRUSSEL
Telefoon : 02 553 31 10 Fax : 02 553 31 40
e-mail: info@ wvc. vlaanderen. be
www. wvc. vlaanderen. be
secretaris-generaal: GUIDO DEBLAERE
Opdrachten:
het welzijn: het gezinsbeleid, het beleid inzake het maatschappelijk welzijn, het beleid ten aanzien van
etnisch-culturele minderheden, het bejaardenbeleid, het beleid inzake bijzondere jeugdbijstand en de
sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale reïntegratie
de volksgezondheid: de preventieve en ambulante gezondheidszorg, de sociale en milieuhygiënische
aspecten van de gezondheidszorg, het beleid inzake het ziekenhuiswezen en de geestelijke gezondheids-
zorg
het sociaal-cultureel werk: vorming, ontwikkeling en beoefening van artistieke expressie voor en door
jongeren en volwassenen, buiten schoolverband en niet-beroepsmatig
de kunst: de ondersteuning en de bevordering van de professionele kunst, het beheer van het eigen
kunstbezit en de organisatie van binnen-en buitenlandse tentoonstellingen en manifestaties
Administratie Gezondheidszorg
Staat in voor de preventieve en ambulante gezondheidszorg, de sociale en milieuhygiënische aspecten van
de gezondheidszorg, het beleid inzake het ziekenhuiswezen en de geestelijke gezondheidszorg. Banden met
de Vlaamse Gezondheidsraad ( VGR) .
191
191
Page 192
193
Activiteiten omtrent ggo s: o. a. Bart Bautmans ( Gezondheidsinstituut Antwerpen) lector MIRA-T rapport
2001, thema ggo s
Markiesgebouw
Markiesstraat 1 , 1000 BRUSSEL
Telefoon : 02 553 35 00 Fax : 02 553 35 84
gezondheidszorg@ vlaanderen. be
www2. vlaanderen. be/ gezondheidszorg
directeur-generaal : CHRIS VANDER AUWERA
> sociale kaart 191
192
192
Page 193
194
192 > rapport 1 bis
M I N IST E R I E VA N D E V L A A M S E G E M E E N S C H A P
Department Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse aangelegenheden en Landbouw
Markiesgebouw
Markiesstraat 1 1000 BRUSSEL
Tel : 02 553 39 02 -Fax : 02 553 40 67
info@ ewbl. vlaanderen. be
www. vlaanderen. be/ economie
secretaris-generaal : ROGER DE LANGHE
Opdrachten:
economie: het scheppen van de nodige voorwaarden voor meer, beter en verantwoord ondernemerschap
gericht op bestaande en nieuwe doelgroepen en een adequaat overheidsoptreden dat regelmatig wordt
geëvalueerd en bijgestuurd, met een accentverschuiving van een direct economisch ondersteuningsbeleid
naar een flankerend beleid
werkgelegenheid: beleidsondersteuning en -uitvoering, onder meer werkervaring, meerwaardeeconomie,
arbeidskaarten, aanmoedigingspremies voor tijdskrediet, programmatie van ESF in Vlaanderen
binnenlandse aangelegenheden: de voorbereiding, uitvoering, ondersteuning en evaluatie van het beleid
inzake het bestuurlijk functioneren van de provincies, de gemeenten, de OCMW' s, de kerkfabrieken, en de
intercommunales ( wetgeving, financiering en toezicht)
land-en tuinbouw: bewerkstellingen van een duurzame, concurrentiële, kwaliteitsbewuste en door de
maatschappij, consument en sector gedragen Vlaamse landbouw, tuinbouw en visserij, met competente en
milieubewuste bedrijfsleiders, moderne, op diversificatie gerichte en competitieve ondernemingen
Administratie Economie
Tel : 02 553 37 05 Fax : 02 553 38 69
economie@ vlaanderen. be
193
193
Page 194
195
Administratie Land-en Tuinbouw
De Administratie Land-en Tuinbouw zorgt voor de implementatie van wetgevende materie. Daarnaast
verzorgt ALT ook opleidingen via MAVO ( Management en Vorming) en verleent het via het VLIF ( Vlaams
Landbouwinvesteringsfonds) steun aan boeren die doelbewust investeren.
Banden met: o. a. VLTR, VILT, VLAM.
ALT
Jules van Liefferinge, directeur
Peter De Middeleir, woordvoerder
Tel: 02/ 553.63.57 Fax: 02/ 553.63.50
Ewbl. alt@ ewbl. vlaanderen. be
http: / / www. vlaanderen. be/ landbouw
> sociale kaart 193
194
194
Page 195
196
194 > rapport 1 bis
M I N IST E R I E VA N D E V L A A M S E G E M E E N S C H A P
Departement eefmilieu en Infrastructuur ( LIN)
Opdrachten :
het departement Leefmilieu en Infrastructuur verbetert het leefmilieu , beschermt de natuur en het architec-
turaal en ecologisch erfgoed , verzorgt de ruimtelijke ordening en inrichting van het grondgebied , stippelt
het beleid uit inzake verkeer en vervoer en voert het uit , zorgt voor waterbeheersing en -infrastructuur
Departement LIN
Graaf de Ferrarisgebouw
Koning Albert II-laan 20 bus 2 , 1000 BRUSSEL
Tel : 02 553 71 02 -Fax : 02 553 71 05
leefmilieu. infrastructuur@ lin. vlaanderen. be
secretaris-generaal : FERNAND DESMYTER
Administratie Milieu, Natuur en Land-en Waterbeheer ( AMINAL)
Activiteiten omtrent GGO s: Afdeling Milieuvergunningen: o. a. Guy Saelemaekers, Xavier Coppens. Coppens
ook lector MIRA-T rapport ggo s 2001. Als niet stemgerechtigde lid vertegenwoordigd in FRDO. Ook in
MiNa-raad.
Graaf de Ferrarisgebouw
Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 BRUSSEL
Tel : 02 553 80 11 Fax : 02 553 80 05
e-mail : aminal@ lin. vlaanderen. be
Instituut voor Natuurbehoud ( zie fiche hierna)
195
195
Page 196
197
Nog meer overheid
Brussels Instituut voor Milieubeheer ( BIM)
De Milieuadministratie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
http: / / www. ibgebim. be/ NL/ index. htm
e. a. instelling Brussels Gewest.
Fytoweb
Deze website geeft up-to-date informatie over welke nieuwe bestrijdingsmiddelen erkend werden, welke
middelen in welke teelten erkend zijn, tegen welke ziekten en plagen deze middelen erkend zijn, welke
middelen niet meer erkend zijn, . . .
http: / / www. fytoweb. fgov. be
> sociale kaart 195
196
196
Page 197
198
196 > rapport 1 bis
I NST I T U U T VO O R NAT U U R B E H O UD
Departement eefmilieu en Infrastructuur
Vlaams Gewest
Contact:
Instituut voor Natuurbehoud
Kliniekstraat 25 1070 Brussel
tel: ( 02) 558 18 11 fax: ( 02) 558 18 05
info@ instnat. be
http: / / www. instnat. be
Werking:
Het Instituut voor Natuurbehoud is een wetenschappelijke instelling van de Vlaamse Gemeenschap en heeft
als globale taakstelling: alle passende wetenschappelijke studies, onderzoekingen en werkzaamheden uit te
voeren in verband met het natuurbehoud, in het bijzonder met het oog op het uitwerken van actiemiddelen
en wetenschappelijke criteria tot het voeren van een beleid inzake natuurbehoud.
Hiertoe verzamelt het Instituut alle nuttige documentatie, onderneemt de nodige studies en
onderzoekingen, richt enquêtes in en zorgt voor de overdracht van de verworven kennis aan de bevoegde
overheden.
Details organisatie:
Het Instituut voor Natuurbehoud resorteert onder het Departement Leefmilieu en Infrastructuur.
De instelling werd opgericht in 1985 en momenteel werken een tachtigtal personen op het Instituut voor
Natuurbehoud, zij het in vast, zij het in tijdelijk verband.
197
197
Page 198
199
Het wetenschappelijk onderzoek dat uitgevoerd wordt op ons instituut wordt opgesplitst in zes
onderzoeksgroepen of ' cellen' :
Natuurrapport
Natuurontwikkeling en -beleid
Populatie en verspreidingsecologie
Ecotooptypologie en Biologische waarderingskaart
Ecohydrologie en watersystemen
Landschapsecologie en natuurbeheer
Activiteiten omtrent GGO s:
Luc De Bruyn is co-auteur van MIRA-T rapport 2001, thema ggo s.
> sociale kaart 197
198
198
Page 199
200
198 > rapport 1 bis
B E L G A P OM
Contact:
Belgapom
Jos Muyshondt
Romain Cools, woordvoerder
Spastraat 8 rue de Spa 1000 Brussel
tel. : + 32 ( 0) 9 339 12 52 fax: + 32( 0) 9 339 12 51
Belgapom@ fvphouse. be
http: / / www. belgapom. be
Kan relevant zijn, omdat deel van genetische modificatie te maken heeft met aardappelen. . . en omdat
aardappel wel eens geciteerd wordt als gewas dat een even strikte controle als biotech-gewassen niet zou
doorstaan, vanwege de schadelijke stoffen in de schil.
Werking:
Belgapom is een beroepsorganisatie voor de aardappelhandel en -verwerkende industrie, d. w. z. de
bereiders-verpakkers, exporteurs, aardappelschilbedrijven, de aardappelverwerkende bedrijven en de
producenten van en handelaars in pootgoed. Belgapom is de spreekbuis van een belangrijk deel van de
Belgische aardappelketen.
Officieel vertegenwoordigd:
Belgapom is lid van EUROPATAT ( de Europese aardappelhandel) en van de UEITP ( de Europese aardappel-
verwerkende industrie) .
Belgapom is lid van UNIZO en FEVIA.
Banden met:
FEVIA, UNIZO, VBO
3. T E C H N O L O G I E G E B R U I K E RS
199
199
Page 200
201
F E V IA
Federatie Voedingsindustrie Federation de l Industrie Alimentaire
Contact:
Fevia
Chris Moris, voorzitter
Kunstlaan 43 1040 Brussel
Tel. : ( 32) ( 2) 550 17 40 Fax: ( 32) ( 2) 550 17 59
cm@ fevia. be
http: / / www. fevia. be
Werking:
Fevia is de representatieve werkgeversorganisatie van de voedingsindustrie in België. Fevia groepeert 165
leden-ondernemingen en 24 leden-groeperingen. De organisatie streeft naar maatschappelijke aanvaarding
voor haar sector. Actieterreinen zijn: sociale zaken, milieu-en voedingsbeleid.
Details organisatie:
Thema s en standpunten:
Algemeen:
-Voedingsbeleid moet bijdragen tot gezondheid en welzijn . Als vertegenwoordiger van de voedingsin-
dustrie in België wenst FEVIA een richtinggevende rol te spelen in een voedingsbeleid dat moet beogen dat
de eindverbruiker, onder economisch verantwoorde voorwaarden, een aanbod van levensmiddelen te verze-
keren dat hem op kwantitatief en kwalitatief vlak in staat stelt zijn welzijn en gezondheid op evenwichtige
wijze te behartigen.
-Milieubeleid moet bijdragen tot de duurzame ontwikkeling. Als vertegenwoordiger van de voedingsin-
dustrie wil FEVIA een leidinggevende rol spelen in het milieubeleid in al zijn aspecten en op alle niveaus.
Zowel overheid als sectoren en bedrijven zullen elk een eigen aangepast milieubeleid uitstippelen en uitvoe-
> sociale kaart 199
200
200
Page 201
202
200 > rapport 1 bis
ren. Het milieubeleid van elk van deze actoren zal op elkaar moeten inspelen om het einddoel nl. « duurza-
me ontwikkeling » te bereiken. FEVIA wil bijdragen tot het realiseren van " Duurzame ontwikkeling" met
respect voor het evenwicht tussen ecologie, technologie en economie.
-Ivm debat. FEVIA neemt hierbij haar eigen verantwoordelijkheid op in dialoog en samenwerking met ande-
re maatschappelijke en professionele actoren. De andere maatschappelijke actoren omvatten de overheid,
de media, de georganiseerde consument en de wetenschappelijke wereld. De andere professionele actoren
zijn in de eerste plaats de landbouwsector, de distributiesector en de chemische sector.
Specifiek betreffende GGO s: ( zie ook enkele bijlagen over dispuut met Greenpeace)
In principe verdediger van ondernemingen en van biotechnologische toepassingen. FEVIA volgt de GGO-
thematiek met argusogen op, o. a. in de hoedanigheid van Paul Balduck en Johan Hallaert.
Activiteiten omtrent GGO s:
De Federatie Voedingsindustrie startte onlangs een campagne: Biotechnologie en onze voeding: een stand
van zaken. Een brochure geeft antwoorden op 5 vragen: Biotechnologie en genetische modificatie: wat is
het, gecontroleerde ontwikkeling, wie ziet er toe, genetisch gemodificeerde producten, zijn ze al in onze
winkels, genetische modificatie, wat zijn de voordelen en u als consument, hoe wordt u geïnformeerd?
Vorig jaar was FEVIA in een discussie verwikkeld met Greenpeace omtrent het bannen van GGO s uit de
voedselketen, tot uit veevoeder toe. FEVIA achtte dit niet haalbaar. ( Zie bijlage)
Advies FRDO omtrent internationaal landbouwonderzoek naar ggo s voor ontwikkelingssamenwerking:
Yves Goemans als stemgerechtigd lid; Paul Balduck gehoord als expert.
Officieel vertegenwoordigd:
Stemgerechtigd lid van de Federale Raad Duurzame Ontwikkeling ( ? )
Mogelijk in Vlaamse Land en Tuinbouwraad? ?
201
201
Page 202
203
Banden met:
Ondernemingen in de voedingsindustrie
Bijlage 1 FEVIA
GREENPEACE SNELT VOEDINGSINDUSTRIE TER HULP ?
In de Fevia Flash nr. 26 hebben wij u een stand van zaken gepresenteerd m. b. t. " GGO s in dierenvoeders" .
Daarbij werd o. a. gesteld dat er nog niet voldoende niet-GGO -grondstoffen ter beschikking zijn. Prompt
ontving de FEVIA-voorzitter een schrijven vanwege Greenpeace. Daarin stelde Greenpeace dat er wel dege-
lijk aanzienlijke hoeveelheden niet-GGO -soja ter beschikking zouden zijn. ( Ter illustratie werden in bijlage
verklaringen opgenomen van Genetic ID en Bunge.
Vooreerst zal onze voorzitter Greenpeace danken voor deze informatie en melden dat deze info ter beschik-
king werd gesteld van de leden ( cfr. beschikbare documenten) . Bij deze gelegenheid zal hij er ook nog eens
op wijzen dat de producenten van dierenvoeders, verenigd in BEMEFA, niet zijn aangesloten bij FEVIA.
Daarnaast zal FEVIA ook bijkomende informatie opvragen bij Genetic ID en Bunge. Zo is het belangrijk te
weten of een ernstig lastenboek gehanteerd
wordt. In een recente nota wijst Greenpeace er trouwens op dat alleen systemen gebaseerd op hard IP
aanvaardbaar zijn. Maar principieel kunnen we het op dit punt eens zijn met Greenpeace. Maar tegelijker-
tijd hebben we grote vragen bij het feit dat men het vanuit bepaalde hoek hier blijkbaar niet zo nauw
neemt. We durven betwijfelen of alle producten die onder het hoofdstuk " GGO s in dierenvoeder" op de
groene lijst van Greenpeace staan afkomstig zijn van een hard IP filière. Op dit punt roepen wij u trouwens
op u niet te laten verleiden om op basis van
twijfelachtige cerficaten, uitgeschreven door organisaties die daartoe niet eens geaccrediteerd zijn, te pro-
beren zogenaamde niet-GGO -garanties te geven. Vroeg of laat wordt u dit, o. a. door Greenpeace, aange-
wreven.
Tenslotte blijven er ook nog andere knelpunten over. Zo is soja niet het enige veevoederingrediënt dat van
GGO-oorsprong kan zijn. Ook blijft er nog steeds een duidelijke meerprijs te betalen, zeker als het gaat over
hard IP -grondstoffen. En er wordt een nieuwe evolutie vastgesteld : er is in toenemende mate een tekort
> sociale kaart 201
202
202
Page 203
204
202 > rapport 1 bis
aan labo-capaciteit. Zo werden bepaalde bedrijven reeds verwezen naar Amerikaanse labo s voor het ver-
richten van hun GGO-analyses !
In functie van de huidige stand van zaken moet onvermijdelijk geconcludeerd worden dat dit onderwerp
nog voor geruime tijd een bron van discussies en spanningen zal zijn.
Bijlage 2 -FEVIA
De Heer Jean-François Fauconnier
Greenpeace België
Vooruitgangsstraat 317
1030 Brussel
Geachte Heer Fauconnier,
Betreft : GGO s in dierenvoeder
Wij zenden u deze brief in naam van de bedrijven en de subsectoren die u recentelijk in dit verband hebt
aangeschreven en die niet individueel op uw schrijven gereageerd hebben.
Zoals u weet heeft FEVIA vroeger steeds heel wat aandacht besteed aan de aanwezigheid van GGO s in de
voedselketen.
Zo zijn we steeds van mening geweest dat er een publiek debat rond GGO s moet gevoerd worden. Wij
waren en zijn nog steeds bereid hieraan deel te nemen. Als bijdrage hiertoe stellen we een brochure m. b. t.
" Biotechnologie en Voeding" ter beschikking van de consument. Daarnaast hebben we samen met OIVO,
Agrinfo en VIB een lerarenpakket rond biotechnologie samengesteld.
Daarnaast willen we ook de mening en de keuzevrijheid van de consument respecteren. In deze context bie-
den de meeste voedingsproducenten trouwens de door Greenpeace gevraagde garanties m. b. t. de afwezig-
203
203
Page 204
205
heid van GGO s of daarvan afgeleide ingrediënten. Zij hebben dit trouwens ook aan uw organisatie
bevestigd.
FEVIA heeft ook de mogelijkheid en de haalbaarheid bestudeerd om binnen de ganse voedselketen, dus ook
op niveau van het dierenvoeder, het gebruik van de GGO-gewassen te vermijden. Daartoe hebben we recen-
telijk de verschillende actoren van de voedselketen ( landbouw, veevoeding, levensmiddelenproducenten en
distributie) bijeengebracht. De voedingsmiddelenproducenten kunnen immers niet de totale verantwoorde-
lijkheid nemen voor de ganse bevoorradingsketen, te meer daar zij niet over analysemethoden ( kunnen)
beschikken om GGO-aanduidingen m. b. t. dierlijke ingrediënten te controleren en er geen voedselveilig-
heidsoverwegingen aan de orde zijn. Uit deze overlegronde blijkt dat het vermijden van GGO s in dierenvoe-
der daarom op korte termijn niet haalbaar is.
Deze situatie is in eerste instantie te verklaren door het feit dat het aanbod aan veevoeding zonder GGO s
ruim onvoldoende is. De veevoederproducenten moeten zich immers bevoorraden op de zgn commodity-
market . En een aantal zeer belangrijke toeleveranciers van deze markt ( bvb. de VSA, Canada,
Argentinië, . ) leveren grondstoffen aan, die bestaan uit een mengsel van het traditionele gewas ( bvb.
soja) en een GGO-variant ervan ( bvb. RR-soja) .
Deze situatie is nog aangescherpt, nu als gevolg van de BSE-crisis een volledig verbod is ingevoerd op het
gebruik van dierenmeel. In de huidige crisissituatie moeten de landbouwers absolute prioriteit geven aan
deze complexe BSE-problematiek.
Daarnaast kunnen een aantal factoren worden aangegeven die deze situatie bestendigen :
-een wettelijk novel feed -kader met bijhorende normen voor o. a. een drempelwaarde ontbreekt. In dit
verband moet trouwens benadrukt worden dat een Europese aanpak absoluut noodzakelijk is;
-het blijkt zeer moeilijk om voor de dierlijke productie een betrouwbare " GGO-vrije" bevoorradingsketen
op te zetten. Er bestaat duidelijk twijfel over bepaalde certificaten die zogezegd garanderen dat ingrediën-
ten bekomen werden van dieren die uitsluitend met traditionele voeders werden gekweekt. Sluitende bor-
gingssystemen en protocols waardoor de veevoederindustrie de gevraagde garanties op uniforme, contro-
> sociale kaart 203
204
204
Page 205
206
204 > rapport 1 bis
leerbare en betrouwbare manier kan geven, ontbreken immers. Ook het feit dat er geen analysemethodes
bestaan om na te gaan of een voedingsmiddel al dan niet afkomstig is van een dier dat gevoederd werd
met GGOvoeder draagt hiertoe bij;
-als veevoeder zonder GGO s al te krijgen is, dan is dit tegen een belangrijke meerprijs.
-zelfs indien dergelijk veevoeder wel massaal en tegen een aanvaardbare prijs ter beschikking zou zijn, dan
nog is het twijfelachtig of veetelers dit zouden kunnen gebruiken. De mogelijkheden tot traceerbaarheid
binnen de primaire sector zijn tot nu toe nog onvoldoende om de consument de nodige garanties betreffen-
de het eindproduct te kunnen bieden.
Binnen deze context blijft het wel mogelijk dat een aantal bedrijven m. b. t. een beperkte hoeveelheid
grondstof wel de door u gevraagde garanties kunnen bieden. Dit is een individuele beslissing en verant-
woordelijkheid van ieder bedrijf.
Het bovenvermeld overleg met de betrokken sectoren wordt in ieder geval verdergezet om de evolutie van
nabij te kunnen volgen en desgevallend passend te kunnen reageren als de marktsituatie zou evolueren.
Wij zijn steeds bereid om dit onderwerp verder met u te bespreken en verblijven,
Hoogachtend,
Johan Hallaert Chris Moris
Directeur Voedingsbeleid Directeur Generaal
205
205
Page 206
207
V L AM
Vlaams Promociecentrum voor Agro-en Visserijmarketing
Contact:
VLAM
Leuvenseplein 4 1000 Brussel
Tel. : 02/ 510.62.50 Fax: 02/ 510.62. 15
E-mail: vlam@ vlam. be
http: / / www. consument. vlam. be/
Werking:
Promotiecampagnes met spotjes, affiches, brochures, receptenfolders en kookboeken, waarmee onze
Vlaamse land-en tuinbouw-en visserijproducten gepromoot worden.
VLAM werkt volgens productgroepen of sectoren die elk een eigen promotiecampagne voeren.
De marketingdienst verkent de markt en geeft aan de verschillende VLAM-sectoren advies om de promotie-
campagne het best af te stemmen op de vraag van de consument. De campagnes worden uitgebreid geëva-
lueerd, getoetst op de doelstellingen en waar nodig bijgestuurd.
Details organisatie:
NICE ( fiche zie elders) is een dienst van het VLAM.
Banden met:
De financiële middelen van VLAM zijn vooral afkomstig van bedrijven uit de sectoren waarvoor VLAM pro-
motie voert. Verder ontvangt VLAM een jaarlijkse subsidie van de Vlaamse overheid en Europese subsidie
voor welbepaalde projecten.
> sociale kaart 205
206
206
Page 207
208
206 > rapport 1 bis
S U B EL
Algemene Maatschappij der Suikerfabrikanten vzw
Contact:
Subel
Leon Sue, voorzitter
Marc Rosiers, woordvoerder
Tel: 02/ 775.80.69 Fax: 02/ 775.80. 75
info@ subel. be
http: / / www. subel. be
Mogelijk relevante organisatie voedingsindustrie. Nog te contacteren. Geen standpunten of activiteiten
omtrent GGO s bekend.
Werking:
De missie van de Belgische suikerindustrie is het studie-en beleidsvoorbereidend werk, informatie en
dienstverlening aan de leden en de vertegenwoordiging van die leden.
207
207
Page 208
209
> sociale kaart 207
V BT
Verbond voor Belgische Tuinbouwveilingen
Contact:
VBT
René De Ridder, voorzitter
Jos Vanwezer, woordvoerder
Tiensevest 136 3000 Leuven
Tel: 016/ 20. 12. 71 Fax: 016/ 20.30.35
vbt@ ping. be
Toegevoegd om deze stap in de voedingsdistributieketen niet over te slaan. Geen activiteiten of standpun-
ten omtrent GGO s bekend.
Werking:
Het Verbond van de Belgische Tuinbouwveilingen coördineert en ondersteunt de coöperatieve afzetstructu-
ren van de groente-en fruitsector door intens overleg tussen haar leden. Het VBT is het overkoepelend vei-
lingorgaan met 11 aangesloten leden-veilingen verspreid over België.
De belangrijkste taken van het V. B. T. zijn het coördineren van de werkgroepen, het vertegenwoordigen van
de veilingen naar betrokken instanties, de promotie van Belgische groenten en fruit in het binnenland, het
verzamelen van statistieken in systemen en het publiceren van deze cijfers.
Daarnaast gebeurt binnen het Vlaams Centrum voor Bewaring van Tuinbouwproducten ( VCBT) wetenschap-
pelijk onderzoek over het bewaren van groenten en fruit. De nieuwe methoden die op punt gesteld worden
voor tuinbouwproducten, worden via de technologische adviseerdienst geïntroduceerd in de praktijk. Het
VCBT is een zustervereniging die bestaat uit de KULeuven, het V. B. T. en de bij het V. B. T. aangesloten veilin-
gen. Het VCBT beschikt over een ultramoderne koelinfrastructuur.
208
208
Page 209
210
208 > rapport 1 bis
V DV
vzw voor de zelfstandige voedingsdetailhandel
Contact:
VDV
Luc Ardies, voorzitter
Chris Declercq, woordvoerder
Tel: 02/ 238.06.22 Fax: 02/ 230.09. 15
vdv@ kmonet. org
Toegevoegd om deze stap in de voedingsdistributieketen niet over te slaan. Geen activiteiten of
standpunten omtrent GGO s bekend.
Werking:
Het Nationaal Verbond voor de Voedingsdetailisten verdedigt de belangen van de zelfstandige
voedingswinkeliers.
209
209
Page 210
211
F E D IS
Federatie Distributiebedrijven
Contact:
Fedis
Baudouin Meyhui, voorzitter
Alfons De Vadder, woordvoerder
Sint Bernardusstraat 60 1060 Brussel
Tel: 02/ 537.30.60 Fax: 02/ 539. 40.26
info@ fedis. be
http: / / www. fedis. be
Werking:
De Belgische Federatie van de distributieondernemingen vertegenwoordigt alle ondernemingsvormen die in
de Belgische distributie actief zijn. Het is een dienstverlenende organisatie die de belangen van zijn leden
behartigt en hen alle mogelijke informatie en bijstand verleent in het beheer van hun onderneming.
De handelaar informeren is een van de hoofdopdrachten van Fedis. In haar weekblad, Forum, brengt de
Federatie verslag uit over haar activiteiten en verstrekt zij heel wat vakinformatie. Een onmisbaar beleidsin-
strument voor elke bedrijfsleider, actief in de handel.
Fedis publiceert tevens een jaarverslag waarin zij de evolutie van de distributiesector in kaart brengt en
haar standpunt vertolkt over een actueel onderwerp.
Verder verzorgt Fedis ook de uitgave van bundels van collectieve arbeidsovereenkomsten, van toepassing in
de verschillende subsectoren van de handel.
Tenslotte organiseert de Federatie regelmatig studiedagen rond thema s van algemeen belang.
> sociale kaart 209
210
210
Page 211
212
210 > rapport 1 bis
Details organisatie:
Fedis vertegenwoordigt alle ondernemingsvormen die in de Belgische distributie actief zijn :
-buurtwinkels en hypermarkten,
-groot-en detailhandelszaken,
-verkooppunten met een algemeen of gespecialiseerd assortiment,
-voedings-en niet-voedingswinkels.
Zo telt Fedis onder haar geassocieerde leden : speciaalzaken in verse of droge voeding, supermarkten, dis-
counts, hypermarkten, bloemisten, elektrospeciaalzaken, doe-het-zelfketens, sportzaken, groothandels in
geneesmiddelen, invoerders van tafel-en geschenkartikelen, kledingketens, schoenwinkels, meubelzaken,
specialisten in binnenhuisinrichting, boeken-, platen-en fotowinkels, De Federatie telt nog twee catego-
rieën leden. De aangesloten leden zijn beroepsverenigingen van ondernemingen die een handelsactiviteit
uitoefenen binnen een specifieke bedrijfstak. Tenslotte zijn er de toegetreden leden. Dit zijn bedrijven die
tot de doelstellingen van Fedis wensen bij te dragen zonder tot de sector te behoren.
Leden :
Nicolas Bohet Gedelegeerd bestuurder, Crisim sa
Jef Colruyt Voorzitter, Colruyt nv
Michel Decremer Bestuurder, Distri Shoe nv
Jacques Delberghe Gedelegeerd bestuurder, Delberghe sa
Guido D' Hondt Chief Executive Officer, Euro Shoe Unie nv
Arthur Goethals Directeur-generaal, Ets Delhaize " De Leeuw" nv
Jean-Marc Heynderickx Gedelegeerd bestuurder, Louis Delhaize sa
Olivier Hottlet Gedelegeerd bestuurder, Hottlet Frozen Foods nv
Pierre Jeanmart Gedelegeerd bestuurder, Stockelec Electro-Cash nv
Guido Kestens Zaakvoerder, Logibel -C& A België gcv
Guy Lambrechts Gedelegeerd bestuurder, Lambrechts nv
Eric Mestdagh Gedelegeerd bestuurder, Mestdagh sa
Vic Ragoen Managing Director, New Vanden Borre nv
211
211
Page 212
213
Ivan Sabbe Gedelegeerd bestuurder, Lidl Belgium GmbH & Co.
Stéphane Saey Gedelegeerd bestuurder, Saey nv
Pierre Steylemans Gedelegeerd bestuurder, Ets Steylemans nv
Jean-Pierre Tondreau Gedelegeerd bestuurder, Superbois sa
Roland Vaxelaire Chief Executive Officer, Carrefour Belgium nv
Gecoöpteerd lid :
Baudouin van der Straten
Waillet Vice-President of Government Affairs,
Ets Delhaize " De Leeuw" nv
Waarnemers :
Roger Dewandeleer Koninklijke unie van de floristen van België
Yvan Rombouts Verbond van koffiebranders
Guy Tapernoux Belgische federatie van wijn en gedistilleerd
Dirk Van Waesberge Nationaal verbond der handelaars in bieren en drinkwaters
Thema s en standpunten:
Globaal gezien beschouwt Fedis het als een prioritaire opdracht om aandacht te eisen voor de plaats van de
distributiefunctie in het economisch leven en voor het grote socio-economische belang van de sector op het
vlak van de tewerkstelling en de toegevoegde waarde.
Banden met:
FEVIA, VBO
Leden distributieindustrie, o. a. supermarkten Colruyt, Delhaize, Carrefour. . .
> sociale kaart 211
212
212
Page 213
214
212 > rapport 1 bis
N A R E DI
Federatie van handel en nijverheid in natuur-, reform-en dieetwaren in België
Contact:
NAREDI
Geen verdere contactinfo.
http: / / www. naredi. net
Mogelijk relevante koepelorganisatie. Geen activiteiten of standpunten omtrent GGO s bekend.
Werking:
NAREDI is de woordvoerder van fabrikanten, invoerders, groothandel en kleinhandel in gezondheidsproduc-
ten. ( Ben er niet helemaal zeker van dat ik hier de juiste organisatie heb gevonden. . . misschien blijft pak-
weg BELBIOR of BIOFORUM een betere organisatie om bio-boeren en zelfs natuurwinkels te contacteren. )
Details organisatie:
Van oorsprong Waalse/ franstalige organisatie? NAREDI werd opgericht in 1990. De federatie telt 250 leden
( d. w. z. voornamelijk natuurwinkels vermoed ik)
De Federatie bestaat uit drie kamers die gezamenlijk werken:
-De Kamer van Fabrikanten en Groothandelaars
-De Kamer van Franstalige Kleinhandelaars
-De Kamer van Vlaamse Kleinhandelaars
Thema s en standpunten:
Motto: " Bescherming van volksgezondheid en milieu, dankzij kwaliteitsproducten, bekwame vakmensen en
213
213
Page 214
215
een aangepaste wetgeving. "
Bevordering levenskwaliteit individuen door verkoop natuur producten.
Banden met:
Actief op Europees niveau in netwerk van gezondheidsproducten -organisaties.
Milieu-en gezondheidsbewuste klanten.
> sociale kaart 213
214
214
Page 215
216
214 > rapport 1 bis
F EDAG R I M
Federatie voor Agricultuur Machines ( ? )
Contact:
Fedagrim
Roger Cornelissen, voorzitter
Michel Christiaens, woordvoerder
Meiseselaan 97a 1020 Brussel
Tel: 02/ 262.06.00 Fax: 02/ 262.04.02
m. christiaens@ fedagrim. be
http: / / www. fedagrim. be
Het betreft hier wel degelijk een koepelorganisaties van leveranciers van landbouwmachines, en niet
zelfs niet in een klein onderdeel van zaadleveranciers. Deze fiche wordt toegevoegd voor de volledigheid.
Het lijkt namelijk niet helemaal onvoorstelbaar dat gemodificeerde gewassen eventueel eigen machines
zouden vereisen ( tweesporenbeleid) .
Werking:
Fedagrim is de Belgische federatie van de constructeurs, de invoerders en de algemene vertegenwoordigers
van machines en uitrusting voor de land-en tuinbouw, de veeteelt en de tuin.
Fedagrim is een ontmoetingsplatform voor alle actoren behorende tot de bovenvermelde sectoren, teneinde:
-op collectieve wijze met gemeenschappelijke standpunten de betrokken autoriteiten in de relevante beleid-
saspecten te beïnvloeden,
-aan de collectieve sectoriële informatie-en evenementenbehoeften te voldoen
215
215
Page 216
217
Activiteiten omtrent GGO s:
Fedagrim is rechtstreeks betrokken bij activiteiten waarop GGO s ter sprake komen. Zo is Fedagrim organi-
sator van het internationale landbouwbeurs Agribex ( zie Vilt bijlagen: afkomstig van een GGO-symposium
gehouden op voorbije Agribexbeurs) , alsook van de demonstratiedagen Gewasbescherming waar nieuwe
technologieën zoals bestrijdingsmiddelen als RoundUp en Basta! worden getoond aan nieuwsgierige pro-
fessionelen.
> sociale kaart 215
216
216
Page 217
218
216 > rapport 1 bis
F R A NA
federatie van fabrikanten en vertegenwoordigers van toevoegingen voor dierlijke voeding
Contact:
FRANA
Chris Cassan, voorzitter
Lieven Herie, woordvoerder
Sint-Annadreef 68 B B 1020 Brussel
Tel: 02/ 478.91. 27 Fax: 02/ 478. 16.26
info@ frana. be
http: / / www. frana. be
Het is bekend dat in veevoeder ggo s verwerkt worden zowel gemodificeerde gewassen als gemodificeer-
de micro-organismen. Deze organisatie is een koepel van de fabrikanten van o. a. zulke extraatjes in ons
veevoeder. Het lijkt aangewezen te zoeken naar een contactorganisatie betreffende ggo s in veevoeder. Zou
FRANA hieraan kunnen voldoen? Organisatie nog niet gecontacteerd ivm standpunt betreffende GGO s.
Werking:
FRANA is de groepering van fabrikanten en vertegenwoordigers van toevoegingsmiddelen voor dierlijke
voeding. FRANA werkt nauw samen met de Belgische overheid en via de Europese koepel FEFANA, met de
Europese overheid, om de veiligheid van de aanwending van toevoegingen voor mens, dier en milieu te
waarborgen.
O. a. voornamelijk als PR bedoelde lespakket Veevoedertoevoegingen in functie van mens, dier en milieu.
Leest u even een stukje uit de de inleiding mee? " In de pers en de publieke opinie doen soms wilde verha-
len de ronde over additieven in de veevoeding. Vaak zijn deze verhalen niet gestoeld op grondige kennis of
analyse van de materie en worden hormonen, diergeneesmiddelen, gemedicineerde voeders en additieven
217
217
Page 218
219
op één hoopje gegooid. In het belang van de verbruiker, het milieu, het overleven van economisch sterke
sectoren en onze export is het dan ook noodzakelijk de publieke opinie terzake objectief voor te lichten.
Willen wij de publieke opinie, en meteen de beleidsvoerders, overtuigen van het ecologisch en economisch
nut en de veiligheid van additieven en van hun bijdrage tot de voedingskwaliteit, dan moeten in de eerste
plaats de producenten zelf en hun omkadering goed op de hoogte zijn van deze voedingstechologie. Zij
moeten de producten, hun functie en effecten grondig kennen en er objectief over kunnen informeren. "
Lespakket gericht op het opsmukken van het imago van de voedingsadditievensector dus.
Details organisatie:
De ledenlijst van FRANA omvat o. a. Alpharma, BASF Belgium, Degussa Belgium, Tessenderlo Chemie. . . .
FRANA is onderverdeeld in volgende afdelingen:
-Deontologische commissie
-Productgroep I : voederbespaarders en cocciodiostatica
-Productgroep II : vitaminen, carotenoïden, enzymen, micro-organismen en aminozuren
-Productgroep III : organische zuren, smaakstoffen, antioxidantia, mineralen, bewaarstoffen, kleurstoffen
Thema s en standpunten:
Algemeen: de voedingsadditievensector wordt onterecht gewantrouwd ivm de kwaliteit en onschadelijkheid
van de afgeleverde producten, dit vanwege een aantal recente en in de media breed uitgesmeerde schanda-
len ( te hoge gehaltes dioxines in koeienmelk, moedermelk en kippen; pcb s in vis en veevoeder; frankenstein-
ggo s ivia sluipweg van veevoeder toch op ons bord; MPA-hormonen in zogenaamd biologische voeding. . . )
Activiteiten omtrent GGO s:
Niets specifiek bekend. Enkele leden van deze koepelorganisatie leveren mogelijk genetisch gemodificeerde
micro-organismen aan die worden toegevoegd aan veevoeder. Organisatie nog niet gecontacteerd ivm
daadwerkelijke huidige ( of eventueel toekomstige) praktijken ivm ggo s.
> sociale kaart 217
218
218
Page 219
220
218 > rapport 1 bis
Officieel vertegenwoordigd:
FEFANA Europese koepelorganisatie gelijkaardige fabrikanten.
Banden met:
FEFANA
Grondstoffenfonds
Toeleveringsnijverheid veevoeder
Veehouderij conventioneel en biologisch
Chemische en in beperkte mate ook pharmaceutische industrie
219
219
Page 220
221
A BS
Algemeen Boerensyndicaat
Contact:
ABS
Camiel Adriaens, voorzitter
Guy Depraetere, woordvoerder
Tel. : 051/ 26 08 20 Fax. : 051/ 24 25 39
E-mail: abs. smw@ skynet. be
Bio-landbouw: Geert Claerebout
H. Consciencestraat 53 A 8800 Roeselare
Tel: 051/ 22 42 40 Fax: 051/ 24 25 39
E-mail: abs. smw@ skynet. be
Werking:
Het Algemeen Boerensyndicaat is na de Boerenbond de grootste belangenorganisatie in de sector.
Thema s en standpunten:
Officieel vertegenwoordigd:
Vlaamse Land en Tuinbouwraad
Activiteiten omtrent GGO s:
Meegeschreven aan en gestemd over aGGO-advies VLTR
Banden met:
Landbouwers -Andere landbouworganisaties -VLTR
> sociale kaart 219
220
220
Page 221
222
220 > rapport 1 bis
AV BS
Algemeen Verbond van de Belgische Siertelers en Groenvoorzieners
Contact:
AVBS
René Denis, voorzitter
Patrick Dieleman, woordvoerder
Kortrijksesteenweg 390
9000 Gent
Tel: 09/ 242.27. 75
Fax: 09/ 242.27. 79
avbs@ pophost. eunet. be
http: / / www. avbs. be
PCS
Proefcentrum voor Sierteelt
Schaessestraat 18
B -9070 Destelbergen
Tel. : + 32 ( 0) 9 353 94 94
Fax: + 32 ( 0) 9 353 94 95
E-mail: info@ pcsierteelt. be
Werking:
Het Algemeen Verbond van de Belgische Siertelers is een centrale sierteeltvakgroep van de Boerenbond
voor de beroepsproblemen en -noden van elke bloemist, boomteler, snijbloemteler, tuinaannemer of klein-
221
221
Page 222
223
handelaar in levend groen. AVBS is de grootste en meest representatieve Belgische beroepsvereniging voor
professionele siertelers en groenvoorzieners.
De kernactiviteiten van AVBS zijn
-Belangenverdediging
-Bijscholing
-Promotie en Afzetbevordering
-Onderzoek en voorlichting, o. a. door organisatie cursussen.
-Publicatie halfmaandelijks vakblad voor sierteelt.
Details organisatie:
Het AVBS werd opgericht in 1972. De AVBS-structuur overkoepelt vijf sectoriële vakgroepen, waarvan de
oudste reeds in 1929 werd opgericht.
Deze vakgroepen zijn :
het Verbond van Bloemisten
het Verbond van Boomtelers
het Verbond van Snijbloementelers
het Verbond van Tuinaannemers
het Verbond van Detailhandelaars in Levend Groen
Omdat verschillende belangrijke onderwerpen betrekking hebben op meerdere sectoren, werden in de
schoot van het AVBS vijf overkoepelende commissies in het leven geroepen. Deze commissies buigen zich
over volgende thema' s :
-Milieu
-Productiemiddelen
-Afzet en handel
-Sociale aangelegenheden en CAO
> sociale kaart 221
222
222
Page 223
224
222 > rapport 1 bis
-Ruimtelijke ordening.
Activiteiten omtrent GGO s:
In sierteelt hebben ggo s al langere tijd ingang gevonden. Geen enkele sector in België zal er zoveel prak-
tijkervaring mee hebben. ( Valt misschien wel buiten thema van debat, maar of dat helemaal terecht is, is
me niet duidelijk. Er zal bijv. toch ook een zeker gevaar bestaan van uitkruising van gemodificeerde serre -
bloemen met wilde varianten en daaruitvolgende biodiversiteits-of milieuproblemen? ? Of hoe zit het bijv.
met herbicideresistentie en snellere immunisering in die sector? ? )
! ! AVBS Vertegenwoordigt naast vele particuliere telers, ook het naar ik veronderstel qua biotechnolo-
gie vooruitstrevende Proefcentrum voor Sierteelt ( PCS)
Banden met:
Sector Sierteelt
Boerenbond
223
223
Page 224
225
B E L G I S C H E B O E R E N B O ND
Contact:
Boerenbond
Noël Devisch, voorzitter
Roger Saenen, woordvoerder
Minderbroedersstraat 8 3000 Leuven
Tel. : 016/ 24 20 02 Fax. : 016/ 24 21 75
E-mail: boerenbond@ boerenbond. be
http: / / www. boerenbond. be
Bio-landbouw: Ignace Deroo
Diksmuidsesteenweg 406 bus 4 8800 Roeselare
Tel: 051 -26 03 85 Fax: 051 -26 03 89
E-mail: ignace_ deroo@ boerenbond. be
Werking:
De Boerenbond is de oudste en grootste landbouworganisatie in Vlaanderen. Christelijk van inspiratie, ijvert
hij voor een optimale sociaal-economische situatie voor de gezinslandbouw. De organisatie wil dit bereiken
door:
-doeltreffende belangenverdediging van zo n 17.000 land-en tuinbouwers
-collectieve en individuele voorlichting van land-en tuinbouwers ( bijv. bijscholingscursussen, bijstand voor
bedrijfsboekhouding en kleinschalige waterzuivering, publicaties over bouwwetgeving en zonevreemde
bedrijven. . . )
-dienstverlening, via consulenten die kunnen adviseren en helpen met alle specifieke vragen die betrekking
hebben op de uitbating van het bedrijf, de bedrijfsbeëindiging en/ of bedrijfsovername, bedrijven in nood,
> sociale kaart 223
224
224
Page 225
226
224 > rapport 1 bis
onteigening, de administratie, de wetgeving
Daarnaast heeft de Boerenbond een aparte projectwerking opgezet rond bepaalde thema s, vaak in samen-
werking met andere organisaties of instanties. Enkele lopende projecten: VZW De Groene Ruimte, Agrarisch
Natuurbeheer, Schoner Produceren, Crisis en Armoede, Innovatie in land-en tuinbouw
Bepaalde doelgroepen die geconfronteerd worden met specifieke situaties en een eigen problematiek wor-
den aangesproken door de doelgroepenwerking, o. a. voor bio-landbouw.
Details organisatie:
De Boerenbond is de grootste syndicale organisatie voor land-en tuinbouwers in Vlaanderen. Onder haar
vleugels zijn nog tal van andere organisaties actief, waaronder de Landelijke Gilden en de Groene Kring.
Alle leden land-en tuinbouwers zijn lid van een plaatselijke bedrijfsgilde. In totaal overkoepelt de
Boerenbond meer dan 200 lokale bedrijfsgilden, met in totaal meer dan 17.000 professionele leden.
Thema s en standpunten:
Omtrent GGO s: Er moet dringend overgegaan worden tot de oprichting van een wetenschappelijk gezags-
orgaan dat verantwoordelijk is voor de erkenning van en de controle op GGO s. Er moet een sluitende eti-
kettering zijn. Er moet een scheiding mogelijk zijn van GGO s versus niet-GGO s in het volledige circuit. De
bedrijven die de GGO s ontwikkelen moeten de volledige aansprakelijkheid dragen voor schade aan gezond-
heid en milieu. Monopolievorming binnen de industrie wordt hoe langer hoe meer een acuut probleem voor
de landbouw, meer bepaald de keuzevrijheid van de boer wordt te beperkt. Er ontbreekt juridische bescher-
ming. Ten slotte roept de Boerenbond de overheden op om een constructieve dialoog te organiseren met de
consumenten en alle andere betrokken partijen. Dit maatschappelijk debat moet gevoerd worden vooraleer
men beslist om bepaalde toepassingen van de biotechnologie al of niet in de handel te brengen. ( Naar Dhr.
Matthijs op hoorzitting Kamer voor Volksvertegenwoordigers, 6/ 11/ 2001)
( Zie ook bijlagen)
225
225
Page 226
227
Activiteiten omtrent GGO s:
Meegeschreven aan ggo-adviezen Vlaamse Land-en Tuinbouwraad, SERV, MiNa-raad en FRDO.
Vertegenwoordigers daar o. a. Fons Beyers & Ignace Coussement ( in FRDO) , Guido Janssen & Sonja De
Becker ( MiNa-raad) . . .
Officieel vertegenwoordigd:
Vlaamse Land-en Tuinbouwraad
SERV
MiNa-raad
FRDO
Banden met:
Leden/ landbouwers
Andere landbouworganisaties
Voorheen vanuit christelijke inspiratie nauw verbonden met CVP/ CD& V
Adviesraden
Bijlage 1 Boerenbond
Datum: 14 september 2001
DE INFORMELE LANDBOUWRAAD PRAAT OVER GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN
Volgende maandag en dinsdag vergaderen de Europese ministers van landbouw te Alden Biezen. Ook al
gaat het om een zgn. ' informele raad' toch zijn de hoofdthemata van de besprekingen erg belangrijk voor
de landbouw.
Genetisch Gemodificeerde Organismen ( GGO) .
Als Boerenbond pleiten we niet voor de onmiddellijke introductie van GGO' s in de landbouwproductie, maar
> sociale kaart 225
226
226
Page 227
228
226 > rapport 1 bis
wensen we ons al evenmin achter het blinde verzet zonder onderbouwde argumenten te scharen.
Wij dringen aan op een sereen, wetenschappelijk onderbouwd en breed maatschappelijk debat o. l. v. de
overheid om de voor en nadelen van de nieuwe technologie zorgvuldig af te wegen.
Reeds vroeger heeft de Boerenbond zijn standpunt aan de overheden voorgelegd, niet met de bedoeling om
een visie op te dringen, wel om een bijdrage te leveren aan dat breed maatschappelijk debat.
Dat standpunt is het volgende.
1 1. . Biotechnologie is op zich een waardevol instrument om de problemen van voedselvoorziening en kwa-
liteit van de voeding te helpen oplossen. De Europese landbouw kan zich niet afzijdig houden van deze ont-
wikkelingen. Integendeel, het beleid moet zich op dat punt versterken teneinde gelijke tred te kunnen hou-
den met de ontwikkelingen in andere delen van de wereld.
2 2. . Biotechnologische toepassingen in land-en tuinbouw moeten geval per geval, en stap voor stap geëvalu-
eerd worden. Voor de introductie moeten ze grondig getest en veilig bevonden worden voor de gezondheid
en het welzijn van mens en dier, en het behoud van het milieu. Ze moeten ook beoordeeld worden op hun
bijdrage tot de sociaal-economische duurzaamheid van land-en tuinbouw.
3 3. . De biotechnologische toepassingen moeten getoetst worden aan hun economische en sociale gevolgen
voor de bestaande landbouwbedrijven. Ze moeten bijdragen tot de oplossing van de problemen waarmede
de bedrijven te kampen hebben.
4 4. . Er moet een volledige doorzichtigheid komen van de procedures van erkenning en introductie. Daarvoor
is vanuit de Overheid een correcte informatie over alle schakels van de productie noodzakelijk. Zo kan de
verbruiker oordelen over de productiewijze van de voedingsmiddelen en kan hij zijn rol spelen in het nood-
zakelijk maatschappelijk debat rond de toepassing van biotechnologie.
227
227
Page 228
229
5 5. . Het vertrouwen van producent en consument moet stevig onderbouwd worden, en dit door het oprichten
van een onafhankelijk Europees gezagsorgaan dat de normen stelt, de beoordeling van de erkenning doet
en de eventuele problemen van de introductie opvolgt en oplost.
Bovendien moet het vertouwen van de consument gediend worden door een adequaat systeem van labeling
dat de volledig vrije keuzemogelijkheid van de consument moet garanderen.
6 6. . De biodiversiteit moet bewaard worden. De Ontwikkelingslanden moeten actief betrokken worden bij de
nieuwe biotechnologische ontwikkelingen. Er moet gelijkwaardigheid zijn in de prioriteiten voor het bio-
technologisch onderzoek dat die landen interesseert.
7 7. . Via aangepaste regelgeving moet men de toegang tot de nieuwe producten open houden voor alle land-
en tuinbouwers en monopolievorming vermijden.
Bijlage 2 Boerenbond
Groene Kring vzw
Beweging van jonge land-en tuinbouwers
Organisation of young farmers and horticulturists
DATUM : 18 SEPTEMBER 2001
EUROPESE JONGE BOERENLEIDERS MAKEN STANDPUNT " NIEUWE TECHNOLOGIEËN IN DE LANBOUW" OVER
AAN INFORMELE LANDBOUWRAAD
Groene Kring, de beweging van jonge land-en tuinbouwers in Vlaanderen, nam afgelopen weekend het ini-
tiatief om zijn Europese collega' s samen te brengen in een congres om hun standpunt aangaande het
gebruik van nieuwe technologieën in de landbouw te bepalen. Groene Kring maakt namelijk deel uit van
CEJA, de Europese Raad voor Jonge Landbouwers. Deze Raad groepeert meer dan 1 miljoen jonge boeren
doorheen heel Europa.
> sociale kaart 227
228
228
Page 229
230
228 > rapport 1 bis
Jonge landbouwers zijn ervan overtuigd dat het gebruik van nieuwe technologieën een van de mogelijkhe-
den is om rendabel te blijven in een tijd waar er steeds meer druk wordt uitgeoefend op de prijzen die hij
voor zijn producten ontvangt.
Afgelopen weekend praatten 80 vertegenwoordigers van jonge landbouwers uit de EU en Midden-en Oost-
Europese landen over het gebruik van nieuwe technologieën in de landbouw. Of met andere woorden, tech-
nologieën voor precisielandbouw, genetisch gemodificeerde organismen, technieken voor een betere tra-
ceerbaarheid in de voedselketen, elektronische waarschuwingssystemen, E-commerce en internet-toepas-
singen op het landbouwbedrijf.
Gisteren werden te Oud-Rekem de resultaten van dit congres tijdens een toespraak officieel overgemaakt
aan de Europese ministers van landbouw en de Europese Commissarissen Fischler en Byrne.
Aangezien de besprekingen van de Informele Landbouwraad zich beperken tot het gebruik van genetisch
gemodificeerde organismen en de ontwikkeling van biomassa-energieproductie, richtte de uiteenzetting
zich hoofdzakelijk op deze twee onderwerpen. Toch werd benadrukt dat het negatieve beeld dat de term
' nieuwe technologieën' tegenwoordig oproept, misschien veelal te maken heeft met het feit dat zulke
besprekingen zich vaak bepreken tot slechts enkele aspecten, en dan voornamelijk GGO' s.
Ceja drukte dan ook zijn teleurstelling uit over het feit dat in de besprekingen van de informele landbouw-
raad geen aandacht wordt besteed aan zogenaamde ' positieve technologieën' . Daarmee verwijst CEJA
onder andere naar andere technologieën, dan GGO' s, die de sector in staat kunnen stellen om meer milieu-
vriendelijke landbouwtechnieken te ontwikkelen. Of naar het gebruik van internet als verspreidingsmiddel
van informatie binnen de landbouwsector of als communicatiemiddel tussen de landbouwsector en de rest
van de samenleving.
In bijlage vindt U het officieel standpunt over GGO' s en Biomassa-productie zoals goedgekeurd tijdens de
besprekingen in het Congres. Voor verdere informatie kan U terecht bij
Philippe Appeltans,
Voorzitter Groene Kring Vice-president CEJA
Tel 016/ 47.99.90 GSM 0475/ 954.63. 16
E-mail Philippe. Appeltans@ Groenekring. be
229
229
Page 230
231
B FO
Belgische Fruittelers Organisatie
Contact:
BFO vzw
Jacques Morre, voorzitter
Jef Odeurs, woordvoerder
Naamsesteenweg 236 Sint Truiden
Tel: 011/ 68.03.80 Fax: 011/ 69.51. 26
Er wordt nogal moeite gedaan om bijv. gemodificeerde appelen en tomaten te ontwikkelen en te commerci-
aliseren. Deze organisatie kan daarover een aanspreekpunt zijn, want ze vertegenwoordigen de telers die
misschien binnen enkele jaren met die GGO s moeten gaan werken.
Werking:
De Belgische Fruittelersorganisatie is een onafhankelijke beroepsorganisatie van en voor fruittelers.
> sociale kaart 229
230
230
Page 231
232
230 > rapport 1 bis
CAG
Centrum voor Agrarische Geschiedenis
Contact:
Centrum voor Agrarische Geschiedenis
Jan Raeymakers, directeur
Yves Seghers, woordvoerder
Vlamingenstraat 39 B-3000 Leuven
Tel: 016/ 32.35.27 Fax: 016/ 32.35.26
contact@ cagnet. be
http: / / www. cagnet. be
Werking:
Het Centrum Agrarische Geschiedenis ( CAG) wil, samen met andere geïnteresseerden, het verleden van
landbouw en voeding bestuderen, bewaren en toegankelijk maken voor een groot publiek.
Het CAG is:
-Een wetenschappelijk onderzoekscentrum
-Een steunpunt
-Een centrum voor informatie, educatie en animatie rond Landbouw en Voeding
Voorbeeld projecten:
- Virtueel museum landbouw en voeding
- Lekker dier : Via tentoonstellingen, manifestaties en publicaties wordt de ontwikkeling van de teelt van
dieren en van de verwerking en consumptie van dierlijke producten in de 19de -20ste eeuw getoond.
Details organisatie:
Het CAG is een vzw met een raad van beheer en 4 vaste medewerkers.
231
231
Page 232
233
C BB
Confederatie van Belgische Bietentelers
Contact:
CBB
Richard Eeckhaut, voorzitter
Jean-François Sneessens, woordvoerder
Tel: 02/ 513.68.98 Fax: 02/ 512. 19.88
secretariat@ cbb. be
Deze organisatie is misschien relevant vanwege grondstoffenkwestie : modificatie van bijv.
aardappelzetmeel om er zoetstoffen uit te halen
Werking:
De Confederatie van de Belgische Bietentelers vertegenwoordigt haar leden in hun relatie tot de
belangrijkste publieksgroepen, voornamelijk de suikerfabrieken en de overheid.
> sociale kaart 231
232
232
Page 233
234
232 > rapport 1 bis
TAB A K SSY N D ICAAT
Contact:
Tabakssyndicaat
Michel Debrabandere, voorzitter
Dominique Bogaert, woorvoerder
Tel: 056/ 31. 18.03 Fax: 056/ 31. 40.02
D. Bogaert@ tabakssyndicaat-Wervik. be
Werking:
Het tabakssyndicaat is een beroepsvereniging die de belangen verdedigt van de West-Vlaamse tabaksplan-
ters. Dit syndicaat vertegenwoordigt de telers bij het ministerie, ze onderhandelt met de fiscus, organiseert
keuring-en vormingsactiviteiten, ze verstrekt zaaigoed en fytofarmaceutische producten. Het
Tabakssyndicaat spoort zijn leden aan om de zaken professioneler aan te pakken en af te stappen van het
idee dat tabak pure folklore is.
Details organisatie:
De West-Vlaamse tabaksteelt vertegenwoordigt 98 % van de Belgische productie, op wereldvlak nog goed
voor 0,5 % . Voor 234 gezinnen vormt de tabaksteelt het hoofdinkomen. Gemiddeld telt een bedrijf
anderhalve hectare tabak. Dat lijkt niet veel, maar de teelt is intensief en lucratief. In deze familiale
bedrijven steken grootouders en kinderen een handje toe om de loonkost te drukken. Wegens het arbeids-
intensief karakter is tabaksteelt moeilijk combineerbaar met groenten die ' s zomers veel werk opeisen.
In maart wordt gezaaid ( voorkiemen) , in mei wordt uitgeplant, in juli volgt de oogst. Daarbij wordt een
beroep gedaan op seizoenarbeiders, in hoofdzaak jobstudenten. " Dat is geen werk voor doetjes, meneer"
werd me aan de telefoon gemeld. Alsof ik er één was ofzo? Hoe dan ook, na het plukken worden de
233
233
Page 234
235
bladeren genaaid, tegenwoordig gebeurt dit machinaal.
De bladeren hangen enkele maanden in droogserres en worden eind oktober gedroogd in de ast. Die eesten
maken deel uit van het industrieel-archeologisch patrimonium van de regio.
In december worden de bladeren per dertig gebonden in manokken, die op hun beurt gebundeld worden in
pakken van 15 tot 20 kg. In januari volgt de keuring, een cruciaal moment. Dit gebeurt te Wervik op een
voor Europa unieke manier. De Planter brengt zeven van die manokken naar het tabakscentrum. Drie zijn
voor de keuring zelf bestemd, twee dienen als reserve bij betwisting en nog eens twee zijn referenties voor
de fabrikant. Aroma, kleur, elasticiteit en brandbaarheid zijn prijsbepalend.
Thema s en standpunten:
Deze organisatie leek relevant vanwege mogelijke modificatie van tabaksplanten ( zij het voorlopig dan niet
eens met sigaretten ofzo als einddoel) en de commercialisering ervan. Geen idee of er aan zulke
modificaties gewerkt wordt en of de West-Vlaamse tabaksplanters er ooit mee in aanraking zouden
komen. Misschien zijn die verknocht aan eigen varianten plantjes? ?
Banden met:
Tabaksboeren
Producenten en leveranciers zaaigoed en bestrijdingsmiddelen
> sociale kaart 233
234
234
Page 235
236
234 > rapport 1 bis
VAC
Vlaams Agrarisch Centrum
Contact:
VAC
Ignace Van de Walle, voorzitter
Koen Dhoore, woordvoerder
Ambachtsweg 20 9820 Merelbeke
Tel: 09/ 252.59. 19 Fax: 09/ 252. 40.66
vac@ vacvzw. be
http: / / www. vacvzw. be
Werking:
Het Vlaams Agrarisch Centrum wil niets anders zijn dan een syndicaat voor landbouwers en tuinders, waar-
in de sociaal-economische problematiek van het gezinsbedrijf centraal staat, vanuit een volledig onafhanke-
lijke positie. ( En niet christelijk, zoals de Boerenbond in principe is)
Het VAC wil boeren met raad en daad bijstaan: hulp bij de papierberg, advies in geval van problemen, steun
bij het opstarten van nieuwe activiteiten, Het belang van de boer, en niet de belangen van banken en big
business, moeten daarbij centraal staan.
Details organisatie:
In 1985 richtten een aantal boeren uit onvrede met de algemene werking van de klassieke landbouworgani-
saties een eigen Boerensyndicaat op en bouwden het uit tot een volwaardige onafhankelijke boerenorgani-
satie. Om aan de leden-landbouwers en tuinders een all-round dienstverlening te verstrekken werd los van
het syndicaat een onafhankelijk dienstencentrum opgericht : het Vlaams Agrarisch Centrum. Samen ver-
235
235
Page 236
237
strekken zij enerzijds syndicale hulp en voorlichting en anderzijds alle dienstverlening van economische,
sociale, fiscale, technische en juridische aard, evenals vorming en bijscholing via naschools onderwijs. Het
ledenaantal groeit gestadig aan.
Thema s en standpunten:
Algemeen:
Het VAC verdedigt een duurzame productieregeling. Duurzaamheid is een begrip met veel facetten. Het is
een economisch, sociaal, ecologisch en politiek begrip. Als het tot één enkele dimensie gereduceerd wordt
verschraalt het, en wordt het een onding. Zo is er vandaag geen enkele cohesie te bespeuren tussen het
economisch, sociaal en ecologisch beleid. Als het over ecologie gaat is iedereen het erover eens dat duur-
zaamheid nodig is, maar op economisch en sociaal gebied is duurzaamheid ver te zoeken. Nog steeds is bij
de landbouwlobby het bekrompen denken en handelen aanwezig dat alle heil te verwachten is van groei
Het VAC is ervan overtuigd dat het gemengde zelfstandige boerenbedrijf de grootste garantie biedt voor het
verwezenlijken van al die doelstellingen. De gezinslandbouw stelt relatief veel mensen te werk en de acti-
viteiten gebeuren er onder normale omstandigheden-op een aangepaste schaal. Bovendien staat boeren-
landbouw borg voor kwaliteit en verscheidenheid. De boer is ook de gratis beheerder van het landschap
( met eeuwenoude ervaring) . Gezinslandbouw is een model dat in alle opzichten rendabel kan zijn, als die
maar een kans krijgt.
Ivm debat:
Het VAC hecht veel belang aan contacten met andere bewegingen en groepen. " Boeren vormen een kleine
minderheid; het is dan ook zeer belangrijk dat wij zoveel mogelijk niet-boeren achter onze ideeën scharen.
Wij denken daarbij in de eerste plaats aan verbruikers die een gegarandeerd en kwalitatief hoogstaand
voedselpakket wensen en aan milieuverenigingen die er alle baat bij hebben zelfstandige gezinsbedrijven in
de landbouw te houden. "
> sociale kaart 235
236
236
Page 237
238
236 > rapport 1 bis
Activiteiten omtrent GGO s:
Officieel standpunt ivm Genetische manipulatie en Clonen
Meegeschreven aan GGO-advies VLTR
Officieel vertegenwoordigd:
Vlaamse Land en Tuinbouwraad
Vlaamse landbouwkamers
Banden met:
Leden, landbouwers
Andere landbouwsyndicaten, vooral BELBIOR
Bijlage VAC standpunten
GENETISCHE MANIPULATIE
De voorstanders van genetische manipulatie schotelen ons een rooskleurige toekomst voor : genetisch
gemanipuleerde planten en dieren kunnen door een grotere opbrengst de honger uit de wereld helpen, of
zullen in staat zijn allerlei geneesmiddelen te produceren.
Het VAC erkent dat technologische ontwikkeling heel wat mogelijkheden biedt, maar verzet zich tegen de
manier waarop die ontwikkeling in onze tijd verloopt. Technologische ontwikkeling in het algemeen en
genetische manipulatie in het bijzonder is een instrument in handen van multinationale bedrijven. Over de
ethische en sociale aspecten van de ontwikkelingen wordt zelden of nooit een algemeen maatschappelijk en
democratisch debat gevoerd. Er wordt veel te weinig stilgestaan bij de gevaren van genetische
manipulatie gevaren die niet denkbeeldig zijn. Zo is het niet ondenkbaar dat ingebouwde resistentie
overgezet wordt op andere planten. Ook de genetische verschraling van onze velden vormt een groot
probleem. Trouwens, heel wat genetische manipulaties zijn niet nodig ; of ze nu gevaarlijk zijn of niet ; we
kunnen beter voorzichtig zijn en ons niet in onnodige risico' s storten. De gentechnologie zoals ze vandaag
vooral door de multinationale industrie is ontwikkeld, past in een industrialisatiemodel voor de landbouw
237
237
Page 238
239
dat al enorm veel schade heeft aangericht.
Daar komt nog bij dat de winstverdeling zeer oneerlijk gebeurt. Het genetisch materiaal dat bij de verede-
ling is gebruikt komt dikwijls voort uit plantenvariëteiten die de boeren door eeuwenlange selectie hebben
voortgebracht en verbeterd, maar zij worden van genetische manipulatie niet beter, integendeel. De uitge-
strekte natuurgebieden in ontwikkelingslanden vormen een andere bron voor genetisch materiaal ; maar
ook die landen worden van genetische manipulatie niet beter. Bovendien kost het wetenschappelijk onder-
zoek handenvol gemeenschapsgeld, maar een onevenredig groot deel van de winst blijft aan de vingers van
de ondernemingen hangen, die er als de kippen bij zijn om patenten te nemen.
In een aantal landen kunnen ' ingeplante' genen gepatenteerd worden. Het patentrecht op ingeplante genen
vandaag in Europa was jarenlang het grote opzet van de industriële lobby met het oog op een doorgedre-
ven controle van de wereldzaadmarkt en de voedselproductie. Onlangs hebben ze ook die veldslag gewon-
nen De kans dat voedsel vroeg of laat als wapen zal gebruikt worden is door al die ontwikkelingen groter
dan ooit
CLONEN
Het VAC en CPE hebben zich naar aanleiding van de recente evoluties in de wetenschap voorstander
getoond van een verbod op de praktijk van clonen in de landbouwsector. Het kan niet dat de wereld van
' wetenschappers' zich voortdurend het recht toe-eigent eigenmachtig over ontwikkelingen te beslissen zon-
der stil te staan bij de gevolgen voor andere sectoren. De recente gebeurtenissen tonen aan dat er meer
dan ooit nood is aan een Europees Ethisch Comite dat volledig losstaat van economische belangengroepen.
Dat comité moet het debat over de ethische, economische en maatschappelijke gevolgen van nieuwe evolu-
ties stimuleren en de grenzen vastleggen die noch in het onderzoek, noch in de toepassingen mogen over-
schreden worden.
Wij denken dat de praktijk van het clonen, zeker in de landbouwsector, voorbij de grens van het toelaatbare
ligt. CPE wijst in dat verband op een gebrek aan respect voor de veehouders en hun dieren, op de sanitaire
( en andere) risico' s, en op de gevaren voor de nu al sterk verarmde biodiversiteit.
> sociale kaart 237
238
238
Page 239
240
238 > rapport 1 bis
V ILT
Vlaams Informatiecentrum over Land-en Tuinbouw
Contact:
Vilt vzw
Leuvenseplein 4 B 1000 Brussel
tel 02/ 510 63 91 fax 02/ 510 63 93
info@ vilt. be
http: / / www. vilt. be/
Werking:
Vilt ( Vlaams Informatiecentrum over Land-en Tuinbouw) informeert het brede publiek over de Vlaamse
land-en tuinbouw. Meer kennis over de land-en tuinbouw brengt meer begrip teweeg bij de samenleving.
Tegelijkertijd promoot Vilt het concept ' duurzame landbouw' . Door meer duurzaam te produceren, integre-
ren land-en tuinbouwers zich automatisch in de maatschappij.
De website van de Vilt biedt verschillende thema' s omtrent land-en tuinbouw, voedselveiligheid, milieube-
wustzijn en dierenwelzijn.
Belangrijkste taken:
Info voor profesionele land-en tuinbouwers:
-Bijstaan professionelen met advies en doorverwijzingen
-Links naar prijsevolutie fruit, groenten, andere plantaardige producten en dierlijke producten
-3-maandelijks Tijdschrift
Meewerken aan onderzoeken ( in samenwerking met bijv. Universiteit Gent)
Publieksvoorlichting:
-Organiseren Boerderijbezoeken
-Via internet kijk op virtuele boerderijen en webcam -boerderijen
-Educatiemateriaal voor scholen, o. a. lespakket biotechnologie van VIB wordt aangeboden.
239
239
Page 240
241
-Inrichting Tentoonstellingen, o. a. Boe! ! r en Brood-je-gezond
-Redelijk genuanceerde info voor consument over o. a. voedselveiligheid, bio-landbouw, dierenwelzijn,
milieubewuste landbouw
-Uitgave brochures: o. a. Voedselveiligheid: een complex verhaal
Details organisatie:
De overheid en de privé-sector brengen elk 50 procent in de werking van Vilt. In 2001 zijn de leden:
Fedagrim, Phytofar, Bemefa, ABS, Boerenbond, Cera Holding, Landbouwkrediet, KBC, Provincie Vlaams-
Brabant, Provincie Antwerpen, Provincie Oost-Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen en Provincie Limburg.
VILT is interessant o. a. als wegwijzer naar proefcentra : " de Vlaamse proeftuinen en -centra zijn het brein
achter de performante Vlaamse land-en tuinbouw. De speurtocht naar nieuwe milieubewuste en biologi-
sche teelttechnieken staat centraal in hun werking. De onderzoeksresultaten garanderen het rendement van
het Vlaamse land-en tuinbouwbedrijf in de 21ste eeuw. " Ik veronderstel dat die proefcentra niet onder VILT
als koepel vallen ofzo, maar enige volledige lijst aan links hier te vinden.
Het lijkt vanzelfsprekend dat een deel van de veldproeven met ggo s in zulke proeftuinen zal plaatsvinden.
Hoe zou dat zitten: wie zou er eigenaar zijn van de gronden waar die veldproeven met ggo s plaatsvinden?
Zijn dat privé -gronden van biotechindustrie, of staatseigendommen, of worden die afgehuurd bij particu-
liere landbouwers? Nog uit te zoeken.
De door VILT aangegeven lijst proefcentra:
Antwerpen
Hooibeekhoeve--Geel
Landbouwcentrum voor Voedergewassen--Sint-Katelijne-Waver
Proefbedrijf voor de Veehouderij--Geel
Proefstation voor de Groenteteelt--Sint-Katelijne-Waver
Limburg
Koninklijk Opzoekingsstation van Gorsem--Sint-Truiden
Proef-en Vormingsinstituut voor de Landbouw--Bocholt
> sociale kaart 239
240
240
Page 241
242
240 > rapport 1 bis
Proeftuin Aardbeien en Houtig Kleinfruit--Tongeren
Proeftuin Pit-en Steenfruit--Sint-Truiden
Oost-Vlaanderen
Interprovinciaal Proefcentrum voor de Aardappelteelt--Kruishoutem
Proefcentrum voor Sierteelt--Destelbergen
Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt--Kruishoutem
Vlaams-Brabant
Provinciaal Agrarisch Centrum ' Blauwe Stap' --Herent
Provinciaal Druivencentrum Solheide--Overijse
Provinciaal Proefcentrum voor Kleinfruit ' Pamel' --Roosdaal
West-Vlaanderen
Interprovinciaal Proefcentrum voor de Aardappelteelt--Rumbeke-Beitem
Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt--Rumbeke-Beitem
Proefcentrum voor de Champignonteelt--Rumbeke-Beitem
West-Vlaams Proefcentrum voor de Akkerbouw--Rumbeke-Beitem
West-Vlaamse Proeftuin voor Industriële Groenten--Rumbeke-Beitem
Thema s en standpunten:
Tja, moeilijk te zien of het centrum ook eigen standpunten heeft. Zowat alle info overgenomen uit andere
bronnen. Bedoeld als niet al te bevooroordeeld informatiecentrum.
Zie bijlagen voor enkele standpunten die hier een forum krijgen.
Activiteiten omtrent GGO s:
Berichtgeving omtrent o. a. Agribex-symposium
Aanbieden lespakket Biotechnologie.
Forum bieden aan voorstanders zoals Phytofar, zaadindustrie, VIB maar ook aan organisaties Bio-land-
bouw ( en heel volledige lijst van doorverwijzingen)
241
241
Page 242
243
Banden met:
OF: Geen echte banden, want inhoudelijk geen kern?
OF: Banden met alle organisaties in land-en tuinbouw, doorheen hele voedselketen gaande van producen-
ten, leveranciers, verkopers, landbouworganisaties, consumenten
Bijlage 1 VILT info over AGRIBEX ggo-symposium
" PRIORITAIR IS VOEDSELZEKERHEID VOOR IEDEREEN"
Dr. John Pidgeon is een bodemdeskundige. Hij is directeur van het Britse nationaal centrum ' Institute of
Arable Crops Research, Brooms Barn Experimental Station' . Hij is een internationale autoriteit inzake land-
bouw en leefmilieu en verrichte heel wat studie over duurzame landbouw. Hij linkt de definitie van duurza-
me landbouw aan voedselzekerheid voor een groeiende wereldbevolking en leefbaarheid van de landbouw
om die voedselzekerheid te realiseren.
Fundamentele uitgangspunten
Fundamentele uitgangspunten zijn dus de bevolkingsgroei, de watervoorzieningen en het beheer van de
bodem. Daarnaast moet men ook de voorziening in fossiele brandstof en klimaatverandering in rekening
nemen. Pidgeon stelt dat duurzame landbouw zeer verschillende problemen insluit voor Europa dan voor de
derde wereld. We moeten erover waken onze ideeën niet zomaar te exporteren.
Als we de te verwachten bevolkingsgroei bekijken lijken de cijfers angstaanjagend. Het bevolkingsaantal zal
tussen 2000 en 2050 in Europa dalen van 700 miljoen tot 600 miljoen. In de wereld als geheel echter zal het
stijgen van 6 tot 9,3 miljard. Rekening houdend met het feit dat er in de wereld nu al een tekort is zal het
wereldvoedselaanbod tegen 1050 moeten stijgen tot 2,5 maal het huidige aanbod. Over de noodzaak de
landbouwproductie op te drijven is alle discussie dus overbodig. In Europa kan men daarover debatteren, op
wereldniveau niet.
> sociale kaart 241
242
242
Page 243
244
242 > rapport 1 bis
Wat de behoefte aan water betreft ziet de situatie in 2100 er dramatisch uit. In de meeste delen van de
wereld zal de behoefte aan drinkbaar water juist gelijk zijn aan de totale regenval. Men moet dus naar
landbouwproducten die sterker bestand zijn tegen droogte en een sterke verbetering van het waterbeheer
in de landbouw. Dit geldt niet voor de meeste landen van Europa maar wel voor België en Noord-Frankrijk.
Tussen 1900 en 2000 is enorme schade aan de bodem aangericht door bewerking en overmatig begrazen. In
de tropen is trouwens enkel het bovenste gedeelte van de bodem voor landbouw nuttig. Het organisch
materiaal in de bodem gaat dus verloren. In grote delen van de wereld moet men dus naar nul-bewerking
van de grond.
Politieke uitgangspunten
Voor Europa is een hervorming van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid essentieel en onontkoombaar.
Exportsubsidies zijn onaanvaardbaar. In Europa is een multifunctionele landbouw aangewezen en daar moet
voor betaald worden. Europa mag daarmee de voedselzekerheid in andere landen niet in gevaar brengen.
Een ander probleem is de groeiende kloof tussen de publieke opinie enerzijds en landbouw en wetenschap
anderzijds. Mede door de stijgende concurrentie in de pers, die zich eerder op het sensationele afspeelt,
maakt deze situatie het niet representatieve drukkingsgroepen gemakkelijk om de publieke opinie te mani-
puleren. Dit vormt ook een probleem voor de politici. Het is erg moeilijk voor het publiek risico' s op een
objectieve wijze in te schatten. Wetenschappelijk onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat GGO-voe-
ding het leven verkort met 0% , voedselvergiftiging met 0,2% maar een slecht dieet en gebrek aan bewe-
ging met 10% . Dit laatste cijfer geldt ook voor roken en alcoholgebruik.
Biologische landbouw
Het valt niet te ontkennen dat moderne landbouw kwaliteits-en leefmilieuproblemen met zich brengt. We
moeten echter rationele wetenschappelijke oplossingen vinden in plaats van irrationele. Nitraat is nitraat, of
het nu organisch is of niet. In de biologische landbouw zijn stoffen toegelaten die niet organisch zijn. 99%
van de schadelijke stoffen zijn trouwens organisch. En biologisch voedsel is niet voedzamer of veiliger dan
243
243
Page 244
245
ander. Het appelleert vooral op stadsmensen die zich afgesloten voelen van platteland en natuur.
Onkruidbeheersing is essentieel in de landbouw en de mechanisch ( biologische) methoden zijn fundamen-
teel ongezond omdat ze de bodem beschadigen. Traditionele biologische landbouw in de tropen kan de
groeiende bevolking niet voeden. Er is ook onvoldoende stikstof in de wereld om de wereldbevolking biolo-
gisch te voeden. De leefmilieuvoordelen van biologische landbouw tenslotte zijn onduidelijk. Pidgeon
besluit dat biologische landbouw in Europa interessant kan zijn maar enkel voor een minderheid van ver-
bruikers. Biologische landbouw opdringen aan de derde wereld is onverantwoordelijk.
Genetisch gewijzigde gewassen ( GGO)
In Noord-Amerika eten 250 mensen sinds 5 jaar genetisch gewijzigde gewassen en er is nog geen enkel
gebrek inzake voedselveiligheid vastgesteld. Gouden rijst ( GGO-rijst) betekent een enorme aanbreng van
vitamine A in de derde wereld, waar er zo' n tekort aan is.
Wat de impact op het leefmilieu betreft moet elk gewas apart bekeken worden. Intussen blijken de voorde-
len van Bt-gewassen ( GGO-gewassen die wegens resistentie tegen schadelijke insecten minder gewasbe-
schermingsmiddelen vereisen) van de VS tot China indrukwekkend. HT-gewassen ( HT = herbicide tolerant)
zijn niet ontwikkeld in functie van het leefmilieu. Pidgeon deed terzake onderzoek op suikerbieten en stelde
volgende voordelen vast: beperking van het gebruik van herbiciden, een verbeterde leefomgeving voor
vogels en insecten en meer biodiversiteit omdat het loof langer kan blijven liggen, 5% meer productie en
belangrijke kostenbesparingen.
In de toekomst zullen GG-gewassen steeds meer mogelijkheden bieden voor ziektebeheersing.
Biotechnologie biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van droogtebestendige gewassen, voor de pro-
ductie van gezonder voedsel ( vet-en cholesterolarm bv. ) , voedsel van betere kwaliteit, van plantaardige
vaccins, e. a. Dat 90% van de investeringen in onderzoek, ook inzake biotechnologie, door de privé-sector
gebeurt noemt Pidgeon een probleem. Maar GGO' s verdienen een rationeel debat, ook in Europa.
Duurzame landbouw op wereldniveau
> sociale kaart 243
244
244
Page 245
246
244 > rapport 1 bis
Europa moet het debat op een hoger niveau tillen en een positieve, globale impact ontwikkelen op duurza-
me landbouw. Het moet een zeer productieve landbouw zijn en intensief, vooral in de derde wereld.
Duurzame landbouw moet water en bodem beschermen. Internationale handelsbelemmeringen zijn uit den
boze. Landbouw moet -ten minste in Europa -multifunctioneel zijn en gebaseerd op kennis en begrip van-
wege het groot publiek en de overheid. Biologische landbouw is een niche in Europa maar is wereldwijd
geen alternatief. Genetisch gewijzigde gewassen moeten rationeel en in globaal perspectief geëvalueerd
worden en aangewend waar nodig.
Bijlage 2 VILT
" CONSUMENTEN CONFRONTEREN MET NIEUWE TEELTTECHNIEKEN"
Jeff Wilson baat met zijn vrouw Sharon de Birkbank Farm uit in Hillsburgh, Ontario, Canada. Het is een
modelbedrijf van 2 ha, hoofdzakelijk voor fruit en groenteteelt. Hij verkoopt rechtstreeks aan verbruiker en
stelt zijn bedrijf open voor het publiek. Samen met de Universiteit van Guelph, waar hij als landbouwkundi-
ge afstudeerde, onderzocht hij op zijn bedrijf de mogelijkheden van integratie van biotechnologische, tradi-
tionele en biologische landbouw o. m. door het vergelijken van ongediertebeheersing bij maïs en aardappe-
len.
Modelbedrijf
Jeff Wilson heeft altijd opengestaan voor het gemengd gebruik van genetisch gewijzigde gewassen en bio-
logische landbouw en boekt succes met deze benadering. " Wat mensen denken is niet altijd werkelijkheid,
maar dit maakt het een des te grotere uitdaging om met consumenten te praten over nieuwe en bestaande
technologieën zoals gewasbiotechnologie" , zegt Jeff Wilson.
In 2000 was Birkbank Farm de plaats van een vergelijkende wetenschappelijke proef, samen met de
Universiteit van Guelph, met biotechnologische Bt-maïs en Bt-aardappelen en traditionele rassen. Dit pro-
ject is door het publiek zeer goed ontvangen en thans zijn de maïs en aardappelen verkrijgbaar op de
Birkbank Farm-markt, met etiketten waarop extra informatie staat over Bt-gewassen en de gebruikte insec-
ticiden.
245
245
Page 246
247
Experimenteren en vergelijken
Als Model Farm heeft Jeff' s bedrijf twee onderling verbonden componenten. Enerzijds was de boerderij een
startpunt voor onderzoek-op-het-bedrijf in een commerciële kader. Het Voedselveiligheidsnetwerk van de
Universiteit van Guelph verkende, samen met Jeff Wilson, verschillende technieken en technologieën die
beschikbaar waren voor het veilig produceren van voedsel. Zulke technieken omvatten het nauwkeuriger
bestuderen van voedselveiligheidsprogramma' s en -strategieën op het bedrijf, alternatieven voor ongedier-
tebeheersing zoals de biotechnologische aanpak en mogelijke biologische alternatieven, alsmede consu-
mentenonderzoek.
Anderzijds is de boerderij opengesteld voor het publiek om informatie te verschaffen over commerciële
voedselproductie en enkele technologieën die boeren gebruiken voor het produceren van veilig voedsel.
Biologische teelten
" Aangezien we zowel op het bedrijf als op de website heel veel respons hebben gekregen, zijn we verder-
gegaan tot de tweede fase van het project, inclusief een kleine sectie over de overgang naar biologische
teelt. Op één en hetzelfde bedrijf kunnen mensen biotechnologie zien, de overgang naar biologisch boeren,
en andere aspecten die een uitdaging vormen voor de beslissingen die landbouwers moeten nemen, " aldus
Jeff Wilson.
De biologische industrie heeft zich gepositioneerd als een veilig alternatief voor traditionele landbouw en
biotechnologische gewassen. Wilson heeft 2 hectare beplant met gecertificeerd biologisch erwten-en
bonenzaaizaad. Het doel van dit project is het publiek en de landbouwgemeenschap te voorzien van infor-
matie over de ervaringen van een landbouwer die overgeschakeld is naar biologische teelt en over enkele
uitdagingen die gepaard gaan met deze landbouwmethode.
> sociale kaart 245
246
246
Page 247
248
246 > rapport 1 bis
Bijlage 3 VILT
" AANMODDEREN INZAKE BIOTECHNOLOGIE MOET STOPPEN"
Franz Fischler, Europees Commissaris voor Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij, waarschuwde dat
Europa op het gebied van nieuwe technologieën wel eens achterop zou kunnen raken. " Europa heeft geen
eensgezinde visie en geen gemeenschappelijke doelstellingen als het gaat om genetisch gemodificeerde
organismen ( GGO' s) . Momenteel is onze reactie op de uitdagingen inzake GGO' s er één van ' aanmodderen' .
We moeten ophouden louter emotionele beslissingen te nemen over een zo belangrijk onderwerp als bio-
technologie. Het is hoog tijd dat Europa een antwoord vindt op vragen zoals: ' Kunnen we genetisch gemo-
dificeerde levensmiddelen eten? ' , ' Zijn GGO' s een bedreiging voor het milieu? ' , ' Kan het gebruik van GGO' s
negatieve gevolgen hebben voor andere gewassen? ' " .
Strategisch initiatief
In dit kader heeft de Europese Commissie onlangs het strategisch initiatief voor de ontwikkeling van biowe
tenschappen en biotechnologie gepresenteerd ( zie IP/ 02/ 122) . De Commissaris noemde de rol van de consu-
ment in dit verband " van het allergrootste belang" . " De landbouw van vandaag wordt gestuurd door de
vraag en we kunnen onze producten niet verkopen als we er niet in slagen het vertrouwen van de consu-
ment te winnen. " Fischler riep op tot een beleid dat landbouwers die conventionele of biologische land-
bouw bedrijven, beschermt tegen incidentele besmetting met GGO' s. " In de toekomst moeten conventione-
le landbouwbedrijven het voorbeeld van de biologische landbouw volgen. De landbouwbedrijven zullen
moeten zorgen voor gescheiden productie-en afzetketens, minimumafstanden tussen teeltgebieden en zelfs
aparte zaaitijden voor genetisch gemodificeerde en niet-gemodificeerde variëteiten" , aldus de Commissaris.
" De consument moet zelf kunnen kiezen tussen genetisch gemodificeerde en niet-gemodificeerde producten.
Dit vereist een etiketteringssysteem op Europees niveau. Een dergelijke etikettering is echter waardeloos als
we er niet in slagen gewassen met en gewassen zonder GGO' s op de akkers van de Europese landbouwers
gescheiden te houden" , benadrukte Fischler. Hij legde uit dat de Commissie al een samenhangende strategie
inzake GGO' s heeft voorgesteld, met inbegrip van een duidelijke etiketteringsregeling voor consumenten.
247
247
Page 248
249
Verschil van gewas tot gewas
Uit onderzoek blijkt dat de situatie aanzienlijk verschilt van gewas tot gewas. Zo levert de coëxistentie van
beide categorieën ? genetisch gemodificeerde en niet-gemodificeerde variëteiten ? bij aardappelen geen
grote problemen op als wordt uitgegaan van de drempelwaarden in de bestaande ontwerpverordeningen
inzake GGO' s. Voor maïs daarentegen moeten de landbouwpraktijken worden aangepast om de adventieve
groei van GGO' s onder de drempelwaarden te houden.
Bij de teelt van koolzaad voor de productie van olie kunnen de noodzakelijke aanpassingen in de landbouw-
praktijk zelfs aanzienlijk zijn, waarmee bovendien vrij hoge kosten gemoeid kunnen zijn. Dit maakt
coëxistentie moeilijk, zowel vanuit technisch als vanuit economisch oogpunt.
Voor de biologische landbouw is de situatie bijzonder moeilijk. Enerzijds verwacht de Europese consument
dat biologische landbouwproducten volledig vrij van GGO' s zijn, anderzijds is de kans op adventieve groei
van GGO' s op biologische landbouwbedrijven soms groter dan op conventionele bedrijven. Toch blijkt het
percentage incidentele besmettingen met GGO' s op biologische landbouwbedrijven lager te zijn, omdat
voor de producten van deze bedrijven al langer gescheiden productie-en afzetkanalen bestaan.
> sociale kaart 247
248
248
Page 249
250
248 > rapport 1 bis
VRV
Vlaamse Rundveeteelt Vereniging
Contact:
VRV
Peter Broeckx, voorzitter
Denis Volckaert, woordvoerder
Adviseur Ministerie van Middenstand en Landbouw Ann De Praeter
Tel: 09/ 363.92. 11 Fax: : 363.92.06
vrv@ vrv. be
http: / / www. vrv. be
Werking:
De Vlaamse Rundveeteelt Vereniging is een coöperatieve beroepsvereniging van rundveehouders die zich
tot doel heeft gesteld om via selectie een wezenlijke bijdrage te leveren tot een betere rendabiliteit van de
sector. Die selectie wordt door hen " genetische rundveeverbetering" genoemd.
Deze genetische selectie is gestoeld op volgende peilers :
-een betrouwbare identificatie-en registratie van de fokrunderen
-efficiënte selectieprogramma' s in melk-en vleesvee en met bijhorende zoötechnische controles
-grootschalig gebruik van de techniek van kunstmatige inseminatie en toepassing van moderne bio-tech-
nieken zoals embryo-tranplantatie;
De VRV ontwikkelt technieken en diensten die aan de 12000 leden/ veehouders tegen kostprijs worden aan-
geboden.
249
249
Page 250
251
Details organisatie:
regionale kantoren:
VRV -Antwerpen, St. Lenaartsebaan 115, 2390 OOSTMALLE
VRV -Limburg, Wetserstraat 14, 3570 ALKEN
VRV -Oost-Vlaanderen en Brabant, Van Thorenburghlaan 14, 9860 OOSTERZELE
VRV -West-Vlaanderen, Torhoutsesteenweg 48, 8210 LOPPEM
Activiteiten omtrent GGO s:
Zijn als dienstverlenend bedrijf voor de veeteelt actief met runderen en enkele biotechnieken. Wel ( nog? )
niet met directe genetische manipulatie van de dieren en hun nakomelingen.
Huidige genetische selectie voor melkvee en vleesvee komt neer op traceren stambomen en oplijsting van
genetische kenmerken van fokdieren etc. . . Bijzonder grondig.
Misschien relevant omdat GGO s volop in veevoeder worden gebruikt ( en omdat het vee zelf ook misschien
ooit op biotechnologische wijze gemodificeerd de weide ingestuurd zal worden) . Eén van de organisaties
die omtrent Ggo s in veevoeder misschien duidelijkheid kan verschaffen of een mening te verkondigen
heeft.
Banden met:
Rundveehouderij -leden
Ministerie van Middenstand en Landbouw
Internationaal: volgen biotechnologietoepassingen op rundvee ? ?
> sociale kaart 249
250
250
Page 251
252
4 . T E C H N O L O G I E CO M M E NTATO R EN
250 > rapport 1 bis
B I O G A R A N T I E V ZW
Contact:
Biogarantie
Dirk Thienpont, voorzitter
Hugo Baert, woordvoerder
Tel 016/ 47. 01. 98 Fax 016/ 47. 01. 99
Hugo. Baert@ skynet. be
http: / / www. biogarantie. be
Werking:
De vzw biogarantie heeft tot doel het beheer van het collectief warenmerk ' Biogarantie' enerzijds, en
anderzijds communicatie en promotie met betrekking tot de producten van de biologische landbouw in het
algemeen.
Details organisatie:
Uitgebaat door Probila-Unitrab.
Banden met:
PROBILA
Bio-landbouwers
Bio-voedingsindustrie
BLIK en ECOCERT
251
251
Page 252
253
> sociale kaart 251
B L I K V ZW
Contact:
BLIK vzw
Statiestraat 164 B B 2600 Berchem
tel. 03/ 287.37.50, fax 03/ 287.37.51
info@ blik. be
www. blik. be
Werking:
De controle op en de certificatie in verband met de toepassing van de wetgeving op de biologische land-
bouw en verwerking wordt uitgevoerd door twee organismen die daartoe door de overheid erkend zijn: BLIK
en ECOCERT.
BLIK is een afdeling van Integra bvba. Blik is erkend door het Ministerie van Landbouw als controle-organi-
satie voor de biologische productie. Blik is een onafhankelijke controle-en certifiëringsorganisatie, actief in
de sector van de biologische landbouw. Blik controleert zowel in de landbouw, de verwerkende industrie als
in de handel de naleving van de wettelijke en privé normen en reikt een certificaat uit aan elke marktdeel-
nemer die de van toepassing zijnde normen respecteert. Aldus helpt Blik actief en concreet mee aan de
wettelijke bescherming van de termen bio, biologisch en ecologisch.
Details organisatie:
BLIK stelt momenteel zo n 15 mensen te werk. Bestuur wordt waargenomen door de beheerraad.
BLIK kent 3 controle afdelingen:
de afdeling landbouw richt zich op de controle en certifiëring van de producenten van zowel
plantaardige als dierlijke biologische producten.
252
252
Page 253
254
252 > rapport 1 bis
de afdeling verwerking & handel is belast met de controle & certifiëring van verwerkers en handelaars,
importeurs en verkooppunten van bio-producten.
de afdeling bosbouw die momenteel in ontwikkeling is, zal zich toeleggen op de controle van duurzaam
bosbeheer en de verwerking van duurzaam geproduceerd hout volgens FSC criteria ( Forest Stewardship
Council) .
Naast deze afdelingen kent Blik ook een aantal andere activiteiten, telkens gecoördineerd door een
verantwoordelijke medewerker:
de ontwikkeling van controletechnieken met als doel nieuwe controlesystemen te ontwikkelen en
bestaande te verbeteren
Thema s en standpunten:
BLIK stelt zich tot doel een bijdrage te leveren aan een meer duurzame ontwikkeling van de maatschappij.
Hoe? Ondersteunen van bio-landbouw door kwaliteitscontrole. Blik tracht op onafhankelijke en objectieve
wijze ecologisch verantwoorde productiemethoden te controleren en te certifiëren, in het bijzonder voor
producten van de biologische landbouw, voedselverwerking en handel.
Banden met:
Bio-boeren die ze controleren.
BIOFORUM, ECOCERT en buitenlandse certifiëringsorganisaties.
253
253
Page 254
255
ECO C ERT
Contact:
ECOCERT BELGIUM bvba
Maatschappelijke Zetel
Schermlaan 85, B-1150 Brussel
tel. 02/ 779. 47.21 Fax : 02/ 779. 47. 22
info@ ecocert. be
http: / / www. ecocert. be
Werking:
De controle op en de certificatie in verband met de toepassing van de wetgeving op de biologische land-
bouw en verwerking wordt uitgevoerd door twee organismen die daartoe door de overheid erkend zijn:
BLIK en ECOCERT.
Ecocert, dat 20 jaar geleden is opgericht, is een internationaal netwerk actief in Europa, Afrika, Azië en
Amerika. Europees zijn er ondermeer afdelingen in Frankrijk, Italië, Duitsland, Portugal, Spanje en België.
De ECOCERT-groep controleert meer dan 20.000 telers en meer dan 2.000 bedrijven uit de voedings-
nijverheid.
De firma Ecocert Belgium is erkend voor de controle en de certificatie van producten afkomstig uit de
biologische landbouw voor alle marktdeelnemers gevestigd in België.
Details organisatie:
Ecocert werd opgericht door een aantal overtuigde landbouwkundigen actief in de biologische landbouw-
beweging. Momenteel vormen ze een team van 100 ingenieurs en technici die vertrouwd zijn met de land-
bouwtechnieken en de praktijken in de voedingsnijverheid: vrouwen en mannen gespecialiseerd in de
> sociale kaart 253
254
254
Page 255
256
254 > rapport 1 bis
controle, die thuis zijn in de wetgeving inzake de biologische landbouw
( EEG-Verordening 2092/ 91, Europese normen inzake certificatie en nationale lastenboeken) .
Thema s en standpunten:
ONDERSTEUNEN BIO-LANDBOUW DOOR KWALITEITSCONTROLE.
" Ecocert wordt bezield door mensen die zich betrokken voelen bij het reilen en zeilen van de biologische
landbouw, in een streven naar verbetering van onze leefomgeving en een groeiend respect voor het
milieu. "
Banden met:
BLIK, BIOFORUM
sector Bio-landbouw
ECOCERT internationaal; bio-certifiëring internationaal
gesprekspartner bij de openbare instanties inzake de reglementering
255
255
Page 256
257
B E L B I OR
Vlaamse Beroepsvereniging voor Biologische Boeren
Contact:
BELBIOR
Coördinator: Wim Vandenberghe
Statiestraat 164 C 2600 Berchem
Tel. 03/ 287 37 72 Fax 03/ 287 37 71
e-mail: wim. vandenberghe@ belbior. be
Werking:
-bewaken en verder ontwikkelen van de normering en wetgeving biologische landbouw
-belangenverdediging van de biotelers als groep en als individuele leden
-beheer van het Biogarantie ® -label
-kennisontwikkeling en -verspreiding via sectoriële vakgroepen ( oa. Biologische Melkveehouderij) ,
het kwartaalblad ' Belbiorbrief' en ondersteuning van het georganiseerd onderzoek
-ontwikkeling van afzet en prijsvorming: algemene marktverruiming, ketencommunicatie en het bewaken
van de prijsvorming.
Details organisatie:
Belbior werd 20 jaar geleden opgericht door een aantal biotelers die volgens de Müller-Rusch-methode
werkten. Aanvankelijk was dit een nationale beweging, vandaar ook de naam ( stond voor Belgisch,
Biologisch en Organisch) .
Door de jaren heen is Belbior geëvolueerd tot een professionele beroepsvereniging met een steeds breder
wordende werking voor de Vlaamse biologische boer en tuinder. ( Unab doet dit voor de Waalse bio-boeren. )
> sociale kaart 255
256
256
Page 257
258
256 > rapport 1 bis
Het bestuur van Belbior bestaat uit een tiental biotelers van diverse pluimage: steeds wordt een vertegen-
woordiging van alle sectoren nagestreefd, alsook een evenwicht tussen telers met jarenlange bio-ervaring
en telers bij wie de ganse omschakelings-problematiek nog fris in het geheugen ligt. Zij weten dus goed
wat de noden en verlangens van de Vlaamse biologische telers zijn, want ze staan zelf in de praktijk.
Thema s en standpunten:
Algemeen: Promotie en algemene marktverruiming van de bio-landbouw. Aandacht en steun vanwege over-
heid voor specifieke noden bio-landbouw.
Als mede-eigenaar ( samen met Probila en Unab) van het Belgisch label ijvert Belbior voor een waterdichte
herkenbaarheid van de biologische producten. Het beheer van het label is daarvoor een sterk werkmiddel.
Naar de toekomst toe wordt nagedacht over een deugdelijk Europees label.
Activiteiten omtrent GGO s:
Meegeschreven aan GGO-advies Vlaamse Land-en Tuinbouwraad
Officieel vertegenwoordigd:
Belbior vertegenwoordigt de totale groep van biotelers. Daartoe zetelt Belbior in heel wat discussieforums
met de overheid, zoals het Federaal Overlegcomité Biologische Landbouw, het Groen Front, de Vlaamse
Land-en Tuinbouwraad, . . . Steeds wordt getracht om bij de verdere ontwikkeling van de algemene land-
bouwwetgeving aandacht te verkrijgen voor de specifieke problematiek waarmee de bioteler te kampen
heeft. Recentelijk waren dit bijvoorbeeld het nutriëntenhalte en de arbeidsproblematiek. Hierbij wordt
steeds gepoogd een polarisatie tussen biologisch en gangbaar te vermijden, ondermeer " omdat de gangba-
re teler van vandaag de bioteler is van morgen" .
Banden met:
Bio-landbouwers en tal van bio-landbouworganisaties, oa. Biogarantie vzw, VLAM, Platform 10/ 10 ( organi-
sator van de Week van de Biologische Landbouw)
Vlaamse Land-en Tuinbouwraad
257
257
Page 258
259
B I O F O R UM
koepelorganisatie en ontwikkelingscentrum voor de biologische landbouw en voeding
Contact:
BioForum Nationaal
Leuvensebaan 368 3040 Sint-Agatha-Rode
Contactpersoon: Hugo Baert
tel 016/ 47 01 98 fax 016/ 47 01 99
E-mail: info@ bioforum. be
BioForum Vlaanderen
Statiestraat 164 F 2600 Berchem
Contactpersoon: Erik Krosenbrink
tel 03/ 287 37 78 fax 03/ 287 38 24
E-mail: secretariaat. vlaanderen@ bioforum. be
http: / / www. bioforum. be
Werking:
Bioforum is de organisatie die alle bioschakels verbindt. Je kan er terecht met alle vragen over bioland-
bouw.
BioForum Vlaanderen heeft als doel een koepel te zijn samengesteld uit organisaties actief op het vlak van
biologische landbouw en haar producten in Vlaanderen met een gemeenschappelijke doelstelling, waaron-
der begrepen wordt: het stimuleren van alle activiteiten die bijdragen tot de ontwikkeling van de biologi-
sche sector op alle mogelijke vlakken; zoals de teelt, de verwerking, de handel, de distributie en het ver-
bruik.
> sociale kaart 257
258
258
Page 259
260
258 > rapport 1 bis
Bioforum verzorgt in de praktijk:
-communicatie tussen de verschillende leden
-uitwisseling van informatie over de belangen der leden
-optreden als regisseur bij de sectorontwikkeling
-vertegenwoordiging van de Vlaamse bio-sector naar de overheid voor alles wat de biologische landbouw
en haar producten betreft.
-vertegenwoordiging van de Vlaamse bio-sector naar nationale en internationale organisaties
-coördinatie van de communicatie van de Vlaamse bio-sector met de pers en het brede publiek
-interesse tonen en samenwerken met elke andere instelling, vereniging of bedrijf dat verband houdt met
bovengenoemde doelstellingen.
Details organisatie:
BioForum vzw is opgericht in 1999 op initiatief van Biogarantie vzw die daarmee het deel ' overkoepeling'
naast het keurmerkbeheer van zich afsplitste. BioForum is sindsdien de nationale koepelorganisatie van
verenigingen die specifiek ter bevordering van de biologische sector werken ( zie schema) . Om zaken te
behandelen die specifiek de regio' s betreffen heeft BioForum regionale kamers. De Vlaamse kamer is eind
2000 uitgebouwd tot een zelfstandige vzw, waarbij de grote meerderheid ( minimaal 80% van het aantal
stemmen) afkomstig is van de effectieve lidorganisaties van BioForum nationaal.
BioForum Vlaanderen vzw
bestaat uit lidorganisaties die zijn onderverdeeld in drie belangengroepen en één groep onafhankelijken.
De actieve sector
bestaat uit organisaties met een economische rol bij de productie, in de verwerking, de handel of distributie
van biologische producten.
-Biogarantie vzw, nationale organisatie die het keurmerk Biogarantie ® beheert
-Belbior vzw, Vlaamse beroepsorganisatie van biologische telers
-Probila/ Unitrab, nationale beroepsvereniging van verwerkers, groothandelaars en grootdistributeurs van
biologische producten
259
259
Page 260
261
-Vlaamse kamer van kleinhandelaars in biologische producten van de nationale beroepsvereniging NAREDI
De maatschappelijke sector
bestaat uit organisaties met een maatschappelijk draagvlak die vanuit hun eigen doelstelling het
doelpubliek van biologische producten vertegenwoordigen.
-Velt vzw, Vlaamse vereniging van ecologische consumenten
-Bond Beter Leefmilieu vzw, Vlaamse koepelorganisatie van milieuverenigingen
De kennissector
bestaat uit expertisecentra die met neutrale middelen een bijdrage leveren in de ontwikkeling van de
biosector door verruiming van inzicht middels aanbrengen van visie en kennis in de keten
-BLIVO vzw, Vlaams instituut voor voorlichting en onderzoek voor de biologische landbouw
-Landwijzer vzw, Vlaams instituut voor opleiding en vorming biologische en BD landbouw
-PCBT vzw, Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt
De onafhankelijken
bestaan uit organisaties die een belangenloze en onafhankelijk taak vervullen in de keten
-BLIK vzw, nationale controle-en certificeringsorganisatie voor biologische landbouw
-ECOCERT bvba, nationale controle-en certificeringsorganisatie voor biologische landbouw
-BioForum nationaal, de nationale koepelorganisatie
Thema s en standpunten:
Doelstelling BIOFORUM omtrent bio-landbouw
-de ontwikkeling van de ideologische grondbeginselen voor de productiemethode
-de ontwikkeling van de technische productiemethodes
-de ontwikkeling van het sociaal-economische draagvlak
-de ontwikkeling van de wettelijke basis en de productievoorschriften
Banden met:
Lidorganisaties ( zie boven)
> sociale kaart 259
260
260
Page 261
262
260 > rapport 1 bis
P C B T V ZW
Proefcentrum voor de Biologische Teelt
Contact:
PCBT v. z. w,
Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt
Coördinator: ir. Lieven Delanote, Ieperseweg 87, 8800 RUMBEKE
tel: 051/ 26 1445, fax: 051/ 24 00 20
e-mail: povlt@ west-vlaanderen. be
Werking :
De werking van het PCBT is opgebouwd rond een drietal peilers:
( 1) Initiatie en coördinatie van onderzoek betreffende de biologische landbouw in Vlaanderen.
Werkgroep akkerbouw en groenten in open lucht ( i. s. m. POVLT en PIBO)
Werkgroep beschutte teelten ( i. s. m. PCG)
Werkgroep fruitteelt ( i. s. m. PCF)
Werkgroep veeteelt
( 2) Uitvoeren van een eigen onderzoeksprogramma ( vnl. op biologische landbouwbedrijven)
( 3) Schakel in Vlaams en Europees kennisnetwerk rond biologische landbouw.
Details organisatie:
Het ' Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt v. z. w. ' , afgekort PCBT werd op 2 juni 1998
officieel opgericht. De stichters zijn: de provincies West-en Oost-Vlaanderen, Belbior, BLIVO, BRAVA,
Biogarantie, Atalanta, VEGEBE, REO, Boerenbond en ABS. De provincie Antwerpen heeft zich kort nadien
geëngageerd. De Minister van Middenstand en Landbouw verleende een voorlopige erkenning als
proefcentrum.
261
261
Page 262
263
Het PCBT heeft als doelstelling via praktijkgericht onderzoek de bestaande biologische teeltstrategieën te
optimaliseren en nieuwe technieken te introduceren. Dit moet toelaten een verdere professionalisering van
de biologische landbouw te bewerkstelligen en duidelijke handgrepen aan te bieden aan telers die de
omschakeling naar de biologische landbouw overwegen. Teelttechniek, arbeidsefficiëntie, bedrijfs-
rendement en ecologie zijn hierbij enkele aandachtspunten. De resultaten worden onder andere verspreid
via proefveldbezoeken, ' Biovisie' , de vakpers en studieavonden. Ook individuele telers kunnen deze
resultaten steeds opvragen.
> sociale kaart 261
262
262
Page 263
264
262 > rapport 1 bis
B L I V O V ZW
Biologische Landbouw Instituut voor Voorlichting en Onderzoek
Contact:
BLIVO v. z. w
Expertisecentrum Biologische Landbouw
Statiestraat 164C 2600 Berchem
Tel. 03/ 287.37. 70 Fax 03/ 287. 37. 71
Coordinator: Peter Brattinga
Email: peter. brattinga@ blivo. be / expertisecentrum@ blivo. be
Werking:
Het Instituut voor Voorlichting en Onderzoek is een expertisecentrum voor de biologische landbouw. Het
bestempelt zich als informatie-, documentatie-en kenniscentrum.
BIOvisie Met dit driemaandelijksetijdschrift wil BLIVO alle geinteresseerden op de hoogte houden van de
actualiteit in de biosector. Tevens wordt in elk nummer ingezoomd op een focus, bijvoorbeeld
Bedrijfsontwikkeling, Prijsvorming? Handel en Afzet, Bodemvruchtbaarheid. . .
Voor land-en tuinbouwers die zich een beeld willen vormen van de mogelijkheden van de biologische land-
bouw, organiseert BLIVO bedrijfsbezoeken op bestaande biologische bedrijven. Een bezoek aan een collega
boer of tuinder blijft immers de ideale manier om een echt beeld te krijgen van biologische landbouw.
Rond de typische technieken die in de biologische landbouw toegepast worden, organiseert BLIVO studie-
dagen en demonstraties zoals rond grasklaver-uitbating, mechanische onkruidbestrijding, de teelt van
luzerne, . . . . Eveneens worden er veldbezoeken georganiseerd.
263
263
Page 264
265
Over een groot aantal onderwerpen heeft BLIVO handige brochures. Zo kunt u brochures verkrijgen over de
wetgeving op biologische landbouw, mechanische onkruidbestrijding en bedrijfsbeschrijvingen van een
20-tal biologische bedrijven binnen de verschillende sectoren.
Onderzoek ten behoeve van biologische landbouw gebeurt er nog steeds te weinig in Vlaanderen. Nochtans
is dit voor de verdere ontwikkeling van de biologische landbouw een noodzaak. BLIVO onderhoudt
contacten met diverse proefcentra en onderzoeksinstituten en doet voorstellen voor wetenschappelijk en
praktijk gericht onderzoek. Zelf verricht BLIVO ook onderzoek. Bijvoorbeeld het opstellen van kostprijs-
modellen, arbeidsorganisatie, omschakelingsmodellen, . . . . . .
Details organisatie:
Activiteiten omtrent GGO s:
MIRA-T rapport 2001, hoofdstuk ggo s: co-auteur Wim Vandenberghe van BLIVO.
Banden met:
BLIVO onderhoudt voornamelijk contacten met meerdere actieve bio-boeren, en begeleid conventionele
landbouwers die eventueel willen overschakelen.
BLIVO onderhoudt contacten met diverse proefcentra en onderzoeksinstituten en doet voorstellen voor
wetenschappelijk en praktijk gericht onderzoek.
> sociale kaart 263
264
264
Page 265
266
264 > rapport 1 bis
P R O B I LA
Nationale Beroepsvereniging van Verwerkers en Verdelers van de Producten van de Biologische
Landbouw
Contact:
PROBILA-UNITRAB
Leuvensebaan 368 B-3040 Sint-Agatha-Rode
tel. + 32 16 470198 fax + 32 16 470199
info@ probila-unitrab. be
http: / / www. probila-unitrab. be
Werking:
Probila vertegenwoordigt zowat alle Belgische bedrijven werkzaam in de verwerking en verdeling van
producten van de biologische landbouw.
In de beginfase was Probila vooral actief in de kwaliteitsbewaking van de sector : vastleggen van normen
voor productie en verwerking, creëren van het kwaliteitslabel Biogarantie ® en met daaraan verbonden
het opstellen van een lastenboek en het organiseren van een controlesysteem, het valideren van buiten-
landse bio labels. Daarnaast werd er sterk geijverd voor de wettelijke erkenning van dit systeem en van de
Biologische Landbouw in zijn geheel, dit zowel op nationaal als op Europees vlak.
Na de Europese Richtlijnen en de Belgische Wet van 1993, is de activiteit van Probila meer verschoven naar
de promotie van het label en de bekendmaking van de Biologische Landbouw. Binnen deze context lag
Probila, al dan niet in samenwerking met andere organisaties, aan de basis van verschillende initiatieven:
Infolijn 078/ 15 34 90
Week van de Biologische Landbouw ( Platform 10/ 10 voor de Biologische Landbouw)
265
265
Page 266
267
Oprichting werkgroep Biologische Landbouw binnen de VLAM
Ontwikkeling van een website voor de Biologische Sector: www. bioforum. be
Ontwikkeling nieuw concept voor promotie-en infomateriaal rond het Biogarantie ® merk
Op het gebied van de handel is de beroepsvereniging de stimulans geweest in de ontwikkeling van ' filières'
( graan, vlees, melk) voor een betere doorstroming tussen vraag en aanbod. Probila werkt ook actief mee
aan de oprichting van de ' Bio Monitor' voor permanente cijfergegevens over de evolutie van de sector.
Om de belangen van haar leden beter te kunnen verdedigen op Europees niveau, heeft Probila samen met
Setrab ( Frankrijk) het initiatief genomen tot de oprichting van het B. E. O. ( Bureau Européen -European
Office) de koepelorganisatie voor de Europese beroepsverenigingen voor verdelers en verwerkers van de
producten van de biologische landbouw.
Maar ook op het gebied van de kwaliteit blijft de vereniging actief door het steeds verder ontwikkelen en
verfijnen van de kwaliteitsnormen. Zo wordt er op dit moment veel onderzoek en studiewerk gedaan in ver-
band met normering en controleerbaarheid van GMO, de traceerbaarheid van een biologisch product, ver-
pakkingsnormen, ecologisch verantwoorde reinigingsmiddelen voor de industrie.
Om een actieve inbreng van de leden mogelijk te maken en tegelijkertijd hen op de hoogte te houden van
de laatste evoluties worden regelmatig ' Ronde Tafel' s en ' Studiedagen' gehouden ( dierlijke wetgeving,
nitriet in vlees, GMO, traceerbaarheid, ecologisch reinigen, enz. ) . Daarnaast verschijnt nu driemaandelijks
een ' Newsletter' , waar de leden geïnformeerd worden over de activiteiten van hun vereniging en over de
evolutie van de ganse sector.
Onderzoeksprogrammas in verband met de controle : samen met de controle organismen ( BLIK, ECOCERT. . . )
worden normen en procedures uitgewerkt rond: GMO, traceerbaarheid, verpakking, ecologische onder-
houdsproducten.
> sociale kaart 265
266
266
Page 267
268
266 > rapport 1 bis
Overleg met andere beroepsverenigingen actief in de Belgische biologische sector, met name in het kader
van de v. z. w. Bioforum, de koepelorganisatie die producenten, verwerkers, consumenten, controleorganis-
men, verenigingen voor onderzoek en advies en de milieubeweging groepeert.
Details organisatie:
Thema s en standpunten:
Ethiek van de biologische sector:
-Biologische landbouw produceert gezond voedsel, met respect voor mens, dier en milieu.
Biologische landbouw maakt geen gebruik van chemische mest-of bestrijdingsstoffen.
-Biologische landbouw respecteert de biodiversiteit en de zelfregulerende werking van het ecosysteem.
-Biologische producten bevatten geen genetisch gemodificeerde organismen.
-Biologische landbouw en verwerking zijn gericht op kwaliteit.
-De biologische sector heeft aandacht voor de scheefgetrokken Noord-Zuid relatie.
Specifiek omtrent GGO s:
" Er wordt nu volop geïnvesteerd in de Biologische Landbouw, steeds meer ook door bedrijven van buiten
deze sector. Deze evolutie is gunstig voor de Biologische Landbouw, maar is tegelijkertijd ook gevaarlijk,
o. a. vanwege de voortdurende evolutie binnen de conventionele Landbouw en Voedingsnijverheid ( geneti-
sche manipulatie, ioniserende bestraling, etc. ) die de Biologische Landbouw steeds met nieuwe uitdagingen
confronteert. Het antwoord hierop is meestal een extra controle, uitgebreider, meestal ingewikkelder en
zeker duurder. Tot hiertoe is de kost van de controle totaal ten laste van de bedrijven. De vraag naar een
tussenkomst van de overheid in de kontrolekost wordt steeds sterker. "
Officieel vertegenwoordigd:
-Probila-Unitrab neemt actief deel aan werkgroepen in verband met de wetgeving op de biologische land-
bouw en producten op nationaal, Europees ( BEO -Europees Bureau van Verwerkers) en mondiaal vlak
( IFOAM -international federation of organic agriculture movements) .
-Ze zetelt in de Adviesraden van de verschillende Controleorganisaties en wil een stimulans zijn in de ver-
267
267
Page 268
269
dere ontwikkeling van deze controle
-Ze zetelt voor haar leden in de overlegstructuren met verschillende ministeries ( Landbouw, Leefmilieu,
Volksgezondheid) . Via deze weg werkt ze mee aan de ontwikkeling en de toepassing van de wetgeving
inzake Biologische Landbouw.
-Probila-Unitrab maakt deel uit van het " Platform 10/ 10 voor de biologische landbouw" in Vlaanderen, dat
de week van de Biologische Landbouw organiseert.
Banden met:
BELBIOR, BIOFORUM organisaties bio-landbouw
Europese koepels
Contact met bedrijven, de markt, de overheden, derde verenigingen, de pers.
Nog meer bio-landbouw
Chidori
Rechtstreekse import en distributie van heerlijke, uitsluitend biologische producten uit Zuid-Europa, zoals
olijfolie, pasta, wijn etc.
Chidori, zuiders bio
Sint-Martensdries 16
9860 Balegem
tel: 09 362 74 46
fax: 09 362 29 88
e-mail: chidori@ skynet. be
http: / / users. skynet. be/ chidori
contactpersoon: Dominique Vanderhaeghen
Bio-planet
De biologische en ecologische supermarkt van de Colruyt-keten. Je kan er hun producten on-line bestellen.
http: / / www. bioplanet. be/ default_ nl. html
> sociale kaart 267
268
268
Page 269
270
268 > rapport 1 bis
Delhaize Bio
De bio-pagina' s van supermarktketen Delhaize
http: / / www. delhaize. be/ smakelijk/ bio/ _ nl/ bio. asp
Bananas
Het Banana Action Net is de website van de wereldwijde campagne van arbeidersorganisaties en derdewe-
reldorganisaties uit Noord en Zuid die ijvert voor het respect van de rechten van de werknemers op de
bananenplantages. De huidige campagne doet beroep op consumenten om druk uit te oefenen op de Wild
Bunch, de multinationale bedrijven die de wereldhandel in bananen domineren Chiquita, Dole, Delmonte en
Fyffes.
http: / / bananas. xs4all. be/
Atalanta
Coöperatie van bio-boeren. Verdeler van groente-en fruitpakketten met producten die zoveel als mogelijk
van eigen telers afkomstig zijn. Van boer naar bord!
Atalanta
Vlaanderenlaan 4A
8970 Poperinge
tel: 057/ 33 55 99
fax: 057/ 33 43 00
e-mail: info@ atalanta. be
http: / / www. atalanta. be
269
269
Page 270
271
T R I O D O S B A NK
Ethisch en Duurzaam Bankieren
Contact:
Triodos Bank nv
Hoogstraat 139/ 3 1000 Brussel
Tel: 02/ 548.28.28 Fax: 02/ 548.28.29
e-mail: info@ triodos. be
http: / / www. triodos. be
Werking:
Triodos Bank wil vernieuwing brengen in de bankactiviteit door aan geld zijn ' juiste plaats' te geven. " Geld
is een machtig en efficiënt middel dat wij gebruiken om de zelfontplooiing van de mens te bevorderen door
op een actieve manier de ontwikkeling van de maatschappij en een kwaliteitsvol gemeenschapsleven mee
te helpen realiseren. Getuige daarvan is onze politiek van kredietverlening. " De Triodos bank financiert pro-
jecten in duurzame energie ( zon en wind) , biologische landbouw, kunst en cultuur, milieuzorg en ontwikke-
lingssamenwerking.
Enkele voorbeelden van gefinancierde projecten:
-De Nieuwe Brooderie , een vegetarisch restaurant dat in het toeristisch centrum van Gent dat ontbijt en
lunch met overwegend biologische ingrediënten verzorgt.
-Een ecogebouw van Oxfam Wereldwinkels. " De nieuwe kantoren en opslagplaatsen van het Nationaal
Secretariaat van Oxfam Wereldwinkels te Gent gaan nu reeds door als internationale referentie voor ecolo-
gich bouwen in de tertiaire sector. Het hele gebouw met alles erop en eraan werd uitgedacht op een globale
en ecologische manier, vanaf de bepaling van de locatie ( een van bestemming veranderd industrieterrein,
geïntegreerd in een stedelijke omgeving) tot het energiebesparingsontwerp van het gebouw ( doorgedreven
isolatie, actieve en passieve zonne-energie, tezamen goed voor een besparing van 75 % op de verwar-
> sociale kaart 269
270
270
Page 271
272
270 > rapport 1 bis
mingskosten, vergeleken met een gelijkaardige conventionele bouwstijl) . Een ander belangrijk facet is de
kwaliteit van de ( her) gebruikte bouw-en afwerkingsmaterialen. Al bij al een mooi voorbeeld van toege-
paste duurzame ontwikkeling! "
Details organisatie:
Triodos Bank is een internationale, onafhankelijke bank die gespecialiseerd is in kredietverlening voor pro-
jecten en ondernemingen in de sociale en culturele sector, milieubescherming en ontwikkelingssamenwer-
king. De bank werd in 1980 in Nederland opgericht en heeft zich in de banksector als pionier en later als
referentiepunt steeds geprofileerd ten dienste van een duurzame ontwikkeling. In 1993 vestigde Triodos
Bank zich in België. Vanaf 1995 is er ook een vestiging actief in het Verenigd Koninkrijk.
Thema s en standpunten:
Wat in hun statuten als doelstelling geformuleerd is: " De vennootschap beoogt met de uitoefening van het
bankbedrijf bij te dragen tot maatschappelijke vernieuwing, met als uitgangspunt dat ieder mens zich in
vrijheid dient te kunnen ontwikkelen, gelijke rechten heeft en verantwoordelijk is voor de gevolgen van zijn
economisch handelen voor de medemens en de aarde" .
Banden met:
Klanten die veelal milieubewust zullen zijn
Blijkbaar o. a. project van Oxfam gefinancierd.
Nog groene economie
Ethibel, Onafhankelijk adviesbureau voor duurzaam en ethisch beleggen.
Vooruitgangstraat 333/ 7 1030 Brussel
tel: 02 206 11 11 fax: 02 206 11 10
e-mail: info@ ethibel. org
web: http: / / www. ethibel. org
contactpersoon: Dirk Van Braeckel
271
271
Page 272
273
IMAGINE
IMAGINE is een marketing-en communicatie-adviesbureau met als centrale doelstelling: het bevorderen van
het maatschappelijk verantwoord ondernemen. IMAGINE legt de nadruk op societal marketing ( oog voor de
maatschappelijke context van een dienst of product) , procesmarketing ( oog voor de voor-en nageschiede-
nis van een product) en relatiemarketing ( oog voor de respectvolle en duurzame benadering van de consu-
ment) .
Imagine
Visserij 171 a 9000 Gent
tel: 09 233 80 30 fax: 09 233 30 43
e-mail: imagine@ imagine. be
GAIA -DIERENRECHTENORGANISATIE
GAIA beschouwt het als haar taak om georganiseerde vormen van dierenmishandeling en -uitbuiting op te
sporen en te bestrijden. De acties die GAIA voert zijn divers: de ene keer zijn ze ludiek, de andere keer con-
fronterend. Soms zijn het protestacties, dan weer educatieve projecten; mediageniek of gericht op de man
of vrouw in de straat.
http: / / www. gaia. be
ETHISCH VEGETARISCH ALTERNATIEF VZW
EVA werd opgericht om het grote publiek te informeren over alle aspecten van vegetarisme als een mens-,
dier-en milieuvriendelijke levenswijze.
Ethisch Vegetarisch Alternatief ( EVA) vzw
Pekelharing 30 9000 Gent
tel: 09/ 329.68.51 fax: 070/ 70.88.32
e-mail: info@ eva-online. be
http: / / www. eva-online. be
contactpersoon: Tobias Leenaert
> sociale kaart 271
272
272
Page 273
274
272 > rapport 1 bis
O I VO
Onderzoeks-en informatiecentrum van de verbruikersorganisaties
Contact:
CRIOC-OIVO
Ann De Roeck, voorzitter
Jean-Marie Begeuin, woordvoerder
Ingrid Vanhaevre: volgt biotechnologie op.
Riddersstraat 18 B 1050 BRUSSELTel:
02/ 547 06 11 Fax: 02/ 547 06 01
crioc-oivo@ oivo-crioc. org
www. oivo-crioc. org
Werking:
Het Centrum heeft tot doel technische hulp te verlenen aan de verbruikersorganisaties, de consumptiefunc-
tie te valoriseren en de consumentenbescherming te bevorderen.
De activiteiten van het OIVO beslaan meerdere terreinen. De belangrijkste zijn: de consumentenrechten, de
veiligheid van goederen en diensten, voeding, geneesmiddelen, rookgewoonten, ecoconsumptie ( = con-
sumptie met respect voor het leefmilieu) en ethische consumptie ( = consumptie met eerbied voor de men-
senrechten) .
OIVO is dus in principe een onderzoeksinstituut ten dienste allereerst van verbruikersorganisaties ( zoals Test
Aankoop) en pas ten tweede op consumenten zelf gericht. Het is dus zelf geen consumentenorganisatie.
273
273
Page 274
275
Details organisatie:
OIVO heeft als grote bedoelingen:
-Dienstverlening verbruikersorganisaties
-Bescherming van financieel zwakkeren, ouderen, jongeren, gehandicapten
-In discussie treden met producenten, distributeurs, vakbonden, overheid. . .
Thema s en standpunten:
IVM GGO S EN TRACEERBAARHEID:
Er zijn maar een beperkt aantal laboratoria in België die dat GGO s kunnen detecteren en ook de wetgeving
en vooral staat nog niet op punt. Het is dus niet met zekerheid te zeggen of er al dan niet GGO s in de voe-
ding en omgeving zitten. We moeten echter toegeven dat er momenteel geen aanwijzingen zijn dat het
eten van GGO s schadelijk zou zijn, noch sluitende bewijzen dat het altijd gezond is. Die onzeker is een
ellende voor de consument, en het wordt nog erger in het besef dat ze in hun doen en laten transgene pro-
ducten waarschijnlijk niet kunnen vermijden. ( naar Marc Vandercammen, OIVO)
Activiteiten omtrent GGO s:
O. a. een hulpzame Cahier de l' Eco-consommation genaamd Les OGM. Vous connaissez? ( 2000) te vinden
op de site. Auteur Catherine Grimonpont. " Het sterk toenemend gebruik van Genetisch Gemodificeerde
Organismen ( GGO' s) op de wereldmarkt roept tal van vragen op. Wat zijn het? Zijn ze gevaarlijk voor de
mens? Zullen ze geen extra aanleiding geven tot een voedselvoorziening met twee snelheden? Welke
impact kunnen ze hebben op het leefmilieu? Zijn er waarschuwingssystemen voorzien en voorzorgsmaatre-
gelen getroffen? Dit dossier wil concrete informatie bieden vanuit één enkel uitgangspunt: een vergelijking
tussen de bestaande theses, ook als ze onverzoenbaar lijken. " Document is enkel beschikbaar in het Frans.
Thematiek wordt binnen de organisatie opgevolgd, o. a. door Ingrid Vanhaevre, Marc Vandercammen en
Catherine Grimonpont.
> sociale kaart 273
274
274
Page 275
276
274 > rapport 1 bis
Officieel vertegenwoordigd:
OIVO neemt voor de verbruikersorganisaties verschillende mandaten op in raadgevende commissies en is
betrokken bij de voedingsvoorlichting in Vlaanderen en Wallonië.
Banden met:
Platform Veilig Voedsel-campagne ( zie verder)
275
275
Page 276
277
T EST-A A N K O OP
Contact:
C. V. B. A. Verbruikersunie Test-Aankoop
Gwendolyn Maertens: volgt biotechnologie op
gmaertens@ test-aankoop. be
Hollandstraat 13 1060 Brussel
België
Tel: 02.542.32. 11 Fax: 02.542.32.50
http: / / www. testaankoop. be
Werking:
Test Aankoop is een onafhankelijke consumentenvereniging met zowat 300.000 leden in België. Zij geeft
meerdere tijdschriften uit met onafhankelijke en objectieve informatie hoofdzakelijk gebaseerd op
vergelijkend warenonderzoek: bijv. Test-Aankoop Magazine en Test-Gezondheid
De doelstelling van Test Aankoop is de verbruikers van producten en de gebruikers van openbare en privé-
diensten informeren, vertegenwoordigen en verdedigen. Niet alleen in hun hoedanigheid van koper, maar
ook in die van spaarder, verzekerde, patiënt, gebruiker van openbare diensten, belastingplichtige . . . Ons
werkterrein is de consumptie. Elke consumptie, maar ook niet meer dan de consumptie.
Sinds 1957 streeft Test-Aankoop ernaar om de consument over voeding en andere onderwerpen informatie
te verstrekken die nuttig en bruikbaar is, en die ook effectief gebruikt wordt. Hoe eet ik gezond en even-
wichtig? Hoe kies ik mijn voedingswaren? Waar moet ik vooral op letten wanneer ik mijn inkopen doe? Hoe
moet ik de etiketten lezen en interpreteren? Dit zijn nog maar enkele voorbeelden van praktische vragen
waarop Test-Aankoop regelmatig antwoorden probeert te geven via de vergelijkende tests in de eigen tijd-
schriften, via de praktische gidsen die worden uitgegeven of via de website www. test-aankoop. be.
Naast deze praktische informatie levert Test-Aankoop ook inspanningen op het gebied van lobby-en
> sociale kaart 275
276
276
Page 277
278
276 > rapport 1 bis
persacties die erop gericht zijn om de nationale en Europese wetgevingen aangaande consumentenzaken in
het belang van de consument te doen veranderen.
Ter illustratie hier enkele recente campagnes en acties opgesomd: een interactieve database over de
additieven, diverse rekenbladen over dieetfactoren ( de index van de lichaamsmassa, e. a. ) , biologisch kopen
of niet? , honing en antibiotica, schoolmaaltijden, GGO' s, de temperaturen in de voedingsdistributie, de
gekkekoeienziekte, 200-pagina dikke brochure Vergif op uw bord? omtrent voedingsadditieven, en nog
vele andere.
Details organisatie:
Om haar reputatie van integriteit en onafhankelijkheid te waarborgen, onderwerpt TA zich aan verschillende
regels, met als voornaamste:
TA behoort tot geen enkele politieke of filosofische strekking. Haar enige " partij" is die van de
consument;
TA is financieel onafhankelijk. Haar budget stelt ze samen met de bijdragen en het abonnementsgeld
van haar leden en met de verkoop van haar publicaties;
geen reclame: haar publicaties bevatten geen enkele regel tekst die door producenten of verkopers is
betaald of ingegeven.
Scan
Jongerenmagazine van Test-Aankoop.
http: / / www. scan. be
Standpunten en Activiteiten omtrent GGO s:
1995 Test-Gezondheid, nr 5. Studie Genetisch gemanipuleerde tomaat : " De Amerikaanse tomaten-
producenten hebben een middel gevonden om de broosheid van tomaten te beperken. Op kunstmatige
wijze wordt het enzym dat verantwoordelijk is voor de rijping onderdrukt. Wat te denken van deze techniek
en de producten waarop dit wordt toegepast? Wat is de prijs van de nieuwe variëteit die de naam Flavour
Savour draagt? "
277
277
Page 278
279
1997 Test-Aankoop Magazine, nr 402. Dossier Genetisch Gemanipuleerd Voedsel met vragen als welke
voordelen bieden genetisch gemanipuleerde voedingsmiddelen? Waarin ze verschillen van de gewone? Zijn
er risico' s aan verbonden? Hoe zit het met het DNA en de GGO ( genetisch gemodificeerde organismen) ?
Welke reglementering is hier van toepassing? Bestaat er reeds een wet in het buitenland, en meer bepaald
in de VSA? Aan welke voorwaarden zouden deze voedingsmiddelen moeten onderworpen worden? "
1998 Tes-Gezondheid, nr 23. Dossier De vele gedaanten van soja , ingegeven door heisa omtrent gg soja en
de verspreiding ervan in voedsel keten. " Welke herkomst heeft soja? Welke zijn de kenmerken van deze
plant ( boon) ? Wat te denken van de verscheidene afgeleide producten: sojakaas of " tofu" , sojaroom, soja-
filtraat of " tonyu" , gefermenteerde melk of " yofu" , desserten op basis van soja, sojameel, sojavlees, melk-
surrogaten voor baby' s, sojamayonaise of " sojanese" , sojalecithine, soja-olie, sojaminarine, sojascheuten,
zwarte sojasaus, soja-isolaten en -concentraten, miso, tamari of shoyu en tempeh? Waaruit zijn ze samen-
gesteld? Welke zijn hun voor-en welke hun nadelen? Biedt soja een goed alternatief voor wie allergisch is
voor koemelk of lactose? Kan men allergisch zijn voor soja? Is genetisch gemanipuleerde soja gevaarlijk? "
1999 Test-Aankoop Magazine, nr 417. Test Genetische Manipulatie : " Eten wij reeds eetwaren die werden
bereid met GGO' s? Jawel. Wij onderzochten 53 producten bereid met min of meer grote hoeveelheden maïs
of soja. In vier van die producten werden GGO' s aangetroffen: in chips en in hespenworst. Volgens de
huidige stand van de wetenschap houden de maïs en de soja die op de Europese markt zijn geen bekend
risico in, noch voor de gezondheid van de consument, noch voor het leefmilieu. Maar Test-Aankoop eist
dat de consument behoorlijk geïnformeerd wordt over de aangebrachte wijzigingen, dat er controle zou zijn
door een onafhankelijke en bevoegde instantie en dat de producenten aansprakelijk zouden worden
gemaakt voor de bestaande en de toekomstige risico' s. "
2000 Test-Aankoop Magazine, nr 435. Dossier GGO s: stand van zaken : " De negatieve reacties die
genetisch gemodificeerde organismen uitlokken bij consumenten, kunnen vooral worden verklaard door
een gebrek aan duidelijkheid. Daarom eist Test Aankoop een nultolerantie op het vlak van etikettering.
Het etiket moet dus op een ondubbelzinnige manier vermelden of het eindproduct al dan niet GGO bevat.
> sociale kaart 277
278
278
Page 279
280
278 > rapport 1 bis
Test Aankoop vindt ook dat volledige en gestructureerde informatie moet worden verstrekt, zowel op
nationaal als op Europees niveau. Tot slot moeten de zaadproducenten ( en niet de boeren) verantwoordelijk
worden gesteld voor alle schade die de ontwikkeling en de commercialisering van GGO eventueel met zich
zouden meebrengen. "
2000 Als lid van Vlaamse Land en Tuinbouwraad meegeschreven aan desbetreffend ggo-advies.
2001 Test-Gezondheid, nr 43. Dossier over voedingsadditieven, want " dioxinekippen, GGO, dolle koeien-
ziekte, dierlijk veevoeder De consument maakt zich terecht zorgen over de kwaliteit van zijn voeding.
En wat met de talloze additieven? Welke worden gebruikt en waarom? Zijn ze allemaal onschadelijk? " Op
de website is een mini-dossier over additieven met o. a. een interactieve databank met alle additieven die
vandaag worden gebruikt. Welke daarvan zijn twijfelachtig, welke nutteloos, welke misleidend en welke
aanvaardbaar ? Je kan zoeken via de naam, het E-nummer of de categorie. Veel GGO s zullen er ( nog) niet
te vinden zijn natuurlijk.
2002 Test-Gezondheid, nr 47. GGO s in Europa , commentaar bij nieuwe Europese regelgeving:
" De consument beter informeren, het publiek raadplegen, de etikettering verbeteren, de traceerbaarheid
verzekeren. . . De nieuwe Europese regels inzake genetisch gemodificeerde organismen komen tegemoet aan
een aantal van onze verzuchtingen. "
Officieel vertegenwoordigd:
België:
-Vlaamse Land en Tuinbouwraad.
-Platform Veilig Voedsel
Europees:
TA is lid en oprichter van vzw CONSEUR. Aangezien de consument steeds meer in een Europese leefomge-
ving terechtkomt, nam TA in 1990 het initiatief om de Europese groep CONSEUR ( Europese Consumenten)
279
279
Page 280
281
op te richten. CONSEUR gaat in 5 Europese landen ( achtereenvolgens in België, Spanje, Italië, Portugal en
Frankrijk) op dezelfde manier te werk inzake de informatieverstrekking aan en de verdediging van de
consument. Momenteel verenigt CONSEUR meer dan één miljoen Europese consumenten, publiceert ze 32
consumententijdschriften in 5 talen en heeft ze 620 medewerkers in dienst ( ingenieurs, chemici, statistici,
apothekers, artsen, economisten, financieel analisten, redacteurs, ontwerpers enz. ) . Hiermee is CONSEUR
de belangrijkste verbruikersvereniging in Europa geworden.
TA is lid en medeoprichter van het BEUC ( Bureau Européen des Unions de Consommateurs) , de spreekbuis
van de Europese consumenten bij de Europese instellingen.
TA is verder actief lid van ICRT ( International Consumer Research & Testing) , die onafhankelijke verbruikers-
verenigingen samenbrengt om gezamenlijk vergelijkende tests te organiseren.
TA is tot slot lid en medeoprichter van Consumers International, de wereldorganisatie die de verbruikers-
verenigingen over de vijf continenten overkoepelt.
Banden met:
Europese en Belgische verbruikersconsumentenorganisaties
Via Platform Veilig voedsel en Vlaamse Land en Tuinbouwraad o. a. met landbouworganisaties, vakbonden,
universiteiten, overheid. . .
Zo n 300.000 leden.
> sociale kaart 279
280
280
Page 281
282
280 > rapport 1 bis
P LAT F O R M V E I L I G V O E D S EL
Campagne en tijdelijk samenwerkingsverband
Contact:
Platform Veilig Voedsel
Ingrid Vanhaevre, campagne verantwoordelijke OIVO
Riddersstraat 18 B 1050 BRUSSELTel:
02/ 547 06 11 Fax: 02/ 547 06 01
http: / / www. veiligvoedsel. org
Werking:
Het Platform Veilig Voedsel is een samenwerkingsverband van de consumentenverenigingen, de vertegen-
woordigers van de landbouworganisaties, de voedingsindustrie en de distributie, en de Ministeries van
Volksgezondheid, Economie en Landbouw. Het is een een samenwerking tussen alle instanties die betrokken
zijn bij de voedselketen: van landbouw tot verbruik. Ze werd gerealiseerd in het kader van een informatie-
campagne van de Europese Unie over veilig voedsel.
Voorbeeldactie: enquête bij jongeren over veilig voedsel.
Een bevraging van meer dan 300 jongeren gaf aan dat Belgische jongeren nuchter aankijken tegen voedsel-
veiligheid. Ze kennen de mogelijke risico' s en weten in zekere mate hoe ze zelf een rol kunnen spelen in
voedselveiligheid. Toch vinden ze het garanderen van voedselveiligheid vooral een taak van de overheid. De
tieners zien de Voedingsinspectie ( 74% ) en de voedingsindustrie ( 53% ) als de belangrijkste verantwoordelij-
ken die voedselproblemen kunnen vermijden. Slechts 9% vindt de ouders daarvoor verantwoordelijk en 6%
de jongeren zelf.
281
281
Page 282
283
Details organisatie:
Vooral interessant omdat het veel actoren omtrent voedsel en gezondheid rond de tafel brengt.
Samenwerking van ABVV, ACLVB, Gezinsbond, KAV, Socialistische Mutualiteiten, Test Aankoop, OIVO,
Verbruikersateljee, VSZ, FEVIA, FEDIS, VDV, Belgische Boerenbond, TWA, VAC, Federaal Agentschap Voedsel
Veiligheid, Eetwaren Inspectie, Instituut voor Veterinaire Keuring, DG4, DG5, Enomische Inspectie -CEL info,
Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid, AGRINFO, vzw NUBEL ( = Belgische voedingsmiddelenta-
bel) , Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie.
Thema s en standpunten:
Genetische Modificatie en Levensmiddelen is één van de aangekondigde thema s.
Voorlopig nog geen acties of publicaties hieromtrent.
Activiteiten omtrent GGO s:
Voorlopig nog geen, maar acties rond het thema worden voorbereid.
Officieel vertegenwoordigd:
Onderdeel van EU campagne veilig voedsel.
Banden met: Zie leden.
> sociale kaart 281
282
282
Page 283
284
282 > rapport 1 bis
D G SA NCO
EU Algemene Directie Gezondheid en Bescherming van de consumenten
Contact:
Directoraat Generaal SANCO
Robert Coleman, directeur
Woordvoerders:
Beate Gminder
( particulary food safety, animal health)
200, rue de la Loi, B-1049 Brussels
Tel: 0032/ 2/ 2965694 Fax: 0032/ 2/ 2964284 Mobile: 0032/ 498/ 965694
e-mail: Beate. Gminder@ cec. eu. int
Thorsten Münch
( particularly public health, juridical and economic protection of consumer rights)
200, rue de la Loi, B-1049 Brussels
Tel: 0032/ 2/ 2961063 Fax: 0032/ 2/ 2964384 Mobile: 0032/ 498/ 961063
e-mail: Thorsten. Muench@ cec. eu. int
http: / / europa. eu. int/ comm/ dgs/ health_ consumer/ index_ en. htm
Werking:
De Europese Unie beschikt over een eigen dienst die zich speciaal met consumentenzaken bezighoudt: de
Algemene Directie Gezondheid en Bescherming van de consumenten. Haar taak bestaat erin de gezondheid,
de veiligheid en de economische belangen van de consumenten te verdedigen op het niveau van de
Europese Unie.
283
283
Page 284
285
De activiteiten van de DG SANCO die in het bijzonder met de gezondheid en de veiligheid van de
consumenten te maken hebben, zijn:
-de reglementeringen betreffende veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden voorstellen en controleren;
-de Europese wetenschappelijke comités coördineren die zich met de gezondheid van de consumenten
bezighouden;
-de inspecties in de Europese Unie en erbuiten uitvoeren, teneinde erop toe te zien dat de regels inzake
hygiëne en voedselveiligheid over de hele lengte van de voedselketen worden gerespecteerd;
-de gezondheidsrisico' s van de consumenten op korte, middellange en lange termijn evalueren en
analyseren;
-bijdragen aan de veiligheid van de producten en diensten die voor de consumenten bestemd zijn in de
Europese Unie.
Details organisatie:
Thema s en standpunten:
Voedselveiligheid en menselijke gezondheid zijn twee van de belangrijkste thema s die worden onderzocht.
Activiteiten omtrent GGO s:
O. a. berichtgeving omtrent EU-bezigheden omtrent GGO s: wetgeving, discussies, persberichten, toespraken
gebundeld.
Bijlage 1 -DG Sanco
Brussels, 3 July 2002
COMMISSION PROPOSALS FOR A TRUSTWORTHY AND ENVIRONMENTALLY SAFE APPROACH TO GMOS AND
GM FOOD AND FEED BACKED BY EUROPEAN PARLIAMENT
The European Parliament completed today its first reading on two Commission proposals on genetically
modified organisms ( GMOs) which establishes a sound Community system to trace and label GMOs and to
> sociale kaart 283
284
284
Page 285
286
284 > rapport 1 bis
regulate the placing on the market and labelling of food and feed products derived from GMOs. The new
legislation is intended to further facilitate a trustworthy and environmentally safe approach to GMOs, GM
food and GM feed and to ensure consumer choice through comprehensive labelling. The legislative package
consists of a proposal( 1) for traceability and labelling of GMOs and products produced from GMOs and a
proposal( 2) on regulating GM food and feed. It will require the traceability of GMOs throughout the chain
from farm to table and provide consumers with information by labelling all food and feed consisting of,
containing or produced from a GMO.
The European Parliament broadly supported the two proposals adopting a large number of amendments to
the legislative package. The majority of amendments do not alter the general thrust of the Commission
proposals. The Commission is pleased that Parliament rejected the more extreme amendments which would
have required, for example, compulsory labelling of meat, milk and eggs obtained from animals fed on GM
feed. This would not be workable in practice. Moreover, Parliament supported the Commission' s proposals
to require the labelling of all GM food and feed irrespective of the presence of transgenic DNA or protein.
This will guarantee freedom of choice for consumers. However, the Commission is holding a firm line in
rejecting those amendments which would put significant obstacles in the way of the practical implementa-
tion of the legislation and hamper international trade. In particular, the Commission cannot accept the
amendment which would rule out tolerance of minute traces of unauthorised but scientifically positively
assessed GM material. The same applies to an amendment which would require the precise identification
( through a unique code) of GMOs which are not to be disseminated into the environment. These
amendments would represent a high cost for the operators without providing significant benefits in terms
of risk management.
Commissioners Wallström and Byrne welcome the completion of the first reading by the European
Parliament.
Commissioner David Byrne said " I want all GM food and feed labelled and I am pleased to see the
Parliament supporting my approach. Moreover, the comprehensive labelling will allow consumers to decide
if they want to buy food produced from GMOs. The two proposals together strike a good and balanced
compromise between differing views. I firmly believe that they also provide the right approach to foster
285
285
Page 286
287
public confidence and social acceptance of the application of biotechnology in agri-food production.
They will also give legal certainty for business operators as well as facilitating trade"
Environment Commissioner Margot Wallström said: « By ensuring that GMOs can be traced at all stages in
the production and marketing chain, we provide a robust safeguard system and the foundation for a
comprehensive labelling system. In this way, we address some of the most critical concerns of the public
regarding the environmental and health effects of GMOs and enable consumers to chose. I believe our
proposals will build public confidence in new technologies. This in turn will facilitate business development
and international trade »
The report of the European Parliament will now be transmitted to the Council. It is expected that the
Council will adopt its Common Position this autumn.
( 1) Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council concerning traceability and
labelling of genetically modified organisms and traceability of food and feed products produced from
genetically modified organisms.
( 2) Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council on genetically modified food
and feed.
Bijlage 2 DG Sanco : standpunt van EU-commissari
Alden Biesen, 18 September 2003
BYRNE AND FISCHLER CALL FOR POLITICAL LEADERSHIP ON GMO S
Speaking at the Informal Agriculture Council in Alden Biesen/ Belgium today, Franz Fischler, Commissioner
for Agriculture, Rural Development and Fisheries and David Byrne, Commissioner for Health and Consumer
Protection called upon policy makers to show leadership when it comes to the issue of Genetically Modified
Organisms ( GMOs) . " As the heated public debate in Europe shows, it is of utmost importance to respond to
the concerns of our society. This is what the Commission did by proposing clear labelling, traceability and a
sound science based authorisation process. It is not my understanding of political leadership to echo popu-
> sociale kaart 285
286
286
Page 287
288
286 > rapport 1 bis
list stances and play on fears in order to score cheap political points" , said Fischler. David Byrne added: " A
high level of protection, consumer choice and transparent, uniform and efficient authorisation procedures
are key elements in fostering social acceptance and trust in the application of biotechnology to food and
feed. Very often the debate on GMOs has generated more heat than light. We must ensure, as political
leaders, that the unbiased facts on bio-technology are placed before our citizens to see and understand.
Too many false claims has been made which do not reflect the science-based approach to food safety that I
advocated. Therefore I call on all sides to have a rational debate and to take a balanced approach. In the
minds of the European public, safety is the most important ingredient of their food. Compromising on food
safety is not the way forward. The overarching principle of the existing and proposed legislation of the
Commission on GMOs is that GM food and feed is not and must not present a risk for human health, animal
health or the environment" .
David Byrne presented to Agriculture Ministers for the first time the recently adopted proposals of the
Commission on traceability and labelling of GM food and GM feed. He underlined: " The current EU labelling
scheme provides that GM foods have to be labelled if traces of DNA or protein resulting from the genetic
modification are detectable in the final product. I believe that we can do better than that. The choice that I
want to give Europe' s consumers is very simple -" I can choose whether or not to buy food produced from a
GMO" . For the very first time GM-feed will also need to be clearly labelled to give farmers a choice. And it
will involve the European Food Authority in the authorisation process thus enabling Europeans to have a
one door -one key approval process" .
" The question of GMOs" , Fischler went on, " is way too important, not only for the farmers and the industry
or the scientific world, but also in job terms. We have to protect consumers from possible risks, we have to
talk openly about the pros and cons of biotech. We should take a pro-active stance. We must explain to the
people out there what they risk if we turn our back on this technology. We must make clear what benefits
biotech can bring to them, from hunger-relief by making crops resistant against drought to its responsible
application in the field of medicine. And here we, admittedly, must do better" .
Fischler also underscored that one of the main challenges in the GMO context was to maintain the viability
of both, conventional and organic farming. " Organic produce must remain GM-free. We have to ensure that
contamination of organic production with GMOs does not take place" .
287
287
Page 288
289
V E R B R U I K E RSAT E L J EE
Contact:
Verbruikersateljee
Grasmarkt 105 bus 518 1000 Brussel
Tel. : 02/ 552.02. 48 Fax: 02/ 552.02.55
E-mail: verbruikersateljee@ skynet. be
Web: www. verbruikersateljee. be
Werking:
Het Verbruikersateljee is een krtische sociaal-culturele vereniging die zich toespitst op de belangenverdedi-
ging van de verbruikers, o. m. inzake gezondheid en veiligheid. Ze richten zich zoals Test-Aankoop rechts-
reeks tot de verbruiker, door informatie te geven en te adviseren met betrekking tot individuele problemen.
Met gerichte acties, publicaties, onderzoeken, informatiecampagnes en dergelijke wil het de verbruiker
waarschuwen voor de verschillende valkuilen in ons " consumptieparadijs" . Tevens tracht het de verbruiker
te wapenen in geval van conflict. Dit kan de vorm aannemen van advies aan individuele verbruikers, maar
vooral zal worden gestreefd naar collectieve oplossingen, door informatieverstrekking, acties, stappen naar
het beleid toe,
Het Verbruikersateljee biedt ook ondersteuning aan alle verenigingen die activiteiten ontwikkelen die raak-
punten hebben met het verbruik. Wij denken hierbij onder meer aan krediet en schuldproblemen, rechtstoe-
gang, huurproblemen, patiëntenrechten, enz.
De CVB-Verbruikersateljee geeft het maandblad Link Bulletin uit.
Details organisatie:
Thema s en standpunten:
Algemeen: " In tegenstelling tot wat de publiciteit ons dagelijks voorhoudt bevindt de verbruiker zich veelal
> sociale kaart 287
288
288
Page 289
290
288 > rapport 1 bis
in een onvrije en zwakke positie. Door advertentiecampagnes en dergelijke wordt gepoogd zijn gedrag te
beïnvloeden en te richten. Fabrikanten en handelaars beschikken bovendien over een monopoliepositie
inzake informatie: zij kunnen beslissen welke informatie wordt verstrekt en op welke wijze dit geschiedt.
Het Verbruikersateljee wil vooral kritisch optreden. "
Inzake voeding staat de biologische landbouw en duurzame ontwikkeling bovenaan de agenda.
Activiteiten omtrent GGO s:
Geen bekend.
Officieel vertegenwoordigd:
O. a. Platform Veilig Voedsel.
Banden met:
Leden/ verbruikers.
Andere consumentenorganisaties.
Via Platform Veilig Voedsel ( en waarschijnlijk nog wel wat andere raden) met vakbonden,
landbouworganisaties, overheid. . .
289
289
Page 290
291
> sociale kaart 289
N I CE
Het Nutrition Information Center verzamelt en verspreidt onder toezicht van een wetenschappelijke advies-
raad objectieve, wetenschappelijke en opvoedkundige informatie over voeding en gezondheid. Banden met
VLAM.
Walter Vandepitte, voorzitter
Hilde De Geeter, woordvoerdster
02/ 250 12 20
02/ 250 12 29
mailto. nicevzw@ skynet. be
www. nicevzw. be
290
290
Page 291
292
290 > rapport 1 bis
E L C K E R -IK
Volkshogeschool
Contact:
Elcker-Ik Milieu ( A' pen)
Breughelstraat 31-33 2018 Antwerpen
tel: 03 218 65 60 fax: 03 281 02 45
e-mail: volkshogeschool. elcker-ik@ pandora. be
contactpersoon: Christel Grieten
Werking:
Elcker-ik Milieu maakt deel uit van de Volkshogeschool Elcker-ik Antwerpen. Elcker-Ik Milieu stelt zich als
doel stelt om, via vorming, projecten, actie-en animatiewerk, de milieubeweging in Vlaanderen te onder-
steunen. Zo werkt Elcker-Ik Milieu actief samen aan projecten rond voedselteams, autodelen, woongemeen-
schappen, burgerparticipatie, en ondersteunt het verschillende actiegroepen, buurtcomités, milieu-en
basisgroepen.
291
291
Page 292
293
> sociale kaart 291
K
Elcker-ik Voedselteams
Koning Albertlaan 2 3010 Kessel-Lo
tel: 016 35 05 51 of VeCo: 016 31 65 93 fax: 016 35 05 66
e-mail: elcker. ik@ planetinternet. be
contactpersoon: Jeanneke van de Ven
Werking:
Voedselteams is een model van directe producent-consumentrelaties op voedselvlak. Op lokaal vlak worden
groepen consumenten gevormd, die lange-termijn-overeenkomsten sluiten met producenten voor de afname
van gezonde basisvoedselproducten uit eigen streek. Voedselteams streeft met dit model naar ondersteu-
ning van een gezonde voedselproductie voor mens en milieu, naar duurzame landbouw en streekgebonden
consumptie. Voedselteams bestaan in alle regio' s van Vlaanderen.
292
292
Page 293
294
292 > rapport 1 bis
B G JG
Bond van Grote en Jonge Gezinnen
Contact:
Bond van Grote en Jonge Gezinnen ( BGJG)
Troonstraat 125 1050 Brussel
tel: 02 507 88 11 fax: 02 511 90 65
web: http: / / www. gezinsbond. be
Werking:
De Bond is een vzw, werkt volkomen onafhankelijk en verdedigt de belangen van de gezinnen uit alle
levensbeschouwelijke en maatschappelijke kringen. De Bond wil, als grootste gezinsbeweging in
Vlaanderen,
de solidariteit tussen de gezinnen bevorderen,
de belangen van de gezinnen behartigen,
ijveren voor een gezins-en kindvriendelijk klimaat.
De consumentenwerking van de BGJG kaart in haar 150 verbruikersclubs actuele verbruikersproblemen aan.
Jaarlijks worden in het vormingsprogramma verschillende thema' s besproken, waaronder steevast een
onderwerp aan bod kamt dat nauw aansluit bij bewust verbruiken. De consumentenwerking geeft een tijd-
schrift Koop Zo uit, terwijl het tijdschrift van de BGJG de naam De Bond draagt
293
293
Page 294
295
SVV
Socialistische Vooruitziende Vrouwen
Contact:
SVV
Agoragalerij, Grasmarkt 105 bus 43 1000 Brussel
Tel 02/ 5483211 Fax 02/ 5483377
E-mail socialistischevrouwen@ sp. be
Werking:
Politieke vrouwenbeweging van de SP, die ijvert voor de opheffing van de ongelijkwaardige positie van vrouwen in de
samenleving. Activiteit: dienstverlening, vorming, begeleiding, documentatiecentrum, politieke actie, uitgeven van
audiovisuele en andere publicaties.
Activiteiten omtrent GGO s:
Organiseert studiedagen over het publiek debat omtrent GGO s in plaatselijke afdelingen.
> sociale kaart 293
294
294
Page 295
296
294 > rapport 1 bis
KAV
Katholieke Arbeiders Vrouwen
Contact:
KAV
Poststraat 111 1210 Brussel
tel: 02 220 30 11 fax: 02 220 30 81
e-mail: pr@ kav. be
web: http: / / www. kav. be/
Werking:
De Kristelijke Arbeidersvrouwenbeweging heeft als doel vrouwen kansen te bieden tot persoonlijke
ontwikkeling om zo zichzelf en de maatschappij waarin ze leven beter te begrijpen en hun volwaardige
deelname aan het maatschappelijke gebeuren te bevorderen. Als verbruikersvereniging maakt de KAV
werk van kritische, milieubewuste consumentenvoorlichting en is al jaren pleitbezorger van duurzame
ontwikkeling.
Details organisatie:
180.000 vrouwen in Vlaanderen zijn lid van de KAV.
295
295
Page 296
297
A B VV
Algemeen Belgisch Vakverbond
Contact:
ABVV
Mia De Vits, voorzitster
Hoogstraat 42 1000 Brussel
tel: 02 506 82 11 fax: 02 506 82 67
web: http: / / www. abvv. be/
Werking:
Het Algemeen Belgisch Vakverbond is een ledenorganisatie die via een uitgebreid kantorennet ruim 1
miljoen leden helpt met deskundig advies inzake werkloosheid, arbeidsongevallen, pensioen, kindergeld,
belastingen, consumptie Als vakbond verdedigt het ABVV de belangen van de werknemers op de werk-
plek, binnen de sectoren en in allerlei overlegorganen, o. a. het Raad voor het Verbruik. Tegenover de werk-
geversmacht bouwt het ABVV een vakbondstegenmacht op, zowel binnen als buiten de bedrijfsmuren en
landsgrenzen. Maar het ABVV is meer dan een dienstverlenende organisatie: als beweging werkt het aan
een menselijkere samenleving. Het ABVV blijft ijveren voor sociale verworvenheden, die door de concurren-
tie en mondialisering onder vuur komen te liggen.
Maandelijkse nieuwsbrief Echo
Details organisatie:
Komt op voor de belangen van zo n 1. 200.000 werknemers.
> sociale kaart 295
296
296
Page 297
298
296 > rapport 1 bis
Thema s en standpunten:
Organisatie die werknemers beschermd en strijd voor een rechtvaardiger wereld.
Activiteiten omtrent GGO s:
Specialiste GGO s is Annick Clauwaert. Zij zetelt in naam van ABVV in onder meer de MiNa-raad, SERV, VLTR
en FRDO en ook in de Algemene Vergadering van het VIB.
ABVV ( zijnde mevr. Clauwaert, en voor FRDO ook nog dhr. Dirk Van Everdooren) had dus een stem in meer-
dere van de 5 genegeerde adviezen, plus in die van de FRDO.
Officieel vertegenwoordigd:
MiNa-raad
Vlaamse Land en Tuinbouw Raad
SERV
Federale Raad Duurzame Ontwikkeling
11. 11. 11
VODO
Platform Veilig Voedsel
Contact:
ABVV-jongeren
Watteeuwstraat 10 1000 Brussel
tel: 02 513 07 74 fax: 02 289 01 89
e-mail: abvvjongeren@ vlaams. abvv. be
web: http: / / www. abvvjongeren. be
297
297
Page 298
299
Werking:
ABVV Jongeren is de socialistische jongerenvakbond. Leden ontvangen het ledenblad ' Magik? ' . De ABVV
jongeren verspreiden info om jobstudenten, schoolverlaters, studiebeursaanvragers, kortom scholieren en
studenten, met raad en daad bij te staan. Daarnaast worden activiteiten georganiseerd rond jongerentoe-
standen en doen ze er ook iets aan: zo doen de ABVV-jongeren nu mee aan de 5 opdrachten van
Worldshake, een pluralistische jongerencampagne om de kloof tussen arm en rijk te dichten.
Contact:
Culturele Centrale
Hoogstraat 42 1000 Brussel
tel: 02 289 01 70 fax: 02 502 55 91
e-mail: cc@ vlaams. abvv. be
Werking:
De Culturele Centrale is een organisatie die verbonden is met het ABVV. In heel Vlaanderen brengt zij plaat-
selijke groepen mensen bijeen rond socio-culturele activiteiten. Dit zijn veelal activiteiten met ' emancipato-
rische aspiraties' : activiteiten die de deelnemers bewust, mondig en weerbaar maken rond allerlei proble-
matieken. Op die manier probeert de Culturele Centrale mensen ' in beweging' te zetten, op weg naar een
betere maatschappij.
> sociale kaart 297
298
298
Page 299
300
298 > rapport 1 bis
ACLVB
Algemene Centrale van Liberale Vakbonden van België
Contact:
http: / / www. aclvb. be
Werking:
Details organisatie:
Komt op voor de belangen van zo n 220.000 werknemers.
Activiteiten omtrent GGO s:
GGO-adviezen SERV, VLTR, MiNa-raad.
Officieel vertegenwoordigd:
SERV
MiNa-raad ( Martine Lefèvre / Jan Vercamst)
VLTR
FRDO
11. 11. 11
299
299
Page 300
301
> sociale kaart 299
ACV
Algemeen Christelijk Vakverbond
Contact:
Algemeen Christelijk Vakverbond ( ACV)
Postbus 20 1030 Brussel
tel: 02 246 31 11 fax: 02 246 30 10
e-mail: acv@ acv-csc. be
web: http: / / www. acv-csc. be/
Werking:
Het ACV ( Algemeen Christelijk Vakverbond) is de grootste vakbond van België met 1, 5 miljoen leden. Het
ACV groepeert werknemers uit alle bedrijfstakken, zowel arbeiders als bedienden en kaderleden, uit de pro-
fit-en de non-profitsector, uit de privé-bedrijven en uit de openbare diensten. Het ACV is niet alleen een
professionele organisatie, maar ook en vooral een vrijwilligersorganisatie. 80.000 militanten zetten zich
vrijwillig in voor hun collega' s in de ondernemingen en in de plaatselijke afdelingen. Het ACV hecht veel
belang aan de ruimere solidariteit en emancipatie van de werknemers. Daarom werkt het ACV samen met
andere christelijke arbeidersbewegingen die actief zijn op het sociaal-economisch terrein en op het sociaal-
cultureel terrein. Al deze organisaties worden overkoepeld door het Algemeen Christelijk
Werknemersverbond ( ACW) .
Details organisatie:
Grootse vakbeweging in België, met1. 500.000 aangesloten leden.
Activiteiten omtrent GGO s:
Specialiste GGO s was Lutgart Slabbinck, nu niet meer werkzaam bij het ACV. In september 2002 was zij nog
300
300
Page 301
302
300 > rapport 1 bis
niet vervangen. Zij zetelde in naam van ACV in onder meer de MiNa-raad, SERV en VLTR en ook in de
Algemene Vergadering van het VIB.
ACV ( zijnde Lutgart Slabbinck) had dus een stem in meerdere van de 5 genegeerde adviezen,
Officieel vertegenwoordigd:
MiNa-raad
Vlaamse Land en Tuinbouw Raad
SERV
11. 11. 11
VODO
Platform Veilig Voedsel
Bijlage: handel en ontwikkelingslanden
WAT STAAT ER OP HET SPEL ?
Internationale handel is evenmin een wondermiddel dat ervoor zorgt dat een economie in een hoger stadi-
um van ontwikkeling terecht komt. De cijfers zelf spreken boekdelen. Op 13 ontwikkelingslanden na is het
aandeel van de resterende groep van ontwikkelingslanden in de werelduitvoer van industriële producten
van ' 80 tot ' 98 gestagneerd en bedraagt het niet meer dan 3% .
Het argument dat internationale handel de ontwikkelingslanden toegang verleent tot afzetmarkten met
enorme koopkracht gaat dus niet altijd op :
Om zich in de wereldeconomie te integreren ( alsmede onder druk van IMF en Wereldbank) moeten ont-
wikkelingslanden hun eigen economie openstellen voor invoer. In de meerderheid van ontwikkelingslanden
heeft dit tot gevolg gehad dat de eigen industrie en ondernemingen gewoonweg weggeveegd werden door
buitenlandse concurrenten die productiever zijn, meer beroep doen op innovatieve productieprocessen en
kapitaalkrachtiger zijn.
Omgekeerd werden die sectoren van economische activiteit waar de ontwikkelingslanden een zoge-
naamd ' comparatief voordeel' hebben door de geïndustrialiseerde landen afgeschermd ( Multivezelaccoord,
301
301
Page 302
303
bescherming en/ of subsidiëring van landbouw) .
Activiteiten die nog wél resteerden voor ontwikkelingslanden ( ontginning van grondstoffen) zijn dan
juist activiteiten waarvan de prijs op de internationale markten de neiging vertoont om te dalen in vergelij-
king met de prijs van de goederen en diensten die ontwikkelingslanden moeten invoeren.
Ontwikkelingslanden moeten dus meer produceren enkel en alleen om zich eenzelfde volume aan invoer te
kunnen bekostigen.
Het TRIPS accoord ( dat alle landen van de WTO de verplichting oplegt om een patentwetgeving af te
dwingen met een patentbescherming van twintig jaar) is in de praktijk een mechanisme dat de bevolking
van ontwikkelingslanden monopoliewinsten doet betalen aan multinationale ondernemingen.
WAT WILLEN WIJ ?
' Vrijhandel en niets anders dan dat' is géén principe waarop een succesvolle economische ontwikkeling
gebaseerd kan worden. Om te bekomen dat vrijhandel in dienst staat van economische ontwikkeling moet
er méér gebeuren. In Doha moet dus ook gesproken worden over een economisch beleid dat ontwikkelings-
landen niet alleen vrijhandel maar ook reële kansen tot economische ontwikkeling biedt. Daarenboven mag
de WTO -constructie geen obstakel zijn om voor ontwikkelingslanden die een actief beleid van economische
ontwikkeling willen voeren.
HOE WILLEN WE DAT BEREIKEN ?
De armste ontwikkelingslanden ( verdere) mogelijkheden bieden om jonge industriële activiteiten voorlo-
pig af te schermen van internationale concurrentie.
Armere ontwikkelingslanden een preferentiële toegang geven tot de markten van de geïndustrialiseerde
landen, mits fundamentele werknemersrechten gerespecteerd worden.
Het TRIPS accoord herzien zodat rekening gehouden kan worden met de behoeften en de financiële moge-
lijkheden van ontwikkelingslanden ( toegang tot betaalbare medicamenten, géén patentering van natuurlijke
rijkdom, verbod op genetisch gemanipuleerde gewassen die landbouwers in de Derde wereld ( én hier ! )
totaal afhankelijk maken van enkele multinationale bedrijven.
> sociale kaart 301
302
302
Page 303
304
302 > rapport 1 bis
ACW
Algemene Christelijke Werknemersorganisatie
Contact:
ACW
Postbus 20 1031 Brussel
tel: 02/ 246.37.29 fax: 02/ 243. 78.57
e-mail: acw@ acw. be
web: http: / / www. acw. be
contactpersoon: Jo Laenen
Werking:
De koepel van Christelijke werknemersorganisaties in Vlaanderen, die vele sociale organisaties groepeert,
wil 12 fundamentele doelstellingen realiseren. Het bevorderen van duurzame ontwikkeling, met als pijlers
solidariteit en rechtvaardigheid tussen de huidige en toekomstige generaties, tussen rijk en arm, tussen
Noord en Zuid, is een belangrijk onderdeel van deze doelstellingen.
Details organisatie:
Thema s en standpunten:
ACW wil Duurzame Ontwikkeling bevorderen : " Een beleid van duurzame ontwikkeling voorkomt en biedt
oplossingen voor economische problemen, milieuproblemen en armoede op wereldschaal. De pijlers van
duurzame ontwikkeling zijn solidariteit en rechtvaardigheid tussen de huidige en de toekomstige generaties,
tussen rijk en arm, tussen Noord en Zuid. De bouwstenen worden gevormd door internationale samenwer-
king, herverdeling, aandacht voor het milieu en zorgzaam omgaan met grondstoffen, energie, technische
innovaties en biogenetische toepassingen, structurele hervormingen in landen in ontwikkeling.
303
303
Page 304
305
N O G W E R K N E M E R S O R G A N ISAT I ES
Arbeid en Milieu vzw
Arbeid & Milieu is als samenwerkingsverband tussen de arbeiders-en de milieubeweging: een werkgroep
ter bevordering van een milieuvriendelijke economie. Arbeid & Milieu legt de klemtoon op de verdergaande
democratisering van de besluitvorming inzake productie-en consumptieactiviteiten.
Arbeid & Milieu vzw ( A& M)
Statiestraat 179 2600 Berchem
tel: 03 218 74 72 fax: 03 218 80 77
e-mail: secretariaat@ a-m. be
web: http: / / www. a-m. be/
Kristelijke Werknemersbeweging
De KWB is een sociaal-culturele vereniging voor volwassenen. De KWB is actief in 950 lokale afdelingen.
Eén van de thema s waarrond afdelingen actief zijn is " Onze leefomgeving" . De meesten van onze leden
( 95.000) zijn nog géén Bewuste Consumenten. Dank zij het Netwerk kunnen we samen bewuster worden.
Kristelijke Werknemersbeweging ( KWB)
Lakensestraat 76 1000 Brussel
tel: 02 210 88 11 fax: 02 210 88 93
e-mail: kwb@ kwb. be
web: http: / / www. kwb. be
> sociale kaart 303
304
304
Page 305
306
304 > rapport 1 bis
11. 11. 11
Koepel van de Vlaamse Noord-Zuid beweging
Contact:
11. 11. 11
Vlasfabriekstraat 11 1060 Brussel
02/ 536. 11. 11
02/ 536. 19. 10
info@ 11. be
http: / / www. 11. be
Werking:
11. 11. 11 bestaat sinds 1966 ( 11 november, 11 uur s morgens om precies te zijn) en wil 11. 11. 11 wil aandacht
én steun te vragen voor ' de Derde Wereld' . Doorheen de jaren is de politieke impact gegroeid en inmiddels
is het de grootste Belgische derdewereldorganisatie. Zo n 350 gemeentelijke 11. 11. 11-comités en meer dan
100 verschillende organisaties ( zie ledenlijst bijlage) vormen samen de Koepel van de Vlaamse Noord-
Zuidbeweging -11. 11. 11 v. z. w. Bij de jaarlijkse campagne steken zo n 25.000 vrijwilligers de handen uit de
mouwen.
Verder zijn er tal van campagnes, educatieve en politieke activiteiten die ddor 11. 11. 11 ondernomen worden.
Hier enkele voorbeelden van recente campagne: actie voor Tobin-taks, voor vrouwenrechten, tegen analfa-
betisme. . .
Details organisatie:
Tot midden 2000 was de koepel bekend onder de naam NCOS ( Nationaal Centrum voor Ontwikkelings-
samenwerking) . De naam 11. 11. 11 werd enkel gebruikt voor de jaarlijkse solidariteitsactie rond 11 november
305
305
Page 306
307
en voor de basisbeweging van comités die in de eigen gemeente de 11. 11. 11-campagne organiseren. Dat
leidde tot misverstanden bij de publieke opinie en bij de man en vrouw in de straat. Vanaf 1 september
2000 varen koepel en campagne onder dezelfde 11. 11. 11-vlag.
Thema s en standpunten:
De kloof tussen arm en rijk wordt dieper. 11. 11. 11 aanvaardt deze toestand niet. We weten immers dat
onderontwikkeling geen onvermijdelijk natuurfenomeen is, maar een gevolg van ongelijke verdeling van
macht en middelen tussen landen en bevolkingsgroepen. De globalisering van de wereldeconomie heeft dat
probleem alvast niet opgelost maar verscherpt.
Onze strijd tegen ongelijkheid en onrecht gaat uit van
Ontwikkeling is een mensenrecht. Het is gericht op bevrediging van materiële en niet-materiële basisbe-
hoeften van de mens en op het versterken van de sociale positie van de zwakste groepen. Ontwikkeling
moet duurzaam zijn, heeft oog voor de grenzen van het leefmilieu, en houdt rekening met de verschillende
rol en positie van mannen en vrouwen.
-Armoede en onderdrukking in het zuiden en in onze eigen samenleving is geworteld in onrechtvaardige
economische en politieke strukturen.
-De mondialisering van financiën, markten en ondernemingen leidt tot een steeds sterkere concentratie van
macht bij multinationale ondernemingen en grote financiële groepen, terwijl hun beleid en praktijk steeds
meer aan de controle van nationale en internationale overheden ontsnapt. In de genadeloze economische
concurrentiestrijd worden individuen, groepen mensen en landen met een zwakke positie uitgebuit en uit-
gesloten.
-Noord en Zuid kampen ook met een democratisch deficit . Mensen verliezen steeds meer de mogelijkheid
om hun eigen leven in handen te nemen. Belangrijke beslissingen, op nationaal en internationaal niveau,
ontsnappen aan democratische controle of bijsturing. De overheid moet opnieuw meer greep krijgen op
economie en ontwikkeling. Die overheid, nationaal en internationaal, moet dan wel democratisch worden
gestuurd en een herverdelend beleid voeren.
-Vechten voor echte ontwikkeling betekent vaak dat tegenmacht wordt opgebouwd tegenover de heersen-
> sociale kaart 305
306
306
Page 307
308
306 > rapport 1 bis
de belangengroepen en structuren. Die tegenmacht zal er komen door zelforganisatie van de betrokken
groepen en door solidariteit.
-De derdewereldbeweging wil fundamentele veranderingen in de wereld. Ze moet onrecht aanklagen en de
oorzaken ervan blootleggen, alternatieven ontwikkelen, druk uitoefenen voor een beter beleid en mee bou-
wen aan een wereldwijd bondgenootschap van progressieve krachten.
-11. 11. 11 speelt hierin, als koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging een specifieke rol. Ze wil de krachten
bundelen om drie grote opdrachten te realiseren: het sensibiliseren, informeren en mobiliseren van de
publieke opinie, steun geven aan en samenwerken met zuidelijke partners en internationale netwerken en
druk uitoefenen op politieke en economische machtscentra. Dit laatste vormt de belangrijkste hefboom om
fundamentele veranderingen te realiseren.
Officieel vertegenwoordigd:
Actieplatform Palestina
Acuerdo de Londres, 14 Europese NGO' s die werkzaam rond mensenrechten in Colombia.
Belgisch Sociaal Forum
CIFCA/ Mexico, netwerk van 25 Europese NGO' s vooral werkzaam rond Guatemala, handelsakkoorden met
Mexico en de Europese Unie en opvolging van de werkgroep opgericht n. a. v. de orkaan Mitch.
Cocosnet, Vlaams informatienetwerk over het Zuiden
Coprogram, Vlaamse Federatie van NGO' s voor ontwikkelingssamenwerking
CENTT, Coordination for European NGO Networking on Trade
CLONG, Comité de Liaison des ONG
Commissie Vrouwen en Ontwikkeling, adviescommissie voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking
Dialoogforum met de Civiele Maatschappij ( bij minister Louis Michel) .
EUROSTEP, European Solidarity Towards Equal Participation of People
EURODAD, European Network on Debt and Development
Europees overleg rond Tobin-taks ( en gezamenlijk EU-project met War on Want)
Europees Sociaal Forum
FRDO, Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling
307
307
Page 308
309
FWSCW, Federatie van Werkgevers van Sociaal-Cultureel Werk
Gendergroep
ICDA, International Coalition for Development Action
INFID, International NGO Forum on Indonesian Development
Nederlandstalige Vrouwenraad
OIDHACO, internationaal bureau voor de mensenrechten in Colombia
REC, Réseau Européen Congo
Vlaams en Belgisch netwerk tegen financiële speculatie
VVOB, Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand
VODO, Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling
WIDE, Women in Development Europe
WIO, Wereldcentrum Internationale Opvoeding
Bijlage 1 11. 11. 11 ledenlijst
Ngo-leden
ACT
AIB
Alians
ATOL
Belgisch Comité voor Hulp aan Eritrea
Bevrijde Wereld
Boliviacentrum
Broederlijk Delen
Caritas Internationaal Hulpbetoon
CDI/ Bwamanda
Cemuvo
> sociale kaart 307
308
308
Page 309
310
308 > rapport 1 bis
Damiaanactie
DZG-VSF Belgium
FOS Socialistische Solidariteit
Ieder voor Allen
KBA
Kinderwereldatelier/ Educatief Centrum
KWIA
LIVOS
Medicus Mundi
Mensenbroeders
Miel Maya Honing
Nationaal Comité voor Onthaal van Derde Wereldstudenten
Oxfam Solidariteit
Oxfam Wereldwinkels
PHOS
Protos
Rode Kruis-Vlaanderen
UCOS
VIC
VOLENS
Vredeseilanden
Wereldmediatheek
Wereldsolidariteit
Wereldwijd Mediahuis
Koepels
BKHV
CMI
309
309
Page 310
311
Nederlandstalige vrouwenraad
OCIV
Derdewereldorganisaties
Dienst voor Buitenlandse Studenten en Stagiairs
Fair Trade Organisatie
GRESEA
Orbi Pharma
Socialisme zonder Grenzen
Solidariteit om Leven
Solidariteitsfonds
Stichting De Nieuwe Wereld
Trakomula
UNATA
VVN
Landencomités
Basisprojecten Haïti
Filipijnengroepen België
Guatemala Comité Vlaanderen
Shramadana België
Vlaams Palestina Comité
Vlaams Rwandese vereniging Umubano
WIZA
Vakbonden
ABVV
ACLVB
ACV
> sociale kaart 309
310
310
Page 311
312
310 > rapport 1 bis
Vormingsorganisaties volwassenen
C. D. E.
Christenen voor het Socialisme
Davidsfonds
Dosfelinstituut
Elcker-Ik
Gezinsbond
Iteco
Jaycees
SVV
Vermeylenfonds
Jeugdorganisaties
Chiro-jeugd
Globelink vzw
KSJ--KSA-VKSJ
Steunpunt " jeugd" en jeugdraad
Vlaamse Federatie van Jeugdhuizen en Jongerencentra
Studiecentra
Paul Heymans Instituut
SEVI
Vlaams Nationaal Studiecentrum
Werkgroep Ontwikkelingssamenwerking Agalev
Politieke jongerenbewegingen
ANIMO
Jong CD& V
311
311
Page 312
313
Jong VLD
PREGO
Vredesbewegingen
Forum voor Vredesactie
IKOVE
Pax Christi Vlaanderen
Bijlage 2 11. 11. 11 -Agribex-symposium: biotech-voorstander uit derde wereld
" KINDEREN KUNNEN NAAR SCHOOL DANKZIJ BT-KATOEN"
Dankzij genetisch gemodificeerd katoen, kunnen Afrikaanse boeren hun levensstandaard opmerkelijk verbe-
teren
Phineas Gumede is een 39-jarige kleinschalige katoenkweker in Kwazulu ( Zuid-Afrika) , met een academische
opleiding. Van 1983 tot 1998 was hij landbouwverbindingsofficier in Mjindi. Hij is lid van de Board for
Cotton van Zuid-Afrika, voorzitter van de provinciale Cotton Growers Association en lid van de National
Cotton Producers Organisation. Hij baat een klein landbouwbedrijf ( 11 ha) uit in de halfdorre Makhathini-
laagvlakte ten noorden van Durban. Sinds enkele jaren kweekt hij, naast maïs, Bt-katoen. Voordien kostte
het hem 200 euro om zijn gewassen elk seizoen te besproeien. Nu betaalt hij slechts 20 euro. " We kunnen
nu ook andere zaken doen dan enkel op het veld werken. Onze levensstandaard is merkelijk verbeterd. We
hebben nu geld om onze kinderen naar school te sturen. "
KATOENTRADITIE
De kleine boeren op de Makhathini-vlakte ( samen 4.500 landbouwersgezinnen) telen jaarlijks katoen zonder
kunstmatige irrigatie met een totale oogst die zich ergens tussen de 2.500 en de 10.000 hectare bevindt.
> sociale kaart 311
312
312
Page 313
314
312 > rapport 1 bis
Katoen is reeds meer dan 40 jaar een marktgewas in het gebied. In die periode hebben de boeren steeds te
kampen gehad met aanhoudende problemen als gevolg van een arme infrastructuur en talloze plagen van
ongedierte. Dit heeft aanleiding gegeven tot een stagnering van de oogstopbrengsten. Een scenario dat
zich steeds herhaalde tot 1997.
De goedkeuring in 1997 van de GMO Act ( Genetic Modified Organisms Act) in Zuid-Afrika en de invoering
ervan maakten de weg vrij voor de toepassing van de nieuwe technologie door de Zuid-Afrikaanse landbou-
wers. In 1998 plantten kleine landbouwers in Makhathini hun eerste plantjes genetisch verbeterd katoen
dat bestand is tegen insecten.
Effectievere gewasbescherming met minder pesticiden
Bt-katoen bevat een gen van een in de natuur voorkomend micro-organisme, Bacillus Thuringiensis ( van-
daar Bt) , dat insectenverdelgende eigenschappen heeft. Dit beschermt de katoenplant tegen de bolworm,
één van de meest voorkomende en hardnekkigste plagen op katoen. Zij is verantwoordelijk voor een oogst-
verlies tussen 60 en 90 percent.
" Op het moment dat we de schade vaststellen, is het al te laat om nog te sproeien, " aldus Phinias Gumede.
" Nu kan één Bollgard-katoenplant niet minder dan 40 gezonde bollen produceren met een minimale sproei-
inspanning. Dat is een heel verschil in vergelijking met de traditionele variëteit met amper 10 bollen per
plant" .
Het herhaaldelijk besproeien was niet alleen een tijd-en energierovende bezigheid, ze was ook schadelijk
voor hun gezondheid en het milieu ( vervuiling van hun belangrijkste waterbron, de Pongola-rivier) . Na het
planten van Bt-katoen moesten de landbouwers uit de streek gemiddeld 5,8 keer minder sproeien dan voor-
dien.
313
313
Page 314
315
MEER OOGST
De telers van Bt-katoen hebben oogstverhogingen tot ongeveer 27% vastgesteld. De gemiddelde oogst van
katoen in de streek is eveneens verhoogd sinds de invoering van het genetisch gewijzigd gewas. Voor het
seizoen 99/ 00 bedroeg het hoogste oogstgemiddelde 620kg/ ha, terwijl in 2000/ 01 het seizoensgemiddelde
steeg naar 980kg/ ha. Deze hogere oogst vertaalt zich in meer geld voor de landbouwers en dus ook een
betere economische activiteit in de streek.
Na berekening van de oogstwinst en de sproeidaling en rekening houdend met de bijkomende kostprijs voor
de technologie, leverde Bt-katoen een rechtstreekse winst op van 100 euro/ ha en ook het milieu vaart er
wel bij.
> sociale kaart 313
314
314
Page 315
316
314 > rapport 1 bis
V O DO
Vlaamse Overleg Duurzame Ontwikkeling
Contact:
VODO
Vlasfabriekstraat 11 B 1060 Brussel
Tel: 02/ 536. 19.90 Fax: 02/ 536. 19. 43
http: / / www. vodo. be
Werking:
Het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling ( VODO vzw) is een samenwerkingsverband tussen een
belangrijk deel van de nieuwe sociale bewegingen in Vlaanderen. Het Overleg wil het maatschappelijk
debat over duurzame ontwikkeling stimuleren door het opzetten van gezamenlijke initiatieven, beleids-
beïnvloeding, studiewerk. VODO is onder andere actief op het vlak van consumptie-en productiepatronen,
landbouw, arbeid, ecologische belastinghervorming, indicatoren voor duurzame ontwikkeling, vorming over
duurzame ontwikkeling, Lokale Agenda 21 en is lid van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling.
VODO werd opgericht op 19 november 1990. Oorspronkelijk ging het om een informeel overleg tussen
mensen uit de derdewereld-, de milieu-, de vredes-, de vrouwen-en de progressieve boerenbeweging.
Zij werkten ten persoonlijke titel en vrijwillig aan een meer gecoördineerde werking rond duurzame
ontwikkeling. Na de UNCED-conferentie ( Rio de Janeiro, juni 1992) werd VODO van een overleg tussen
individuen omgevormd tot een overleg tussen organisaties uit de nieuwe sociale bewegingen. Op 1 maart
1993 kreeg VODO een eigen secretariaat met drie halftijdse personeelsleden.
VODO was lange tijd gestructureerd als een feitelijke organisatie. In mei 1998 werd VODO een vzw. VODO
vzw wil het maatschappelijk debat over duurzame ontwikkeling stimuleren en mee vorm geven. De nadruk
ligt daarbij op versterken van overleg tussen lidorganisaties, verrichten van studiewerk en beleids-
beïnvloeding.
315
315
Page 316
317
Voorbeeld project:
Duurzame Landbouw. Het Landbouwbeleid van de Europese Unie is er meer en meer op gericht de
Europese landbouw concurrentieel te maken op de wereldmarkt, om zo haar zogenaamde ' exportroeping'
waar te maken. Dit beleid leidt naar een wedloop voor de laagste productiekosten, industrialisering van de
landbouw, overproductie en concentratie, verlies aan rurale tewerkstelling, milieuverloedering, verlies aan
kwaliteit en toenemende gezondheidsrisico' s voor mens en dier. VODO kiest voor een ander landbouwbeleid
en een ander handelsbeleid, voor boerenlandbouw en voedselsoevereiniteit.
Details organisatie:
VODO heeft momenteel 24 lidorganisaties: 11. 11. 11, Bond Beter Leefmilieu ( BBL) , Boliviacentrum, Broederlijk
Delen, Centrum Voor Natuur-en milieu-educatie ( CVN) , Ecolife, Elcker-Ik Leuven, FOS Socialistische
solidariteit, Forum voor Vredesactie, Instituut Politieke Ecologie ( IPE) , Iteco, Globelink, KWIA Steungroep
Inheemse Volkeren, Mensenbroeders, Netwerk Vlaanderen, Oxfam Solidariteit, Oxfam Wereldwinkels,
Plattelandsontwikkeling, Protos water maakt vrij, UCOS, Vrede, Vredeseilanden, Wereldsolidariteit,
Werkgroep Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw ( Wervel) .
Activiteiten omtrent GGO s:
O. a. ondertekening aanklacht VIB tentoonstelling
Bijlage 1 VODO
LANDBOUW MET GEZOND BOERENVERSTAND
VODO pleit voor boerenlandbouw en voedselsoevereiniteit
Het familiale inkomen in de land-en tuinbouw is in 1998 met ongeveer 20% gedaald tegenover 1997.
Daarmee valt het inkomen van een voltijdse arbeidskracht in de land-en tuinbouw terug tot de helft van
het gemiddelde brutoloon van de loon-en weddetrekkenden in ons land. Boeren klagen altijd, zegt de
volkswijsheid, maar deze keer lijkt het met reden te zijn. De huidige situatie is bovendien het gevolg van
> sociale kaart 315
316
316
Page 317
318
316 > rapport 1 bis
een bewust beleid. Als de plannen van de Europese Unie en van de Wereldhandelsorganisatie ( WTO) door-
gaan, blijft binnen enkele jaren nog weinig over van het platteland en van de familiale landbouw in het
Noorden. In het Zuiden zal de lokale voedselvoorziening moeten wijken voor de import van de wereldwijde
agro-industrie. De tewerkstelling in de landbouw, de kwaliteit van het milieu, de kwaliteit van het voedsel,
ze zullen er de gevolgen van ondervinden. VODO heeft aansluiting gezocht bij de eisen van progressieve
Europese en internationale boerenorganisaties om het debat over een ander landbouwbeleid ook bij ons op
gang te brengen. Daarbij wordt gekozen voor een boerenlandbouw in plaats van voor de agro-industrie,
en voor voedselsoevereiniteit in plaats van vrijhandel. De platformtekst ( zie hiernaast) die daarover werd
opgesteld, zal ruim verspreid worden.
De richting die het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie de laatste jaren genomen
heeft, is duidelijk: men zoekt wegen om de productiekosten in de landbouw zo laag mogelijk te maken en
de productie te concentreren op minder en minder landbouwbedrijven. De landbouw krijgt zo steeds meer
de kenmerken van elke industriële productie: er zijn veel arbeidsbesparende investeringen, er wordt
gewerkt met veel vreemd kapitaal waarover boer en boerin nog weinig te zeggen hebben, de productie is
intensief en extreem gespecialiseerd, gericht op zo hoog mogelijke winsten, los van natuurlijke kringlopen.
Maar is er een alternatief voor dat soort productiemethoden? Want wordt de E. U. niet gedwongen in die
richting onder invloed van de liberalisering die begonnen is in GATT en verder gezet wordt onder WTO?
Een aantal kleinere boerenorganisaties meent dat een ander soort landbouw mogelijk is. Op Europees
niveau zijn ze verenigd in de Europese Boerenvereniging ( vooral bekend als CPE, Coordination Paysanne
Européenne) , op mondiaal vlak komen ze samen onder de koepel Via Campesina ( Het Boerenpad ) . Hun
alternatief valt samen te vatten in twee begrippen: boerenlandbouw en voedselsoevereiniteit. In
Vlaanderen is het vooral het Vlaams Agrarisch Centrum ( VAC) dat de ideeën van CPE aan de man brengt.
De werkgroep landbouw van VODO wil meewerken om die ideeën ruimere bekendheid te geven en druk uit
te oefenen op het landbouwbeleid.
CULTUUR OP HET LAND
Jan Vannoppen ( Vredeseilanden-Coopibo) is één van de trekkers van de werkgroep landbouw: " CPE en Via
Campesina stellen dat de landbouw meer is dan enkel een economische activiteit om zoveel mogelijk en zo
317
317
Page 318
319
goedkoop mogelijk voedsel te produceren. Landbouw moet ook andere maatschappelijke doelstellingen
dienen: werkgelegenheid creëren, kwalitatief goed voedsel voortbrengen, produceren met aandacht voor
milieu en dierenwelzijn. Het gaat werkelijk om agri-culture: daarbij krijgt de tewerkstelling op het platte-
land en de milieu-, sociale en culturele functie van landbouw voorrang op het productie-en winst-voor-alles
denken. Om dat te kunnen realiseren, vraagt CPE dat boeren en boerinnen een eerlijke prijs krijgen voor het
werk dat ze doen, dat ze met andere woorden kunnen leven van de producten die ze voortbrengen. CPE is
daarbij niet tegen ondersteuning van de Europese landbouw, zolang die ondersteuning niet bedoeld is om
met landbouwproducten te kunnen concurreren op de wereldmarkt. Zij pleiten voor een Europese landbouw
die zich in de eerste plaats richt op de voedselbehoeften van de E. U. "
Met dat standpunt gaan de boerenorganisaties wel recht in tegen de plannen van de Europese Unie in haar
Agenda 2000. Het Europese landbouwbeleid na de tweede wereldoorlog was gericht op zelfvoorziening in
voedsel. Daarin is men ruim geslaagd, zo goed zelfs dat al in de jaren 70 manieren gezocht werden om met
de voedseloverschotten te kunnen concurreren op de wereldmarkt. Exportsubsidies maakten het mogelijk
de overschotten te exporteren aan of onder de wereldmarktprijs. Maar dat Europese landbouwbeleid heeft
ondertussen een groot deel van zijn maatschappelijk draagvlak verloren, door problemen zoals mestover-
schotten, hormonenvlees of dollekoeienziekte, en niet in het minst door de hoge kost van het beleid.
Jan Vannoppen: " De E. U. wil nu het aandeel van landbouw in het Europese budget omlaag brengen. Het
kostenplaatje kan omlaag door in plaats van exportsubsidies te geven de prijs die de boer krijgt recht-
streeks te verlagen en te richten op de wereldmarktprijs. Zo moet de Europese landbouw concurrentieel
worden ten opzichte van bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Canada. Natuurlijk beseft ook de E