![[decoratie]](/images/spacer.gif) |
Doping in topsport is in de actualiteit. Maar de technologie staat niet stil. Naast voedingssupplementen, hoogtetrainingen en hoogtekamers, hoogtechnologische sportkleding en dergelijke, komt de 'genetische doping' eraan. Wetenschappelijk onderzoek leert dat sportieve prestaties voor zeventig tot negentig procent door de genen bepaald worden. WADA definieert genetische doping als 'het niet-therapeutisch gebruik van genen, genetische bouwstenen en/of cellen die de sportprestaties kunnen verbeteren. Nultolerantie om medische en ethische redenen is de norm. Het Internationaal Olympisch Comité I.O.C. heeft genetische doping, -om niet-therapeutische redenen- , al op 1 januari 2003 toegevoegd aan de verboden dopinglijst.
De grens tussen therapie en prestatieverbetering is echter al maar moeilijker vol te houden, zowel binnen de topsport als erbuiten. Maar ook: genetische doping is haast niet vast te stellen. Bovendien, niet alléén doping kan schadelijk zijn voor de gezondheid, heel wat topsporten zijn het al op zichzelf, - denk maar aan boksen. Er rijzen dan ook internationaal méér en méér stemmen voor een radicaal andere aanpak, namelijk 'doping onder medisch toezicht'. Hoe zit het dan weer met de privacy van de sporter bij een dergelijke aanpak? Heeft, naast de technologie, de topsport zelf eigenlijk wel een toekomst?
Spreker: André Krom, (Rathenau Instituut, Den Haag) Inleiding en voorstelling van het boek 'Beter dan goed'
Panelgesprek: J.J. Cassiman, (Centrum Menselijke Genetica, KuLeuven) Chris Goossens (Sportgeneesheer Germinal Beerschot) Renno Roelandt (Belgisch Olympisch Comité, Brussel) Johan Albrecht (Itinera Instituut, Brussel)
Het panelgesprek werd gemodereerd door Werner Trio (vrt/KLARA)
Volledig debat:
in mp3-formaat (84.193 KB)
|